Een gelukkig mens, door twijfel verrast

Liefdevolle ceremonie voor Hugo Claus waarbij critici van zijn keuze voor euthanasie van repliek worden gediend...

Het is vier uur zaterdagmiddag als op de Komedieplaats in Antwerpen applaus klinkt. De kist met het lichaam van Hugo Claus wordt uit de Bourlaschouwburg gedragen, het theater waar zijn toneelstukken zo vaak zijn opgevoerd.

Op de kist ligt een rode roos van zijn vrouw Veerle. Bewonderaars en passanten vormen een erehaag voor de schrijver, dichter, schilder en cineast; familie, vrienden en collega’s hebben al anderhalf uur eerder het neoclassicistische theater uit 1834 verlaten.

Aan de gevel hangen posters van De Versie Claus, een eenakter door Josse De Pauw gebaseerd op interviews met de op 19 maart overleden schrijver. Uitgerekend op zijn sterfdag werd in Bourla De Geruchten gespeeld. Uitverkocht.

Dus waar anders kon de uitvaartceremonie beter zijn dan hier, stelt huisvriend en aanstaand biograaf Piet Piryns tijdens de plechtigheid. In een kerk heeft de op 78-jarige leeftijd gestorven Claus niets te zoeken, een crematorium is te kil. Het theater, dát is zijn plek.

Een keur aan collega’s is naar de plechtigheid gekomen. Onder hen Remco Campert, Cees Nooteboom, Erwin Mortier, Harry Mulisch, Connie Palmen en Jef Geeraerts. Ook oud-premier Guy Verhofstadt, Freek de Jonge, Jan Fabre, Henny Vrienten en Hans van Mierlo bewijzen hem de laatste eer.

Remco Campert draagt een eigen gedicht voor. ‘Ach Hugo, blijf bij ons, blijf bij de poëzie en dit land. En rust naar je aard niet zacht’, zo luidt het slot. Die woorden echoën anderhalf uur later bij Cees Nooteboom: ‘Lieve vriend, vaar wel. Ik vraag je maar één ding: kom vooral spoken.’

‘Het zal veel vrienden zo vergaan als mij. Hugo als dode, die kenden we nog niet’, zegt Nooteboom. Een halve eeuw is hij met Claus bevriend geweest, sinds ze op Ibiza een wedstrijdje deden wie het meeste pudding op kreeg – Claus won. ‘We kenden hem in zoveel gedaanten en zoveel decors. Maar als dode, nee, zo nog niet. Het is wennen.’

Volgens Nooteboom kan Claus het beste worden herdacht door woorden die hij zelf schreef: ‘Een gelukkig mens, door twijfel verrast.’ Hij beschrijft hoe de schrijver langzaam in de greep kwam van de ziekte van Alzheimer.

‘En dan neem je afscheid van je vrouw en je vrienden en doet wat je je had voorgenomen, wetend dat de kleine zielen je terug zouden willen trekken in de aardse hel, waarvan zij beweren dat je daarmee een hemels paradijs verdient.’

Ook Erwin Mortier verwijst naar de kritiek op Claus’ keuze voor euthanasie. Kardinaal Godfried Danneels noemde dat besluit in zijn Paaspreek ‘geen heldendaad’. Mortier vindt het ‘bittere ironie’ dat Claus ‘postuum nog de les wordt gespeld door lieden voor wie hij steeds een heilzaam gebrek aan ontzag heeft getoond. Louter en alleen omdat de keuze van zijn levenseinde niet het hunne is, komen ze weer vanonder de plaveien gekropen en spuien hun laffe gal. De eigen superioriteit celebreren boven het lichaam van een geliefde dode is geen heldendaad. Meneer de kardinaal, schaam je.’

Redacteur Suzanne Holzer van uitgeverij De Bezige Bij was de laatste dagen van Claus’ leven bij hem en zijn vrouw Veerle. Ze vertelt hoe Claus graag ‘creatieve luiheid’ voorwendde en nadacht over een ‘listig liefdesverhaal’, vlotjes te schrijven in twee maanden en uit te brengen in achttien talen: een gegarandeerde hit. Toch bleef hij telkens kiezen voor uiterst complexe en geraffineerde verhalen en poëzie.

Claus wordt pas deze week gecremeerd, in intieme kring. Het was zijn laatste wens dat zijn as wordt uitgestrooid in zee, bij Oostende. Actrice Gilda De Bal draagt daarom het Claus’ gedicht Oostende voor.

De vlaggen van de schouwburg hangen halfstok als de dragers de kist in een Rolls Royce zetten. Een tweede lijkwagen, een Cadillac, wordt gevuld met bloemstukken. Het laatste stuk heeft een lint in zwart geel en rood, de kleuren van de Belgische vlag. Het is afkomstig van koning Albert II en koningin Paola. Hugo Claus mag dan een overtuigd republikein zijn geweest, ook het hof deelt vandaag in het verdriet van België.

‘Wij kunnen Hugo’s dood niet gepaster eren dan door het leven te eren’, aldus Erwin Mortier. ‘Al vloekend en vrijend, al gierend en tierend, en met veel roomsoezen en crème au beurre.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden