Een feest van zinko's en smoutjes

De Amsterdamse Universiteitsbibliotheek herbergt een van de grootste collecties ter wereld van letterproeven: met zorg vervaardigde staalkaarten waarin drukkerijen laten zien hoeveel fraais ze hun klanten te bieden hebben....

LETTERS HEBBEN net als mensen namen: Caslon. Garamond. Janson. Times. Walbaum. Palatino. Argo. Swift. En net als bij mensen bestaan er elegante, hanige, hardwerkende, lelijke, pronkzuchtige en ingetogen letters. Om te kunnen naslaan hoe al die types heten (de letter die u nu leest heet Concorde) en om te kunnen zien hoe de ene letter zich van de andere onderscheidt, is honderden jaren geleden de letterproef uitgevonden. Daarin worden lettertypes (fonts) afgebeeld in oplopende formaten, in romein, vet en cursief, dikwijls aangevuld met ornamenten, vignetten, lijnen, sierranden en accoladen.

Letterproeven bestaan nog steeds. Wie een geboortekaartje wil rondsturen of zijn vader moet begraven, krijgt van de drukker een voorbeeld toegeschoven: 'In welke letter had u de kaart gedacht?' Nu zijn dat meestal nogal miezerige letterproeven, want de moderne zetsystemen hebben tot dusver geen overmaat aan fraaie proeven opgeleverd. Veel opvallender zijn de exemplaren uit het tijdperk dat drukwerk nog met behulp van loden letters werd gezet.

Vier eeuwen beslaat dat tijdperk en een van de grootste collecties letterproeven bevindt zich in de Amsterdamse Universteitsbibliotheek. Circa 75 meter plank beslaat de verzameling, met banden afkomstig uit alle windstreken maar met de nadruk op Nederland. In de afgelopen jaren is een deel van dit bezit gecatalogiseerd en met de verschijning van het standaardwerk Letterproeven van Nederlandse gieterijen/Dutch typefounders' specimens is nu, zoals het voorwoord meldt, een 'titanische opdracht' tot een einde gebracht.

De kapitale publicatie, samengesteld door Mathieu Lommen, John A. Lane en Johan de Zoete, is de meest gedetailleerde letterproeven-catalogus die ooit is verschenen en vormt een ongekende verrijking van de bibliografische literatuur over dit onderwerp.

Omdat er enkele tienduizenden lettertypen bestaan, is ook de variatie aan letterproeven enorm. Sommigen zijn beknopt en zetten één letter in de etalage, anderen tellen soms meer dan duizend pagina's en tonen het hele beschikbare arsenaal. Aan het drukken werd uiterste aandacht besteed omdat de letterproef als het uithangbord van drukkerij of gieterij fungeerde. In retrospectief laten zij zien hoe de voertuigen van onze beschaving zich ontwikkelden en hoe zij elkaar hebben beïnvloed.

Veel letterproeven hebben de tijd niet overleefd. Als letters gedateerd raakten, werd de catalogus dikwijls weggegooid. De talrijke exemplaren uit de bibliotheek van de Amerikaanse drukpersfabrikant Richard M. Hoe gingen in 1887 op een New Yorkse veiling van de hand voor tien of vijftien cent. Pas sinds de laatste eeuwwisseling tonen bibliofielen en bibliotheken belangstelling voor letterproeven, maar het aanleggen van een verzameling is, gezien de huidige prijzen, voor particulieren niet meer haalbaar.

Een uitzondering vormt de verzamelaar Jan Tholenaar. In het jongste nummer van het bulletin van de Stichting Drukwerk in de Marge, een zeer verzorgd tijdschrift dat geheel gewijd is aan bibliofilie en letterlievendheid, doet hij verslag van zijn hartstocht. Hij bezit drieduizend letterproeven; een van de grootste privé-collecties op dit gebied. Tholenaar, uitgever van de Grote Letter Bibliotheek, dertig jaar geleden door hem opgezet ten behoeve van slechtziende lezers, verzamelt letterproeven 'uit welk land of uit welke periode dan ook'. Er is één beperking: de letterproeven moeten dateren uit het loden tijdperk.

In zijn bijdrage passeert een reeks adembenemend mooie proeven de revue. Nog onlangs heeft hij de Manuale typografico van Giambattista Bodoni uit 1818 aan zijn bezit weten toe te voegen - zonder twijfel tegen betaling van een klein vermogen. (Om een indicatie te geven: de facsimile-uitgave van dit driedelige meesterwerk uit 1963 kost inmiddels rond de duizend gulden.)

DE RIJKE UB-collectie vindt zijn basis in de Bibliotheek van de Koninklijke Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels (KVB), sinds 1958 ondergebracht aan het Singel in Amsterdam, en de Tetterode-collectie, verworven in 1971. Ruim duizend proeven telt de KVB-bibliotheek, in de vorige eeuw merendeels bijeengebracht door de legendarische antiquaar Frederik Muller.

Nog veel omvangrijker blijkt de collectie in de typografische bibliotheek van Lettergieterij 'Amsterdam', voorheen N. Tetterode. Deze verzameling geeft een compleet beeld van een lettergieterij die pas in 1988 de productie staakte. Bovendien omvat zij een aanzienlijke hoeveelheid buitenlandse letterproeven, die overigens in de nu verschenen catalogus buiten beschouwing blijven.

De oudst bewaard gebleven letterproef is vervaardigd door Nicolaas Kis (1650-1702). Deze Hongaarse theoloog was door zijn superieuren naar Amsterdam gezonden om de productie van een bijbel te begeleiden, maar vlak voor zijn aankomst in Nederland stierf de beoogde drukker, Daniel Elsevier. In plaats van een andere drukker te zoeken - Amsterdam wemelde ervan - leerde Kis drukken in de drukkerij van Blaeu, terwijl hij zich het snijden van stempels eigen maakte in de aanpalende gieterij van Dirck Voskens. Een opleiding die normaal drie tot zes jaar vergde, maar door de talentvolle Kis in zes maanden werd afgerond.

Binnen enkele jaren produceerde Kis een hele reeks letters, waarvan met name sommige cursieve varianten tot de mooiste van de zeventiende eeuw worden gerekend. De zeldzame proef in de UB bestaat uit een enkel blad met letters in Georgisch schrift dat vermoedelijk in deze vorm nooit is toegepast, in tegenstelling tot andere ontwerpen van Nicolaas Kis, die de grondslag vormen van letters die tot op de dag van vandaag in omloop zijn.

Is Amsterdam gedurende de Gouden Eeuw het wereldcentrum voor de fabricage en distributie van drukletters, in de achttiende eeuw daalt het aantal gieterijen sterk. Grootste concurrent van kleine zelfstandige gieterijen is Joh. Enschedé & Zonen, die in 1701 als drukker in Haarlem begon. Tot ver in de twintigste eeuw zal Joh. Enschedé & Zonen een van de voornaamste producenten van loden zetmateriaal blijven.

Op den duur blijft alleen Lettergieterij 'Amsterdam' als serieuze concurrent over. Het bedrijf was in 1851 in Rotterdam begonnen onder leiding van de voormalige vishandelaar Nicolaas Tetterode, die een jaar later zijn eerste Proeve van Letteren publiceert. Na de verhuizing in 1857 naar de Amsterdamse Bloemgracht neemt Tetterode het al gauw op tegen Enschedé, die (dan al) exclusieve contracten heeft met de Algemene Landsdrukkerij in Den Haag en de Gouvernementsdrukkerij in Batavia.

Op het moment dat Tetterode gaat meedingen naar opdrachten van de overheid, verlaagt Enschedé de prijzen voor boekletters met dertig procent - het zou de verhoudingen voor lange tijd bekoelen. Niettemin stemt Tetterode zijn productie mede af op Nederlands-Indië; zijn Catalogue of Oriental Types (1882) bevat zowel Javaanse en Chinese als Koptische schriften.

De werkomstandigheden in een negentiende-eeuwse gieterij zijn overigens niet florissant. Jarenlange arbeid in giftige looddampen eist z'n tol: de meeste lettergieters halen de vijftig jaar niet. De omstandigheden verbeteren pas als Tetterode begin deze eeuw verhuist naar een nieuw pand aan de Bilderdijkstraat, vanaf dat moment heet het bedrijf Lettergieterij 'Amsterdam', voorheen N.Tetterode - het architectonisch markante gebouw zou in de jaren tachtig nog faam verwerven als het krakersbolwerk De Rode Tetter en herbergt tegenwoordig jonge kunstenaars.

Om de concurrentie in de gaten te houden verzamelt Lettergieterij 'Amsterdam' naast de eigen proeven tevens letterproeven van Joh. Enschedé & Zonen. Dat maakt dat de UB nu kan beschikken over een opwindende collectie Enschedé-proeven. De eigen collectie van dit eeuwenoude drukkershuis is helaas niet meer toegankelijk voor publiek. Sinds de verhuizing uit het centrum van Haarlem bevindt het voormalige Museum Enschedé zich in een beveiligde bunker onder de nieuwe drukkerij in de Waarderpolder. Conservator van dit 'verborgen' museum is Johan de Zoete, een van de samenstellers van de catalogus.

Omstreeks 1900 vindt er een voor lettergieterijen schokkende ontwikkeling plaats: de industriële revolutie brengt de Linotype voort. Deze door de Amerikaan Ottmar Mergenthaler uitgevonden 'heetmetaalzetmachine' produceert zetsel via een complex en - voor wie het ooit in werking heeft gezien - fascinerend instrumentarium dat door één man te bedienen is. Kranten en tijdschriften stappen voor hun broodtekst over op dit systeem en noodgedwongen richten lettergieterijen zich op de productie van modieuze letterseries en ornamenten.

Terwijl Enschedé zijn historische en veelal klassieke letters koestert, trekt Lettergieterij 'Amsterdam' de typograaf en boekontwerper S.H. de Roos aan als artistiek medewerker; in het vervolg kan het ontwerpen van nieuwe letters en siermateriaal onder eigen dak geschieden. De door De Roos verzorgde letterproeven baren direct opzien. Bij de verschijning van Proeve onzer Plantijn-serie (1910) recenseert de boekhistoricus J.W. Enschedé:

'Op de zeven bladzijden eigenlijk gezegde letterproef volgen 60 bladzijden toepassingen, dat zijn: tekstpagina's, titelpagina's en smoutjes, eenkleurig en tweekleurig, met en zonder ondergrond, met en zonder ornament en initialen met en zonder zinko's of auto's, op zuiver witte houtvrije drukstof, of fijn gestreken wit kunstdruk en op geel getint oud-hollandsch. In die pagina's is een kunstvaardigheid van arrangement, van verdeeling, van kleurkombinatie bereikt, wat ieder welgevallig moet zijn, die weet welk een invloed ten goede deze gieterij oefent op het nederlandsche moderne boek.'

Met lettertypen als de Hollandse Mediaeval, Egmont, De Roos en Zilvertype zet De Roos een nieuwe standaard voor typografie. Ook ontwerpers als Jan Tschichold en Henri Friedlaender ontwerpen nieuwe letters voor Lettergieterij 'Amsterdam', zodat, mede door verwerving van buitenlandse gieterijen, op den duur een geschakeerd letterbestand ontstaat dat wereldwijd aftrek vindt. Het zijn veelal op de commercie gerichte lettertypen, terwijl Enschedé zich richt op 'high brow' boektypografie waarvan Jan van Krimpen, jarenlang de huistypograaf van Enschedé, de verpersoonlijking is. Zijn opvolgers Sem Hartz en Bram de Does zetten deze traditie voort.

FOTOGRAFISCH en digitaal zetten veroorzaken ten slotte de ondergang van de lettergieterijen, maar ook de actuele stand van het letterontwerpen komt in Dutch typefounders' specimens aan bod. Verzamelaar Jan Tholenaar is er somber over: 'Wie nu zijn drukwerk op de computer maakt, koopt voor tweeduizend gulden duizend fonts, dat is twee gulden per lettersoort en dan krijg je een mountainbike erbij cadeau. In een catalogus van digitale letters worden meer dan dertienduizend lettertypen aangeboden. Zo zal een letterontwerper nauwelijks droog brood verdienen, een enkeling uitgezonderd misschien.'

Tholenaar doelt hier onder andere op de Apple-huisvlijt van amateurs die beroerd uitgewerkte fonts oplevert. Daar staat tegenover dat juist in Nederland het letterontwerpen (opnieuw) een vlucht heeft genomen die internationaal de aandacht trekt. Terecht besteedt de catalogus aandacht aan ontwerpers als Gerard Unger, Peter Verheul en de digitale 'lettergieterijen', die onder de vlag van Dutch Type Library en The Enschedé Font Foundry hooggekwalificeerde en door strenge copyrights beschermde letters uitbrengen.

Kleurrijk en intelligent van opzet is de onlangs verschenen letterproef van de Lexicon, een letter van Bram de Does en in de handel gebracht door The Enschedé Font Foundry, voortgekomen uit een samenwerkingsverband tussen Joh. Enschedé en de letterontwerper Peter Matthias Noordzij. De Lexicon is de eerste serieuze letterproef sinds vele jaren en de aanzet van een reeks - de Lexicon wordt onder andere toegepast in de 'Dikke Van Dale'. Met spanning wordt uitgezien naar de proef van de gedigitaliseerde Trinité. Deze exclusieve letter, eveneens van de hand van Bram de Does, wordt aangemerkt als een van de mooiste die de tweede helft van deze eeuw heeft opgeleverd.

En soms bewijzen ook antieke letterproeven nog goede diensten. Op de eerste als zodanig aangeduide boekenpagina die ruim twintig jaar geleden in de Volkskrant verscheen, prijkte lange tijd een vignet van een elegant boekenkastje. Het was afkomstig uit een letterproef van Joh. Enschedé & Zonen uit 1907.

John A. Lane, Mathieu Lommen, Johan de Zoete: Letterproeven van Nederlandse gieterijen/Dutch typefounders' specimens.

De Buitenkant; 352 pagina's; ¿ 195,-.

ISBN 90 70386 94 1

Lexicon Letterproef - The Enschedé Font Foundry.

De Buitenkant; 32 pagina's; ¿ 24,50.

ISBN 90 70386 79 8

Van Kis tot Kisman; vier eeuwen Nederlandse letterproeven. Tentoonstelling in de Universiteitsbibliotheek Amsterdam; tot en met 12 maart.

De Insulinde-sierrand om deze tekst komt uit een letterproef van Lettergieterij 'Amsterdam', ca. 1935.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden