Een fotograaf die onder je huid ging zitten

De donderdag overleden ‘fotograficus’ maakte een maniakale hoeveelheid zwart-wit foto’s die letterlijk zijn leven waren...

Merel Bem

Museumdirecteur Wim van Sinderen weet nog hoe spannend het was, het moment waarop Gerard Fieret vier jaar geleden, 80 jaar oud, in een rolstoel de tentoonstellingszaal werd binnengereden. De fotograaf, berucht om zijn woedeaanvallen, was een uur voor de opening van een overzicht van zijn werk naar het Haagse Fotomuseum gekomen. Hij droeg zijn beste pak.

Van Sinderen: ‘Ik rol hem naar binnen. Hij kijkt en kijkt. En na een stilte zegt hij: ‘Dit is allemaal van mij hè?’ ‘Ja, Gerard’, zeg ik. ‘Dit is allemaal van jou.’ Toen riep hij: ‘Fantástisch. Géniaal!’ En toen hij het boek zag dat bij de tentoonstelling was verschenen, deed hij net alsof hij dat zelf had gemaakt. Ik had er niets meer mee te maken. Dat vond ik het grootst mogelijke compliment.’

Gerard Fieret, die afgelopen maandag 85 werd, is donderdagavond overleden. Hij was fotograaf, al sprak hij zelf liever van ‘fotograficus’. Aanvankelijk was hij schilder en tekenaar. In 1965 nam hij, volgens Van Sinderen ‘eigenlijk zomaar’, de camera op, om het ding tien jaar later net zo plotseling en zonder al te veel uitleg weer aan de wilgen te hangen.

In dat tussenliggende decennium ontstond zijn oeuvre, een maniakale hoeveelheid zwart-wit foto’s die letterlijk zijn leven waren. Het Gemeentemuseum in Den Haag bezit 1.300 foto's van hem. Fieret fotografeerde alles: vrouwen, zichzelf (een archetypische kunstenaar, met woeste snor en baard, en een verwilderde blik), zijn atelier, mensen uit de kunstwereld en nog meer vrouwen – zonder zich druk te maken om compositie of perfecte afwerking.

‘Het is alsof er geen camera tussenzit’, zegt Van Sinderen over die foto’s. ‘Je kijkt mee door zijn ogen, er is geen afstand.’

En toen hield Fieret ineens op met fotograferen. In de jaren daarna stak hij zijn energie voornamelijk in het zich toe-eigenen van zowel zijn eigen foto’s, als die van anderen. Medewerkers van de studiezaal in het Gemeentemuseum lieten de fotograaf ooit alleen met zijn werk. Voordat ze het wisten, had hij met een dikke zwarte viltstift en een stempel al zijn foto’s ‘veiliggesteld’. En zo hingen ze in 2004 aan de muren van het Haagse Fotomuseum.

Het zijn juist die imperfecties die maken dat het werk van Fieret moeiteloos een aantal generaties overbrugt. Voor wie opgroeide met de opgeblazen, gelikte fotografie van de jaren negentig, zijn de schots en scheve beelden van Fieret een verademing en het toppunt van authenticiteit.

De Hallen in Haarlem presenteren in maart een tentoonstelling van de jonge Amerikaanse kunstenaar Slater Bradley, die Gerard Fieret als belangrijke inspiratiebron beschouwt. Een klein deel van Fierets vrouwenportretten zal ter gelegenheid van die expositie in Haarlem te zien zijn.

Of Fieret daar zelf blij mee zou zijn geweest, is moeilijk te zeggen. De man die tot op hoge leeftijd elke dag de duiven van Den Haag voerde, kon het anderen behoorlijk moeilijk maken.

Museumdirecteur Van Sinderen: ‘Hij ging echt onder je huid zitten.’ Maar juist die eigenschap zorgde voor een oeuvre dat je, als je het eenmaal hebt gezien, nooit meer loslaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden