Een feestelijk spetterende goudklomp

Teruggeroepen naar de plaats waar haar leven begon, het Vlaamse Vetersberg, zal zij zich daar doodrijden, zoals het een tragische ster betaamt. Die maakt een goede kans op duurzame roem.

Over het flitsende leven van de ongrijpbare Julie handelt een flink deel van Eeuwige roem, het derde boek van Saskia de Coster (1976). De Julie-hoofdstukken worden afgewisseld door die over een ietwat tastbaarder personage, de fantasierijke, piepjonge Babs Ongena. Die kwam ter wereld in een groot en zonnig huis in hetzelfde Vetersberg, en bemerkte reeds in haar eerste levensjaren dat de wereld begon te krimpen naarmate zij groeide. Afstanden werden kleiner, en ook bleek spoedig dat er ongelukken kunnen gebeuren als je niet oplet en gehoorzaamt aan alle raad die je door bezorgde ouders en huishoudsters wordt verstrekt.

Al vroeg doet zich een ramp voor in het gezin, als Babs haar oudere zusje Laura verliest, die wordt geplet door een reusachtige ijsbal die ze op een koude dag eerst zelf ijverig had gerold. Op die manier wordt Babs’ bestaan danig ingeperkt, welk proces nog eens wordt versneld doordat ze op school merkt dat ‘de groep’ briljante buitenbeentjes liever uitstoot dan op een voetstuk plaatst.

Zo jong en dan al welhaast gedwongen de fantasie in te zetten, om van het leven te maken wat het in oorsprong aan mogelijkheden beloofde.

Babs neemt zich in stilte voor een ‘Boek vol Wijsheid’ te schrijven, en het is niet verwonderlijk dat die wens aan het eind van Eeuwige roem tot een opdracht is uitgegroeid. De voortdurende inkapseling door krachten van buiten, de slagschaduw van het verleden dat je inhaalt wanneer je er niet de sokken in zet, je moet werkelijk alle inventiviteit aanspreken om de avontuurlijke sprookjeswereld overeind te houden waarin je als zuigeling nog dacht te zijn geplonsd.

Daarom verzint Babs die iets oudere filmster Julie, en laat ze haar de reizen maken waar ze zelf nog te klein voor is.

En zo zet Saskia de Coster op haar dertigste de sluizen van haar ontloken schrijverschap open.

Haar vorige boeken zijn met terugwerkende kracht de fantastische vingeroefeningen voor deze feestelijke roman, vol grappige dialogen (‘Goeiedag, mevrouw, ik bel voor de vacature*’ ‘Werkt hier niet.’), botsingen, surrealistische wendingen en ouvertures die telkens weer – bijna op elke pagina – de hoop op een ontsnapping aan elk denkbaar onheil levend houden. Pagina 179, zin 1: ‘De ochtendzon schijnt over Vetersberg, dat fris en proper op de horizon ligt, alsof het versgeschapen is.’ Verwijl daar nog even bij, want daar komt zin 2 de vreedzaamheid direct wegmaaien: ‘Van op afstand worden schoten gelost maar die missen Vetersberg, die kogels wijken af van hun baan zodra ze het bordje VETERSBERG zien staan, behalve dan die ene kogel.’

Het lijkt onbegonnen werk. Doch niet bij voorbaat het hoofd gebogen, want Eeuwige roem is niettegenstaande alle tegenkrachten toch mooi voltooid, een goudklomp die spettert van samengebalde veerkracht, het boek waarmee De Coster op zijn minst tijdelijke roem verdient.

Ze laat de geschiedenis van Babs en de parallelgeschiedenis van Julie weer vertellen door een ‘wij’-instantie, een soort toeschouwend koor dat af en toe een vraag opwerpt maar (anders dan bij de klassieke tragedieschrijvers) niet alwetend is en evenmin kan ingrijpen; een vondst die ook werd toegepast door Cees Nooteboom in zijn elegische roman Allerzielen.

En dan zijn er nog de doden, die plotseling sprekend en wel worden opgevoerd. Babs’ oma komt vanuit het hiernamaals naar haar kleindochter kijken, neuriet de tonen van ‘Paulus de Boskabouter’ en laat het wichtje hoofdschuddend denken: ‘Wat jammer dat je aan belachelijk gedrag niet doodging.’

Babs’ gestorven zusje Laura is ook geregeld van de partij, de verhalen worden af en toe ondersteund door een vrolijke of dromerige illustratie van rennende honden of een circuspaard, om er nog van te zwijgen dat ook dieren en planten meer dan eens hun mondjes opendoen.

Rudimenten uit kinderboeken, melancholiek stemmende verwijzingen naar de rijkdom van de jeugdige geest? Allerminst. Het zijn hulpstukken, realiteiten, waarom niet, die de wereld helpen oprekken, de gedachten zijn vrij tenslotte, en wat gedacht kan worden is tot bestaan te brengen in een Boek. Eeuwige roem is een aanstekelijk pleidooi om de vleugels der verbeelding wijd uit te slaan.

Bij welk gevecht ook de humor als troostrijke kracht fungeert. Terwijl Babs een relatie heeft met een drammerige idealist die de ‘partij der Sterfelijken’ aanvoert (opgericht omdat de jongeren vrezen aanstonds door een overschot aan oudjes te worden bekneld), gaat Julie gebukt onder de agressie van haar partner, een coke-snuivende producer-gitarist. Ze probeert er onderuit te komen door zich te verbeelden dat hij niet bestaat: ‘Dat hij niemand was. Een uurlang kon ze aan niemand anders dan die niemand denken. En toen niemand dan ook nog binnenstormde en haar gebit in haar achterhoofd parkeerde, was de volstrekte ontkenning niet langer vol te houden.’

Niet te lang getreurd, gauw de benen genomen, op naar een volgend avontuur, alles beproefd om de worggreep van het lot of het verleden vóór te blijven. En al sneeft Julie voortijdig, Babs haalt de eindstreep wervelend, en zíj is bij machte om ook de doden weer uit hun andere wereld terug te fluiten.

In dit boek kan het allemaal. Omdat de schrijfster waagt en wint. Zie maar: De Coster is op slag geen belofte meer, maar een realiteit.

Saskia de Coster: Eeuwige roem. Prometheus; 230 pagina’s; € 15,95. ISBN 90 446 0834 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden