Een heuvel met een villaatje ertegenaan

Natuurlijk jeukt het weer. ‘Kom mee naar buiten allemaal, daar zingt de wielewaal’, zongen ‘ze’ vroeger...

Nu pakken we gewoon massaal de auto, de brommer, de motor en hangen er liefst ook nog een caravan of aanhanger achter, en gaan massaal de weg op zodra de zon schijnt. De sportieven proberen 42 kilometer door Rotterdam te hollen in de wetenschap dat ze de stad toch niet uitkomen door verstopte uitvalswegen. En dan wordt hun prestatieloop nog afgelast ook omdat het ‘te warm’ is.

Dat is alles leed van de randstedeling. Velen bevangt daardoor de volte zodra de zon schijnt. Zij dromen dan van vestiging in de lege provincie. En sommigen doen het nog ook.

Manon Sikkel en Marion Witter maakten een rondje langs emigranten uit de Randstad die zich in de randprovincies hebben gevestigd. Hun interviews hebben ze gebundeld onder de titel Domweg gelukkig op het platteland.

Dat is natuurlijk een parafrase op een van de mooiste gedichten uit de Nederlandse taal, De Dapperstraat van J.C. Bloem, met de majestueuze slotzin ‘Verregend, op een miezerige morgen, Domweg gelukkig, in de Dapperstraat’.

Misschien is het ook ironie die de schrijvers betrachten. Want de eerste strofe van Bloem luidt immers:

‘Natuur is voor tevredenen of legen

En dan: wat is natuur nog in dit land?

Een stukje bos, ter grootte van een krant,

Een heuvel met wat villaatjes ertegen.’

En juist die natuur, die rust, dat zoeken alle Randstademigranten volgens Sikkel en Witter. Maar misschien is dit te ver gezocht. Het is vooral een prettig leesboek. Het heeft wel wat gluurderigs. Want soms raakt een stadsmensch in de provincie terecht door de liefde. Neem Martine Kruider die als verslaggever van het Veluws Dagblad verslingerd raakt aan een boer uit haar streek.

Of Aimée von Martels-de Blocq van Scheltinga die na haar studietijd haar jeugdvriend Maurits huwde en nu diens familielandgoed uitbaat.

Nee, dan Peter Noordermeer die werd wegbezuinigd bij de FNV in Amsterdam, hij kreeg een fijne ‘handdruk’ mee en keerde terug naar zijn geboortegrond in Zeeland. Met vriendin die zich zo aankondigde: ‘Ik wil met je uit eten, ik wil met je uit, en ik wil met je naar bed’. Willen we dat eigenlijk wel weten? Is dat essentieel voor een binnenlandse emigrant? Nee, maar het geeft wel sjeu aan de verhalen, en het was in dit geval goed voor gegrinnik bij deze vrijpostige lezer.

Gelukkig ontbreken de relaties niet waarin de één per se in ‘de’ stad wil wonen en de ander per se buiten. Dat kan. Renée Waale woont doordeweeks in een Fries gehucht terwijl het gezin in Amsterdam blijft. Of zie Robert Elsing die in Amsterdam woont terwijl zijn vriendin achter Utrecht in het bos toeft. Heel modern allemaal.

En dat zijn nog niet eens alle verhalen. Kortom, een smakelijk geheel. Al schort er natuurlijk ook een en ander aan. Het is impliciet wel een erg OSM – ‘ons soort mensen’– boek. Neem het hoofdstukje met tips. Onder het kopje ‘oriënteer je op de middelbare school’ staat: ‘Dat kan betekenen dat een kind wel twintig kilometer moet fietsen naar het vwo’. Dat impliceert ten onrechte dat elk gehucht een vmbo-havo herbergt. Waarschijnlijk gaan in de belevingswereld van de schrijvers alle emigrantenkinderen naar het vwo. Een verwijzing naar bijlesmogelijkheden op het platteland ware dan nuttig geweest. Het is ook altijd wat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden