Interview Jacques Audiard & John C. Reilly

Een Fransman die een western maakt? ‘Als regisseur ben ik beter als ik juist niet alles begrijp’

John C. Reilly en Joaquin Phoenix in The Sisters Brothers (Jacques Audiard).

Als je een ander soort western wil, moet je Jacques Audiard vragen. Daarom vroeg John C. Reilly de gerenommeerde Franse regisseur voor de verfilming van de bestseller The Sisters Brothers, over beroepsmoordenaars Eli en en Charlie Sisters. De Volkskrant sprak de regisseur en acteur.

‘Als je Frans bent, dan weet je: een western, c’est pas pour toi.’ Jacques Audiard, standaard getooid met een weinig cowboyesk sjaaltje, schakelt midden in een zin tussen het Frans en Engels, dat hij slechts matig beheerst. De western zit de Fransen niet in het bloed, benadrukt de 66-jarige Franse filmmaker bij de presentatie van zijn nieuwe film – een western – The Sisters Brothers. Amerikanen en Italianen, die kunnen dat. Fransen niet.

Daar valt historisch wel iets tegenin te brengen: Brigitte Bardot schoot in 1971 pistolen leeg als outlaw in Les pétroleuses, de Frans-Belgische strip Blueberry is vijftien jaar geleden verfilmd en iemand muntte zelfs ooit de term ‘Baguetti-western’. Audiard, resoluut: ‘non.’

Maar dan bellen de Amerikanen. Of beter: dan belt John C. Reilly, de Amerikaanse acteur uit films als Boogie Nights en Gangs of New York. Liefhebber van het oeuvre van Audiard én al enkele jaren in bezit van de filmrechten op The Sisters Brothers, de bestseller en ‘neo-western’-roman van de Canadees Patrick deWitt, over twee beroepsmoordende broers in het Amerika van 1851. ‘Omdat John het vroeg ging ik wel lezen’, zegt Audiard, ‘Nou, formidabel boek. En ik dacht: dit is niet zozeer een western, dit is een historische film – voor mij dan, als Europeaan.’

Reilly zit in Cannes naast Audiard, tegenover wat journalisten, en verduidelijkt: ‘Wij Amerikanen dragen zoveel bullshit met ons mee over dat Wilde Westen. Bullshit die waarschijnlijk gebaseerd is op andere films, in plaats van de echte geschiedenis. Jacques had een objectieve kijk.’

Gespierd

‘Een geslaagde synthese van meedogenloos realisme en hilarisch hyperrealisme’, schreef literatuurrecensent Hans Bouman in de Volkskrant, bij het verschijnen van de roman De gebroeders Sisters in 2012. In zijn bespreking vergeleek hij het boek met de films True Grit en O Brother, Where Art Thou?  van Joel en Ethan Coen. Drie jaar later, als jurypresidenten in Cannes, schonken die Coens de Gouden Palm aan Audiards misdaaddrama Dheepan, over een Tamil-vluchteling die het opneemt tegen een Parijse drugsbende. Reilly: ‘Het kenmerkende aan de films van Audiard is dat ze zo gespierd zijn. Ze vervelen nooit, bewegen altijd voorwaarts, maar vaak niet zoals je verwacht. De eerste van hem die ik zag was De battre mon coeur s’est arrêté (misdaaddrama uit 2005, red.). Ik moet zeggen: mijn echtgenote Alison Dicky (filmproducent, ook van The Sisters Brothers, red.) wees me op z’n werk. Het was ook haar idee om Jacques te vragen, en zij las als eerste het boek.’

De roman van deWitt bezit allerlei kenmerkende elementen van de western, zegt de acteur. ‘Achtervolgingen, paarden, schietpartijen... Maar er zit ook een kwetsbaarheid in die je niet tegenkomt in een Clint Eastwoodfilm. Bij die films weet je niet wat er in het personage omgaat. Bij de twee Sisters-broers is dat vrij duidelijk.’

Die gebroeders Sisters zijn opvallend introspectief en spraakzaam – zeker voor door de wol geverfde koele hitmen. Als ze in opdracht van hun leider ‘the Commodore’ (Rutger Hauer) jagen op een experimentele goudzoeker, krijgt oudste broer Eli (Reilly) genoeg van het vak: hij verlangt naar een normaler, beschaafder bestaan. Reilly: ‘Eigenlijk is het westernachtige in de film, die heel gewelddadige wereld, hier slechts het decor. Het gaat erom dat die broers al op jonge leeftijd in dat gewelddadige leven zijn geperst, vóór ze empathie ontwikkelden. Je moet ze zien als kindsoldaten, denk ik. Daarom vergeef je ze hun misdaden ook, op een of andere manier.’

Zo is deze western eigenlijk een coming-of-agefilm, stelt Audiard. ‘Alleen zijn die broers al oud voor ze volwassen worden. Twee veertigers die praten als kinderen van 12.’

Onsentimenteel

The Sisters Brothers werd gedraaid in Spanje en Roemenië. Het budget was behoorlijk: 35 miljoen euro (ter vergelijking: aan Brimstone van Martin Koolhoven werd 12 miljoen gespendeerd).

Reilly: ‘Jacques is een onsentimentele filmmaker. Elke dag waren er van die prachtige uitzichten, we hadden honderden prachtig aangeklede figuranten. En dan kwam Jacques, die zei: hmm, dat hoef ik niet te zien, daar gaat de scène niet om. Er zitten geen shots in de film enkel omdat ze mooi zijn.’

Audiard luistert mee, lacht verontschuldigend.

Hauer spreekt niet in de film, is ook maar kort te zien als huurmoordenaarsbaas The Commodore. Maar zijn dreigende aanwezigheid – ook ongezien – is van belang gedurende de hele film, zegt Audiard. ‘Daarom moest ik een acteur hebben die zeer markant is. Zijn rol heeft iets van een geestverschijning.’

Grotere rollen in The Sisters Brothers worden, behalve door Reilly, gespeeld door Joaquin Phoenix (als broer Charlie), Jake Gyllenhaal en Riz Ahmed. Audiard: ‘Amerikaanse acteurs verschillen van Franse, dat is één van de redenen dat ik deze film wilde regisseren: ik wilde graag eens met ze werken. Amerikaanse acteurs zijn heel specifiek, ze weten veel van camerastandpunten, hebben door waar je van plan bent te snijden. En als je actie roept, komen ze altijd meteen tot leven.’ Tegen Reilly: ‘Klopt dat, wat ik zeg?’

De acteur knikt. ‘Jawel, maar er is niet één type acteur of één werkwijze. Dat geldt ook voor de regisseurs. Ik heb drie keer met Paul Thomas Anderson gewerkt (voor Hard Eight, Boogie Nights en Magnolia, red.). Iedere keer was het zo anders.’ En Joaquin Phoenix, als z’n filmbroer Charlie Sisters, valt met niemand te vergelijken, vindt Reilly. ‘Er is niemand in de wereld die kan wat hij kan. Ik ben getraind als acteur, werk vanuit een gestructureerde basis. Joaquin is er ooit gewoon in geworpen, als kind. Bij hem is acteren iets instinctiefs. Op de set is het alsof er een wild dier voor de camera staat. Fascinerend! Oké, jij bent dus een wild dier. Maar we moeten samen wel dit en dat bereiken. Hoe doen we dat? Erover discussiëren ging niet. Tijdens het wandelen, geweerschieten en paardrijden kwamen we dichter tot elkaar. Ik denk wel dat mijn werkdagen over het algemeen wat makkelijker zijn dan die van Joaquin, vanwege mijn aangeleerde technische vaardigheden. Maar die maken je voor de camera niet per se beter.’

Non-verbaal

Audiard, die het werken met Phoenix een ‘genot’ noemt, had hooguit moeite met de zo met de Amerikaanse frontier verbonden dieren: paarden. ‘Ik heb met orka’s gewerkt, hè’, zegt de regisseur, die in De rouille et d’os (2012) de benen van een orkatrainer (actrice Marion Cotillard) liet afhappen. ‘Maar paarden... Ik ben bang voor ze. Veel te groot zijn ze. En per filmpaard heb je op de set drie paarden nodig: het hoofdpaard én twee reserves. Heel lastig. Met vier personages zit je al op twaalf dieren.’ 

The Sisters Brothers is zijn eerste Engels gesproken speelfilm, maar niet de eerste met acteurs en personages die hij niet verstaat. Van het Corsicaans en Arabisch in zijn gevangenisdrama Un prophète (2009) tot het Tamil in Dheepan (2015). Audiard: ‘De vraag die ik me moet stellen is: waarom film ik zo vaak níét in mijn eigen taal? Het moet iets met die acteurs te maken hebben: dat ik als regisseur met mijn acteurs een andere, meer non-verbale relatie heb als ik ze niet versta. Bij een Franstalige acteur kan ik te makkelijk zeggen: nu doe je dit, nu praat je zo. Ik kan het ze zelfs voordoen: ó, goedemorgen meneer, dáár is de deur, en dan volgt zo’n acteur míjn intonatie, mijn stem. Maar dat wil ik eigenlijk niet. Als regisseur ben ik beter als ik juist niet alles begrijp.’

Jacques Audiard en John C. Reilly op 2 september 2018 bij de 75ste editie van het filmfestival van Venetië. Beeld Getty Images

Vader en zoon Audiard

Jacques Audiard is de zoon van de bekende Franse scenarist Michel Audiard (1920-1985). Maar die beschouwde het scenarioschrijven meer als vak dan kunstvorm, en bracht zijn zoon meer in aanraking met andere kunsten – zoals literatuur en filosofie – dan film. Later brak Jacques Audiard zijn studie literatuur en filosofie af om zich te bekwamen als filmmaker. Eerst als assistent-editor, onder meer van Roman Polanski, later als scenarist en regisseur. 

De zwartkomische, grillige western The Sisters Brothers zet zaken met succes op zijn kop (vier sterren)

Meeleven met twee halvegare huurmoordenaars: gek genoeg lukt dat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden