Tips Van Céline

Een goede beha is de basis (en andere tips van Cécile Narinx)

Hoe lang loopt Cécile Narinx nu al mee in de mode? Lang. Dus wat heeft ze er van opgestoken? Nou, dit allemaal.

Foto Anna Kiosse

Koop geen troep. Maar weet dat mooie kleren niet (idioot) duur hoeven te zijn

Een van de redenen dat ik liever niet online koop, is de onmogelijkheid om een stof te voelen en om de stiksels te checken. Er wordt oneindig veel troep gemaakt en verkocht, maar het hardnekkige vooroordeel dat alles wat goedkoop is troep is, en alles wat duur is goed gemaakt, gaat helaas niet op. Ik heb genoeg topstuks gescoord bij grote winkelketens en katten in de zak gekocht in dure tenten. Kijk, voel, pas, lees de labels. En haal je neus niet op voor tweedehands - er zijn behalve muffe tweedehandswinkeltjes veel goeie boetieks en sites waar je streng geselecteerde én gecontroleerde én goed gereinigde designerstuks kunt kopen voor een vriendelijke(r) prijs: Salon Heleen Hülsmann, thenextcloset.com, vestiarecollective.com en designer-vintage.com zijn puike en betrouwbare adressen.

De coltrui is je beste vriend

Of je een glamourpoes of een nerd bent, een coltrui is altijd goed. Dan bedoel ik geen mottige amorfe coltrui, maar een simpele, fijngebreide, niet te strakke en niet te wijde coltrui van zachte wol (merino of kasjmier) in een neutrale kleur als zwart, donkerblauw, flessengroen of lichtgrijs, liefst met slanke mouwen en idealiter met een 7/8ste mouw die de polsen elegant bloot laat. Jeans en sneakers eronder en je kunt gaan wandelen, zwarte pantalon met sigarettenpijp en loafers eronder en je bent klaar voor vergadering, college of lezing en met een wufte, wijde enkellange rok en hoge pumps eronder ben je klaar voor elk feest. Staat iedereen, verbloemt kalkoennekken en onderkinnen en geeft een instant-intellectuele zweem.

Foto Anna Kiosse

Tenslotte: Koester complimenten

Veel Nederlandse vrouwen hebben de neiging om, als ze een compliment over hun kleding krijgen, te zeggen: ‘Oh, pfff, het is maar een uitverkoopje hoor!’ of ‘Vind je? Ik heb maar wat uit de kast gegraaid!’ of zelfs parmantig: ‘Twee tientjes bij de H&M!’. Dat is vreselijk lomp, zo begreep ik van een wijze Amerikaanse. Door te zeggen dat het maar een koopje of een ouwetje is, maak je het compliment en daarmee de goede smaak van de gever een kopje kleiner. Tuurlijk, Amerikanen kunnen overdreven complimenten geven in onze ogen, maar welbeschouwd is het echt zo dat je jezelf en de ander omlaag haalt met zo’n dooddoener. Je zegt er immers mee dat haar (en jouw) smaak oubollig of misschien wel goedkoop is. Dus wat doen we voortaan? We roepen vriendelijk en enthousiast ‘dankjewel!’ en zeggen niks, we stralen hooguit nog wat meer.

Voeg kleur toe

Enerzijds is er niks mis met basic kleuren als zwart, grijs, donkerblauw en beige: je kunt er altijd mee voor de dag komen en ze raken nooit uit de mode. Anderzijds kan het ook een beetje saaaaai worden, ouwelijk en voorspelbaar. Dat voorkom je door een toef kleur toe te voegen. Stel je eens voor hoe een grijze jurk kan opknappen van een paar knalgele pumps eronder of een zwart pak van een grasgroen colletje. Een beige chino met een oranjerode trui erboven: ook fijn. Beetje bang voor knalkleuren? Flets roze of zacht lila zijn ook fraai bij neutrale tinten - en nog mooier als ze met elkaar of met verzadigde kleuren worden gedragen overigens, denk aan poederroze met maisgeel, of lila met kersenrood (maar goed, hier spreekt een kleurenjunk). Voor de mooiste kleurcombinaties kijk je de kunst af bij de collecties van Miuccia Prada en Dries Van Noten. Of bij stijlicoon Giovanna Battaglia. Wie geen gekleurde kleren aan het lijf wil dragen kan het altijd nog houden op bontgekleurde tassen, schoenen, oorbellen, kousen, handschoenen of sjaaltjes. Of goed gestifte lipstick in een signaaloranjerode tint.

Foto Anna Kiosse

Zorg dat je kleding past

Ze zijn er legio, vrouwen die koste wat kost in maat 36 of 38 willen passen en net zo lang wurmen en draaien tot de rits dichtgaat. En dat is dom. Het resultaat is namelijk niet dat je er strak en slank uitziet, maar oogt als een rollade, waardoor iedereen zal denken dat je bent aangekomen. Kleding kan beter iets te ruim zitten dan te strak. Dat is niet alleen comfortabeler, maar ook chiquer - vergelijk Kim Kardashian maar eens met Tilda Swinton. Kijk daarom vooral naar het kledingstuk zelf en niet alleen naar het maatlabeltje. Wat kan jou het schelen of het een 38 of een 42 is? Als het maar past! Het chicst is natuurlijk kleding die er uitziet alsof-ie voor jou gemaakt is. Heb je ideale maten, dan kun je er in confectie al uitzien alsof het couture is. Heb je naar verhouding korte armen of benen/een platte boezem/een hele smalle taille? Laat de kleding dan op maat maken. Bij een kledingatelier of een naaister is dat zo gepiept.

Foto Anna Kiosse

Koop alleen negens en tienen

Dit is eigenlijk de beste, budgetvriendelijkste les die ik geleerd heb. Door schade en schande, toegegeven, maar: een wijze les. Het houdt in dat je alle kledingstukken die je wil kopen goed bekijkt en inschaalt: welk cijfer krijgt dit stuk op de schaal van 1 tot 10? Wees eerlijk: met hoeveel zesjes en zeventjes ben je geneigd naar huis te gaan omdat je gewoon zin hebt om iets te kopen? Omdat het heel betaalbaar is? Of een mooie kleur heeft (maar nèt niet goed zit)? De vraag zou moeten zijn: dóet dit iets voor je, word je er knapper van, vrolijker? Op z’n Marie Kondo’s: does it spark joy? Wil je het aaien, er steeds naar kijken? Kun je het met minstens drie andere stuks die je al hebt combineren? Is het liefde op het eerste gezicht?

Al loop je drie uur, of drie weken, te zoeken, als het geen 9 of 10 is, koop het niet. Andersom: stuit je op een 10, koop het - zeker als het een bikini, spijkerbroek of feestjurk is (want die zijn het lastigst te vinden) - meteen. Betaalbaar? Koop er twee, voor die onherstelbare vlek of scheur die komt. Dat is niet hysterisch, dat is slim.

Foto Anna Kiosse

Zorg goed voor je kleren en verkloot ze niet in de was

Ik zal niet beweren dat je een smeerpijp moet worden, maar: was niet te snel! Hang eens wat vaker je kleren te luchten. Breng kostbare, tere kleding naar de stomerij of investeer in een handstomer of een stoomkast. De handstomer komt heel goed van pas op reis, want je wil natuurlijk niet dat iedereen aan je gekreukte jurken en bloezen kan zien dat je uit Nederland komt.

Rook- en andere luchtjes gaan trouwens des te sneller uit een trui of jasje als je die aan de verwarming hangt. Investeer in goede ondertruitjes die makkelijk te wassen zijn, en denk bij tere weefsels ook eens aan sous-bras. Als je dan toch écht moet wassen, want met vlekken mogen we van mijn moeder de deur niet uit: een waslabeltje zit er niet voor niets. Nu staat er vaak een lagere temperatuur op dan een kledingstuk daadwerkelijk aan kan, maar in het geval van mooie, kostbare kleren geldt: better safe than sorry. Lees de labels goed, draai je kledingstukken binnenstebuiten, gebruik desnoods een vlekkentovenaar en check de mogelijkheden van je wasmachine (er zijn wasautomaten die kunnen stomen, er zijn piekfijne machinale handwasprogramma’s, er zijn drogers die kreukvrij kunnen maken) en kies voor een wasmiddel dat geschikt is voor de taak. Maar ho: wees niet lui! Als iets écht op de hand moet, was het dan ook voorzichtig op de hand. Droog wol ook nooit op een hanger, maar liggend. En let goed op bij het inladen van de wasmachine in haast of halfduister. Ik zal niet de enige zijn die een per ongeluk meegelifte mooie trui vijf maten kleiner en twee keer zo dik uit de machine viste.

Kijk naar de ‘price per wear’

Klauwen met geld uitgeven aan een doldwaas fluotopje dat je maar één keer gaat dragen of aan stilettohakken waar je alleen maar mee kunt zitten, dat is portemonneetechnisch niet verstandig natuurlijk, maar als ik één laat-het-breed-hangen-tip mag geven: wees nooit te zunig als het gaat om de aanschaf van - bijvoorbeeld - een prachtige wollen jas of een royale tas van boterzacht leer waarvan je jaren plezier hebt. Zie het als een diepte-investering, waar je elke keer als je het kostbare stuk draagt plezier van zult hebben.

Foto Anna Kiosse

De spiegel is je beste vriend

In een blad of op een etalagepop kan een outfit er fantastisch uitzien, maar the proof of the pudding is het daadwerkelijk aan je eigen lijf zien. Dat kan tegenvallen, al zegt de verkoopster nog zo dat het énig staat. De spiegel is in dat geval je beste vriend. Niet je liefste vriend, wel je eerlijkste, mits het geen slinks schuin opgestelde spiegel is die je langer en slanker doet lijken, of een wazige spiegel in een halfduistere paskamer.

In het gunstigste geval is zowel de spiegel als de verkoopster (m/v) eerlijk. En in een nog gunstiger geval komt de verkoopster ook nog met betere kledingstukken, andere maten of combineertips aanzetten en fungeert ze als een soort personal shopper. Koester dit personeel, ze zijn zeldzaam. Heb je een goede vriend of vriendin met a) veel smaak en b) het lef om eerlijk te zijn, vraag die dan om eens mee te kijken. Pijnlijk eerlijk zijn doorgaans ook (puber)kinderen. Zo liet mijn dochter me ooit weten toen ik in Zuid-Frankrijk van een boot wilde stappen in een blauw-wit gestreepte broek, een geel truitje en met een rieten hoedje op: ‘Mam, dit kan écht niet, je ziet eruit alsof je naar een concert van de Toppers gaat.’ Daar ben ik haar nog steeds diep dankbaar voor.

Foto Anna Kiosse

Vergeet kop en teen niet

Net als belabberd ondergoed kan ook een beroerd kapsel, een al te drieste maquillage of een paar afgetrapte en/of ongepoetste schoenen je hele look bederven, al heb je nog zulke blitse kleren aan. Bewaar vet haar en uitgroei voor thuis, gun je schoenen tijdig een likje schoensmeer en een paar nieuwe hakken en zolen. Is het blotebenen- en openschoenenweer, check dan of je voeten het daglicht kunnen verdragen, haal desnoods een stripje hars over de grote teen, en vet je hielen in. Of ga lekker naar de pedicure, kun je ondertussen een smaakvol modeblad lezen.

De basis moet goed zijn

Het is met aankleden net als met een huis bouwen: zonder goeie fundering blijft niks overeind en oogt je outfit als vlag op een modderschuit. Die fundering is allereerst je lichaam. Wie bepaalde issues heeft, kan goddank kiezen uit tal van opduwers, insnoerders, afplatters, minimizers en enhancers die een lange neus maken naar Moeder Natuur en de zwaartekracht. Wat je ook draagt: draag in elk geval een goede beha en een fatsoenlijke onderbroek - mits je die draagt. Neem de tijd ondergoed te vinden dat geen ongewenste naden toont, niet doorschemert en precies past. Daarvoor kun je je laten adviseren bij speciaalzaken of de ondergoedafdeling van grote warenhuizen. Onder strak zittende kleding draag je gladde, passende beha’s en zoomloze slips zodat je niet met vier borsten en vier billen over straat hoeft of met een horizontale geul midden op je rug. Onder strap-less jurken draag je strapless beha’s en wees eerlijk: bij een grote cupmaat is strapless misschien niet zo’n goed idee, behalve als je blijft liggen. Draag onder doorschijnend witte bovenkleding alleen ondergoed in de kleur van je huid (dankzij het initiatief #benniebeige van Rowen Blijd zijn er beha’s in de donkere huidtinten kastanje en brons te koop bij SuperBra in Rotterdam) of rood ondergoed (zie je ook niet), blijf verre van plastic schouderbandjes en dikke, glimmende patékleurige panty’s. Een poederachtig matte dunne panty die je benen een soort zonnegloed geeft, is veel flatteuzer als blote benen geen optie zijn.

Foto Anna Kiosse
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.