Een huidwarme Stabat Mater

De ZaterdagMatinee verraste met een opgepoetste Stabat Mater van de Venetiaan Agostino Steffani, met slimme combinaties voor solisten en koor.

Op de verjaarskalender met ronde getallen staan in 2010 componisten als Chopin en Schumann (geboortejaar 1810), Wolf en Mahler (1860). Op extra aandacht mag ook Giovanni Battista Pergolesi rekenen, de jonggestorven barokcomponist die een Stabat Mater schreef dat in de hitparade van de geestelijke muziek nog altijd hoge ogen gooit.

Dat de ZaterdagMatinee er het Pergolesi-jaar mee opent, kun je moeilijk opzienbarend noemen. Maar de Matinee zou de Matinee niet zijn als er geen verrassing werd binnengesmokkeld. Agostino Steffani (1654-1728): niemand die hem kent, deze Venetiaan die in Duitsland carrière maakte als diplomaat en bisschop – wat hem er niet van weerhield handenvol opera’s te schrijven en een karrevracht aan cantates.

Net als Pergolesi zette Steffani het Stabat Mater vlak voor zijn dood op muziek. Belangrijk verschil: hij had er bijna het drievoudige opzitten van de povere 26 jaar die Pergolesi kreeg toebedeeld. Steffani’s toonzetting klinkt met koorfuga’s en andere contrapuntiek inderdaad naar een oudere generatie. Maar het stuk mag er wezen, al helemaal als het wordt opgepoetst door Andrea Marcon.

Deze barokdirigent was surprise nummer twee. De Italiaan behoort tot de pionierslichting van Rinaldo Alessandrini, Giovanni Antonini en Fabio Biondi, veertigers die het oudemuziekvak leerden in Noordwest-Europa en na het roepen van een luid grazie! dachten: dit kunnen wij ook, en misschien wel beter.

Sinds de jaren negentig leveren ze Vivaldi’s af in sprintende tempo’s en met stuivende virtuositeit. Maar zoals Alessandrini in madrigalen van Monteverdi ook liet horen: voor het meditatieve en naar binnen gekeerde houden de Italianen zich niet doof.

In die geest vatte Marcon Steffani’s Stabat Mater op: als een huidwarm stuk dat de gelovige meevoert naar de rouw van Maria. Zie haar treuren, aan de voet van het kruis waaraan haar Zoon is genageld. Voor de twintig strofen die de tekst telt, bedacht Steffani slimme combinaties voor solisten en koor. Opvallend was de sfeerarbeid die hij de altviolen liet verrichten.

Op zijn beurt hanteerde Marcon de esthetiek van de kaarsvlam: stil laten gloeien, met af en toe een opflakkering. Knap dat hij de niet-barokke strijkers van de Radio Kamer Filharmonie voor die benadering wist te winnen. Bewonderenswaardig ook van de Filharmonie, een kameleontische club, die de knop deze week moet omzetten naar de romantiek van Schumann en Brahms.

Aan Cappella Amsterdam en vijf solisten ontlokte Marcon een met fluweel gevoerde concentratie. Alleen al voor het schroeiende sopraanduet tussen Judith van Wanroij en de Spaanse Maria Espada moet dinsdagavond Radio 4 worden opgezocht. Samen met de alt Sara Mingardo blies Espada ook in Pergolesi’s Stabat Mater het contemplatieve vuurtje aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden