Een gewelddadig festival

Veertig jaar geleden vielen doden bij het concert van de Rolling Stones in Altamont. Sindsdien werd Altamont gezien als het einde van het flowerpowertijdperk....

‘See ya all’. Het is alles wat een zichtbaar aangeslagen Mick Jagger te zeggen heeft als hij de beelden nog eens heeft bestudeerd. Voor hem is een monitor neergezet waarop het drama van Altamont in slow motion voor hem wordt afgespeeld. De beelden laten er geen twijfel over bestaan. Er is een moord gepleegd.

Cameraman Baird Bryant had zelf niet eens door wat hij die avond van 6 december op het terrein van de Speedway baan van Altamont filmde. Hij was een van de vele cameramannen die waren ingehuurd door documentairemakers David en Albert Maysles om het gratis concert vast te leggen dat de Rolling Stones in Livermore, even buiten San Francisco, zouden geven. Vanaf het lage podium heeft hij al diverse opstootjes in het publiek gefilmd. Tijdens Sympathy For The Devil loopt het zo uit de hand dat Mick Jagger het optreden stillegt om het publiek tot rust te manen. En dan, tijdens Under My Thumb, gebeurt het. Een zwarte jongen in een felgroen pak maakt rare sprongen in beeld om vervolgens belaagd te worden door een groep Hell’s Angels.

Het gaat allemaal erg snel, de kijker van Gimme Shelter wil net als Jagger in de documentaire de beelden wel even langzaam terugzien. En dan wordt het duidelijk. De man in het groen zwaait met een pistool en een van zijn belagers hakt met een mes op hem in, waarna de vechtpartij zich pijlsnel uit beeld verplaatst. Op de dvd met de opgepoetste versie van Gimme Shelter die net is verschenen, zie je het overduidelijk.

De 18-jarige Meredith Hunter overlijdt aan messteken en verwondingen aan het hoofd. Hij was een van de 300 duizend bezoekers van het gratis concert van de Rolling Stones in Altamont. Er zouden die 6de december 1969 nog drie mensen overlijden, maar het was de door camera’s vastgelegde dood van Hunter die de boeken inging als het tragisch dieptepunt van een toch al zeer gewelddadig popfestival, en die symbool ging staan voor het einde van de jaren zestig.

Terwijl drieënhalve maand eerder aan de Amerikaanse oostkust Woodstock nog werd gezien als het definitieve bewijs dat de hippie-idealen van de flowerpowerjeugd wel degelijk haalbaar waren. Daar bivakkeerden een half miljoen mensen drie dagen lang vreedzaam met elkaar op een veld, luisterend naar muziek. Altamont maakte aan alle illusies een einde.

Het was na die decemberdag afgelopen met het liefzijn-voor-elkaar adagium. Sindsdien worden Woodstock en Altamont tegenover elkaar gezet als hemel en hel, licht en donker, peace & love versus pistolen en geweld. Woodstock had het beste in de mens naar boven gehaald en Altamont het slechtste.

Maar is dat wel zo? Was het niet vooral een wonder dat het in Woodstock zo goed was gegaan? Het wemelt in de beeldvorming rond beide festivals nog altijd van de misverstanden en mythevormingen.

Het is bijvoorbeeld niet waar dat het festival dat in augustus ten noorden van New York werd gehouden, louter uit idealistische motieven werd georganiseerd. Het was wel degelijk de bedoeling geld te verdienen aan de optredens van onder meer Jimi Hendrix, The Who en Santana. Altamont daarentegen was wél opgezet als een gratis festival, het was een geste van de Rolling Stones aan hun Amerikaanse fans.

Althans, zo presenteerde Mick Jagger het. Zijn motieven lagen echter genuanceerder. Hij had met zijn band een krankzinnig jaar achter de rug. Brian Jones, gitarist en oprichter van zijn band, was te kennen gegeven dat hij beter kon opstappen, en werd kort daarna, op 3 juli, dood in zijn zwembad aangetroffen. Zijn vervanger Mick Taylor stond twee dagen later al op het podium van het Londense Hyde Park waar de Rolling Stones voor een kwart miljoen bezoekers een gratis concert gaven. Dat concert werd opgedragen aan Brian Jones.

Zes weken later vond Woodstock plaats, maar de Stones werden niet uitgenodigd. Te populair, vond Michael Lang, die liever veel iets minder grote namen had dan de populairste rockband van dat moment, wat de Stones in 1969 waren. The Beatles stonden op uiteenvallen en traden bovendien al een paar jaar niet op. En Bob Dylan, de andere grootheid uit de jaren zestig, had de rock ’n’ roll (tijdelijk) ingeruild voor bedachtzame countrymuziek.

Jagger was zich bewust van de suprematie van zijn band en zocht naar mogelijkheden die te gelde te maken. Toen Woodstock zo’n enorm succes was geworden, en er platen en filmregistraties van werden aangekondigd, wilde hij met zijn Stones iets dergelijks ondernemen.

In het najaar van 1969 zouden de Stones een Amerikaanse tournee geven, en als ze daar nu eens zelf een documentaire over zouden maken, die ze in 1970, het liefst voordat de Woodstock-film in première zou gaan, konden uitbrengen. Dat zou prachtig zijn.

Een band op tour volgen is aardig, maar de makers van wat uiteindelijk Gimme Shelter zou worden, misten een climax. Een overdonderend evenement dat onomstotelijk duidelijk moest maken wie de grootste rockband ter wereld was.

Een groot gratis festival bijvoorbeeld, met de Stones als hoofdact. Jagger zag hier wel iets in, ook omdat het hem de gelegenheid gaf de veel geuite beschuldigingen te pareren dat kaartjes voor Stones-concerten te duur waren.

Een gratis concert van de Rolling Stones als geste aan de trouwe Amerikaanse fans, dat was goed voor zowel imago als film.

Alleen werd de tijd niet genomen om een en ander in goede banen te leiden. In Gimme Shelter is goed te volgen dat, terwijl de Stones midden in hun Amerikaanse tournee zitten, er nog naarstig naar een locatie wordt gezocht. Als op het laatste moment een locatie afvalt, zijn er nog maar zesendertig uur te gaan. Aardig is het dat dezelfde Michael Lang die Woodstock zo knap had georganiseerd, ook betrokken is bij wat uiteindelijk Altamont zou worden. Hij stelt het Stones-management ook gerust als de eigenaar van de Speedway baan van Altamont zijn terrein beschikbaar stelt: dat podium moet in een nacht te bouwen zijn.

Het lukt, al wordt het wel een heel laag podium. Voor een podium dat net zo hoog is als dat van Woodstock ontbreekt het aan tijd. Achteraf is dit een van de cruciale blunders geweest: een podium dat niet alleen door iedereen te beklimmen was, maar ook nog eens veel te laag voor de 300 duizend bezoekers om de verrichtingen erop te kunnen volgen.

Er werden meer blunders gemaakt. Zo was er niet goed nagedacht over de beveiliging. Anders dan vaak wordt beweerd, had Lang in Woodstock wel degelijk een goede security ploeg rondlopen. Over Altamont wordt vaak beweerd dat de Stones de Hell’s Angels voor vijfhonderd dollar aan bier hadden ingehuurd. Maar zo lag het niet helemaal. Ze mochten wel hun motoren naast het podium parkeren, dat zou het al te opdringerige publiek al genoeg afschrikken.

Vijf maanden eerder waren in Hyde Park wel Britse Hell’s Angels ingehuurd, en zeer waarschijnlijk zijn de Stones ervan uitgegaan dat hun Amerikaanse broeders net zulke aandoenlijke, weinig vervaarlijke jongens waren.

Helaas, de motorrijders die zich die 6 december 1969 kwamen melden bleken veelal uiterst agressieve monsters, die zwaar onder invloed van goedkope wijn vermengd met slechte acid de boel begonnen te terroriseren.

Onder invloed waren sowieso veel van de bezoekers, zoals in Gimme Shelter goed te zien is. Maar achteraf is terecht de vraag gesteld hoe het mogelijk was dat een groep van hooguit vijftig Angels een massa van 300 duizend mensen zo kon intimideren.

Het complete verhaal van Altamont is nooit echt goed verteld, ook omdat er behalve enkele lokale nieuwsgaarders weinig media aanwezig waren. Wel waren er de zeventien cameracrews, ingehuurd door de broers Maysles. Maar zij hielden zich vooral op rond en achter het podium. Wat er verder achterin in het publiek gebeurde, bleef onduidelijk.

De mensenmassa die aan het slot van Gimme Shelter wordt gefilmd als hij op 7 december Altamont verlaat, oogt minder neergeslagen dan je op grond van de overlevering zou verwachten. De meeste bezoekers bleken ook niet te weten wat zich voor het podium had afgespeeld, dat hoorden ze pas bij thuiskomst.

Zij hadden een fantastische show gezien, want de Stones speelden in Altamont geweldig. Muzikaal was hun show het begin van een nieuw tijdperk.

De tournee waarvan het optreden in Altamont de afsluiting was, had een nieuw Rolling Stones laten horen. Een band die lustig improviseerde op bluesthema’s en hun liedjes oprekte tot bezwerende lange rocknummers. In zekere zin namen de Stones tijdens hun Amerikaanse tournee eind 1969 een voorschot op de jaren zeventig en tachtig, toen ze zichzelf definitief zouden manifesteren als greatest band on earth.

Iets daarvan is al te zien in Gimme Shelter, dat behalve van Altamont veel beelden laat zien van de Stones in de New Yorkse Madison Square Garden een week eerder. Geluidsopnamen van deze twee New Yorkse shows werden in 1970 gebruikt voor wat nog altijd een van de beroemdste en beste live-albums uit de popgeschiedenis is: Get Yer Ya-Ya’s Out.

Gelijktijdig met de nieuwe versie van Gimme Shelter op dvd, is ook een jubileumeditie van deze standaardplaat van de Stones verschenen. Een box, met naast het ‘gewone’ album ook een vijftal niet eerder verschenen opnamen, en een cd met de twee voorprogramma’s: B.B King en een zeer opzwepende Ike & Tina Turner. Het aardigst is de dvd met beelden gemaakt door dezelfde mensen die ook Gimme Shelter draaiden. Film en cd-box horen bij elkaar en zouden ook samen in een box moeten worden uitgebracht.

Bij elkaar leveren ze de soundtrack bij het verhaal van de Rolling Stones in de laatste weken van 1969. Een verhaal zoals dat is opgetekend door de Amerikaanse journalist Stanley Booth in zijn nog altijd onovertroffen The True Adventures Of The Rolling Stones. Booth was bij de hele tournee aanwezig, maar wachtte tot 1984 met de publicatie van zijn avonturen. Hij was te geschokt over wat hij had meegemaakt.

En Mick Jagger? Na het zien van de beelden van de steekpartij, staat hij op. Hij kijkt in de camera en zegt ‘tot ziens allemaal.’

Hij is geenszins van plan om te stoppen, hij begint pas. Natuurlijk, alles moet anders en vooral professioneler, maar samen met zijn maatje Keith Richards heeft hij net een geweldig nieuw nummer geschreven: Brown Sugar.

Het zou nog even duren, maar in 1972 ging hij met zijn Stones opnieuw on the road. De tournee was groter, winstgevender en opwindender dan alles wat de band daarvoor had laten zien.

Wat het zo fataal afgelopen jaar 1969 voor Jagger had aangetoond, is dat zijn muziek juist goed tot zijn recht kwam voor grote massa’s. Met dat gegeven moest hij iets doen. Wat je ook van Hyde Park en Altamont kon zeggen, over de muziek hoorde je niemand over klagen.

Dus tot ziens allemaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden