Een heilige voor alle gezindten

Fransen leven veel meer dan Nederlanders in hun geschiedenis. Ze kunnen langdurig debatteren over de doop van koning Clovis, vijftienhonderd jaar geleden, en zowel De Gaulle als Napoleon komt geregeld voor op prominente plaatsen in de opiniebladen....

Op een van de befaamde Franse bric à brac-markten liep ik eindelijk een beeldje van Jeanne d'Arc tegen het lijf. Het was niets bijzonders, een afgietsel van een centimeter of dertig hoog, een fabrieks-Jeanne met lans, harnas en mantel. Als je goed keek, zag je de lelie van het Franse koningshuis door het versleten gips.

Ooit moet het op Franse dressoirs gewemeld hebben van dit soort miniatuurtjes. In de vijftiende eeuw bevrijdde ze het vaderland immers van de perfide Engelsen. Belangrijker nog, na 1870 werd ze het symbool van de strijd tegen de Duitsers, die zich meester hadden gemaakt van de Elzas en haar geboortegrond Lotharingen. Maar tegenwoordig is ze onvindbaar. De antiquair heeft haar niet, de handel in religiosa evenmin.

Toen ik het beeldje oppakte en vroeg wat het moest kosten, begon ik een vermoeden te krijgen waarom Jeanne zo afwezig is. 'Wil je Le Pen kopen?', schalde de geestige verkoper over de markt. 'Vijftien franc voor Le Pen.'

Jeanne d'Arc kun je in zowat elke Franse stad of dorp ontmoeten. Meestal op een pleintje onder een paar stoffige platanen. Geëxalteerd naar het hogere grijpend, als herderinnetje, of ridderlijk met zwaard en borstkuras. En altijd opvallend alleen, want het monument voor de oorlogsdoden verderop krijgt op gezette tijden zijn krans, begeleid door burgemeester en dorpskapel.

Bij Alésia in Bourgondië zit Jeanne op een groen uitgeslagen bronzen paard. Hier legde Vercingetorix tweeduizend jaar geleden het loodje tegen Julius Caesar. Dus staat bovenop een heuvel een kolossus van deze Galliër in de verte te staren. Hij wel, ben je geneigd te denken, terwijl hij nog verloren heeft ook. Jeanne staat halverwege de heuvel achter een schuur. De bronzen bil van haar paard is voorzien van een Front-National-bewerking.

Arme Jeanne. Orléans ontzet, Frankrijk gered, de koning begeleid zodat hij in Reims gezalfd kon worden. Maar toen al stank voor dank gekregen, door de Fransen verraden en aan de Engelsen uitgeleverd, op de brandstapel geëindigd. En nu weggestopt of vergeten.

Vergeten? Je hoeft maar even te krabben of de vlammen slaan eruit. Luc Besson, Frankrijks succesvolste cineast, maakte vorig najaar een film over Jeanne d'Arc. 'Ik heb haar laten zien zoals ik dacht dat het moest, als kind, adolescent en vervolgens jonge vrouw, gerijpt door haar beproevingen', zei Besson. Jeanne begrijpt na het ontzet van Orléans en de vele doden en gewonden dat ze bloed aan haar handen heeft. 'Dan denkt ze: wat ook mijn zaak mag zijn, ik heb ongelijk. Vanaf dat moment is ze voor mij een heilige.'

De critici dachten anders over de Jeanne van Besson. 'Jeanne is niemands eigendom', schreef een van hen in Le Monde. Vijfentwintig keer werd haar leven al verfilmd - de eerste keer in 1898, drie jaar na de uitvinding van de film. Maar, schrijft de scherprechter in één moeite door, 'het slagen van een film over Jeanne d'Arc vereist een minimale visie, een idee van de geschiedenis en een buitengewone actrice die boven zichzelf uitstijgt'. Jeanne is niemands eigendom en dus, lees je tussen de regels door, zeker niet van een ordinaire avonturenfilmer als Luc Besson, die eerder miljoenen verdiende met het science-fictiondrama The Fifth Element.

Van wie is Jeanne d'Arc dan wel, vraag ik aan Marie-Véronique Clin, conservator van het Musée d'histoire de la médecine in de Parijse Sorbonne. Ook zij had een boos stuk in de krant geschreven: 'Besson mishandelt Jeanne d'Arc.' De Sorbonne vertoont een tentoonstelling van mei '68 met foto's van Rode Dany en Sartre. Maar Sartre is allang dood, Rode Dany treedt tegenwoordig op in talkshows en Jeanne d'Arc is terug. Mevrouw Clin, in de vijftig, zalmroze twinsetje, schreef een Jeanne-biografie samen met Régine Pernoud, de peetmoeder van de Jeanne-studie in Frankrijk. Ze laat een ingelijste foto zien van een klein, breekbaar vrouwtje aan de arm van president Giscard d'Estaing.

Als iemand recht kan doen gelden op het eigendom van Jeanne d'Arc is het Régine Pernoud. Ze schreef een stuk of tien boeken over de Maagd van Orléans, nog eens twintig over de Middeleeuwen. 'Régine Pernoud is Jeanne d'Arc', staat op de achterflap van een geschreven portret van de oude dame. 'Voor Jeanne reisde ze de wereld rond, ontmoette ze Russische dissidenten, werd ze gefeliciteerd door de ira en verdacht door de dst (Franse geheime dienst). Ze kreeg - wonderbaarlijk - over de post een brief van de Pucelle. Als een ver regionaal dagblad één kwaad woord afdrukt over Jeanne, kan het de volgende dag een vernietigende ingezonden brief verwachten.'

Maar Régine Pernoud is op haar 85ste overleden en Marie-Véronique Clin moet de honneurs waarnemen. Ze vervult haar rol met verve: van de film blijft geen spaan heel. 'Jeanne zou de wapens tegen de Engelsen hebben opgenomen omdat ze had gezien hoe haar zus werd verkracht en vermoord. Dus een wraakmotief. Dat is misschien modern en feministisch, maar het heeft met de geschiedenis niks te maken.'

Régine Pernoud was katholiek, bevestigt mevrouw Clin. Zijzelf ook trouwens, maar dat staat er los van. Zo'n verfilming moet een minimaal verband met de feiten houden. Neem de zalving van de koning in Reims. In de kathedraal hebben ze allemaal hun wapenrusting aan. Onmogelijk! En dan de rotte tanden van de Engelsen. De mensen hadden toen veel minder cariës, want ze aten geen bietsuiker.

Stoort het haar niet veel meer dat het Front National zich Jeanne d'Arc heeft toegeëigend? Natuurlijk. Maar Le Pen is niet de enige. De feministen, iedereen heeft Jeanne d'Arc voor zijn karretje gespannen. Tijdens de oorlog brachten Vichy en het verzet allebei affiches in omloop met de afbeelding van Jeanne d'Arc. En zelfs de communisten zagen wel wat in haar. Jeanne was immers verraden door de koning en verbrand door de kerk - dus bruikbaar voor de communisten. 'Iedereen wil een slaatje uit Jeanne slaan. Ik ben eens een kapelaan tegengekomen die beweerde dat hij afstamde van Jeanne d'Arc. Hij noemde haar "ma tante". U begrijpt dat ik die man niet de handkus heb gegeven waarom hij vroeg.'

Ik rijd naar het geboortedorp Domrémy-la-Pucelle in Lotharingen, wat vanaf Parijs nog een ruk van vier uur is. Het dorp ligt pal aan de Maas, die hier niet veel meer voorstelt dan een flinke beek. In de vijftiende eeuw lag Domrémy in het grensgebied tussen het aan de Engelsen gelieerde Bour gondië en de getrouwen aan het Franse koningshuis. Jeanne moet haar patriottisme met de paplepel ingegoten hebben gekregen.

Honderd meter achter het bruggetje over de Maas ligt het kale geboortehuis. De grootste dorpsattractie is de winkel met Jeanne-souvenirs. 'Fin de saison', zegt de moeilijk lopende mevrouw van het winkeltje. Alle Jeannes gaan in de uitverkoop, de koperen kleinste van tien centimeter tot het monster van ruim een meter hoog. Verwacht ze een nieuwe collectie? Nee, dat niet, maar af en toe stunten hoort erbij, lacht ze.

Op elke hoek van Domrémy staat een Jeanne-monument. In het huis uiteraard. In de kerk ligt een marmeren gezichtje omzoomd met doornen. Pal naast de brug over de Maas heft een stenen Jeanne haar zwaard zelfbewust ten hemel. Het beeld dateert van 1890 en werd gemaakt in opdracht van Jules Ferry, staatsman, positivist, socialist. 'Het seculiere Frankrijk', schrijft Marina Warner in haar prachtige biografie Joan of Arc, the image of female heroism (1981), 'blies haar de passie en de inspiratie in'. De figuur van Jeanne d'Arc bevredigde een hunkering naar Frans zelfrespect na de verloren oorlog van 1870 tegen Duitsland. De laatste dertig jaar van de negentiende eeuw kreeg de productie van Jeanne-beelden industriële proporties. Soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog naar het front trokken, knielden voor het geboortehuis om te bidden. Ik rijd naar de basiliek die het dorp van bovenop een heuvel overziet.

Daar staat een heel andere Jeanne voor de deur. De Maagd, gehuld in boerenkledij, knielt nederig neer. Hoog boven haar torenen de drie heiligen die haar influisterden dat ze het vaderland moest redden. De oorlogszuchtige aarts engel Michael spreidt zijn vleugels ver uit, en wijst met zijn rechterhand naar het hogere. Jeanne is niet meer dan een instrument van God.

'Zo vertrouwden de elkaar bestrijdende machtsblokken hun strijd om Jeannes gunsten toe aan onvergankelijk steen', schrijft Marina Warner melodramatisch. Katholiek tegen neutraal, monarchie tegen republiek, rechts tegen links: Jeanne d'Arc werd gebruikt door beide partijen in een bittere strijd die aan het eind van de eeuw in de Dreyfus-affaire tot een kookpunt zou komen.

Le père Mengin is pastoor van de triomfalistische basiliek op de heuvel. Vindt hij het vervelend onderdak te bieden aan een 'heldin voor alle seizoenen', zoals Marina Warner Jeanne noemde? We zijn een eeuw verder, en het kan kapelaan Mengin 'in het geheel niets schelen'. 'U zult merken, als u zich in Jeanne gaat verdiepen, zult u ook door haar worden gegrepen. Zo is het mij ook vergaan.' Tegenwoordig zijn de basiliek en de pastorie allebei acht maten te groot en vooral te koud. De zeventigjarige kapelaan draagt drie truien, een straalkacheltje doet tevergeefs zijn best in een immense woonkamer, ooit goed voor een stuk of tien geestelijken.

Le père Mengin vertelt dat Jeanne d'Arc voor hem vooral medemenselijkheid betekent - zo u wilt anno 2000: solidariteit. Wat hem minder bevalt is dat de Maagd onder collega-pastores weinig populair is. Vanwege het Front National. Ze praten liever niet over Jeanne d'Arc. Hijzelf heeft er geen enkele moeite mee. Père Mengin pakt een tijdschrift van een vergeelde stapel. Hij staat op de foto met de paus, in 1981 genomen. 'Domrémy, pelgrimsoord van vandaag', staat erboven. En de pauselijke vermaning dat 'de traditionele roeping van elk heiligdom nog altijd actueel is: de permanente antenne te zijn van de Blijde Boodschap.'

Tien kilometer bezuiden Domrémy ligt Neufchateau, waar Jeanne als kind bescherming moet hebben gezocht tegen Engelse rampokkers. Het stadje is een Place Jeanne d'Arc rijk, met een standbeeld in wapenrok. De drogist verkoopt prévôts de Jeanne, zuurtjes in een kartonnen doosje. Dat is alles, afgezien van een toeristenfolder van de vvv, die manhaftig een route Jeanne d'Arc probeert te slijten.

Twintig kilometer ten noorden van Domrémy ligt Vaucouleurs. Hier vroeg Jeanne in opdracht van haar stemmen een garnizoen. Vaucouleurs houdt het zo te zien op een monument voor de republikeinse Jeanne, gewapend en te paard, en pal voor de Mairie. Het kunstwerk is in 1962 vernield, staat eronder, dus tijdens de troebelen rondom de dekolonisatie van Algerije. Restaurant Jeanne d'Arc aan de overkant serveert als plat du jour couscous, en verder reikt het engagement van Vaucouleurs vandaag niet.

Op naar Orléans, de stad van Jeanne d'Arc. Hier boekte ze op 8 mei 1429 haar grote succes met het ontzetten van de stad die door de Engelsen werd belegerd. De achtste mei wordt er nog jaarlijks gevierd met optocht en festival. Het stortregent als een vrijwilliger de deuren van de kathedraal openduwt. 'Nee, we hebben niks van Jeanne d'Arc', zegt hij ongevraagd. Ze heeft in de kathedraal gebeden, staat op een bordje. Orléans heeft zwaar onder de Tweede Wereldoorlog geleden, vertelt de oude baas. Niet het Jeanne d'Arc-monument op het grote plein, dat staat er nog. 'De Duitsers smolten alle Franse beelden om. Behalve die van Jeanne d'Arc, omdat zij ook tegen de Britten had gevochten.'

Het Centre Jeanne d'Arc ligt op een steenworp van de kathedraal. Olivier Bouzy zwaait de scepter over het erfgoed van Régine Pernoud. 'Ah, Marie-Véronique Clin', verzucht hij, na het aanhoren van de kritiek op de film van Besson. Bouzy is het brandpunt van de polemiek, omdat hij de vermaledijde cineast heeft geadviseerd. Hij is betrekkelijk jong, 38 jaar, noemt zichzelf dépassionné - neutraal, afstandelijk.

'U moet weten dat er verschillende Jeanne-scholen bestaan', zegt hij. De bâtardisants, de rationalistes en de universitaires. De aanhangers van de bastaard-theorie beweren - ten onrechte - dat Jeanne een halve prinses was. Anders konden ze niet begrijpen hoe ze zo gemakkelijk tot de kroonprins kon doordringen. De rationalisten beweren in het voetspoor van Voltaire dat Jeanne 'een ziekelijke hysterica' was. Mevrouw Clin hoort bij de katholieke school, net als Régine Pernoud. 'Die kende de teksten van het proces dat aan de brandstapel vooraf ging bijna uit haar hoofd. Maar van de context klopt niet veel.'

Bouzy plaatst zichzelf in de universitaire school. Hij heeft Middel eeuwse geschiedenis gestudeerd. Zijn scriptie ging niet over Jeanne d'Arc. 'Mij werd te verstaan gegeven: dat is te gevaarlijk. Fysiek gevaarlijk, ja.' En hij vertelt hoe professor Thalamas werd afgetuigd door aanhangers van de ultra-rechtse katholieke politicus Charles Maurras, omdat hij aan de Sorbonne een te rationalistische versie van het Jeanne d'Arc-verhaal doceerde. Dat was in 1907.

Kom kom, zeg ik, 1907 is niet gisteren. Maar geschiedenis is in Frankrijk nooit onschuldig, onderwijst Bouzy. Fransen leven in hun geschiedenis, veel meer dan Nederlanders, schreef ex-directeur Philip Noble van het Maison Descartes in Amsterdam ooit. Vijf jaar terug debatteerde het land serieus over de doop van koning Clovis, zegge vijftienhonderd jaar geleden. Brandende kwestie: is Frankrijk in wezen een katholiek land, ja of nee?

In 1997 raakte premier Jospin in politieke moeilijkheden omdat hij de deserteurs van 1917 weer aan de borst van de Republiek wilde drukken. Opinie weekbladen wijden geregeld hun omslagverhalen aan historische figuren, met een voorkeur voor Franse historische figuren. Napoleon verkoopt nog steeds, De Gaulle idem. De laatste sprak onophoudelijk in historische parabels. Politici met geheime presidentiële ambities schrijven een boek, liefst een biografie van een historische figuur. Het obstinaat-linkse weekblad Marianne begon onlangs een serieuze polemiek over de kwestie dat niet de Engelsen, maar de Fransen zelf Jeanne d'Arc op de brandstapel hadden gezet.

Régine Pernoud, vertelt Olivier Bouzy, had de pest aan hem omdat hij de universiteit vertegenwoordigde. Jeanne d'Arc, placht zij te zeggen, is tweemaal door de universiteit eermoord. Eerst omdat de Sorbonne haar doodvonnis bekrachtigde, daarna omdat de manier waarop de Jeanne d'Arc-studie aan de universiteit werd aangepakt, haar niet beviel.

'Voor Régine Pernoud was Jeanne een heilige. Met als gevolg dat al het werk dat ze heeft verzet, opnieuw gedaan moet worden. De bekendste scène, die waar Jeanne de stemmen van de heilige hoort terwijl ze schapen hoedt, klopt niet. Er is nergens ooit iets over schapen gezegd. Ze was helemaal geen herderinnetje, dat hoort bij de legende.'

In 1979 meldde president Giscard d'Estaing zich op het Jeanne d'Arc-festival in Orléans. Marina Warner schreef naar aanleiding daarvan dat Jeanne 'nu een veilig symbool is van de grootheid van het land, voor alle gezindten, ondanks de verschillen'. Daar leek het op, temeer omdat de socialisten voorstelden de werkloosheid onder de staalarbeiders in Lotharingen te bestrijden door voor elke Fransman een beeldje van Jeanne d'Arc te laten gieten. Drieënvijftig miljoen Jeanne-minia turen, en de staalindustrie zou gered zijn.

We kennen het vervolg. De staalindustrie ging er alsnog aan en Jeanne d'Arc werd ongevraagd lid gemaakt van het Front National. Haar vergulde beeld staat op de Place des Pyramides in Parijs, schuin tegenover het Louvre. Hier begon de ultrarechtse, royalistische Action Française van Maurras begin van de eeuw zijn relletjes. Jean-Marie Le Pen pakte de traditie in de jaren tachtig handig op door op 1 mei - dag van de arbeid voor links - een jaarlijkse mars te organiseren die begint onder het beeld van Jeanne d'Arc en eindigt bij de Opéra. De strijd voor Frankrijk werd geperverteerd tot de strijd voor 'Frankrijk eerst' - La France d'abord. Jeanne d'Arc werd twintig jaar lang onaanraakbaar.

In hoeverre is Frankrijk in het jaar 2000 wèl met Jeanne d'Arc in het reine? Het verscheurde Front National speelt voorlopig geen serieuze rol. 'Nadat ze lang van Le Pen is geweest, moest de figuur van Jeanne weer getemd worden', zegt directeur Bouzy. Luc Besson heeft het stof van Jeanne afgeblazen. Dat is het belang van de film. Op een harde manier, dat wel. 'Maar het Front National heeft nooit succes gehad in de steden van Jeanne d'Arc, noch in Orléans, noch in Reims, noch in Rouaan.'

Terug naar Parijs. Daar bevindt zich de Association Universelle des Amis de Jeanne d'Arc. Die moet kunnen uitleggen wat het geheim van de aantrekkingskracht van Jeanne d'Arc is. De Association is gevestigd in een klassiek appartement in het nuffige zestiende arrondissement. Op de kapstok ligt een képi. Voorzitter René Olivier heeft de secretaris gevraagd het gesprek bij te wonen. Kolonel de la Ville Bauge en hijzelf zijn met retraite, maar rijden nog elke dinsdag paard bij de Ecole Militaire.

Ik leg de heren voor dat de grote historicus Marc Bloch - tijdens de oorlog door de Duitsers vermoord - ooit zei dat voor hem twee gebeurtenissen in de Franse geschiedenis telden: de zalving van koning Karel VII dankzij Jeanne d'Arc en de inname van de Bastille. 'Sapperloot', schrikt Olivier. De revolutie en Jeanne d'Arc in één adem - dat kan niet. 'Ik zie het anders. Ze heeft in een jaar en een maand de honderdjarige oorlog doen omslaan. En dus de Europese geschiedenis, anders hadden de Engelsen Europa veroverd. Ze was terriblement français, maar ook universeel. Een tijdje geleden had ik een diner met een hooggeplaatste Rus. Kennen de Russen Jeanne d'Arc, vroeg ik. Hij maakte een enorm armgebaar: iedereen, niemand uitgezonderd!

'Wist u dat Jeanne d'Arc ook in Japan bekend is?' Hij prikt een vinger in mijn richting. 'Hoe zit het in Holland?' Ik knik. 'Zie je wel. Dat is belangrijk', zegt hij tegen de kolonel. 'Weet u, ons interesseert het niet of het Front National dan wel de communisten Jeanne d'Arc proberen in te lijven. Wij leven in de vijftiende eeuw. Ik heb net een artikel geschreven over de militaire kwaliteiten van Jeanne d'Arc. Het staat in het personeelsblad van de infanterie. Dat zal ik u opsturen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden