Interview

Een gitaartokkeltje hier, wat vibrafoonaccentjes daar, en veel koortjes

Jammen met anderen? Alsjeblieft zeg. C Duncan over zijn geprezen debuutalbum, en hoe hij toen alleen in de supermarkt mensen zag.

Beeld Daniel Cohen

Wat heeft hij liever? Een nummer-1-hit of een uitvoering van één van zijn serieuzere composities door een gerenommeerd symfonieorkest?

Hmm, lastige vraag. Doe maar die nummer-1-hit. 'Simpelweg omdat mijn album Architect net uit is. Daarop staat popmuziek en je wilt toch dat zo veel mogelijk mensen horen wat je net hebt gemaakt.'

Componist Christopher Duncan is nu in popmodus, in een Amsterdams café, terwijl zijn meer klassieke werk al door meerdere Britse ensembles is gespeeld en is gebruikt in televisieprogramma's. De Schotse Christopher Duncan (26), opererend onder de naam C Duncan, voldoet in de verste verte niet aan het traditionele beeld van de popster. Hij vindt het succes van zijn debuutalbum, dat werd genomineerd voor een Britse Mercury Prize, meer 'slightly overwhelming' dan 'awesome' en gebruikt in zijn songteksten gedateerde woorden als 'reverie' (mijmering) en 'thee' (u).

De Britse krant The Guardian had hem eind vorig jaar met Kerst een nummer-1-notering voorspeld met zijn eerste single For. Dat werd het niet. Maar zijn muziek heeft wel dat Britse folky pastorale dat perfect past in het kerstseizoen. Duncan, afgestudeerd aan de Royal Conservatoire of Scotland, maakt kalme, minutieus geconstrueerde kamerpop met een ongegeneerde hang naar het plezierig esthetische.

Hij vindt Send Me No Flowers van Doris Day een briljant nummer en voelt verwantschap met Burt Bacharach, de man die het lichtvoetige huppeldingetje voor de zangeres schreef. Duncan: 'Bacharachsongs liggen makkelijk in het gehoor, maar ze hebben allemaal hun eigen onconventionele songstructuur, met gedetailleerde arrangementen die afwijken van standaardpopliedjes.'

Zo ook bij C Duncan. Een gitaartokkeltje hier, wat vibrafoonaccentjes daar. En koortjes, vooral veel koortjes. In een nummer als He Believes in Miracles klinkt een voorliefde door voor jarenzeventig-'daba-daba-da'- close harmony. Maar als Duncan voor meerstemmigheid gaat, dan meteen in het kwadraat. De weldadige galm rond de stemmen klinkt alsof een koor opstijgt op zijn zelf gecreëerde thermiek. Voor Miracles zijn zo'n zestig (zestig!) vocalen opgenomen. Alles zelf gezongen, alle instrumenten zelf bespeeld en alles opgenomen in 'splendid isolation' in zijn slaapkamer in Glasgow.

'Ik heb een jaar hieraan gewijd. Mijn sociale contacten moesten het ontgelden. Ik zag alleen mensen als ik naar de supermarkt ging.' De zelfverklaarde controlfreak werkte niet zozeer song voor song uit maar hanteerde een werkwijze waarbij hij, elke keer als hij op een probleem stuitte bij het ene nummer, overging naar het andere. Even afstand nemen schiep ruimte voor oplossingen.

'Die benadering is vergelijkbaar met het componeren van mijn meer klassieke werk. Zij het dat ik bij het maken van de nummers van Architect steeds net gemaakte opnamen beluisterde om te checken of het werkte. Bij een klassiek stuk met een grote groep musici doe ik dat pas aan het einde van de rit.' Ja, het is een eenzaam beroep maar hij is 'quite happy' om het zo te doen. Met collegamuzikanten spontaan aan het musiceren slaan om liedjes te creëren is aan hem niet besteed. 'Ik ben nu eenmaal niet het type dat jamt.'

Slaapkamer

Het kostte hoofdbrekens te bedenken hoe het slaapkamerstudiogeluid van Architect voor live-optredens te reproduceren. Vooral de tientallen lagen vocalen vormden een uitdaging. Uiteindelijk heeft Duncan een band samengesteld waarin drie musici ook zingen. Elektronisch opgewekte galm geeft de stemmen hun dichtheid. Die verbintenis met collega-musici betekent echter niet dat C Duncan nu een band is. 'Dit blijft een persoonlijk project voor mij.'

Die formele benadering van componeren zal wel voortkomen uit zijn klassieke achtergrond, zegt hij. Zijn grootvader was componist, zijn moeder is altviolist en zijn vader violist. Hij leerde jong viool en piano spelen. Gitaar, bas en drums volgden later.

Duncan: 'Ik wist van jongs af dat ik altijd muziek zou maken. Ik wist alleen nog niet welke vorm het zou aannemen.' Op dit moment heeft zijn popidentiteit het overwicht.

'Al waren er tijden dat ik me afvroeg of dit soort muziek wel breed gewaardeerd zou worden. In de eerste opzet had het album meer een jarenveertigjazzgeluid. Gebleven is de invloed van vocale barbershopkwartetten. En eerlijk gezegd wist ik niet of men dat wel cool zou vinden.'

Die invloed van delicate vocale harmonieën op zijn muziek was niet te vermijden. Hij had als koorzanger op school al ervaren wat samen zingen vermag. 'Er gaat een enorme kracht vanuit als je met een grote groep mensen zingt. Het schept een band. Je werkt eendrachtig aan iets monumentaals.'

C Duncan op Mercury Music Price awards ceremonie Beeld afp

Daarmee lijkt meteen de link met de albumtitel gelegd. Ziet hij zichzelf als een architect in de muziek, die ontwerpt met melodie en harmonie? 'Eigenlijk verwijst de titel naar het nummer Architect, geschreven voor een vriend van me. Maar tegelijkertijd ook naar de stad Glasgow en zijn architectuur.' En dan met name naar architect Charles Rennie Mackintosh, die met gebouwen als de Glasgow School of Art en The Lighthouse een stempel heeft gedrukt op de stad. Duncan heeft een door Mackintosh ontworpen font gebruikt voor zijn album. En Duncans schilderijen van de stad in vogelvlucht - met dank aan Google Earth - sieren het albumboekje.

Duncan: 'Ik heb een haat-liefdeverhouding met Glasgow. Ik ben gek op de stad, maar de winters zijn er zo lang en alles is zo grijs dat ik vaak denk aan ontsnappen.' Hij noemt zichzelf een onverbeterlijke romanticus die door zijn liedjes een andere wereld betreedt. Het komt allemaal bij elkaar in het laatste nummer van Architect, I'll Be Gone by Winter, een troostrijk getokkeld wiegeliedje dat zo in een oude Disneyfilm past en waarin Duncan het voornemen ventileert het koude Glasgow achter zich te laten.

'Ja, ja, puur escapisme is het. Waar sommige Glasgowbandjes als Mogwai juist de atmosfeer opzuigen en vervolgens muziek maken die grofkorrelig en groezelig klinkt, heeft het op mij een tegenovergestelde uitwerking: alles wordt dromerig.'

C Duncan speelt 27/11 in Paradiso, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden