Een hoop ergernissen

'Hoop' is een trefwoord dat in boektitels over Afrika een zekere wanhoop bij de auteur doet vermoeden. Where We Have Hope noemde Andrew Meldrum zijn herinneringen aan zijn tijd als correspondent van het Britse dagblad The Guardian in Zimbabwe....

Wim Bossema

De titel van een andere terugblik van een toonaangevende correspondent in Afrika, Howard French van The New York Times, is somberder: A Continent for the Taking - the Tragedy and Hope of Africa. Weer die hoop. Journalisten die hun hart hebben verpand aan Afrika, ondanks alle onderdrukking, geweld en armoede, kunnen kennelijk niet zonder.

De teneur van beide boeken staat haaks op de wens dat het binnenkort beter zal gaan met dat verduivelde continent.

De hooggespannen verwachtingen van zowel Meldrum als French worden al snel na hun aankomst de grond ingeboord. Voor de zwarte Amerikaan French is de confrontatie met het haast mythische land van zijn voorouders ontluisterend. Hij ervaart de schoonheid van de natuur, leert de rijke geschiedenis kennen en treft er zijn latere echtgenote, maar weldra gaat het gevoel omringd te zijn door bedrog en geweld overheersen.

Meldrum arriveerde in 1981 vol idealisme in Zimbabwe. Het land was sinds een jaar onafhankelijk. De vrijheidsstrijders van Mugabe en Nkomo hadden het blanke minderheidsregime in het toenmalige Rhodesië ondermijnd (geholpen door internationale sancties) en waren, na onderhandelingen en verkiezingen, aan de macht gekomen. Binnen een paar jaar stuitte Meldrum op de wijdverbreide misdaden van Mugabes leger tegen de Ndebele-minderheid.

French is inmiddels correspondent in China voor zijn krant. Meldrum werd zelf wereldnieuws toen het regime-Mugabe hem in mei 2003 met geweld het land uitzette. Hij woont en werkt nu in Zuid-Afrika.

Hun boeken passen in een genre: de persoonlijke herschrijving van het journalistieke werk. In krantenstukken kunnen de lezers maar een glimp opvangen van de auteur achter de artikelen. In hun boeken laten de journalisten het streven naar objectiviteit los en overheersen de persoonlijke ervaringen. Ook in Nederland groeit dit genre, in navolging van de Angelsaksische traditie: zo publiceerde Volkskrant-correspondent Kees Broere onlangs Standplaats Nairobi.

Bij Howard French, een van de veelzijdigste en beste correspondenten in Afrika, stelt het resultaat nogal teleur . De opeenstapeling van persoonlijke ergernissen (die iedereen die in Afrika heeft rondgereisd bekend zullen voorkomen) steekt bleek af bij de treffende beschrijvingen en scherpe analyses die we van hem uit de krant gewend zijn. Soms onthult hij onder welke huiveringwekkende omstandigheden hij zijn werk moest doen, zoals tijdens de Liberiaanse burgeroorlog. Maar elders geeft hij alleen maar lucht aan zijn verontwaardiging - zie de passages over Charles Taylor, de kwaadaardige ex-krijgsheer en ex-president van Liberia. .

De centrale stelling in het boek luidt als volgt: als je ziet hoe het koloniale Europa en het imperialistische Amerika in heden en verleden in Afrika hebben huisgehouden, is het niet vreemd dat Afrika zo in de put is geraakt. Voor The New York Times heeft French zich kennelijk moeten inhouden, hier spuit de aanklacht eruit.

Nu is het aantal hemeltergende verhalen over gewetenloze plunderingen, grootschalige moordpartijen en schandalige steun aan dictators inderdaad eindeloos, maar hoe meeslepend French ze ook vertelt, hij weet geen maat te houden en schiet schromelijk tekort in zijn analyse. Het is lang geleden dat de schuld voor alle problemen in Afrika buiten het continent werd gezocht - alsof Afrika zelf geen hoofdrol in zijn eigen geschiedenis speelt.

In Meldrums boek overheersen juist de Afrikaanse politici en hun critici. Terwijl French vele regio's van het continent bestrijkt, concentreert Meldrum zich op Zimbabwe. De afgelopen 25 jaar voltrekt zich daar een tragedie: een achterdochtige, meedogenloze tiran vernietigt het land waarover hij heerst. In 1980 leek een tijdperk aan te breken van vrijheid en democratie. Maar het visioen van een harmonieuze samenleving waar de vroegere onderdrukten met de afgezette onderdrukkers (de blanken) in vriendschap zouden samenleven, bleek al snel een illusie.

Meldrum was er al die tijd bij en hij beschrijft hoe hij het perfide systeem van Mugabe steeds beter leert begrijpen. Hij sluit vriendschap met 'gewone' Zimbabwanen en raakt betrokken bij de politiek en het groeiende verzet, mede door zijn betrokkenheid bij het lot van zijn Zimbabwaanse collega's.

De boeiendste delen van het boek zijn die waar de journalist zelf het onderwerp wordt, door de tegen hem gerichte acties van het regime. De even kleurrijke als bizarre minister van Informatie, Jonathan Moyo, ging persoonlijk de strijd aan met de media, ook met de buitenlandse correspondenten, die de een na de ander uitweken. Meldrum liet zich niet wegpesten en bleef zo lang als hij kon op zijn post.

Meldrum beschrijft hoe Moyo de vrije pers muilkorft met een combinatie van ingenieuze persbreidelwetten (die op het oog binnen het democratisch bestel blijven) en de inzet van knokploegen en geheimagenten, die journalisten intimideren en mishandelen. Aanvankelijk leeft Meldrum als buitenstaander mee met zijn vaak heldhaftige Zimbabwaanse collega's. Maar dan wordt hij zelf doelwit: bij zijn huis verschijnen duistere, dreigende figuren en uiteindelijk belandt hij in de cel.

Dat geeft weinig reden hoopvol gestemd te zijn over de toekomst van Zimbabwe. Meldrum put die hoop evenwel uit de toewijding van zijn Zimbabwaanse vrienden in de oppositie. En ook French vestigt zijn hoop (zij het in mindere mate) op de oppositie en vooral de schrijvers. Die optimistische noot doet wel wat geforceerd aan, na zijn lange litanie over uitbuiting en tirannie.

Meldrum is overtuigender. Tot nu toe weet Mugabe de sterke oppositie onder leiding van ex-vakbondsleider Morgan Tsvangirai eronder te houden, maar Meldrum vertrouwt erop dat de strategie van geweldloos verzet uiteindelijk zal winnen, omdat de meerderheid van de Zimbabwanen achter Tsvangirai staat en hij zich heeft omringd met inspirerende persoonlijkheden. Maar dat blijft voorlopig, inderdaad, een kwestie van hoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden