EssayMillennials en corona

Een heerlijk tijdloos bestaan zonder grote plannen of doelen

Beeld Jip van den Toorn

Toen de pandemie toesloeg belandde Doortje Smithuijsen, net als veel andere jonge zzp’ers, plots in een tijdloos bestaan zonder grote doelen. Maar wat bleek: ze vond het heerlijk.

Half maart, op een van mijn laatste precorona-uitjes, zat ik (28) tijdens een concert naast een man van eind 70. Het grootste deel van zijn carrière was hij directeur geweest van een multinational, daarna voorzitter van allerlei besturen, maar inmiddels lag zijn werkende leven ontegenzeggelijk achter hem. Wat doe je dan nu op een dag, vroeg ik. ‘Precies hetzelfde als eerst’, zei hij, ‘alleen, alles duurt veel langer.’ Opstaan, aankleden, ontbijten, krant lezen, koffie, nog eens die krant. ‘Vroeger deed ik dat in een uur, nu is de dag al halverwege als ik er klaar mee ben.’

‘En is dat fijn?’, vroeg ik.

‘Het is heerlijk.’

Zelf kon ik me moeilijk voorstellen zo de dag te beginnen. Zo veel tijd verdoen, dat was in mijn dagelijks leven ondenkbaar. Daarvoor waren er te veel koffieafspraken, te veel stukken die ik moest schrijven en ideeën die ik moest uitwerken. Te veel feestjes en etentjes, te veel tentoonstellingen die ik moest bezoeken, films die ik moest zien. Toen ik was uitgesproken met de pensionado, ging ik snel weg van de borrel na afloop van het concert: ik moest nog door naar een boekpresentatie.

Mijzelf en mijn sociale kring kun je misschien het best omschrijven met de term ‘yuc’ – young urban creative, het alternatieve broertje van de young urban professional. Het type eind-twintiger of dertiger zonder kinderen, zonder vaste baan, zonder koophuis, met kunstzinnig werk en bureau in een creatieve co-working space. Het type dat meedeelt in de ‘gig-economie’: niet levend van loonstrook naar loonstrook, maar van opdracht naar opdracht en van factuur naar factuur – die vaak in hoogte enorm verschillen. De groep met de minste verantwoordelijkheden, zou je kunnen zeggen, maar met de grootste drive om iets van het leven te maken. De groep met het minst stabiele inkomen, maar met de hoogste jaarrekening aan ingewikkelde koffie – vandaar dat de bijnaam ‘havermelkelite’ steeds meer in zwang raakt.

Maar de havermelkelite is zeker niet lui. In zekere zin leefden mijn vrienden en ik voor corona elke dag alsof het onze laatste was. We waren altijd aan het werk – overdag achter de laptop, ’s avonds op onze mobiel. En als we niet werkten, waren we wel op een andere manier bezig onze tijd zo goed mogelijk te benutten. Elke dag sporten, elke dag vrienden zien, liefst in leuke restaurants, zo vaak als het kon naar musea en theater. Ik sprak zelden iemand van mijn leeftijd die toegaf hele of halve dagen te besteden zoals die pensionado – aan iets wat je toch het best zou kunnen omschrijven als ‘lummelen’.

Volkomen logisch, overigens: we leven in een maatschappij die wordt gekenmerkt door vrije markt en meritocratie, het systeem waarbij de ‘waarde’ van een mens wordt bepaald door diens verdiensten. Zodra de huisje-boompje-beestjesituatie zich aandient, lijkt die strijd om wie het als eerste ‘gemaakt heeft’ voor de meeste eind-twintigers en dertigers enigszins aan urgentie te verliezen. Maar tot die tijd moet er constant van alles bereikt worden, zowel op zakelijk gebied als in je privéleven. We hebben, kortom, geen tijd te verliezen.

Tot de pandemie om zich heen begon te slaan en mijn hele kennissenkring het pensionadoleven in werd geslingerd. 

Het ging geleidelijk. Het begin van de coronamaatregelen had nog iets van een gezamenlijke sabbatical: een aantal weken met minder verplichtingen, waarin je de overgebleven uren kon invullen met zinnige besteding naar keuze. Vrienden begonnen aan 30-day ab challenges, aan de Russische bibliotheek, aan het leren van een nieuwe taal. Ik maakte een lijst met films en boeken die ik wilde lezen en zien, haalde een kookboek en een halve toko in huis, vast van plan om Japans te leren koken. Eigenlijk leek onze houding nog het meest op die van president Trump in zijn eerste coronaspeech: we zagen de pandemie als een ‘tijdelijke situatie’ die we vooral moesten ‘overwinnen’.

Een goede vriend, een architect, besloot de vrijgekomen tijd te besteden aan het voor eens en voor altijd veiligstellen van een bouwvergunning. Dagenlang hing hij aan de telefoon met de gemeente, steevast zonder succes. Na een aantal weken, halverwege april, besloot hij tot een ander nuttig klusje: het oude horloge van zijn vader laten repareren. Hij nam het ding mee naar een horlogewinkel, maar kwam op weg daarheen een vriendin tegen, met wie hij koffie besloot te halen.

‘Toen kwamen we nog iemand tegen, haalden we met z’n drieën een fles wijn en gingen we in het park zitten. En ineens was de hele dag voorbij.’ Het kapotte horloge had mijn vriend een tijdloze dag bezorgd. Een dag zonder starre ambtenaren en vastgeroeste gemeenteprotocollen; een dag zonder efficiënte indeling, zonder duidelijk doel, behalve misschien de dag zelf.

De weken die daarop volgden, gingen ikzelf en de mensen om mij heen steeds meer leven naar dit kapottehorlogemodel: steeds meer de uren en dagen omarmen zonder ze te voorzien van een duidelijke invulling. Steeds minder buikspieroefeningen, steeds meer wandelen zonder bestemming. Met het aldoor verder verwijderd raken van een stip op de horizon om naartoe te leven, verdween de drang om steeds maar doelen te halen. Toen ik op een dag, ergens eind april, vrijwel de hele ochtend had besteed aan doelloos door YouTube klikken (van filmpjes van graafmachines via Koreaanse kookvideo’s naar vlogs over Japanse games), dacht ik weer aan die gepensioneerde man bij het concert. Hoewel onze concrete invulling verschillend was, was de manier waarop we onze ochtenden besteedden ineens behoorlijk vergelijkbaar. En hij had gelijk: het was heerlijk.

Not-to-dolijst: wat we nu eens allemaal níet gaan doen
Voornemens zorgen voor onrust en zelfhaat als het er niet van komt. Daarom hebben we een lijst samengesteld met zaken die je kunt aanvinken omdat je ze níet gaat doen. Vul onderin ook je eigen ‘not-to-do’ in.

Ik was niet de enige die versneld in een pensionadolevensstijl terecht was gekomen. Mijn studiogenoten, die zich eerder nog zorgen hadden gemaakt over het voortbestaan van hun baan, gaven zich nu over aan de afwezigheid van opdrachten en aan de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Eerst was er nog het idee die Tozo-tijd te benutten met iets zinnigs – je portfolio bijwerken, of anders je eigen site – maar algauw kwamen mijn tijdelijk werkloos geworden zzp-collega’s vooral naar de studio om podcasts te luisteren en te lunchen met meegenomen Ottolenghi-creaties. In zekere zin was hun leven niet heel anders dan dat van de gemiddelde AOW’er: je leeft van een bescheiden maandelijkse uitkering en de tijd strekt zich voor je uit als een eindeloze vlakte, zonder grote plannen en zonder doel.

Halverwege mei had ik gevoelsmatig meer vrienden mét dan zonder ‘moederdeeg’, zo’n pot met een gistcultuur waarmee je zuurdesembrood kunt bakken, die je een paar keer per dag moet ‘voeren’ met nieuw meel. Net als puzzels leggen, borduren, kleuren en andere bezigheden die weinig anders tot doel hebben dan de activiteit zelf, was het onderhouden van een gistcultuur in rap tempo bizar populair geworden. Waar mijn kennissen en ik een paar weken geleden nog dagelijks gehaast een havermelklatte haalden, maakten we nu zelf onze havermelk met een blender en een kaasdoek.

De strijd om het als eerste te maken leek door corona te zijn stilgelegd. Vrienden die zich eerder nog druk maakten over het wegvallen van werk, raakten nu gestresst als opdrachtgevers zich meldden. Liever lazen ze de hele dag Vrij Nederland of De Groene Amsterdammer – want weet je hoeveel interessante artikelen daar eigenlijk in staan? Anderen begonnen heel enthousiast hun verwaarloosde tuintjes en balkons te onderhouden. De hele dag waren ze in de weer met gieters en hydrokorrels, om vervolgens urenlang tevreden naar hun botanische werkzaamheden te zitten staren.

Van fomo (fear of missing out) was nauwelijks nog sprake; wie een avond niets te doen had, had daar nu vrede mee – zo veel viel er toch niet te missen. Met geld verdienen ging het een beetje hetzelfde. Natuurlijk, er vielen opdrachten weg – veel vrienden zaten nu ineens in de bijstand, terwijl ze voorheen dagtarieven rekenden ter hoogte van zowat een maand Tozo – maar met het wegvallen van de uitgaanssector viel er toch niet zo veel geld uit te geven. We prezen ons vooral gelukkig zonder kinderen die thuis les moesten krijgen, zonder eindeloze Zoom-vergaderingen en echtgenoten die ineens wel heel erg op je lip zaten, de hele dag.

Waar ik een paar maanden geleden iemand was die etentjes drie weken van tevoren inplande, word ik nu al zenuwachtig als iemand een koffieafspraak voorstelt voor de volgende dag. Ik sta op als het licht wordt, ga naar bed als de zon ondergaat, en kan inmiddels – geen grap – ’s nachts aan de stand van de maan zien hoe laat het zo ongeveer is. Ik maak nauwelijks nog plannen, maar vermaak me enorm met de mensen die ik tegenkom tijdens het slenteren door mijn buurt. ‘Het begint hier steeds meer op Cuba te lijken’, zei een vriendin – net als ik freelancer zonder grotemensenverantwoordelijkheden – toen we elkaar op een dinsdagochtend tegenkwamen. ‘Overal hoogopgeleide, creatieve mensen, die niets te doen hebben en maar een beetje op straat hangen.’

Natuurlijk, het versneld ingetreden pensioen krijgt vooral vorm bij zzp’ers als wij. Maar ook in de wereld van de vaste banen lijkt de aantrekkingskracht van het ongeplande leven steeds sterker te worden. Een bevriende advocaat vertelde bijvoorbeeld hoe hij zichzelf steeds vaker op stil zette in een onlinevergadering, om te kijken of hij gemist werd. Toen dat telkens niet het geval bleek, besloot hij gewoon maar in het park te gaan liggen. Na een paar uur in de zon hoorde hij een bekende stem achter zich – een van de partners, druk bellend in zijn headset, zo te horen verwikkeld in een belangrijk overleg. Mijn vriend sprong op en dook achter een struik, om daar de collega verder te zien wandelen.

Dus nu durf je zeker niet meer zomaar overdag het park in te gaan, zei ik toen hij deze anekdote vertelde. Jawel hoor, antwoordde hij. ‘Ik moet alleen beter opletten waar ik ga liggen.’ Nergens voelde hij zich wezenlijk schuldig over zijn gedrag.

Die meritocratische, individualistische ratrace houdt nooit op, maar heeft constant tussentijdse finishmomenten. Een borrel waarop je moet vertellen over je successen, een deadline die je moet halen, een vakantie waarvoor je eerst van alles af moet krijgen en waarop je je summer body aan je vrienden moet laten zien. Nu die momenten grotendeels zijn afgelast, lijkt onze obsessie met efficiëntie in rap tempo af te nemen. We gaan steeds meer leven zoals die pensionado: we nemen de tijd voor dingen waarvoor we eerst nauwelijks de tijd namen, en we vinden het heerlijk.

Eén verschil is er natuurlijk wel: de man bij het concert had het overgrote deel van zijn leven keihard gewerkt, waardoor hij zich nu zorgeloos kon overgeven aan nietsdoen. De vraag is hoelang je ontspannen kunt blijven als je (flex)werk steeds onzekerder wordt, als op elke persconferentie  kan worden aangekondigd dat je Tozo wordt geschrapt. Ondertussen begint het inplannen van horeca-, theater- en filmbezoek alweer te lonken, met als extra stressfactor dat je nu vooraf moet beslissen of er wel of geen buitenhuishoudelijke gasten aanhaken. Het is te hopen dat, mocht de gig-economie met bijbehorende drukke schema’s straks weer volop draaien, elke yuc af en toe eens naast een pensionado zit. Om er weer even aan te worden herinnerd dat er ook een leven is zonder rennen van afspraak naar afspraak. En dat dat leven heerlijk is.

Vooral 35-minners werkloos

Vooral onder mensen onder de 35 neemt de werkloosheid sinds de coronacrisis sterk toe, zo bleek begin juni uit onderzoek van Divosa, de vereniging van gemeentelijke directeuren van sociale diensten. De instroom van mensen tot 27 jaar in de bijstand nam toe met 55 procent en die van 27- tot 35-jarigen met 58 procent. Bij oudere leeftijdsgroepen lag de stijging tussen de 19 en 32 procent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden