INTERVIEW

Eén foute tweet en je hebt geen leven meer

Het kan iedereen overkomen. Ronson, die een boek schreef over naming en shaming in de sociale media, ondervond dat aan den lijve.

Jon Ronson: 'Het is wreed een individu eruit te pikken en die verantwoordelijk te maken voor sociale misstanden.' Beeld Sanne De Wilde

Op 11 juni 2015 was Rachel Dolezal (37) een tamelijk onbekende activiste uit de Verenigde Staten. Als dochter van een zwarte man en blanke vrouw had ze haar leven gewijd aan het bestrijden van racisme via kunst en onderwijs.

Op 12 juni was alles wat ze had opgebouwd in één klap verwoest. Dolezals vader bleek namelijk niet zwart, maar lelieblank. En haar getinte huid had ze niet te danken aan zwarte voorouders, maar aan de zonnebank. Een lokale tv-zender gooide haar diepste geheim op straat - inclusief jeugdfoto's van Dolezal met blond, sluik haar - en onmiddellijk rees de vraag of haar levenswerk nog wel geloofwaardig is nu haar raciale afkomst een leugen bleek.

Het Twittertribunaal wachtte Dolezals antwoord niet af en besloot diezelfde dag nog haar reputatie te vernietigen.

Jon Ronson, auteur van het boek So you've been publicly shamed, noemt de Dolezal-affaire een klassiek voorbeeld van publieke vernedering op sociale media. Ronson bezocht enkele slachtoffers van virtuele lynchpartijen en tekende hun ijzingwekkende getuigenissen op. Hij wilde weten wat een twitteraar, die doorgaans als keurig mens door het leven gaat, drijft om met honderden anderen iemand aan de schandpaal te nagelen wegens een misstap of ongelukkige uitspraak.

De massale Twitteraanvallen op Dolezal - ze werd geconfronteerd met hoon en dreigementen -vindt Ronson om nog een andere reden schrijnend: 'Ik kreeg meteen sterk de indruk dat het hier om een vrouw ging die geestelijk niet stabiel is. En toch konden we als woedende meute geen compassie opbrengen.'

Ronson blikt terug op de begintijd van Twitter, rond 2006. In zijn herinnering bestonden de virtuele vervolgingen nog niet. Het sociale medium was vooral een platform voor geestige en eerlijke uitwisselingen. Dat veranderde toen ook invloedrijke mensen als Donald Trump een account aanmaakten. 'Voor het eerst in de geschiedenis hadden we min of meer rechtstreeks toegang tot dat soort ivoren-toren-oligarchen', schrijft Ronson in zijn boek. En zo konden machtige mensen dus ook rechtstreeks afgestraft worden voor foute opmerkingen.

Daarna veranderde er iets, meent Ronson. Gebruikers van sociale media raakten gespitst op alles wat niet door de beugel kon. Er ontwikkelde zich een naargeestige focus op álle foute uitspraken, ook die van doodgewone, onbeduidende twitteraars. Ronson schrok van de wreedheid van de afstraffingen, maar meer nog van de onwil om iemand een foute tweet te vergeven.

Twitter

Twitter wordt geregeld bekritiseerd vanwege het haatdragende niveau van sommige tweets. Tijdens de Internet Safer Day dinsdag kondigde het platform daarom aan een veiligheidsraad in te stellen, die pestkoppen zal aanpakken.

Pesten is niet het enige probleem van Twitter. Tech-verslaggever Peter van Ammelrooy zette zeven hoofdpijndossiers op een rijtje.

Machine

Een vriend van Ronson, de Britse documentairemaker Adam Curtis, vergelijkt Twitter met een machine. 'Hij zei: twitteraars zijn de ingenieurs van deze gesmeerde machine. En waar houden ingenieurs het meest van? Van stabiliteit en conformisme. Iedereen moet het met elkaar eens zijn. En dan komt iemand met een foute tweet het systeem destabiliseren.'

Ronson is ook geen heilige, geeft hij direct toe. Ook hij heeft in het verleden mensen op Twitter bespot of genoten van een publieke afgang van iemand die hij niet sympathiek vond. Maar hij vindt de rechteloosheid op sociale media zorgelijk. 'Zodra individuen samenkomen op Twitter, vormen ze een groot machtsblok. Als we willen dat iemand wordt ontslagen, dan wordt die persoon ontslagen.'

Hij noemt het bekende voorbeeld van Justine Sacco, een pr-medewerkster die, vlak voor ze op het vliegtuig stapte, een weinig verfijnde grap twitterde: 'Onderweg naar Afrika. Ik hoop dat ik geen aids oploop. GRAPJE. Ik ben blank.' Ze deed haar telefoon uit en viel in slaap. Toen het vliegtuig uren later landde, drong de keiharde virtuele realiteit opeens haar echte wereld binnen: terwijl ze sliep, hadden duizenden woeste twitteraars haar afgefakkeld en haar ontslag geëist. Dat gebeurde: Sacco verloor haar baan en durfde niet meer over straat. 'Maar daar bleef het niet bij', zegt Ronson die haar uitgebreid interviewde voor zijn boek. 'Toen ze een jaar later eindelijk een nieuwe baan vond, waren er twitteraars die haar opnieuw ontslagen wilden hebben.'

Mensen laten zich makkelijk leiden door massahysterie, zegt Ronson. De vrije wil verdwijnt, waanzin wint het van de rede. In het echte leven is die dynamiek het sterkst te zien bij rellen, op sociale media komt die tot uiting met publieke vernederingen. Maar waar in het echte leven de mobiele eenheid rellen kan stoppen, is op internet een dergelijke ordedienst nauwelijks aanwezig. Daarmee schetst Ronson onbedoeld het weinig hoopgevende beeld dat virtuele lynchpartijen amper nog te stoppen zijn.

In april 2015 was Jon Ronson zelf aan de beurt. De reden: in de ongeredigeerde versie van zijn boek stond een onhandig geformuleerde passage over de hoogste vorm van vernedering die een man of vrouw kan ondergaan. Ronson: 'Ik had iets geschreven in de trant van: voor een vrouw is verkrachting het ergste wat haar kan overkomen, voor mannen is dat ontslag.' Hij besloot de vergelijking te schrappen toen vrienden hem waarschuwden dat het stukje al dan niet kwaadwillig verkeerd geïnterpreteerd kon worden.

Vernederend

In het boek Dit is vernederend (Maven Publishing), gaat Jon Ronson in op publieke vernederingen op sociale media aan de hand van gesprekken met slachtoffers, aanstichters en deskundigen op het gebied van schaamte.

Maar de lynchmob op Twitter wist de gewraakte passage toch op te duikelen en begon een screenshot driftig te retweeten. Want hoe dúrfde hij te stellen dat ontslag erger is dan verkrachting?

Hij kwam net aan in Wisconsin om zijn boek te promoten toen Twitter ontplofte. Volgens Ronson was het nota bene een twittertrol - een twitteraar die ervan geniet om anderen op te jagen als diegene iets onwelgevalligs twittert - die met die vergelijking aankwam toen hij haar interviewde over schaamte. 'Ik vond het aanvankelijk treffend, want inderdaad: ik hoef nooit bang te zijn dat iemand mij verkracht en de gedachte dat ik plots zonder werk kom te zitten is ondragelijk. Maar ik heb er nooit mee bedoeld dat ontslag erger is dan verkrachting.'

Ronson, ziek van de grove aanvallen, probeerde nog uit te leggen hoe het werkelijk zat. 'FUCK YOU', was het antwoord van een twitteraar. 'Je had niet eens mogen overwegen om de vergelijking in je boek verwerken.' Een hopeloze zaak. 'Alsof ik getroffen werd door bliksem', zegt Ronson terugblikkend op die ervaring.

Ronson krijgt regelmatig het verwijt dat hij als bevoorrechte witte man over publieke vernederingen schrijft. Radicale sociale activisten vinden het frappant dat hij, van alle mensen die er ooit slachtoffer van zijn geweest, uitgerekend iemand als Justine Sacco verdedigt, de vrouw die een grap over aids en Afrikanen maakte.

'Ik had een zogenaamd racistische vrouw niet mogen verdedigen, maar ik heb haar intensief gesproken en van dichtbij gezien hoe een verwoest leven eruit ziet. Sacco's carrière was voorbij, ze kon niet meer slapen en als single vrouw waren haar kansen op een date ook geslonken. En de ironie van dit alles is dat ze met die onhandige grap juist de geprivilegieerde positie van blanke westerlingen wilde aankaarten.'

Heeft het publiekelijk afstraffen van een foute opmerking ook niet ergens een beetje nut als twitteraars daarmee bijvoorbeeld het alledaags racisme aankaarten? 'Absoluut niet', zegt Ronson geëmotioneerd. 'Het is wreed om een individu eruit te pikken en die verantwoordelijk te maken voor sociale misstanden. Het is diep traumatiserend voor slachtoffers en het creëert een beangstigend conformistische wereld.'

Hoewel hij zich ervan bewust is dat het ijdele hoop is te denken dat publieke vernederingen voorkomen kunnen worden, gelooft hij wel dat het noodzakelijk is mensen bewuster te maken van de desastreuze gevolgen voor slachtoffers. 'We kennen nu de afschuwelijke verhalen als die van Justine Sacco, maar we hebben het nog nauwelijks gehad over rehabilitatie.'

Hij noemt het bekende voorbeeld van Justine Sacco, een pr-medewerkster die, vlak voor ze op het vliegtuig stapte, een weinig verfijnde grap twitterde: 'Onderweg naar Afrika. Ik hoop dat ik geen aids oploop. GRAPJE. Ik ben blank.'

Om die reden heeft Ronson een hoofdstuk ingeruimd om het leven ná de schandpaal te beschrijven. Hij schrijft over zijn bezoek aan James Gilligan, een gepensioneerde gevangenispsycholoog die jarenlang met ernstig getraumatiseerde gevangenen had gewerkt. De gevangenen waren zonder uitzondering als kind stelselmatig vernederd en konden alleen nog met de schaamte omgaan door al hun emoties uit te schakelen. Dat de gedetineerden vervolgens ook door het gevangenispersoneel regelmatig werden vernederd, droeg niet bij aan de verwerking.

Gilligan voerde een simpel experiment uit. Hij gaf het gevangenispersoneel de opdracht om gedetineerden humaan te behandelen en paste intensieve therapie toe. De resultaten waren verbluffend: het geweld in de gevangenis nam direct af en de gevangenen leerden langzaam weer hun emoties toe te laten. Ronson: 'Ik hoop dat die rehabilitatie ook mogelijk is voor slachtoffers van publieke vernederingen op sociale media, want dit kan iedereen overkomen.'

Maar zijn publieke vernederingen hoe dan ook fout? Oké, vooruit, Ronson moest onlangs stiekem lachen om de virtuele vervolging van de Times-journaliste Camilla Long. 'David Bowie was net dood. Hij was ook mijn held, verdorie. Iedereen was collectief aan het rouwen op Twitter. En toen twitterde Camilla Long opeens: 'Wat een onoprecht vertoon van massarouw, stelletje aanstellers, doe het lekker thuis.' Een horde Bowie-fans sprong er direct op. En eerlijk? Ik dacht: lullig, misschien heb je het wel ergens verdiend. Je hebt het wel over David Bowie, ja.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.