Een foto is nooit hard genoeg

'Ik heb geen boodschap aan mooie dingen', zei de Nederlandse fotograaf Peter Martens (1937-1992), die in zijn reportages steeds opnieuw de 'schijnheiligheid' van het bestaan vastlegde....

door Edie Peters

ER WAS IETS bijzonders aan het gezichtsvermogen van Peter Martens. Voor militaire dienst werd hij afgekeurd omdat hij slechte ogen had. Jaren later, na het zien van stervende kinderen in Afrika, kreeg hij hallucinaties: hij zag zijn eigen kinderen op straat liggen in Burkina Faso.

Peter Martens (1937-1992) was een fotograaf die pijnlijk helder de schijnheiligheid van het bestaan in beeld bracht. Tegen zijn toenmalige reisgezel Renate Dorrestein zei hij in 1982 in De Tijd: 'Dat jochie met die omgeknikte beentjes, dat zo wijsgerig stond te kijken, helemaal aan het eind van zijn latijn? Dat gastje heb ik dus regelmatig om me heen. Ik had het al op de terugreis uit Kenia. Stond-ie ineens in het gangpad van het vliegtuig. Soms staat-ie thuis in de kamer, of naast me in de donkere kamer. Of in een café. Omdat je zo'n kind hebt gefotografeerd, heb je heel intens naar dat beeld gekeken, dat staat compleet in je hersens gegrift.'

Bij de gedrevenheid van Martens, in de jaren zeventig en tachtig op zijn hoogtepunt als fotograaf van het onrecht, hoort een verklaring die klinkt als een manifest: 'Ik vind dat een goede foto van de muur moet knallen, in één klap inzicht moet verschaffen over dat er een heleboel verkeerd in elkaar zit in onze wereld en dat er om onzinnige redenen slachtoffers worden gemaakt. Een foto kan dus nooit hard genoeg zijn. Laat-ie maar schokken, laten ze maar schrikken.'

Martens zag bedelaars, moeders die hun kinderen ziek hielden in de hoop op meer aalmoezen, slachtoffers van steek- en schietpartijen, leprozen, stervende kinderen, hongerenden. Na het bekijken van zijn foto's - losse elementen met worstelende individuen - resteert een totaalbeeld dat misschien nog het best te vergelijken is met een zestiende-eeuws apocalyptisch schilderij als De Triomf van de Dood van Pieter Brueghel de Oudere.

Martens was als mens te goed om zichzelf te overschatten: 'Je moet gewoon dom door blijven douwen. Als je ervan uitgaat dat het niet helpt, dan word je echt doodongelukkig en moedeloos. Mijn foto's zijn druppeltjes, maar je moet wel blijven druppelen.'

In het kader van de Foto Biënnale Rotterdam, die sociaal engagement in de fotografie als thema heeft, is Martens' werk nu te zien in de Kunsthal. Tevens verscheen een uitgebreide keuze uit zijn werk.

Gek genoeg staat de foto van dat Keniaanse jongetje niet in dat boek (wel in Cruel Compassion, uit 1989). Het titelloze boek biedt een dwarsdoorsnede van Martens' oeuvre. Het begint met zijn vader die dood onderaan de trap ligt, in 1984, en gaat dan terug naar de clochards in het Parijs van de vroege jaren zestig.

Waar Martens ook komt, Hong Kong, Hoogeveen, Calcutta, Kenia of New York, overal legt hij individueel lijden vast. Niet per se compositorisch verantwoord, maar recht voor zijn raap. 'Ik heb geen boodschap aan mooie dingen.'

Het meeste van zijn werk is gepubliceerd in het weekblad Panorama. Martens: 'Daar stonden mijn ellende-foto's dan, tussen alle tieten en billen. Panorama had toen nog een redelijke balans tussen flauwekul en echte reportages.'

De foto die het best laat zien waar hij op uit was, is die van een bedelaar in Manhattan, vlakbij Times Square. We zien voorbijgangers een wijde boog om de man heen maken. Mensen die het voor elkaar hebben, wensen geen contact met verliezers. Martens probeerde ze met zijn 'mokerslagen' met hun neus op de feiten te drukken.

Net als de schilderijen van Brueghel en Bosch kun je Martens' werk opvatten als een langgerekte bezwering van doodsangst. 'Waarom zijn zij kapot gegaan en ben ik degene die ze fotografeert? Je dient in je achterhoofd te houden dat jij het de volgende keer kan zijn.' Martens overleed in 1992 aan kanker.

Zijn jeugd in het platgebombardeerde Rotterdam en zijn puberteit op de kostschool van de Broeders van de Liefde in Eindhoven zijn van grote invloed geweest op zijn werk. In Het Vrije Volk in 1984: 'Met vierhonderd jongens op een internaat. Dat is verschrikkelijk. Je was zo bang. Ik droom er nog af en toe van. Het was keihard. Je werd er regelmatig in elkaar geslagen. Missionarissen vertoonden de meest smerige dia's en films. Beriberi, zweren, de vreselijkste aandoeningen. (. . .) Tja, ik ben uiteindelijk ook wel zoiets geworden. Een missionaris, maar dan een zonder jurk. Ik zit in de buurt, ja, toegegeven.'

Zijn belangrijkste foto vond hij die van het opgebaarde kind in een Napolitaans mortuarium in 1979. Kinderen stierven er elke winter aan een geheimzinnige epidemie, malo oscuro. 'Je mocht er niet bij, zo besmettelijk is het. De ouders zien hun kind op de monitor sterven.'

Een enkele keer kon hij een foto níet maken. Zoals in Calcutta, waar een stervende man werd opgegeten door een zwerm vliegen. Martens tegen Vrij Nederland: 'Hij lag op een brug. Ik durfde niet. Het was militair terrein. Dan sta je af te wegen. Ik heb het niet gedaan. Een nederlaag. Het zijn de beelden die je het langst bijblijven, de foto's die je niet gemaakt hebt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden