EEN HERENCLUB MET OPVALLEND VEEL DAMES

Codart, een netwerkclub van internationale conservatoren Hollandse en Vlaamse schilderkunst, ging op studiereis in Nederland. 'How fascinating!'..

Ze hebben standaard zaklampjes bij zich. En niet omdat het opvallenddonker is in de stijlkamers van de Friese en Groningse landhuizen die zebezoeken. De conservatoren van Codart zijn op studiereis, en kunst kijkenbetekent bij hen ook echt kijken. Dus worden schilderijen met zaklampjesafgespeurd op signaturen die misschien in de donkere verf te ontwaren zijn.

Kunstadviseur Alastair Laing van de Britse National Trust voert deboventoon. Met zijn Queen's English-accent, rode ribfluwelen broek en zijnlange wollen jagersjas gaat hij naadloos op in de adellijke omgeving vande Dekema State, een minuscuul Fries landhuis in het dorpje Jelsum, méteen heus slotgrachtje eromheen. Hij ontdekt gouden tandenstokers op een17de-eeuws familieportret en deelt dat met de omstanders. De 'oh ja's' en'verhips' vliegen over en weer, op gedempte toon. Een paar meter verderopstaat een kluitje conservatoren met de neus op het glas van een vitrinenaar porselein te kijken. 'Is this China from China?', vraagt eenAmerikaanse conservatrice aan niemand in het bijzonder. Want porselein heetin het Engels 'China', ook als het uit Friesland komt. Conservator StephenHartog van het Instituut Collectie Nederland is van meer markten thuis danalleen de schilderkunst en deelt ruimhartig zijn kennis: 'Dit is vast vanrond 1600. Dat zie je aan de grijzige waas, de porseleinaarde was niet vanhoge kwaliteit toen.' En ja, het is Chinees: 'Kijk maar, er staat wel eenvrouw op met Europese kleding, maar ze heeft een Chinees gezicht. Het werdspeciaal voor de westerse export gemaakt.'

Codart, een afkorting voor Curators of Dutch Art, is een wereldwijdnetwerk van conservatoren Nederlandse en Vlaamse schilderkunst, dat in 1998werd opgericht door kunsthistoricus Gary Schwartz. Vorig jaar trad hijterug en werd de leiding overgenomen door Gerdien Verschoor. Er zijninmiddels 450 conservatoren en specialisten aangesloten. Vrijwel allemaalzijn ze verbonden aan een museum - Codart is, in principe, geen club voor kunsthistorici van allerlei slag. Universitair docenten, promovendi enandere specialisten lopen er nauwelijks rond, tenzij ze ook voor museawerken.

Eén keer per jaar komen de leden samen voor een congres en kunnen zeaansluitend op studiereis. 'Om kennis te delen', zegt Stephen Hartog. 'OmHollandse kunst te promoten, want er komen samenwerkingen en somstentoonstellingen uit voort', zegt Charles Dumas van het Rijksbureau voorKunsthistorische Documentatie in Den Haag. Beiden stonden aan de wieg vande vereniging en zitten in de programmacommissie. Op de Codart-tripjesworden bruiklenen beklonken met een fles whisky op de hotelkamer, zoalsconservator Peter van den Brink van de stadsmusea in Aken bekent in eentoespraak. Maar, en dat beaamt iedere conservator, de Codart-reisjes zijner vooral om elkaar te ontmoeten. Om 'onder elkaar' te zijn alsonvermoeibaar toegewijde kunstliefhebbers. Een herenclub met opvallend veeldames.

Het mag dan allemaal om Hollandse kunst draaien, de club gaat dit jaarpas voor het eerst sinds de oprichting op studiereis in Nederland. WantHollandse kunst van niveau is, in privé-collecties, vooral buitenNederland te vinden. Eerdere reizen gingen onder meer naar Boston, waarveel verzamelaars van schilderkunst uit de Gouden Eeuw wonen, naar Polen,Zweden en Schotland. De Hollandse oude kunst is overal. Via verschillendewegen belandden de kunstwerken in de collecties. Zo beheert ZuzanaPaternostro, mee op de trip door Nederland, de collectie Europeseschilderijen in Rio de Janeiro. Tachtig Hollandse en Vlaamse schilderijenheeft het Museo Nacional de Belas Artes in de collectie, die in de loop vande 20ste eeuw werden verzameld door rijke Brazilianen en aan het museumgeschonken. Paternostro: 'Ze hangen in de Braziliaanse zaal, tussenandere Europese schilders die zich door Zuid-Amerika lieten inspireren.'

Het levert wat op, zo'n samenzijn van kenners. De dag voor de reis naarFriesland herkende Elika Fuciková uit Praag een tekening in het depotvan het Groninger Museum waarvan werd gedacht dat het een Hollandsevoorstelling was. De kunstenaar moest wel naar Praag hebben gereisd, wanter staan gebouwen uit de oude stad van Praag in het fantasielandschap. Bijeen andere tekening riepen conservator Quentin Buvelot van het Mauritshuisen de Poolse Hanna Benesz tegelijk: 'Gerbrand van den Eeckhout!' Tot dantoe stond het werk geregistreerd als 'Rembrandt-school'.

De conservatoren zijn fanatiek. 'Het is wel vermoeiend, zo'n hele weekkunst kijken', zegt Buvelot. 'Maar ik ben er dan ook wel zo één diemeteen gaat kwispelen als ik weer iets nieuws zie.' En dat gebeurt meer daneens. Buvelot: 'Het geeft enorm vertrouwen om met elkaar naar kunst tekijken. Het is een soort spel, je meet je met gelijken en wordt gedwongenje vermoedens goed te formuleren.'

Hij vergelijkt het met de praktijk van artsen: 'Je analyseert en stelteen diagnose. En dan zijn er altijd artsen die meer ervaring hebben, diedingen al vaker zijn tegengekomen en kunnen herkennen. Gut feelings wordenbevestigd.'

De beheerders van de Friese en Groningse landhuizen waarlangs deconservatorenclub trekt, zetten hun deuren dan ook graag open voor dekenners. Net als de meeste musea en verzamelaars. Vooral als ze Codart alkennen, zegt Stephen Hartog: 'Een paar jaar geleden in Bruckenthal kregende conservatoren gewoon Post It-stickers mee om de kunstwerken in het depotte kunnen duiden. Ze zaten daar echt te wachten op onze kennis.'

De meeste conservatoren krijgen de reis van hun museumdirecties vergoed.Maar dat was in het begin wel anders, zegt Codart Senior Associate WietskeDonkersloot: 'Eerst aarzelden de grote musea. Het Prado, Metropolitan, deNational Gallery in Londen. Maar ook het Rijksmuseum. Conservatoren haddentoch al een netwerk, vonden ze. Maar nu is dat helemaal omgedraaid. Alszo'n museum een nieuwe, jonge conservator heeft, hoeven ze die maar éénkeer naar een Codart-congres te sturen en hij kent meteen de meestecollega's uit zijn vakgebied.'

Voor veel conservatoren is de reis de enige kans om uitgebreid metvakgenoten te overleggen. Omdat er nauwelijks verwanten in eigen land zijn.De jonge Júlia Tátrai van het Szépmüvészeti Múzeum (Museum voorSchone Kunsten) in Boedapest, beaamt dat. Haar museum heeft met zo'ntweehonderd Nederlandse en Vlaamse schilderijen een grote collectie, diegrotendeels is opgebouwd door prinsen en graven uit Oostenrijk enHongarije. 'In Boedapest kon ik geen Hollandse kunst studeren, maar ik hebmijzelf op de universiteit gespecialiseerd. De uitwisseling met collega'svan Codart is heel waardevol.'

De Cubaanse conservator Oscar Antuña loopt, ondanks de ijzige Groningsekou, gelukkig door de tuin van de enorme Menkemaborg in Uithuizen, een vande volgende haltes. En niet alleen omdat hij voor het eerst in zijnvijftienjarige carrière door de directie van zijn museum op eenbuitenlands reisje is gestuurd. Hij komt, naast zijn vakgenoten, nog eenbekende tegen: Anna van Ewsum. Een adellijke Groningse dame uit de 17deeeuw, van wie de groep zojuist ook het marmeren praalgraf in Midwoldeheeft bezocht. De Cubaanse conservator is vertrouwd met haar: 'Wij hebbeneen portret van Anna in onze collectie.' Ooit verzameld door een rijkeCubaan. Nu loopt Antuña in de tuin van het landgoed dat haar familiebewoonde.

'Akkema nummerde zijn schilderijen!', klinkt het uit de gang van deDekema State. 'How fascinating!' Alastair Laing blijft uitgebreid staan bijeen werk van de Friese schilder. Een ander groepje loopt de Engelse kennervoorbij en blijft stil staan in een volgende stijlkamer, waar portrettende gebloemde muur sieren en een tafel met Gronings servies en plasticdruiven is gedekt. Conservator Norbert Middelkoop van het AmsterdamsHistorisch Museum herkent een portret van de schilder Willem Bartel van derKooi. Hij heeft het nog in een restauratie-atelier zien staan: 'Datschilderij had tot voor kort een diepe scheur, overdwars door de afgebeeldeadellijke dame heen. Het heeft er bijna een centimeter doek bij gekregenom dat te restaureren', zegt hij, en je ziet er niks meer van. Vanachterde deur voegt de enthousiaste Alastair zich bij het groepje. Hij werpt eenblik op de stijlkamer, ziet een beschilderde klaptafel naast het portreten maakt bijna een sprong tegen de deurpost. 'Die voorstelling hebben wijook! Ik wíst dat het Nederlands was!' Laing en de beheerder van hetlandhuis wisselen adressen uit en beloven afbeeldingen toe te sturen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden