Een grotestadssprookje

In de wat armoedige wijk Moscou in Gent trok Bart Lodewijks krijtlijnen op muurtjes, op fabrieken, op gevels bij bewoners van wie dat mocht....

Er belt een man aan met de vraag of hij de voorgevel van uw huis mag gebruiken voor een kunstproject. Hij is eind dertig en ziet er fris en ongevaarlijk uit. Wat doet u?

Wees eerlijk: de kans dat u zegt: ‘Doe maar wat je niet laten kan – daar staat de ladder’ is klein. Alles goed en wel met die kunst in de openbare ruimte, maar not in my backyard en op de gevel al helemaal niet. Trouwens, wat zeiden de buren?

Het antwoord op die vraag staat in de publicatie Onvergetelijke buurt, een rijk boekje van uitgeverij Roma Publications in samenwerking met het Stedelijke Museum voor Aktuele Kunst in Gent (S.M.A.K.) Dat bewijst dat het anders kan – en hoe. Het boekje is regelrecht tegengif tegen cultuurpessimisme.

Kunstenaar Bart Lodewijks werd door het S.M.A.K. uitgenodigd om zijn krijttekeningen, die hij al onder andere op Curaçao, in Lissabon en Porto en in Den Haag maakte, uit te voeren in de Gentse wijk Moscou gedurende drie maanden. Het zou een tijdelijk werk in de openbare ruimte zijn. Net aangebrachte krijtlijnen, schrijft hij, ‘hebben de kracht van gloeiende steenkool en genieten een glorietijd van twee tot zes dagen’. Daarna doen wind en regen hun werk.

Wie weet dat de wijk Moscou een vergeten uithoek in de stad Gent is, ingeklemd in een driehoek van spoorrails waar de treinen aan alle kanten langs denderen, vermoedt al wat de kunstenaar hier moet zijn: een veredelde sociaal werker die voor cohesie in een krachtwijk moet gaan zorgen. Slecht onderhouden stoepen, kunststof kozijnen in de smalle rijtjeshuizen, twee watertorens midden in de buurt, veel gebouwen die iets ‘voormaligs’ zijn met zwerfhout eromheen – charmant als je er niet hoeft te wonen en vermoedelijk geen buurt met veel linkse hobby’s.

Dat het toch een succes werd, is te danken aan de kunstenaar en zijn lange adem. Als jongeman fietste Lodewijks al eens naar de Noordkaap en terug en schreef daar een mooi boekje over – doorzettingsvermogen heeft hij. Hij toog aan het werk in 2007 en begon te tekenen op ‘lage muurtjes die aan iedereen en niemand toebehoren.’ Met de rug naar de straat tekende hij zijn lange, grafische lijnpatronen. Hij hoopte op koffie maar niemand gaf sjoege.

Pas toen een regenbui de tekeningen aanvrat en schoolkinderen ze spontaan weer inkleurden, begon er iets te knarsen en te kraken in de buurt. Hij tekende verder, op fabrieken en blinde muren, en hoorde hoe buurtbewoners zijn werk aan elkaar uitlegden: ‘Ziede da nie?’

Toen ging hij de straten in, belde aan, en tekende op de gevels. Als er één af was, ging hij naar de buren, en wie niet wilde, sloeg hij over. Sommige bewoners lieten hem binnen en dan tekende hij tot in hun slaapkamers. Vier maanden werden acht maanden, werden een jaar, werden anderhalf jaar. Uiteindelijk duurde het drie jaar voordat hij klaar was.

Dit alles zou nog steeds vrij onopgemerkt zijn gebleven als Bart Lodewijks niet zo’n begenadigd schrijver was geweest. Het boekje bestaat vooral uit foto’s met dagboekaantekeningen. Hartverscheurend: het verhaal van de buurvrouw die voor de tekenaar de auto voor het huis niet kon verplaatsen, omdat haar overleden man die daar vijf jaar geleden had neergezet voordat hij overleed. Enkele weken later takelden dakdekkers de auto de straat uit.

Maar vooral bevat het boek een paar lange brieven. Aan de artistiek directeur van het S.M.A.K., Philippe VanCauteren, die het door hem geïnitieerde project helemaal uit zijn voegen ziet groeien. En een tweede prachtige brief aan de directeur van de Belgische Spoorwegen.

Want Lodewijks heeft een verzoek. Na lang aarzelen stapte hij af op een voormalig spoorhuis, waar de hoogbejaarde Louis de Bock woont. Het markante huisje staat op twee meter afstand, geïsoleerd, aan het spoor en de kunstenaar wil het heel graag met zijn krijtlijnen bedekken. De 82-jarige man stemt toe – meer dan dat, hij laat Lodewijks zijn interieur ook bedekken naar eigen inzicht. Wekenlang komt de kunstenaar over de vloer.

De buitengevel is toevallig zo gelegen dat wind en regen er weinig vat op hebben. De tekening blijft wonderbaarlijk intact. Louis de Bock vind het niet heel mooi, maar: ‘Als iemand van de spoorwegen zou komen om zijn mening te vragen dan zou hij mij verdedigen door te zeggen dat de voegen van het huis te grof gemetseld waren. ‘Daar kan de kunstenaar niets aan doen’ zou hij benadrukken. Het speet hem dat het slechte voegwerk ten nadele van de tekening was. Maar de nieuwe status die het huis door toedoen van de tekening in de buurt gekregen had, beviel hem wel’, schrijft Lodewijks aan de spoorwegdirecteur.

De kunstenaar vraagt aan de Spoorwegen of ze samen met het museum de tekening aan willen kopen – ergo, het huis willen laten staan, ook al belandt de bewoner niet lang erna in een verpleeghuis. Het huis zou kunnen blijven, als monument voor de buurt die de kunstenaar ontving en Louis de Bock die ‘de wereld aanschouwde vanaf zijn omgekeerde emmer.’

Zou de spoorwegdirecteur het doen? Het einde van dit grotestadssprookje is nog niet bekend, maar Onvergetelijke buurt ondergraaft elke scepsis die je tegen dit soort sociaal-maatschappelijke projecten kunt hebben. Zo’n kunstenaar gun je elke buurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden