Een fluitconcert waarin de fluit als fluit klinkt

Paul Termos houdt ervan met heldere noten dubbelzinnige effecten te bewerkstelligen. In zijn Fluitconcert dat zondag in première gaat past hij vindingrijk 'haast kinderlijke' variaties toe....

ALS PAUL TERMOS een grap maakt, lacht hij hard en schudt zijn hele lijf; als hij iets serieus zegt, knijpt hij zijn ogen dicht en komen er rimpels in zijn voorhoofd. Zijn composities zijn wat lastiger te interpreteren. In zijn eerste op de plaat vastgelegde stuk, Nieuw Werk uit 1976, spelen de piano en basklarinet een paar maten na de opening precies dezelfde boogie-woogie baslijn, maar één tel na elkaar. Is dit onbeholpen minimalisme, waarin identieke lijnen iets te snel uit fase zijn geraakt? Of - en die vraag ligt voor de hand, want Termos is naast een 'serieuze' componist ook improvisator op altsaxofoon - is dit onhandige jazz, waarin één muzikant de beat heeft omgedraaid?

Het klinkt hoe dan ook alsof iemand een fout heeft gemaakt, zij het dat een componist die binnen een paar seconden zo'n raadsel kan oproepen natuurlijk precies weet wat hij doet. Dat typeert Termos: hij gebruikt helder materiaal om ambigue effecten te bewerkstelligen, en hij geeft nauwelijks aanwijzingen hoe serieus je de muziek moet nemen.

'Karakter van Bordewijk is voor mij een van de beste Nederlandse romans', zegt Termos. 'Vaak weet je niet of hij iets grappig of serieus bedoelt, waar de grens ligt, of waar het een in het ander overgaat. Als muzikale humor te expliciet is, dan werkt het niet. Je moet er niet helemaal zeker van zijn, zo heb ik het zelf tenminste het liefst. Het is beter als je onopzettelijk in een situatie belandt die meer dan één interpretatie toelaat.'

Zo gaat het ook in zijn Fluitconcert, dat zondag zijn première beleeft in Muziekcentrum Vredenburg. Aan de oppervlakte is het materiaal duidelijk: twee of drie lagen van korte, repeterende, 'haast mechanische' zinnen, van ongelijke lengte en in verschillende toonaarden, die zich in verschillende tempo's ontwikkelen (of niet). De dichtheid en intensiteit nemen toe en af, in samenhang met de zich steeds opnieuw groeperende lagen.

Termos' muziek verwijst soms naar de Nederlandse hard edge-variant op het pulserende minimalisme van de Amerikanen Terry Riley en Steve Reich, die zelf weer waren beïnvloed door Afrikaanse slagwerkgroepen en Indonesische gamelan. Een voorbeeld van wat Termos lachend zijn 'expressieve monotonie' noemt, is het aanhoudend repetitieve Linea Recta op de cd Hex van Orkest de Volharding. Het voordeel van een stuk dat is opgebouwd uit kleine, aparte bouwstenen is dat elke variatie gemakkelijk te volgen is. Hetzelfde geldt voor de contrasten: in de opening wordt een snel, vrolijk C-majeur arpeggio in vijfachtste ondergraven door een lage 'd'-drone uit de klarinetten: bitonaliteit op z'n simpelst.

'Het Fluitconcert is een combinatie van mijn obsessieve, expressionistische stijl van de laatste jaren, zoals Linea Recta, met de speelsheid van een stuk als Nieuw Werk. Ik onderwerp het materiaal aan heel naïeve, haast kinderlijke variaties. Sommige mensen nemen dat minder serieus dan muziek die zichzelf uitdrukkelijk als serieuze muziek presenteert. Maar ik houd ervan haast archetypische ingrediënten te gebruiken, die door hun context of bewerking een nieuwe betekenis krijgen.'

Die instelling is terug te vinden in Termos' voorliefde voor de rock 'n' roll-singles van Phil Spector: simpele melodieën met een doorwrochte bewerking.

'Als componist word ik aangetrokken door de mainstream-klank van een instrument, in mijn stukken zoek ik niet naar rare klanken en effecten. Ik wilde de fluit laten klinken als een fluit.' Dat is in sterk contrast met Termos' eigen saxofoonspel: hij bedacht een paar prachtige wildebeesteneffecten, die Guus Janssen in zijn opera Noach verwerkte.

De wording van het Fluitconcert nam enige tijd in beslag. Termos wilde niet alleen de 'extended techniques' vermijden die seriële componisten zo graag gebruikten in de jaren vijftig en zestig, toen fluitconcerten een trend waren, maar ook de 'anti-fluitconcerten' van de jaren zeventig, die weer als reactie op die trend ontstonden.

Er is een detail in het concert dat Termos' dilemma symboliseert: in de eerste drie minuten zwijgt de fluit. Hij kon er geen opening voor vinden. 'En toen zag ik opeens een plek waar de fluit op een organische manier kon binnenkomen en de zaak kon overnemen. Bijna alsof de fluitist ineens opstaat om de muziek verder te brengen.' De fluit pakt het onbesuisde vijfachtste-motief van de strijkers en begint ermee te stoeien: hij vertraagt het, brengt veranderingen aan, en dwingt de strijkers hun patroon los te laten om incidentele commentaren aan de fluitpartij toe te voegen.

Naarmate het stuk, dat zestien minuten duurt, vordert, beginnen ideeën uit de ene laag de andere te infiltreren, in de rede te vallen en tegen te spreken. Ogenschijnlijk loze versieringen ontplooien zich tot melodieën, andere ideeën die rijp voor de pluk lijken blijven onaangeroerd.

De overeenkomst met jazzmuziek dringt zich op: een solist stapt naar voren om variaties te spelen op zojuist gepresenteerd materiaal, en de begeleiders reageren met suggesties voor weer andere variaties, die de solist kan accepteren, verwerpen, of in iets onverwachts kan veranderen.

In de acht, negen maanden waarin Termos aan het Fluitconcert werkte, gaf hij ook concerten met zijn kamerorkest/jazzband Dubbel Expres, en met een uitgebreide bezetting van Peter van Bergens formatie LOOS, waarin de componist Huib Emmer knerpend ritmegitaar speelt. (Het Fluitconcert bevat ook enkele ruige 'Haagse-School-Huib-Emmer-akkoorden', zegt Termos.) Twee zondagen voor de première van het fluitconcert speelde Termos in Rotterdam in een roekeloos trio met drummer Han Bennink en pianist Guus Janssen.

In het Fluitconcert wordt niet geïmproviseerd en zijn de jazzy syncopaties schaars. Heeft het stuk enige relatie met Termos' jazz en geïmproviseerde muziek?

'Waarschijnlijk wel, maar ik zou niet weten waar, die dingen zijn zo verweven. Een buitenstaander kan het vast beter zien dan ik. Het concert is enigszins anders uitgepakt dan ik eerst in mijn hoofd had, maar dat is geen probleem. Als ik in de spiegel kijk, ben ik altijd verbaasd over de persoon die ik zie. Het lijkt nooit op wie ik voor ogen heb.'

Fluitconcert van Paul Termos, door Eleonore Pameijer en het Radio Kamerorkest, dirigent Ed Spanjaard. Zondag om 15 uur in Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht (première).

Cd's:

Termos Tientet: Shakes and Sounds. Geestgronden 5 (1990).

Termos Dubbel Expres: Deaddance of Principles. Geestgronden 16 (verschijnt dit voorjaar).

Composers Voice CVCD 60 (verschijnt dit voorjaar).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden