Een geschenk zonder strik

Waarom is de Nederlandse flaptekst vaak zo saai? Omdat de meeste schrijvers en uitgevers denken dat die bij het boek hoort....

Je hoort er lezers zelden over, terwijl ze er allemaal mee te maken hebben. De flaptekst, een schromelijk onderschat onderdeel van het boek. Zonder overdrijving is de stelling gerechtvaardigd dat het hier om het best gelezen deel van het boek gaat – in elk geval het vaakst gelezen, al dan niet bij bewustzijn.

Een kleine optelsom: bij kennismaking al twee keer in de winkel (eerst vluchtig en nieuwsgierig, dan calculerend en zorgvuldig), thuis opnieuw met een blik van herkenning alvorens aan de lectuur te beginnen, en dan hebben we het nog niet over de weken dat het boek omgekeerd op het nachtkastje lag, die keer dat het in de reistas mee moest en met het omslag naar beneden te voorschijn kwam, of toen je het boek jaren later uit de kast plukte omdat je was vergeten waarover het ging.

De laatste keer dat je dat boek in handen hebt, de avond voordat de opkoper met zijn bananendozen op de stoep staat, gaat je blik nog een keer over de flaptekst, die zo wervend is dat je bijna weer aarzelt. Er is geen kastruimte over, maar zoiets dierbaars doe je toch niet weg?

Ondanks de evidente gebruikswaarde ervan bekommeren schrijvers en uitgevers, vooral de Nederlandse, zich nauwelijks om de woorden die achterop een boek worden afgedrukt. Ze zullen het ordinair vinden. Niet inhoudelijk genoeg, die keerzijde van het edele schrijfwerk. Maar de flaptekst overlaten aan de jongens en meisjes van de advertenties, dat gaat uitgevers weer te ver. Vaak laten ze de teksten door de schrijver zelf fabriceren, en pimpen die behoedzaam op.

Fout gedacht. De flap behoort namelijk niet tot het boek, maar tot de verpakking. Geen lezer die bij zijn verstand is, zal de aanprijzingen voor zoete koek slikken. Hij is voorbereid op retorisch vuurwerk. Maar pak er de gemiddelde Nederlandse flaptekst bij, en je raakt prompt gedeprimeerd van zoveel dorre correctheid. Dat komt doordat schrijvers vaak een samenvatting geven, de goedzakken willen de inhoud recht doen. Helemaal niet nodig! De lezer rekent er ook niet op, zomin als hij dat doet bij reclame.

Een ongeneeslijke lezer gaat een boekhandel binnen, begeeft zich naar de poëzie-afdeling: wat ziet hij achterop de jongste titels? ‘In de nieuwe bundel van Antoine de Kom wordt gereisd naar oorden als Suriname, Australië en New York, maar ook naar het verleden waar de ik-figuur rondtrekt in de bedompte geschiedenis van zijn voorouders.’ Veel plezier ermee. Kan het nog enthousiaster? Is dit de strik om het geschenk dat ons naar de kassa moet doen snellen? ‘Wordt gereisd’, ‘oorden als’, ‘bedompt’: het is eerder een laatste waarschuwing dan een warme aanbeveling.

Volgende bundel: ‘Alfred Schaffer opent in Kooi de ruimte achter onze herkenbare werkelijkheid. Deze wordt gedomineerd door het klassieke drietal: liefde, ziekte en dood.’ Hiephoi, daar gaan we vanavond eens mee onder leeslamp zitten, glaasje wijn en stukje kaas binnen handbereik. Schaffer werkt zelf bij een uitgeverij, het bewijs dat ze het daar niet snappen. Met zo’n tekst jaag je iedereen weg. En dit geldt voor bijna alle flapteksten van de goede boeken: dodelijk verantwoorde kost.

Soms heb je er wat aan, maar dan meestal in alarmerende zin. ‘Het was een groots moment toen ze de boot af reden. Marokko! Afrika!’ Dat staat achterop Harlekino van Tessa de Loo. Als dit fragmentje de sfeer representeert, dan weet iedereen dat deze turf voor werkelijk álle leeftijden is.

Schaamteloze boeken, die worden schaamteloos aan de man gebracht. Aanmerkelijk beter te verdragen dan de wurgend verantwoorde flap op het kwaliteitsboek. Niets daarvan bij Klinkhamer: ‘Er zijn in het Nederlands geen boeken die Gehoorzaam als een hond kunnen evenaren in razernij, smeerlapperij en obsceniteit.’ Dan heb je iets in handen.

Lang geleden smeedde Heere Heeresma gewoon zelf de jubelcitaten, de ‘blurbs’, achterop Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp (1972), maar hij kent de reclamewereld van binnen: ‘Hervormd Dordrecht: positief* ingehouden* opbrengst van deze roman gaat naar Zanzibar’, en: ‘De Tijd: knap stukje werk* de sex ontbreekt totaal* warm aanbevolen!’

Mijn tweede flaptekstheld heet Willem Brakman. Zijn tientallen aanbevelingen zouden een bundeling verdienen, ze zijn een onderdeel van zijn schrijverschap. Men neme Het goede boek (1998), titel als een blurb, en leze achterop: ‘Veel personen worden ter aarde besteld, ja, een hele generatie; maar Brakman kent het geheim van de daarbij zo in het geheel niet passende twinkeling in het oog.’

De overtreffende trap is de Amerikaan Dave Eggers, wiens debuut uit 2000 achterop werd aangeprezen door David Sedaris en David Foster Wallace, die hun best deden, maar niet op konden tegen de titel aan ommezijde: Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit.

Brakman had zoiets ook gedurfd, maar zijn uitgever zou het hem hebben ontraden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden