InterviewEva & Eddy Posthuma de Boer

Een foto van hem, een tekst van haar: Eddy en Eva Posthuma de Boer over hun gezamenlijke column

Beeld Eva Roefs

De Volkskrant dook met vader en dochter het archief in. ‘Ik heb twee geheugens: mijn eigen geheugen en mijn foto-archief.’

Fotograaf Eddy Posthuma de Boer (89) geeft een korte rondleiding in wat hij ‘museum Eddy’ en ‘mijn tweede geheugen’ noemt: duizenden boeken en mappen met foto’s en dia’s op de tweede verdieping van een huis met een grote voortuin in Amsterdam-Oost, vlakbij het oude gebouw van zijn voormalige werkgever de Volkskrant. Hij woont er sinds 1961, samen met Henriette, zijn vrouw.

Hij werkte onder meer voor de Volkskrant, Het Parool, Time-Life en Avenue. Zijn zwervende bestaan in de vorige eeuw wordt gevisualiseerd door de aanduidingen van de inhoud op ontelbare mappen: Haïti, Tadzjikistan, Egypte, Birma en Japan, onder veel meer. Andere mappen hebben een thema: ‘Paris revisited’, ‘trappen’, ‘jazz’ en, typisch Eddy Posthuma de Boer, ‘geluk van de alledaagsheid’.

Sinds zijn herseninfarct in 2019 slaapt hij hier elke namiddag een uurtje. Verder is alles bij het oude gebleven. Dit is zijn wereld en zijn werkplek, nog steeds, elke dag.

Zijn jongste dochter, schrijver Eva Posthuma de Boer (49), is er ook. Samen hebben ze een boek gemaakt, Muggen & olifanten, een bundeling van de columns die ze sinds 2018 elke twee weken samen maken voor de Volkskrant: zij de tekst, hij de foto uit zijn archief. Het zijn ragfijne duetten, optimistisch en opgewekt van toon in woord en beeld.

In Muggen & olifanten schrijft zij: ‘Eddy was 40 toen ik werd geboren. In dat jaar, 1971, reisde hij naar Mali, Madrid, Schotland, Parijs, Abu Dhabi en de Ardennen. Dat was zijn leven, en zou voor mij vertrouwd worden. Papa uitzwaaien op Schiphol, de telefoontjes van ver, zijn stem door die krakende lijn; de koffer in de gang als hij weer thuiskwam, de geur van vliegtuig, de smaak van het zout op zijn armen.’

Hij noemt haar Eef, zij hem Eddy. Samen kijken ze op zijn computer naar zes foto’s die ze hebben uitgekozen; foto’s die hun boek haalden, of uiteindelijk toch maar niet, en foto’s uit hun leven.

Katten in La Mancha, Spanje (1988)

Beeld Eddy Posthuma de Boer

Eddy: ‘Toen we met de column begonnen zocht Eef in mijn fotoboeken een foto uit en daar schreef ze dan een verhaal bij. Later draaide ze het om. Nu heeft ze een idee en vraagt ze aan mij of ik er een foto bij wil zoeken. Dat vind ik ook het spannendst. De zoektocht is elke keer fascinerend.’

Eva: ‘De titel van het boek slaat op een column over een muggenplaag en een zwarte klamboe die ik had gekocht. Dit gaat niet lukken, dacht ik. Want wat moet je in godsnaam voor foto plaatsen bij een klamboe en een mug?’

Eddy: ‘Ik dacht meteen aan een olifant. Raak.’

Eva: ‘De foto is nooit een simpele illustratie bij het verhaal, eerder een associatie. We inspireren elkaar. Er komen foto’s uit dat enorme archief naar boven die hij al vijftig jaar niet heeft gezien, en ik nog nooit.’

Eddy: ‘Ik weet precies waar ik moet zoeken als ik foto’s van olifanten moet vinden. Ik heb twee geheugens: mijn eigen geheugen en mijn foto-archief.’

Eva: ‘We hebben een huis in Frankrijk, in de Bourgogne. Afgelopen zomer ben ik er bijna twee maanden geweest, om een boek te schrijven. Daarna kwam mijn gezin om vakantie te vieren. Voor het eerst ging de kat mee. Het was nogal een avontuur. Daar heb ik een verhaal over geschreven. Eddy liet eerst een onwaarschijnlijk mooie foto zien van een man die de krant zit te lezen. Op zijn schouders zit een kat.’

Eddy: ‘In Caïro, zomaar op straat.’

Eva: ‘We hebben ’m, dacht ik. Maar toen liet je ook deze foto zien, gemaakt in Spanje. Hier wordt het verhaal van de zomer en de vakantie nog beter verteld. Het is bijna een schilderij.’

Eddy: ‘De katten zijn op een primitieve manier ingelijst. Die ene kijkt kwaad, recht in de camera.’

Eva: ‘Kiezen is elke keer moeilijk. Het is héél moeilijk om tegen een foto van Eddy te zeggen dat je hem liever niet gebruikt. Want ze zijn altijd fantastisch.’

Eddy: ‘Ik ben een journalistieke fotograaf, in de eerste plaats. In de tweede plaats ben ik een anekdotische fotograaf. Ik heb altijd de anekdotiek van het leven vast proberen te leggen. Soms is het geestig, soms ellendig. Dat heb ik mij toegeëigend.’

Gezin op het tuinpad (1973)

Beeld Eddy Posthuma de Boer

Eddy: ‘Deze heb ik met een zelfontspanner gemaakt voor het huis hier. Het Algemeen Handelsblad had aan een aantal fotografen gevraagd om hun eigen straatje te fotograferen. Het was in 1973, Eva was 2, Tessa 4. Stout meisje hè, Eva. Eigenzinnig. Nog steeds hoor.’

Eva, quasi-verontwaardigd: ‘Páp!’

Eddy: ‘Er is weinig veranderd hè. Alleen zijn we nu opa en oma.’

Eva: ‘Vroeger was hier achter de donkere kamer, en daar was de lichtbak. Als hij thuiskwam na een reis, wist hij niet hoe snel hij naar boven moest gaan.’

Eddy: ‘Ik had altijd een deadline.’

Eva: ‘Fotografie was nog analoog. Dat maakte het zo spannend. Als meisje voelde ik die spanning al. Of de reportage geslaagd was, wist hij pas als de foto’s waren ontwikkeld. Had hij het? Dat kreeg ik mee, de spanning van het vak. En soms mislukte het, dan was je niet tevreden.’

Eddy: ‘Het zat weleens tegen. Maar ik redde me meestal wel hoor. Ik bakte er altijd wel een koek van. Dat hoort bij het talent, zeg ik dan maar.’

Eva: ‘Ik zie hem hier nog zitten met de dia’s. Ik mocht ze in de mappen doen. Ik kreeg 50 cent per vel, het was mijn eerste baantje. Ik vond vooral het ambacht zo mooi. Het was zo technisch en er kwam zo veel bij kijken. Er waren veel geuren en hij zat geconcentreerd en zuchtend en steunend te werken, terwijl alles uitgespreid op de grond lag.

‘Hij werkte in die jaren voor de Volkskrant, hier om de hoek. Met een buurmeisje rolschaatste ik door de gladde gangen van het gebouw. En dan gingen we met de lift omhoog en haalden we gratis chocolademelk uit de automaat op de redactie.’

Vlaggenzwaaiers in Parijs (1968)

Beeld Eddy Posthuma de Boer

Eva: ‘Het huis in Frankrijk is al mijn hele leven in de familie. We kennen dat land goed. Kinderen in Frankrijk worden veel strenger opgevoed dan bij ons. Daar schreef ik een column over. Het ging ook over het nationalisme in Frankrijk. Eddy stelde eerst voor om deze foto te gebruiken. Uiteindelijk kozen we voor de foto van een Eend, een Deux Chevaux, en de Eiffeltoren.’

Eddy: ‘De foto van de vlaggende mannen heb ik in mei 1968 gemaakt op de Champs-Élysées, vlak bij de grote rotonde. Het was de tijd van de studentenopstanden. Dit waren demonstrerende Gaullisten, rechtse Fransen.

‘Ik was in Parijs met Cees Nooteboom, de schrijver, met hem heb ik heel veel gereisd. We waren met Hollandse jongens onder elkaar. Bob Groen was er ook bij, de correspondent van de Volkskrant, en kunstenaar Mark Brusse ook. Ik heb de demonstraties gefotografeerd van de studenten, bij de Bastille en zo, maar ik ben ook stiekem naar de Champs-Élysées gegaan.’

Eva: ‘Ik kom er nu achter wat hij allemaal heeft gemaakt, op welke plekken hij is geweest en wat hij heeft beleefd. Bij elke foto krijg ik een nieuw verhaal cadeau.’

Aapje met camera (1953)

Beeld Eddy Posthuma de Boer

Eddy: ‘Toen ik deze foto maakte was ik nog heel jong. Ik was net begonnen. Circus Van Bever uit Breda trok door Nederland, zoals zoveel circussen destijds. Het was een familiecircus. Ik bezocht een paar voorstellingen en een keer was er ook een andere fotograaf bij. Hij gaf zijn camera aan het aapje en toen heb ik deze foto gemaakt.’

Eva: ‘Het verhaal bij deze foto ging over een interview met mij van een paar jaar geleden, naar aanleiding van een roman die ik had geschreven. De fotograaf was heel vervelend en de interviewer had het boek niet gelezen. Het was heel onbeschoft allemaal. Eddy stelde eerst voor om er een foto bij te zetten van een straatfotograaf in Istanbul, maar we kozen voor het aapje. Zo ligt het er lekker dik bovenop en krijgt het verhaal een extra betekenis.

‘Ik bel hem vaak al in het eerste stadium, dan leg ik hem het thema voor. Dan gaat het bij hem al draaien in zijn hoofd en stuurt hij foto’s ter inspiratie.’

Eddy: ‘Het uitzoeken zorgt voor een heerlijk gevoel. Ik kan nog steeds met fotografie bezig zijn. Omdat ik niet zo veel meer fotografeer, koester ik dat. Er is geen hoofdredacteur meer die mij naar Kenia stuurt. Er zijn ook geen budgetten meer. Maar ik ben zo blij met wat ik heb. Het is oeverloos mooi, en veel.’

Eva: ‘We zouden er oneindig mee door kunnen gaan.’

Eddy: ‘Ik kan gelukkig nog zoeken in mijn eigen geheugen. Als we over een thema praten weet ik dat ik er foto’s van heb. Alleen: waar? Dat is nogal eens het punt. Dan wéét ik dat een foto heb gemaakt van een straatfotograaf, maar waar was het ook alweer? Ik heb er in al die jaren wel tien gefotografeerd. Dus dan pak ik mappen, Roemenië, Caïro, Istanbul, en dan ga ik zoeken. En op een gegeven moment vind ik de foto die ik wil hebben.’

Eva: ‘We hebben dezelfde toon, klank. Daarom verstaan we elkaar in de column ook zo goed. En ik vind hem heel grappig. In veel van zijn foto’s zit humor.’

Lunch van K. Schippers en Bernlef (1967)

Beeld Eddy Posthuma de Boer

Eddy: ‘Dit zijn K. Schippers en Bernlef, met Gerard Brands vormden ze de redactie van het literaire tijdschrift Barbarber. Ze wilden samen op de foto. Ze zaten in een oud-Hollands restaurant uitsmijters te eten. Kijk, peper en zout, Amstel-bier, een asbak, uitsmijters. Lekker klassiek.

‘Het is leuke is dat K. Schippers linkshandig is. Daarom is de balans zo mooi, met die twee armen en handen. Op foto’s van The Beatles zie je hetzelfde als hier. Toen ze in 1964 in Nederland waren, heb ik ze gefotografeerd voor de Volkskrant. Daar hebben we in 2014 , vijftig jaar later dus, een boekje over gemaakt. Bij het uitzoeken van de foto’s viel het me op dat Paul McCartney linkshandig is. Hij staat zó te spelen, en George Harrison zó.’

Eva: ‘Deze column ging over een moment tijdens een kroegentocht met een vriendin, Anne-Gine Goemans, ook een schrijfster. We hadden een vrij bizarre ontmoeting met Dimitri Verhulst. Ik heb er een sprookjesachtig verhaal van gemaakt. Daar moest een foto van schrijvers bij.

‘De eerste foto die Eddy liet zien was van Simon Carmiggelt. Ik was meteen om, ik vond het ontzettend leuk om Carmiggelt weer eens te zien. Maar het werd dus deze. Met die foto van Carmiggelt doen we later nog wel eens wat, zeiden we. Dat zeggen we bij elke foto die het niet is geworden.’

Eddy: ‘Er is genoeg. Ik ben met een nieuwjaarsboekje bezig. Vijftig foto’s van straatmuzikanten. Straatconcert, gaat het heten. Ik maak het omdat de hele cultuur verdomme plat ligt. Verschrikkelijk. Ik heb hele malle dingen gemaakt. Mag ik er een paar laten zien? Hier, dit is in Macedonië. Dit is in Wenen. Dresden. Sevilla, enzovoort. Allemaal uit het reisarchief.’

Moeder en dochter (1971)

Beeld Eddy Posthuma de Boer

Eva: ‘Het is gek, een foto van jezelf waar je geen herinneringen aan hebt. Een oerfoto. Typisch Eddy ook. Ik vergeet dat ik het ben als ik ernaar kijk. De foto is in de eerste plaats mooi. We werden vroeger veel gefotografeerd. Ook wel voor opdrachten. Ik moest vaak gekke bekken trekken.’

Eddy: ‘Eva en Henriette. Deze foto heeft ook op de cover van een boek van me gestaan, Het menselijk bestaan uit 2015.’

Eva: ‘Eddy was bijna nooit thuis. Maar we hadden altijd lange vakanties in Frankrijk, twee weken met Pasen en zes weken in de zomer, dan was je er altijd bij.’

Eddy: ‘Ik was altijd op reis. Aan de hand van al mijn reizen heb ik eens uitgerekend dat ik in ongeveer 4.200 hotelkamers heb geslapen. Mooi toch? Ik heb ook een keer geteld in hoeveel landen ik ben geweest. Ik kwam uit op 85, maar het getal verandert steeds. Sommige landen worden zelfstandig, of gaan samen.’

Eva: ‘Het is zó leuk om samen iets te maken. Dan doen we allebei het liefst, iets maken. Hij was er niet vaak vroeger, maar we halen nu heel veel in.’

Eddy: ‘Het is vreugde.’

Eva: ‘Laatst zei iemand dat we feelgood-columns maken. We zijn allebei optimisten. Ik heb geen zin om te kankeren op dingen. Ik heb gemerkt dat de actualiteit ons onderwerp vaak bepaalt, zeker sinds corona, maar het is niet altijd makkelijk. Neem Trump. Ik vind die man zó erg, ik kan het bijna niet aan. Dat Eddy al deze shit in deze wereld nog moet meemaken, denk ik dan.’

Ze beginnen allebei hard te lachen. Eddy Posthuma de Boer: ‘Het houdt nooit op.’

Muggen & olifanten

Eddy en Eva Posthuma de Boer

Ambo/Anthos, € 18,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden