Eén groot oooh en aaah

Een Himalaya aan omroeparchieven en festivalverslagen is omgespit voor 'Een Nederlands Wonder', het jubileumboek waarin in sneltreinperspectief de geschiedenis van het Holland Festival is opgetekend....

TERWIJL DE Symphony nr 4 van de New-Yorkse decibellenartiest Glenn Branca loeiend de pijngrenzen verkent van het publiek in Carré, klampen boze musici van het Omroep Orkest in de gang Frans de Ruiter aan, de directeur van het Holland Festival. Als door godenhand gestuurd, verschijnt ook de bedrijfsarts van de NOS ten tonele. Hij adviseert suizebollende orkestleden het gebouw te verlaten, omdat verder verblijf 'schadelijk voor de gezondheid' zou zijn.

Als Branca & Musicians het veld hebben geruimd, stapt het Omroep Orkest toch de Carré-piste weer in, waar het orkest, voor een soepel verloop van de tv-uitzending Aanvallen van uitersten, eigenlijk had moeten blijven zitten. Concertmeester Joan Berkhemer richt een tirade tot het publiek:

'De directeur van het Holland Festival is halverwege weggelopen. De VPRO-organisator loopt zó door de gangen' (gebaar: hand tegen oor). 'Ik weet niet wat u ervan vindt, maar wij vinden het schandalig.' Applaus en gelach. Het orkest zet Liebestod in uit Tristan und Isolde.

Figuranten marcheren de zaal in. Een gemaskerde struikelt van een trapje. Een ander blijft haken aan een decorboompje. Gelach. Figurant maakt wegwerpend gebaar. Nog meer gelach. Dirigent Ivan Fischer tikt af. Het orkest verlaat de zaal. Moniek Toebosch, de presentatrice van het VPRO-programma, houdt het hoofd koel, vraagt aan twaalf overgebleven musici opnieuw in te zetten, en voltooit met ongeschoolde stem haar act: de slotregels uit Wagners Tristan.

Het was een prachtschandaal. Toeschouwers als de componist Louis Andriessen en happy hooker Xaviera Hollander waren opgetogen. VPRO-organisator Ad 's-Gravesande glunderde. Het was allemaal echt en ongespeeld, en het kwam allemaal rechtstreeks op de tv in het programma Aanvallen van uitersten/Romantiek. Met presentatrice Toebosch in gehalveerde couture, zodat weekbladredacties hun verslag ook nog met relevante beelden konden illustreren. Al was haar blote kont (HP: 'Het gezicht van het Holland Festival?') uiteindelijk bijzaak.

In de kroniek van wonderlijke feiten die de rode draad vormt van het boek Een Nederlands Wonder; Vijftig Jaar Holland Festival, besteedt de auteur, Jessica Voeten, maar een paar karige regels aan deze rel. 'Zelfs de meest verlichte kijkers wenden zich vol afschuw van de buis', schrijft ze. 'De Ruiter beschouwt het als de beste publiciteit voor het festival, indachtig de zegswijze 'Als er maar over je geschreven wordt'.'

Zo heeft ieder zijn festival, en kan de een heel makkelijk gemist hebben wat voor anderen een herinnering is die ze tot het einde der dagen zullen koesteren. Het zou dan ook niet gepast zijn de inhoud van het jubileumboek Een Nederlands Wonder; Vijftig jaar Holland Festival te beschouwen als een symptoom van de cultuurkwaal die Jan Blokker, in ditzelfde boek, met genotvol medelijden afschildert als de Nederlandse 'vergeetachtigheid'.

Als iets Blokkers analyse van dit Hollandse ziektebeeld bij voorbaat lijkt te logenstraffen, dan is het de rijke anekdotiek in dit jubileumboek over het festival dat in 1948 zijn eerste editie beleefde onder de VVV-aanmoediging '1 bloembollen, 2 Holland-Festival, 3 vacantie, 4 Regeeringsjubileum'.

Wat zich aan 'bijzondere culturele uitingen' en flutvertoningen heeft voorgedaan in een halve eeuw, hoe het gemaakt was, wat het in de breinen van toeschouwers en luisteraars teweeg bracht en hoe het de levens van hen die er bij waren heeft veranderd, is redelijkerwijs niet in volledigheid te traceren.

Een geschiedenis van vijftig jaar festival zal in de kern bestaan uit werk-opsommingen, kunstenaars-toptiens, deelportretten, faits divers en notities uit de beleidssfeer. Waarbij de een ogenblikkelijk John Cage zal missen, de ander meer Pina Bausch zou willen aantreffen, en een derde misschien niet de betekenis zal inzien van het feit dat Albert Mol in 1954 de choreografie verzorgde van Franco Zeffirelli's enscenering van Rossini's La cenerentola, voor hij de vettere knipoog als metier koos.

Maar de verdienste van Jessica Voeten is dat ze het boek leesbaar heeft gehouden, geholpen door de successen, de gebroken illusies en de kasregisters die het festival vijftig jaar lang heeft opgeleverd.

Van de kunst zelf heeft een miniem, maar schitterend deel zijn plaats gevonden in een zes cd's, zeg acht uur muziek omvattende platenbox onder de titel A Dutch Miracle. Met als eerste nummer de finale uit Rossini's Cenerentola, zonder de danspassen van Albert Mol, maar met de mezzosopraanstem van Giulietta Simionato, en met het Residentie Orkest en het koor van de Milanese Scala onder de energieke leiding van een jonge dirigent genaamd Carlo Maria Giulini.

De samenstellers van de cd-box - Jan Zekveld, Klaas Posthuma, Hans Heg en Jan van Vlijmen - hebben er de omroeparchieven voor omgespit. Ze moeten zich door een Himalaya aan oude radiotapes (en een paar bootleg-opnamen) hebben heengeluisterd. Het karwei heeft onder meer de verrassingen opgeleverd van een tot nu toe als 'niet bestaand' geboekstaafde opname van Mahlers Symfonie nr 4, met het Concertgebouworkest en een fabelachtige Elisabeth Schwarzkopf onder leiding van Bruno Walter (gemaakt in 1952 in het Scheveningse Kurhaus), en van een illegaal gemaakte Callastape met een aria uit Verdi's Ernani.

Het weglaten van grote porties Britten, Monteux, Furtwängler, Szell, Bernstein, Brouwenstijn, Berganza, Berio, Cage, Kagel en Callas zal waarschijnlijk een kwelling zijn geweest, en het is nog een wonder dat Louis Andriessen er met drie ministukjes uit de lange Nacht van Andriessen van 1981 op staat. Al was er in principe wel enige ruimte, doordat de componisten Kurtág, Ligeti en Stockhausen hun eigen verschijnen op de cd's hebben verhinderd.

Maar het aardige van vijftig-festivals-in-acht uur, is dat het zowel de samensteller als de luisteraar ontslaat van de rode-dradenverplichting en thema-dwang die, om goede redenen, de neurose zijn van elke festivalleider, en de stok achter de deur voor elke bezoeker die even aan het aarzelen slaat.

De cd's van A Dutch Miracle zijn losjes ingedeeld in rubrieken als operasterren, twintigste-eeuwse componisten, en 'Het Concertgebouworkest onder leiding van beroemde gastdirigenten'. Voor de rest is het één groot oooh en aaah bij Furtwänglers Beethoven (ouverture Leonore III), Gré Brouwenstijns Verdi (duet met Giuseppe Zampieri in Un ballo in maschera), bij Berganza's De Falla (aria's uit La vida breve), bij Boulez' vorig jaar geregistreerde Incises; bij vrijwel alles wat je hoort.

Dat is dan geheel in de geest, stel ik me voor, van de eerste naoorlogse presentaties, toen vrijwel alles wat het Holland Festival deed goed en uniek was. Om te beginnen al doordat er in het naoorlogse Nederland, dat zich nog ontworstelde aan de voedselbon, de Indiëstrijd en een balletschoenenschaarste, zo weinig anders aan de hand was.

Een item op zichzelf is het applaus op deze cd's. Het klatert, met Begeisterungspfiffe, in de Nacht van Andriessen in '81 (bij het ministukje Ende, voor twee door Frans Brüggen simultaan bespeelde blokfluiten). Het komt weifelend op gang, maar kent enkele voortrekkers en een bravoroeper bij Richard Rijnvos (vorig jaar bij Block Beuys, Raum 2).

Het is helaas afwezig - wegens uitsnede - bij het fragment van de door zeven schrijvers en componisten gewrochte 'moraliteit' Reconstructie in Carré, waarin Jerome Reehuis, Yoka Beretti en anderen met gezwollen agitprop-cabaretstem declameren: 'Ik ben gek op God.' 'Zeker, maar wat hebben jullie gedaan voor God?' 'Ik heb gebeden.' 'Zing, godverdomme' Waarna een getuigenis over dollarkapitalen, die ergens aan besteed worden, overgaat in een Mozartpastiche met zang van Henk Molenpiep, verluchtigd met een stukje Amerikaans volkslied.

Een campagne van de Telegraaf, gevolgd door Kamervragen aan hare excellentie Klompé van Cultuur 'ten aanzien van het subsidiëren van beledigingen aan het adres van een bevriende natie' hadden tot niets geleid dan tot lachsalvo's onder de makers en tot angstige bestuursnotulen. Klompé (KVP) gaf geen krimp.

Bij het sneltreinperspectief van het jubileumboek rijst ook bijna onvermijdelijk de klank op van een vijftigjarig oh, ooh en nog eens ooooh. De zegeningen van Glucks Orfeo met Kathleen Ferrier, van het Sadlers Wells Ballet, het New-Yorkse ballet van Balanchine, van Old Vic en Young Vic, van Ton de Leeuws De droom met een jonge Marco Bakker, van Elckerlyc met Shaffy en Nijholt, Peter Schats Labyrint, het volgt elkaar in adembenemend tempo op.

De enigen die in de achtereenvolgende tijdperken van Peter Diamand, 'de heer' Den Daas, Hans de Witte, Frans de Ruiter, Ad 's-Gravesande en Jan van Vlijmen met enige regelmaat de luister lijken te verstoren zijn de subsidiënten. En de binnenlandse pers, die, zoals reeds blijkt uit een brief uit '67 van Den Daas aan een Haagse wethouder, van nature geneigd is een Festival-programma 'bij het ontbreken van sensationele nieuwigheden bij voorbaat als 'oud nieuws' te beschouwen'.

Van een jubileumboek dat door de jubilaris wordt uitgegeven, kan niet de constatering worden verwacht dat de Toebosch- en Branca-rel precies op het juiste moment kwam. Het was de opsteker die het Holland Festival nodig had, want het lag er in 1983 wat zielig bij, met een onttakeld toneelprogramma en een schraal muziektheaterpakket (de troef van de Operastichting was een hopeloze Clemenza di Tito van Mozart, geregisseerd door het huismeubel Filippo Sanjust). Het was de magerste festivaleditie uit het bewind van de bezeten Frans de Ruiter.

Het festival moest dat jaar alle zeilen bijzetten om het tekort weg te werken dat het eerder opliep met even onthutsende als goedbezochte dansproducties van (onder meer) Pina Bausch, met Merce Cunninghampresentaties, met een quasi-authentieke Zauberflöte. En met verbluffende Stravinskyprojecten die begeleid werden door het Concertgebouworkest, waaronder Oedipus Rex in een regie van Harry Wich, en Le sacre du printemps in een choreografie van Bausch.

De nauwe broekriem van '83 weerhield De Ruiter niet van het afficheren van een megaprogramma, met inbegrip van mee-geëtiketteerde Fremdkörper als toneelfestivals in Rotterdam en Den Haag, het eveneens goedgekeurde '60 Jaar AVRO' en de tentoonstelling Zen & Music in Leiden. Het duurde alles bijeen ruim een jaar, wat iets te lang was om de notie van een festival als 'samenballing van bijzondere evenementen' in stand te houden.

Tegenover de onbeduidendheid van muziektheaterachtige presentaties als van Carol Plantamura (sopraan met lichtspotje) stonden in de era-De Ruiter de grote introducties en herintroducties van Bausch, Louis Andriessen en Mauricio Kagel. Kagels 'Lieder-Oper' Aus Deutschland, in 1985 gebracht in semi-concertvorm onder leiding van Reinbert de Leeuw, is in het afscheidsjaar van Jan van Vlijmen eindelijk toe aan een complete enscenering.

De langzaam maar zeker legendarisch geworden ex-muziekprogrammeur van het festival, Jo Elsendoorn, riep vroeg in de jaren tachtig al dat de avantgarde aan het uitsterven was. Was dat het zuchten van een gepensioneerde? Het is jammer dat Jan van Vlijmen het niet tot zijn taken heeft gerekend het door hemzelf wel eens geformuleerde, in festivaltermen bijna existentiële probleem van de luwte aan het front van de muzikale vernieuwing, nader uit te werken of onderuit te halen in dit jubileumboek.

Wel schiet de ernstige festivalintendant, die bij zijn allereerste programmapresentatie met een grafstem 'een feest' aankondigde, in het voorwoord eindelijk eens over de rooie, met een verwijzing naar de 'verbijsterende dubbelhartigheid' waarmee de subsidiërende overheden zich om het lot van het 'veelgeplaagde kind' Holland Festival hebben bekommerd.

Wordt het geen tijd voor een prima schandaal?

In de tele-optiek van Jessica Voeten staan een paar aardige nu vlak bij elkaar. De meeste helaas niet van het podium, maar van de artiestenuitgang en de staande receptie. De verstoring van Stockhausens Stimmung in '69 door meemauwend publiek (cd, cd!, geen cd). De bruskering van Juliana door Stravinsky, die met een tegenvraag de vorstin met de mond vol tanden liet staan (na de koninklijke opmerking dat zijn werk zeer werd bewonderd: 'Welk werk?'; helaas geen opname).

De dialoog van Stravinsky en dirigent Willem van Otterloo. (Van Otterloo: 'Hoe vond u het klinken?' Stravinsky: 'Wilt u een vriendelijk antwoord of wilt u de waarheid?'). Von Karajan, die in 1969 het reeds door Reconstructie-angsten geteisterde bestuur het nakijken geeft: hij eist van Elsendoorn dat er na het concert geen bestuursleden op hem af komen ('omdat dat mensen zijn die alleen maar willen kunnen zeggen: Ik heb Karajan de hand gedrukt').

0 E PRIJS van een boeket voor Kathleen Ferrier is 15 gulden. De extase van het Algemeen Handelsblad in 1949 bij danseres Katherine Dunham en haar vijftig Amerikaanse kleurlingen: 'Deze negers hebben de anthropologie en de techniek van het klassieke ballet van node om te beseffen dat hun dansen niet louter drift hoeft te zijn.'

De eerste festivalauto, een Opel Olympia, moet er na zeven jaar uit wegens kuren. De onbekende tenor Pavarotti krijgt in 1966 minder dan drieduizend gulden per complete operavoorstelling (zijn aria L'amo, e m'è si cara uit Bellini's I Capuleti e i Montecchi staat op de jubileum-cd; het aankomende talent Abbado dirigeert).

Amsterdamse gemeenteraadsleden verklaren zich in 1957 tegen een 'experiment' met Nederlandse dansers. Callas bezoekt in 1959 de Keukenhof. Tot de 'cadeaux' die zij ontvangt hoort een zilveren dienblad (¿ 550,-). Peter Diamand kan haar in Milaan slechts benaderen door zich in een golvende massa uit te geven voor haar kapper.

Bram de Swaan schrijft in 1997: 'Zolang de kritiek blijft komen dat het Holland Festival te hoog is en niet breed genoeg, dat het programma te ver gezocht wordt en niet voldoende eigens brengt, dat het te veel nieuws brengt en de gevestigde kunsten veronachtzaamt, behoudt het zijn bestaansrecht.'

Een Nederlands Wonder. Vijftig jaar Holland Festival, door Jessica Voeten e.a., Walburg Pers/Holland Festival, ISBN 9060119851.

A Dutch Miracle. Globe 6900 (6 cd's), ca. ¿ 99,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden