Een groot mens, van geest groot

Jack Wouterse, Gast van het Jaar op het NFF, is een van de meest productieve Nederlandse acteurs. Hij heeft een voorkeur voor ruwe karakters, maar zijn rollen zijn nooit eenzijdig....

‘Jij kunt later alleen maar sloper worden’, zei zijn moeder toen hij klein was. Voetballen kon hij goed, maar in een sportcarrière had hij geen zin. Op school adviseerden docenten hem de handel in te gaan. Een tijd lang verkocht hij afzuigkappen – maar dat was het toch niet helemaal. Via de nodige omwegen werd Jack Wouterse uiteindelijk acteur. En zo kreeg zijn moeder toch nog gelijk: in veel van zijn rollen is hij een sloper.

Zoals hij tekeer gaat in Vet Hard bijvoorbeeld, een actiekomedie uit 2005. Wouterse speelt daarin Bennie, een niet bijster intelligente crimineel die woest om zich heen slaat, schopt en schiet. In Bennies omgeving blijft weinig heel: auto’s vliegen door gevels, vliegtuigen storten neer. De schade is enorm.

Of neem zijn rol in Temmink: The Ultimate Fight. De lowbudgetfilm uit 1998 groeide uit tot een culthit, mede dankzij de overgave waarmee Wouterse een moderne gladiator speelt. In een glazen kooi voert hij gevechten op leven en dood. Bloed, zweet, krakende botten, lillend vlees – niets blijft de kijker bespaard.

Cowboyfilms noemt Wouterse (Soest, 17 juni 1957) dat soort films, waarin actie belangrijker is dan psychologie. Hij speelt er graag in. Wat is er nou fijner dan lekker raggen in je blote pens? Dat zijn pens iets omvangrijker is dan die van de gemiddelde acteur interesseert hem niets. Als het nodig is voor een rol zet hij zijn volledige gewicht in. Dat maakt indruk: met zijn 1 meter 97 heeft Wouterse een imposante gestalte.

Jack Wouterse, Gast van het Jaar op het Nederlands Film Festival, is een van de meest productieve acteurs van Nederland. Hij staat vaak op het toneel, speelde in vijfendertig speelfilms en een veelvoud aan televisieseries, korte films en bedrijfsfilms. Twee Gouden Kalveren kreeg hij tot nu toe, voor zijn rol in het televisiedrama Suzy Q (1999) en voor zijn hoofdrol in En route (1994).

Het is niet moeilijk te raden waarom hij zo veelgevraagd is. Zijn fysieke gedrevenheid springt het meest in het oog, maar Wouterse kan meer dan alleen zijn lichaam inzetten. Een blik op zijn filmografie laat een overschot aan botte, ruwe karakters zien, maar zijn rollen zijn nooit eenzijdig. De acteur heeft ook een gevoelige kant.

Daar loopt hij overigens niet mee te koop. In interviews profileert Wouterse zich graag als een rouwdouwer, een volks acteur met een afkeer van analyse en andere ‘intellectuele kuttenkopperij’. Kom bij hem niet aan met theorieën over acteren. Naar eigen zeggen speelt hij liever voor de groenteboer dan voor het elitepubliek dat kaartjes koopt voor het theater. En als het om de bioscoop gaat, gaat Wouterse liever naar ‘een lekker fillempie’, het soort met veel achtervolgingen, dan naar een potje ‘huiskamergelul’.

Het is een imago dat wordt versterkt door zijn werk voor televisie. Het grote publiek kent Wouterse als de morsige inspecteur Henk Grijpstra uit de televisieserie Grijpstra en De Gier, of als voorzitter van de voetbalclub in All Stars. Recent was hij te zien in de SBS-serie De Hoofdprijs als werkloze beleggingsadviseur – nu eens een minder proletarische rol, maar het kenmerkende gemopper ontbrak niet. Niemand kan zo overtuigend ‘Sodemieter op!’ grommen als Jack Wouterse.

Dat hij zich graag afzet tegen intellectualisme en geneuzel over kunst, zal te maken hebben met zijn achtergrond. Wouterse, kind van een militair en een schoonmaakster, volgde geen klassieke toneelopleiding. In de jaren zeventig deed hij de opleiding voor Docent Dramatische Vorming, destijds een chaotisch, progressief bolwerk waar de studenten zichzelf maar moesten opleiden. Aansluitend volgden de circusschool en een baan als clown bij het circus van kunstschaatser Sjoukje Dijkstra.

In de jaren daarna trok hij Nederland rond met zijn eigen kleine circus, dat hij runde met zijn vrouw, een vriend en zijn zoontje. Het was hard werken – Wouterse was directeur, artiest en knecht tegelijk en woonde met zijn gezin in een bus. Zijn clownsact, honderden keren herhaald, vormde zijn echte leerschool als acteur. Het gaf hem zijn gevoel voor timing en improvisatie.

Aan het toneel belandde hij bij toeval. Op zoek naar ‘een grote vent met gevoel’ werd theaterregisseur Johan Doesburg naar Wouterse verwezen. Na zijn theaterdebuut in Muizen en mensen (1989), een bewerking van de roman van Steinbeck, volgde de ene grote toneelrol op de andere. Wouterse speelde de titelrol in Othello, Koning Lear en – misschien wel het indrukwekkendst – Keefman in een monoloog naar het boek van Jan Arends.

Keefman, opgevoerd in 1999, was een voorstelling die zowel het publiek als de acteur bij de keel greep. Tijdens het stuk, waarin een psychiatrisch patiënt zijn visie op de wereld uitspuugt, liepen bezoekers overstuur de zaal uit. Wouterse zelf was na elke uitvoering kapot. Hij haalde het spel dan ook uit zijn tenen – niet op techniek, maar op gevoel. Recht uit het hart, uit de ballen, noemt de acteur dat. Dat gaat soms ver: in de voorstelling Blasted uit 1999, waarin hij een doodzieke racist speelde, stond hij van pure inleving te kotsen op het toneel.

Het verklaart zijn haat-liefdeverhouding met het theater. ‘Het blijft zo aan je plakken, het grijpt me vaak zo aan’, zei hij in een interview met de Volkskrant. ‘Repeteren, spelen, repeteren, spelen, vaak in zware, heftige stukken – dat heeft me op een gegeven moment een behoorlijke knauw gegeven.’ De acteur besloot alleen nog maar film en televisie te doen – na zijn optreden als wellustige slager in Alex van Warmerdams De noorderlingen (1992) zat hij ook daar niet om werk verlegen – maar keerde toch weer terug naar het theater.

Het lijkt wat schizofreen: een zelfverklaard volksacteur die met volledige inzet moeilijke rollen speelt op het toneel. Tegenstrijdigheden zijn Wouterse dan ook niet vreemd. Keer op keer noemt hij zichzelf lui, terwijl hij keihard werkt. Tarzan en Winnetou zijn zijn helden, maar Shakespeare is ook goed – die is ‘af en toe zo lekker ordinair’. En hoewel hij volhoudt dat je helemaal niet slim hoeft te zijn om goed te acteren – ‘dingen zijn vaak heel simpel’ –, maakt hij een verre van domme indruk.

‘Jack is heel intelligent’, bevestigt Alize Zandwijk, artistiek leider van het Ro Theater, waar Wouterse sinds vorig jaar in vaste dienst is. Zandwijk kan het weten: ze werkt al jaren met hem samen en regisseerde hem onder meer in Keefman en Koning Lear. Hun band is hecht. Ze waardeert Wouterse omdat hij ‘een groot mens is – en dan bedoel ik groot van geest’, en omdat hij zich wegcijfert in het belang van de groep. ‘Het gaat nooit over hemzelf als acteur, maar over wat je met elkaar wilt vertellen. Ik ken niemand die zo goed anderen kan stimuleren. Hij is genereus, loyaal en royaal.’

Volgens Zandwijk kan Wouterse alles spelen. ‘Van moeilijke rollen maakt hij de verwarrende, menselijke kanten voelbaar. Hij zoekt altijd de onderkant op, kan heel goed de zwakte van een karakter laten zien.’ Wouterse is een intuïtieve acteur die dicht bij het publiek staat, zegt Zandwijk. Een volksjongen, zoals hij zelf ook zegt. Maar dat anti-intellectuele? ‘Natuurlijk is dat ook een beetje een pose.’

Het heeft er volgens Zandwijk mee te maken dat Wouterse allergisch is voor arrogantie. ‘Dat verhevene, belerende, daar zet hij zich tegen af. In zijn spel bestaat geen arrogantie, en in zijn leven ook niet.’ In zijn hart is Wouterse misschien altijd een beetje clown gebleven. ‘Hij heeft natuurlijk allang ontdekt dat hij veel meer is dan een clown,’ zegt Zandwijk. ‘Maar hij staat nog steeds dicht bij mensen.’

Paul Ruven, die Wouterse onder meer regisseerde in de films En route, Enigma (1999) en Het wonder van Máxima (2003), gelooft dat de acteur simpelweg op zijn gevoel afgaat. ‘Heeft hij een goed gevoel bij de regisseur of medeacteurs, dan gaat hij er voor, of het nou een intellectueel stuk is of een platte komedie.’ Ruven noemt werken met Wouterse een kwestie van vertrouwen en avontuur. ‘Met Jack word je elke keer verrast. Mijn films met hem zijn verslagen van onze avonturen.’

Op de set van Gangster Boys, Ruvens nieuwste film, mocht Wouterse in een kleine rol weer even ouderwets tekeergaan. Ruven: ‘Hij moest een verkoper spelen die een stelende klant een lesje leert. Meer hoefde Jack niet te weten. Ik zie hem dan helemaal in zijn nopjes raken. Binnen een paar minuten had Jack, op zeer vriendelijke wijze, zijn medespeler zover dat hij hem keihard met zijn hoofd op de voorkap van een auto mocht beuken.’

Als vechtersbaas is Wouterse in zijn element, maar het zou goed kunnen dat hij ook in dat korte optreden als getergde verkoper een diepere laag weet aan te boren. Geen rol is zo ploerterig of hij stopt er iets ontroerends in. Zijn spel kan agressief zijn, maar het is nooit plat. Soms kan het tot tranen toe ontroeren, zoals in de korte film Zand (2008) van Joost van Schinkel, die werd geselecteerd voor het filmfestival van Venetië. Wouterse speelt daarin een vrachtwagenchauffeur die ontdekt dat zijn dochter door zijn ex-vrouw wordt mishandeld.

Het is een prachtige rol, met als hoogtepunt een scène waarin Wouterse met zijn grote lichaam een opvallend sierlijke dans uitvoert. Zand bewijst opnieuw dat de acteur een man van uitersten is. Wouterse is volksacteur en intellectueel, intimiderend en vertederend, kolossaal en gracieus. Een sloper met een zacht hart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden