Column

Een Franse kostuumfilm over Lodewijk XIV: saai. Heel erg saai

Een hoed van raar haar.

Fragment uit La mort de Louis XIV. Beeld
Fragment uit La mort de Louis XIV.Beeld

We zaten bij La mort de Louis XIV, een Franse kostuumfilm. Stomme term, in feite. Alsof het tegendeel een blootfilm is. Blue Movie bijvoorbeeld, waarin Carry Tefsen inderdaad geen kostuum draagt, dus er zit wel iets in. Maar stel ze komen af met La mort de D.A.F. de Sade? Is het dan een blote kostuumfilm? Of een gekostumeerde blootfilm? Wie dan leeft, wie dan zorgt.

Ik ging er trouwens wel naar verlangen, naar De Sade, tijdens die Lodewijk de Veertiende-film. Mooi gemaakt, hoor, goed spel ook, en inderdaad fraaie kostuums, maar saai. Heel erg saai. Ik denk dat het de saaiste film is die ik ooit heb gezien.

Niet de slechtste, overigens. De saaiste.

We zaten twee uur te kijken naar de Zonnekoning die ligt dood te gaan in zijn hemelbed. We komen niet één keer zijn kamer uit. Hij praat nauwelijks, te ziek, te chagrijnig. Het acteerwerk is goed, net echt in feite, maar ik moest ook aan mezelf denken, toen ik afgelopen maandag van de tandarts kwam met een oververdoofde kop. Eén spuitje extra, en ook je oren en je haarwortels zijn verlamd. Leg mij zo in Lodewijks bed, dacht ik, en ik zever die rol er in één take op.

Zo waaierden de gedachten uit, wat prettig is, vind ik. 'Wat weten jullie van de Zonnekoning?', vroeg Philip Freriks in mijn hersenpan. 'In Versailles piste hij gewoon tegen het behang', antwoordde ik, 'erna: parfum erover.' Geen punten.

Opmerkelijk aan Lodewijks tijd, en zeker aan Lodewijk zelf, waren de pruiken. We zaten naar de hardcorepruikentijd te kijken. Nummer 14 was de Johan Cruijff van de pruik. Ik begon mentaal in te zoomen op Lodewijks pruik. Het was een exorbitante pruik, die ik wel al van olieverfschilderijen kende, maar die nu pas goed binnenkwam. Spierwit, kroezig, getoupeerd en werkelijk gigantisch. Model: twee afhangende, zwaar opgeföhnde poedels die elkaar bij wijze van middenscheiding op Lodewijks kruin een zoentje geven.

Raar haar, mag je wel stellen. Al kon het af, als een hoed.

Nu hoor ik dat zelf ook weleens, dat ik raar haar heb. 'Jij hebt geen kapsel', zei iemand. Onzin, dacht ik, je hebt zelf geen kapsel, sterker: je hebt niet eens haar. Soms zie ik Gaston, van de Nationale Postcode Loterij, en dan denk ik: misschien is je hoofd wel een soort artisjok, en zit er diep van binnen toch nog haar, wat ik Gaston natuurlijk van harte toewens, kaalheid blijft een defect.

Ach, kapsels, wie heeft er geen? (Ik zal niet nog meer namen noemen.) Vroeger fietste ik naar de schooldisco met Menno's brommerhelm op. Wanneer ik de helm bij aankomst met een snelle, linksdraaiende ruk afzette, zat mijn haar perfect en kon het feest beginnen.

Tegenwoordig liggen de kaarten anders, letterlijk, want er is een schrijverskwartet op de markt. Er zijn allerlei categorieën, waaronder 'kort van stof' en 'schrijvers met een hondje' en 'familie'.

Ik zit in 'raar haar'. Samen met Griet Op de Beeck, Connie Palmen, en P.F. Thomése. Tja, dat liegt er niet om. De circumstantial evidence is overrompelend. Hoe raar wil je haar krijgen? En het zou wel heel toevallig zijn als juist ik er per ongeluk tussen sta, als een soort misdruk. Wat op zich best kan, natuurlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden