Een hékel heb ik altijd wel aan Nijntje gehad

Nu de rook rond de dood van Dick Bruna - moge zijn herinnering ons tot zegen strekken - een beetje aan het optrekken is, wil ik toch nog even terugkomen op Nijntje. Je kunt Nijntje niet haten, was de consensus onder necrologen, en het woord 'haten' wordt tegenwoordig ook te vaak ijdel gebruikt, maar een hékel heb ik altijd wel aan haar gehad.

null Beeld
Beeld

Het begon er al mee dat ik, toen ik nog héél klein was, dacht dat het geen prentenboekje betrof, maar een kleurboek. Dat was de schuld van Dick Bruna, die dat enorme hoofd van Nijntje wit had gelaten, een grote, bolle, blanke vlakte met die naïeve stipjesogen en dat domme neuskruisje als enig rustpunt. Ik vond dat dat hoofd ingekleurd moest worden, en dat dééd ik dus ook, ongehinderd door mijn ouders, die geloofden in een anti-autoritaire opvoeding. Omdat ik, zoals gezegd, nog heel klein was bracht ik daar weinig van terecht. Vooral bij de oren werd het een puinhoop, met veel gekras buiten de lijntjes. Bovendien waren bij ons altijd de viltstiften uitgedroogd, zodat van een fraaie, egale dekking ook al geen sprake was.

Later, toen ik de leeftijd des verstands bereikte, rond een jaar of 4, zat ik lelijk met de gebakken peren. Ik kon inmiddels zelf lezen, maar omdat Sartre en Albee me nog wat boven de pet gingen, moest ik het vooralsnog met die bezoedelde Nijntje doen. Mijn eigen gekras van voorheen ergerde me mateloos. Ik kan me zelfs vaag herinneren dat ik uiteindelijk een nieuw exemplaar kreeg van Nijntje in de dierentuin omdat ik zo overstuur raakte van het oude. Het is eigenlijk een wonder dat mijn ouders me niet naar een jeugdpsychiater hebben gestuurd.

Inmiddels was ik ook oud genoeg om het oeuvre van Dick Bruna op waarde te kunnen schatten. Nou, dat viel niet mee. 'Toen zagen ze een heel leuk paard/ hee wat is dat, riep nijn/ een paard met strepen op zijn rug/ zou dat een zebra zijn?' Als je je bij een paard met strepen omstandig moet gaan afvragen of dat 'soms een zebra' is, heb je bepaald het zwarte naaigaren niet uitgevonden, wel? Ik vroeg me af of Nijntje, die ongeveer even oud moest zijn als ik, misschien zelfs iets ouder, soms 'minimal brain damage' had, zoals dat in die tijd heette.

Ook de stompzinnige gelaatsuitdrukking van Nijntje en haar familie stoorde me. Als er wat te huilen viel keken ze gewoon, net als anders, alleen hing er een druppel onder hun ogen. Een druppel die tien keer zo groot was als hun ogen. Lachen konden ze al helemáál niet. En hoezo hadden alle 'grote mensen', dus papa, mama, opa en oma, in plaats van die kruisjesmond een soort snor? Het was beslist angstaanjagend, want in míjn familie had helemaal niemand een snor.

Nee, ik begreep niet waarom iedereen zo met Nijntje dweepte. Míjn grote prentenboekjesliefde heette Kleine Beer. Hij was getekend door Maurice Sendak, en ik was zó dol op hem dat mijn hart bijna uit mijn borst knalde, elke keer dat ik hem bekeek. Ook zijn vrienden Kip, Uil en Das waren me zeer dierbaar, evenals zijn lieve, dikke moeder, die altijd iets lekkers aan het koken was. Nog steeds sterf ik bijkans van liefde voor die zo briljant getekende dieren, en ik ben al 51.

Eat that, Nijntje.

s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden