Interview

'Een hit is geen geweldige prestatie, het zijn de omstandigheden'

In Suriname diende hij in het Nationaal Leger en voerde hij later de vredesonderhandelingen. Eenmaal in Nederland vervulde hij fabrieksbanen, totdat hij dacht: het is klaar. Nu kan Kenneth Bron (53), alias Kenny B, niet meer normaal over straat.

Beeld Sanne de Wilde

Kenny B lag nog in bed toen radio-dj's Mattie en Wietze donderdagmorgen aan de lijn hingen. Hoorde hij ineens de stem van Trijntje Oosterhuis. 'Praat Nederlands met me. Even Nederlands met me.' In het ochtendprogramma van Q-music coverde zij zijn liedje Parijs, dat al een paar weken op nummer één staat in de Top 40.

'Gefeliciteerd met je monsterlijke hit', riep Oosterhuis, een van zijn lievelingszangeressen. Ze bedoelde natuurlijk 'monsterhit', de reden waarom Kenneth Bron (53) - zijn echte naam - sinds een maand moet nablijven voor handtekeningen en foto's als hij zijn dochtertje van 7 van school haalt.

'Ik vind het geweldig', zegt Bron een ochtend later boven een kom yoghurt in een café naast de studio van Q-music. Daarnet was hij bij Mattie en Wietze te gast om zijn eigen Parijs en Vlieg met me mee van Trijntje Oosterhuis te zingen.

Zure yoghurt

In de afgelopen maanden is hij bij praktisch elk radiostation over de vloer geweest. Hij kan niet in de auto zitten - en hij zit nogal veel in de auto tegenwoordig - of hij moet zijn eigen nummer wegzappen.

Geweldig dus, maar Bron is de eerste om het succes te relativeren. 'Ik denk bij alles: wat is mijn verdienste? Ik vind het ongelooflijk dat Parijs op één staat, maar dat maakt deze zure yoghurt niet opeens lekker. Er zit te weinig suiker in. Het is vieze yoghurt. Dat is gewoon zo, met of zonder succes.'

De vijftigplusser die in zijn geboorteland Suriname meerdere hits scoorde en zich in Paramaribo niet op een schoolplein kan vertonen zonder dat de hele school uitloopt, is plotseling razend populair in Nederland. Sinds platenbaas Kees de Koning van Top Notch hem vorig jaar na een vakantie in Suriname benaderde, ging het balletje na jaren hooghouden rollen.

Volgende week verschijnt het album Kenny B, met muziek die hij zelf 'Nederlandse reggae' noemt. Zijn label Top Notch presenteert hem als 'de Surinaamse sensatie', de Tilburgse zanger die sinds hij in 1991 naar Nederland verhuisde talloze baantjes in fabrieken had. Die in de jaren tachtig in het Nationaal Leger van Suriname diende en later vredesbesprekingen voerde tussen de strijdende partijen in de Binnenlandse Oorlog. Die al die tijd van zingen wilde leven en nu alsnog doorbreekt.

Kenny B en producer Joost Jellema zijn in de Arnhemse studio euforisch als ze horen dat Parijs op nummer één staat.Beeld Sanne De Wilde

Is populair zijn in Nederland te vergelijken met populair zijn in Suriname?

'Hier zijn dingen beter georganiseerd en word je beter betaald voor je muziek. En er komen op straat meer blanke mensen naar mij toe. Dat vind ik geweldig, want ik heb altijd geweten dat taal sterker is dan kleur.'

Daar gaat Parijs ook een beetje over, toch?

'Ik vind het leuk dat mensen nu 'praat Nederlands met me' tegen elkaar zeggen. Zonder zich bezwaard te voelen, want in een andere context had die tekst best racistisch kunnen klinken. Zo'n zin verwacht je toch eerder van iemand die vindt dat buitenlanders in Nederland alleen Nederlands moeten spreken.

'Voor mij zit er een stukje patriottisme in 'praat Nederlands met me'. Ik ben een hartstikke donkere man, maar ik ben wél de Nederlander in Parijs. De Nederlander die een meisje ontmoet dat hij het hof wil maken en zeker weet dat het hem gaat lukken als ze geen Frans spreekt, maar Nederlands. Hoe mooi is dan het moment dat zij zegt: je suis Néerlandaise. Wanneer zeg je dat nou uit volle borst, 'ik ben Nederlander'?'

Bron groeit op in Paramaribo, in een arm gezin met zeven kinderen. Zijn moeder doet schoonmaakwerk, zijn vader heeft een houtbedrijf in het binnenland van Suriname. Ze zijn marrons, nakomelingen van de Afrikaanse plantageslaven die in de 18de eeuw wegliepen van hun slavenmeesters en in de bossen een vrij bestaan opbouwden.

Het gros van de Surinaamse marrons woont in Brons kindertijd in het binnenland. 'Mijn vader vond het leuk om in de stad te gaan wonen', zegt hij. 'Maar het was daar voor ons niet makkelijk. In onze buurt waren wij de enige marrons. We waren iets donkerder dan de rest. Mensen zagen ons als ongeschoolde boscreolen die nergens verstand van hadden.'

Als zijn ouders op zijn 11de scheiden en Bron in een katholiek internaat in het binnenland belandt, gebeurt het omgekeerde. 'In het internaat werd ik juist gezien als stadscreool. De marrons in het binnenland hebben zich bevrijd van de slavenmeesters en zijn in het oerwoud gaan wonen. Zij hebben gevochten voor hun vrijheid. De marrons uit de stad zijn volgens hen aan de ketting blijven liggen tot ze werden bevrijd. De kinderen op het internaat zagen zichzelf als de échte marrons, de echte warriors. Ik was in hun ogen een soort sjappie. Ik hoorde nergens echt thuis. Daar had ik geen moeite mee, ik zag het gewoon als een gegeven.'

Het lijkt mij vervelend om als kind niet mee te mogen doen met de rest.

'Voor een blank kind is het lastig als andere blanke kinderen hem negeren. Maar ik was een ander soort mens, een marron. Ik was mij van jongs af aan bewust van mijn mindere plek. In onze buurt in Paramaribo maakte iedereen oerwoudgeluiden als ik voorbijliep, omdat ze wisten dat ik een marron ben. Ik heb het de kinderen nooit kwalijk genomen. Het was niet zo dat alleen de overburen het deden. Iederéén deed het. Omdat ik marron was, heb ik niet veel gespeeld met andere kinderen. Zo was het nu eenmaal.'

Dat vond je geen probleem?

'Nee joh! Ik vermaakte me wel. Ik maakte mijn eigen speelgoed. Ik hield van zingen, niet van voetballen - ik mocht toch niet meedoen. Toen ik 9 was, dacht ik al: ik word later professioneel zanger. Ik zong gospels met mijn moeder. Negro spirituals.' Begint te zingen: 'I'm gonna lay down by my burdens / down by the riverside.'

Na het internaat gaat Bron een jaar naar de mulo en zit hij twee jaar op de lagere technische school. Op zijn 19de roept de dienstplicht en wordt hij infanterist en later politiek commissaris in het Nationaal Leger van Suriname.

'Mijn leven was tot dan toe een leven vol discriminatie, van meer of minder zijn dan een ander. Ik was daardoor fel gekant tegen onrechtvaardigheid. Dat kleur en afkomst in het leger niet telden, vond ik geweldig. Er waren groene pakken, rangen en standen. Als iemand binnenkwam, keek je op zijn schouders en ging je wel of niet in de houding staan.'

Na het leger werkt Bron in het houtbedrijf van zijn vader. De Binnenlandse Oorlog in Suriname is dan al aan de gang. Het Nationaal Leger van Desi Bouterse neemt het op tegen de guerrilla's van het Junglecommando onder leiding van Ronnie Brunswijk, die net als Bron van origine een marron is. De strijd over de macht over Oost-Suriname zorgt ervoor dat tussen 1986 en 1991 duizenden marrons uit het binnenland vluchten.

'Toen er begonnen werd met de vredesonderhandelingen was ik superblij', vertelt Bron. 'Tot mijn lievelingsneef tijdens de onderhandelingen om het leven kwam. Doetje en ik hadden samen in het Nationaal Leger gediend. We wilden allebei muziek maken. Altijd hadden we het daarover. En ineens was hij er niet meer.'

Na de dood van Doe meldt Bron zich aan bij het Junglecommando, waar hij de aangewezen persoon is voor de rol als vredesbespreker. 'De leider Brunswijk was mijn neef. Het dorp Moengo Tapoe, waar de oorlog is begonnen, is mijn dorp. De mensen in het binnenland zijn mijn mensen. Ik wilde toenadering zoeken tot het Nationale Leger van Bouterse, een manier zoeken om geweldloos tot vrede te komen. In het Nationaal Leger zaten mijn ex-collega's.'

Net als Damaru

Op het album Kenny B zingt Kenny B niet alleen in het Nederlands, maar ook in het Sranantongo en Aucaans, talen die in Suriname worden gesproken. Het album verschijnt vrijdag 15 mei bij Top Notch, het platenlabel dat vier jaar geleden ook het album Tuintje in mijn hart van Damaru uitbracht. Deze zanger van Surinaamse komaf stond in 2009 wekenlang op de eerste plaats in de Nederlandse Top 40 met het nummer Mi Rowsu, samen met Jan Smit. Op dat moment was hij al een grote naam in Suriname, net als Kenny B.

Hoe was dat?

'Niet goed. Sommige marrons zijn na hun dienstplicht in het Nationale Leger gebleven. Als zij sneuvelden werd er aan beide kanten van de strijd gejankt. Ik kende het Nationale Leger en ik kende de mensen uit het binnenland, dat maakte mij denk ik een goede gesprekspartner. Vanaf het moment dat ik ging praten, hebben de strijdende partijen nooit meer op elkaar geschoten.'

Nog voor de vrede wordt getekend, vertrekt Bron naar Nederland. In eerste instantie omdat hij gelooft dat zijn zieke ex-vrouw hier betere zorg kan krijgen. Hij besluit in Tilburg te blijven in de hoop op meer kansen om zijn uitgestelde droom te verwezenlijken: leven van de muziek.

'Ik heb bij een tuinstoelenmaker gewerkt, ik ben lasser geweest, ik heb bij Maître Paul diepvriestaarten in staan pakken. Dat was zo'n rotjob! Als man ga je ervan uit dat je het zware werk moet doen, dat je daarin altijd beter zult zijn dan een vrouw. Maar aan de inpaktafel leek ik een halve randdebiel. Die vrouwen waren snel, soms moesten ze me zelfs helpen. Ik voelde me niet goed. Als vrouwen fysiek werk beter uitvoeren dan ik als man, dan doet dat iets met mij.

'Wat mij op de been hield, is dat ik bij elke baan wist: dit is mijn job niet, dit is voor de time being. Ik wil al vanaf mijn 9de muzikant worden, dus dit is tijdelijk. Bij alles wat ik deed dacht ik: wanneer is het afgelopen, zodat ik eindelijk muziek kan maken?'

En, wanneer was het afgelopen?

'Ik denk acht jaar terug, toen ik bij een aluminiumbedrijf werkte. In die tijd zong ik wel een beetje, maar kreeg ik 50 euro per show. Ik kon er niet van leven. Op een gegeven moment heb ik de beslissing genomen: en nú ga ik verhongeren. Ik ga niet meer werken, ik ga gewoon muziek maken. Ik had wel lef hoor, als ik nu terugkijk. Als je hard werkt, kom je er wel, zeggen mensen weleens, maar dat is niet waar. Ik geloof dat er tientallen mensen in de muziekbusiness zitten die harder hebben gewerkt dan ik, maar nog steeds op een doorbraak wachten.'

Kenny B: 'Op een gegeven moment heb ik de beslissing genomen: en nú ga ik verhongeren. Ik ga niet meer werken, ik ga muziek maken.'Beeld Sanne De Wilde

En nu komt er een albumreleaseparty georganiseerd door 100% NL. Waarom 100% NL?

'Lex Gaarthuis van 100% NL is de eerste die op eigen titel mijn muziek draaide, dat was afgelopen februari. 'Deze man', riep hij. 'Let op hoor!' Lex heeft als eerste radiomaker iets in mij gezien, dus hij kan veel bij mij gedaan krijgen. Net als Kees de Koning van Top Notch. Al zou een grotere platenmaatschappij mij nu iets aanbieden, ik gun het Kees. Hij heeft gezien wat die andere boys niet hebben gezien. Als ik straks veel succes heb, wil ik Kees z'n gezicht zien. Niet dat van een of andere grote baas.

'Hetzelfde heb ik met Tilburg. Nadat ik had besloten dat ik alleen nog maar muziek wilde maken, kreeg ik een soort WWIK-uitkering. Ik voel een morele verplichting om er te blijven nu die uitkering haar vruchten heeft afgeworpen. Ik heb iets met Tilburg, ik heb iets met de manier waarop Tilburgers praten, ik heb iets met de stad. De Tilburgers hebben in mij geloofd. Ik ben blij als in de krant staat dat ik uit Tilburg kom. 'De Tilburgse zanger Kenny B', daar heb ik zó vaak aan gedacht.'

Waar komt die loyaliteit vandaan?

'Het geeft mij een soort rust, een gevoel van rechtvaardigheid. Ik hou van rechtvaardigheid. Ere wie ere toekomt. Als kind mocht ik door mijn afkomst van alles niet. Er is mij in mijn leven zo veel geweigerd dat ik mensen nu moeilijk dingen kan weigeren.'

Heeft dat ook iets met je drang tot relativeren te maken?

'Dat Parijs nu zo populair is, heeft met veel dingen te maken. Dat er toevallig geen grotere hit is. Dat ik toevallig deze kant ben opgegaan en niet een andere kant. De vraag is: welk aandeel in het succes mag ik claimen? De drive om te werken heb ik waarschijnlijk van mijn mama. Mijn stem is ook een genetisch ding. Mijn moeder kon mooi zingen en haar vader ook.

'Het is geen pose. Ik snap dat ik mezelf ooit een credit zal moeten geven hoor, maar ik ben bang dat ik verander als ik mezelf dingen ga toedichten. Misschien heeft het relativeren iets met mijn opvoeding te maken. Mijn moeder zei altijd tegen ons: 'Gedraag je, je bent niet meer dan een ander. Als je ergens komt waar ze op één been staan, moet jij ook op één been gaan staan. Je kunt een heleboel dingen bereiken, maar je zult nooit meer worden dan een ander.' Dat is ons zó ingeprent.'

Waarom moest dat bij jullie thuis steeds worden benadrukt?

'Ik weet niet waarom mijn moeder dat deed. Voor mij heeft relativeren te maken met waar we vandaan komen. Soms denk ik ver door en dan kom ik tot de conclusie dat alles uiteindelijk voor niks is. Natuurlijk is het leven mooi nu. Het is prachtig! Maar als je over een miljard jaar op de aarde komt, kun je waarschijnlijk niet geloven dat hier ooit iets is geweest. De zon wordt groter, op den duur smelt alles weg.

'Ik breng het succes graag terug tot de basis van alle dingen: wij mensen zijn momentopnames, dus alles is betrekkelijk. Ik vind het leuk dat ik nu succesvol ben, maar ik kan het succes nergens naartoe herleiden. Een hit is geen geweldige prestatie, het zijn de omstandigheden. Als ik morgen weer op nul sta, moet ik ook gewoon door.'

Dan ga je vast niet meer terug naar de aluminiumfabriek.

'Dan word ik straatmuzikant. Alles is nu op zijn plek gevallen, maar weet je wie pas gedreven zijn? Mensen die niks hebben bereikt en toch doorgaan. What about that?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden