EEN GYMSCHOEN VAN ZIJDE

De mannenmode van Lanvin, het Franse modehuis, boeide de laatste decennia weinig. Maar sinds een jaar vliegt de collectie de winkels uit....

‘Meid, ik ga je hangen want ik moet me haasten; het feestje begint zo’, roept André Leon Talley in zijn mobiele telefoon. Hij staat op Madison Avenue, voor de deur van Barneys New York, en in dat warenhuis is hij vanavond een van de drie gastheren op de presentatie van de nieuwe mannenmode van Lanvin. ‘Kom je er voor overgevlogen uit Nederland? Kind, wat een goed idee!’, zegt hij als we ons in het doolhof van roltrappen begeven en eerst per ongeluk op de damesmodeafdeling belanden, bij de hoek van ‘Victor & Rolf’, want ook bij het deftige Barneys weten ze Hollands trots niet goed te spellen.

Leon Talley is de rechterhand van Anna Wintour, de hoofdredactrice van Vogue, en in die hoedanigheid is hij misschien wel de machtigste man in de Amerikaanse modewereld. Vanavond draagt Leon Talley een leren jasje dat is afgebiesd met een gouden ketting. ‘Couture Chanel’, zegt hij. ‘Karl heeft het jaren geleden voor me gemaakt.’ Of hij voor de gelegenheid geen Lanvin aan had kunnen trekken? ‘Nee, misschien kan ik zodadelijk iets uit het rek halen? Hoewel, alles is natuurlijk véél te klein voor mij’, zegt de kolossale moderedacteur. Waarom hij zijn naam aan het feestje van vanavond verbindt? ‘Een vriendendienst, maar ook omdat de nieuwe herenmode van Lanvin zo goed is: zacht, gevoelig, bijna vrouwelijk. Het voelt als iets nieuws.’

Lanvin, het oudste nog functionele Franse modehuis, maakt al ongeveer honderd jaar mannenmode, maar boeide daarmee de laatste decennia weinig. Het geld kwam binnen met parfums en after shave – Arpège is een klassieker – en de vaste klant die elk jaar een nieuw pak en een paar overhemden kocht. ‘Mode’ kon je het amper noemen.

Het merk werd een paar jaar geleden verkocht aan een Taiwanese mediamagnaat, en zij huurde ontwerper Alber Elbaz in, om damesmode te ontwerpen. Geniale zet: Lanvin werd direct een toonaangevend damesmodemerk.

De herenlijn bleef saai. En dus werd het ook daar tijd voor een frisse wind, een nieuwe ontwerper, nieuwe kleren, herenmodeshows in Parijs, en nu, bijna een jaar later, een feestje in het New Yorkse warenhuis waarvan de directeur met vreugde meldt dat 80 procent van de Lanvin-collectie al ruim voor de uitverkoop verkocht is. ‘Dat maken we niet vaak mee’, zegt hij.

Een feestelijke presentatie dus, voor pers en vaste klanten van het warenhuis. Er zijn een paar rekken vol mooie, aaibare, klassieke kleren. Een fluwelen smoking, een wollen polotrui, een grote paarse vlinderstrik, een hooded vest van geschoren nerts met een kasjmier voering voor de meeneemprijs van twaalfduizend dollar. Er is champagne. Er zijn koekjes, overgevlogen uit Parijs, maar die raakt niemand vanavond aan, want modemensen snoepen niet in het bijzijn van collega’s. Leon Talley is er als Amerikaanse host. Lanvins immer vrolijke creative director Elbaz is er; zijn aanstekelijke lach verdwijnt de hele avond niet van z’n gezicht.

De derde gastheer van de avond is een jongeman die er wat verlegen, teruggetrokken bijstaat. Hij knikt vriendelijk en lacht mee als er wat te lachen valt, maar lijkt zich dan al snel weer uit de gezelligheid terug te trekken. Lucas Ossendrijver, 36 jaar, geboren in Amersfoort, ontwerpt sinds een jaar de mannenmode van Lanvin en oogst daarmee wereldwijd jubelende kritieken. ‘Eerlijk is eerlijk, dit is een van de beste collecties die we de afgelopen twee weken zagen’, schreef The Guardian in januari 2006. ‘De beste collectie van dit najaar’, vond The New York Times een half jaar later. En uit de Britse Independent: ‘Ossendrijvers mannenmode genereert een buzz die we niet meer gehoord hebben sinds, eh, de lancering van de damesmode van Lanvin. Geen wonder dat hij in een adem genoemd wordt met ontwerpers als Raf Simons en Helmut Lang.’

‘Ha, dat is aardig’, zegt Ossendrijver.

Zijn vader heeft een bouwbedrijf in Amersfoort. Lucas had er wellicht carrière in kunnen maken, maar hij ging naar de kunstacademie in Arnhem. In 1993 toonde hij zijn mannenmode in Parijs, samen met onder anderen Viktor & Rolf en Saskia van Drimmelen. Ze noemden zich Le Cri Néerlandais en ze wilden wereldberoemd worden, of althans hun talent tot over de landsgrenzen laten zien. Lucas ging in Duitsland werken, en later bij Kenzo in Parijs.

In 2001 begon hij als assistent bij Hedi Slimane, de zojuist aangestelde ontwerper van Dior Homme die met zijn ultraslanke silhouet en hoekige punkmode een sensatie in de mannenmode veroorzaakte. ‘Wat ik van Hedi leerde? Precisie, tot in elk detail, tot op de millimeter. En dat je altijd het uiterste van mensen mag eisen. Hedi heeft heel veel in beweging gezet, heeft ontzettend extreme kleren voor mannen laten zien. Al heb je daar misschien niet altijd zin in, het schudde de modewereld wel compleet op.’ Maar Ossendrijver raakte uitgekeken op de dienstbaarheid van het assistentschap en nam na vier jaar ontslag. ‘Het leek me tijd om zelf aan het hoofd van een designteam te staan.’

Hij sprak in 2005 met de mensen van Versace, Jil Sander, Louis Vuitton, en twijfelde uiteindelijk tussen een goede positie bij Ralph Lauren (‘interessant merk, maar ik vind het toch een tamelijk lelijk product; en ik had geen zin om in New York te moeten werken’) en een nieuw op te zetten herenmodelijn voor Lanvin. ‘Ik wilde er iets heel klassieks van maken, luxe Franse mode, maar anders uitgevoerd; jong, zacht, met andere materialen, nieuwe toepassingen. Alles moest heel licht worden, niks mocht rigide zijn.’

En dat is het geworden, met nieuwe versies van klassiekers zoals de militaire wollen winterjas, die Ossendrijver uit het rek haalt. ‘Het is een tailored jas, maar de voering is bij een fabrikant van sportkleding gemaakt. De logistiek van die combinatie van twee fabrikanten is ingewikkeld en dus neemt bijna niemand die moeite, maar ik vind het resultaat interessant.’ De knopen, in een dubbele rij geplaatst, zijn verguld, maar zo bewerkt dat het goud niet glimt. Het valt amper op, maar een metalen of koperen knoop zou gewoon minder mooi zijn, vindt Ossendrijver.

Hij maakt mode van het fluisterende soort, waar het spektakel zeker niet vanaf knalt; het is in wezen het tegenovergestelde van de mode van Dior Homme, geeft hij toe. De waardering die Lanvin er wereldwijd mee krijgt lijkt tekenend voor de richting waarin mannenmode zich begeeft. ‘Ik hoop het’, zegt Ossendrijver. ‘Dat de aandacht echt naar de kleren gaat, naar de kwaliteit van stof en ontwerp, en dat je er geen ontwerper bij nodig hebt die als een filmster in de publiciteit staat. Ik vind het idee van de ontwerper als beroemdheid althans nogal achterhaald. Je moet een goed product ontwerpen.’

‘De samenwerking gaat verbluffend goed’, zegt Alber Elbaz. ‘Lucas en ik spreken elkaar een paar keer per seizoen. We motiveren elkaar, professioneel en persoonlijk, maar we hebben verder weinig overleg nodig. Zijn studio ligt aan de overkant van de straat van de mijne, maar we zien elkaar sporadisch.’ Of ze eens in de maand samen lunchen of het café in gaan? ‘Welnee, dat is helemaal niet de basis van onze samenwerking. Je spreekt toch ook niet met je moeder in het café af? Je weet gewoon dat je er voor elkaar bent. Dat is een zeldzaam gevoel.’

Een paar maanden geleden werd ingebroken in het Parijse appartement van Ossendrijver. Zijn laptop was weg, en al zijn kleren van Dior. Dat was veel – een ontwerper verzamelt nogal wat als hij vier jaar voor een modemerk werkt. Ossendrijver: ‘De inbreker had zelfs de wasmand omgedraaid; echt álles van Dior was weg. Het rare was, merken als Comme des Garçons en Helmut Lang had hij laten liggen. Het voelde gek genoeg als een opluchting. Al die kleren weg, een periode afgesloten. Het was interessant bij Dior, maar het was niet de leukste tijd. Ik heb nu veel meer plezier. Het is voor het eerst in tien jaar dat ik denk: ik blijf voorgoed in Parijs.’

De lancering van Lanvins nieuwe mannenmodelijn ging niet gepaard met een doortimmerde strategie; eigenlijk werd ermee slechts een proefballon opgelaten. In geval van een flop was het project waarschijnlijk geruisloos afgevoerd. Ossendrijvers eerste collectie was ‘piepklein’ en hij ontwierp alles in z’n eentje. ‘Het begon met vijf jassen, drie colberts, twee paar schoenen, drie tassen. Elke verandering was een verovering, want ik was wel door de leiding ingehuurd, maar niemand zei wat ik moest doen, niets stond vast, op Alber na zat niemand op mijn komst te wachten. Ik moest naast een collectie ook mijn eigen baan creëren.’

Inmiddels heeft hij een paar assistenten en groeit zijn invloed op de ‘gewone’ herenmodelijn van Lanvin. Ossendrijver: ‘Het leuke is dat alle veranderingen heel geleidelijk gaan. Ik hou niet van een modehuis waar het roer ineens omgegooid wordt. Nu verandert heel Lanvin geleidelijk van koers. Een half jaar geleden hing mijn collectie in een hoekje van onze Parijse winkel, nu heb ik de halve begane grond en de helft van de etalages. En het komend jaar gaan we eens naar de rest van de winkel kijken, want het heeft nu de allure van de V & D, inclusief roltrappen. Daar wordt niemand gelukkig van.’

Hij zou zich wel met een nieuwe herengeur willen bemoeien, en zijn collectie moet nog veel groter groeien. ‘Hoewel het een niche-product blijft. Het heeft voor ons geen zin om T-shirts voor driehonderd euro te gaan maken; daarvoor komt niemand bij Lanvin.’ Maar de scepsis die er in het bedrijf, en bij inkopers van warenhuizen, bestond voor een paar zijden gymschoenen of een fluwelen jasje van een paar duizend euro is onterecht gebleken. ‘Er is een markt voor’, zegt Ossendrijver.

We spreken elkaar nogmaals vlak voor kerst, in Parijs. Is de collectie voor het najaar van 2007 af? ‘O, al lang.’ Wat wordt het? ‘Dat kan ik niet zeggen.’ Zou hij niet de breedte in willen, en een jonge sportlijn voor Lanvin willen ontwerpen? Hij lacht. ‘Geen commentaar.’ En dan: ‘Alber en ik hebben laatst de allerlaatste fittings gedaan. Big change! Je ziet het wel op de show in januari.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden