Een fanatieke nazi die sorry zegt

Joachim Fest worstelde zijn halve leven lang met Albert Speer, de vertrouweling van Hitler. Hij kon zich niet voorstellen dat Speer onkundig was van de holocaust, zoals hij suggereerde....

Iets over de helft van zijn biografie van Albert Speer vraagtJoachim Fest zich bijna radeloos af hoe Speer al die jaren heeftkunnen volhouden dat hij echt geen weet had van hetvernietigingsprogramma van de Europese joden. Speer was Hitlershofarchitect geweest, in 1942 benoemd tot minister van Bewapeningen tevens Hitlers favoriet - hij ontkende niet dat hun relatiealtijd een erotische ondertoon had gehad. Verder stond Speer nade oorlog bekend als 'de goede nazi'. Tijdens het proces inNeurenberg was hij een van de weinigen die schuld bekenden. Hijkreeg twintig jaar, schreef in de gevangenis zijn van zondebesefoverlopende herinneringen en had na zijn vrijlating in 1966 totzijn dood in 1981 bijna een dagtaak aan wat later in een veelminder beladen context de sorrycultuur is gaan heten.

Een half leven lang tobben over schuld en boete, en toch stugvolhouden dat hij niet wist van Auschwitz. Biograaf Fest komtvervolgens met vijf pagina's argumenten om aan te tonen waaromSpeer wel op de hoogte móet zijn geweest. Hij verkeerde in dekring van intieme boeven op Hitlers Berghof, onder wie Goebbelsen Himmler. Hij schreef zelf in zijn gevangenisdagboek dat Hitlertussen soep en hoofdgerecht nogal eens spontaan uitriep dat dejoden in Europa vernietigd moesten worden. Hij ontmoette de bazenvan de Einsatzgruppen die aanvankelijk met de uitroeiing van deOost-Europese joden belast waren. Hij was als minister twintiguur per dag bezig met de logistiek van de bewapeningsmachinerieen reisde daarvoor kriskras door Europa. Hoe kon hij dan doof enblind zijn voor de volgepakte goederentreinen op weg naar devernietigingskampen, die na gedane zaken ook weer leegterugreden?

En dan was er het concrete geval van de bijeenkomst in oktober1943 waar SS-baas Himmler de bestuurstop bewust medeplichtigwilde maken met de uitspraak dat 'de joden moeten wordenuitgeroeid'. Er waren getuigen die zeiden dat Speer daarbij was - hijzelf pijnigde zich de kop suf, maar kon zich nietsherinneren. Speer sprak van het 'kardinale probleem' van zijnleven en, schrijft Fest niet helemaal zonder venijn, 'had ergensNietzsches opmerking opgepikt dat iemand niet lang in een afgrondkan kijken zonder dat de afgrond ook in iemand zelf kijkt'. Washet een kwestie van verdringing of een ordinaire leugen?

Fest heeft het in verband met Speer over 'een Duitse afgrond',een afgrond waarin ook hij de helft van zijn nu tachtigjarigeleven met grote regelmaat gekeken heeft. Fest was in 1966hoofdredacteur televisie bij de Norddeutsche Rundfunk toen hemwerd gevraagd of hij als 'ondervragend redacteur' wilde meewerkenaan de publicatie van Speers herinneringen. Eindelozehoeveelheden aantekeningen, kronieken, losse flodders, dagboekenen memoires had Speer uit de Spandau-gevangenis gesmokkeld,geschreven op vloeipapier, kladpapier en wc-papier. Zijn oudesecretaresse had alles uitgetypt, waarna de memoires elfhonderdvel besloegen. Fest was op dat moment bezig aan zijn biografievan Hitler. Hij wilde wel helpen een en ander publicabel temaken, vooral omdat hij hoopte dat Speer een hoofdrol zou spelenals ooggetuige voor zijn verhaal over Hitler.

Een merkwaardige, delicate samenwerking begon. Het warenuiteraard de memoires van Speer, maar redacteur Fest en deuitgever vroegen de auteur aanhoudend en indringend of hij zichniet alsjeblieft iets méér wilde herinneren. Steeds maar weer dat etaleren van de verkoop van zijn ziel aan de duivel - daarvan had Fest al vlot zijn bekomst. Hij wilde details weten,hoe de vork precies in de steel had gezeten. Vaak kapte Speer dievragen af met een kort 'ik wil het niet'. En dan was de kous af.Tot Fest er nog eens over begon, en nog eens. Hoe kon het datSpeer geen regel had gewijd aan de pogrom in 1938 die als deReichskristallnacht de geschiedenis is ingegaan? Dat hij daagserna langs de verbrande grote synagoge van Berlijn was gekomenen niets had opgemerkt? Welk mechanisme weerhield hem?

Tijdens een gesprek, al ruim na de publicatie van deHerinneringen in 1969 had Fest zelf een voorzet gegeven. Was hetniet zo gegaan dat Speer tijdens het proces in Neurenberg hadontkend iets van de jodenmoord te hebben geweten omdat hijanders zijn laatste greintje zelfrespect zou hebben verloren? Danhad hij immers moeten toegeven dat hij geen haar beter was dandesperado's en moordenaars naast hem in de beklaagdenbank? Washet niet zo gegaan? 'Ach, zei Speer die plotseling heel vermoeidkeek, 'meneer Fest, u moet me niet steeds zulke onbeantwoordbarevragen stellen.'

Verder dan deze halfhartige bekentenis is het nooit gekomen.Nu is die uitspraak gepromoveerd tot titel van wat vermoedelijkhet laatste boek van Joachim Fest zal zijn. Ook hij is nietverder doorgedrongen tot 'het raadsel Speer' - elders spreekthij van 'het duistere punt in de biografie'. Veertig jaar heeftFest zich - op en af - met Albert Speer beziggehouden. Eerst driejaar intensief als redacteur van de Herinneringen (Erinnerungen,1969); daarna volgde nog zo'n exercitie voor de publicatie vande dagboeken (Spandauer Tagebücher, 1975). Uiteindelijkpubliceert Fest in 1999 de biografie. En dan nu Onbeantwoordbarevragen, dat je onwelwillend als een kliekjesboek vanovergeschoten aantekeningen, flarden herinneringen en ongebruiktefiches zou kunnen zien.

Maar een kliekjesboek is het beslist niet, eerder eeninstructieve demonstratie van zijn afwegingen en oordelen. Voorde Herinneringen voerde Fest heel veel gesprekken met Speer,waarvan je nu kunt vaststellen dat hij de voormalige lievelingvan Hitler beslist niet spaarde. Fest heeft altijd veelcommentaar gekregen op zijn verbintenis met Speer. Hij zou de'dompteur' zijn die ervoor zorgde dat Speer schuldbewust opzaten pootjes gaf. Ook na zijn vorige boek, De ondergang (2002),succesvol verfilmd met Bruno Ganz als Hitler, waren de bezwarenweer niet van de lucht.

Fests adembenemende beschrijving van de laatste dagen in deHitler-bunker, het decorumverlies, de stank en de hondentrouw aande trillende, zwetende Führer, was voor een fors deel gebaseerdop zijn aantekeningen van de gesprekken met Speer. Er was teweinig verontwaardiging in het boek, luidde de kritiek, en hetthema van de moord op de joden kwam er niet in voor. ZoonAlexander Fest, die zijn vaders uitgever is, had hem depublicatie afgeraden. Dan word je weer neergezet als depropagandist van Speer, had hij gezegd.

Wat je ook van Fest kunt vinden, een geschiedvervalser of eengoedprater van Speer is hij niet. Hij schreef een voorbeeldigebiografie waarin hij nergens terugschrikt voor stevige oordelen - wat iets anders is dan schande roepen. Het raadsel-Speer datFest opwerpt, is zijn ogenschijnlijk probleemloze leven. Hoe koniemand met een nette burgerlijke achtergrond, die van Bach en vanBeethoven hield en die met opzet op de verjaardag van Goethe wasgetrouwd, die geen grote persoonlijke of financiëlemoeilijkheden had gekend, die in de Duitse provincie wasopgegroeid waar rellen niet aan de orde van dag waren, hoe konzo iemand terechtkomen in de absolute top van boeven,gelukzoekers en andersoortig verknipte types in de buurt vanHitler?

Speer is zo belangrijk, aldus Fest, omdat juist hij zorepresentatief is geweest voor al die fatsoenlijke Duitsers dieop een kwaad moment hun buik vol hadden van al die eeuwen hogecultuur, van de traditie van redelijkheid, die anders gezegd meteen mooi Duits begrip last kregen van 'Erkenntnisekel'.

Anders dan Eichmann was Speer geen ziekelijke gehoorzamer;dat bleek wel toen hij aan het eind van de oorlog besloot Hitleractief tegen te werken. Hij was erger: hij bestond louter enalleen uit ambitie. Hij hoorde bij de harde kern van fanatiekenazi's, had als bewapeningsminister zijn uiterste best gedaanvoor de totale oorlog. Niet uit overtuiging, maar omdat hijzich in dienst stelde van elke superieure kracht die zichaandiende.

Dat verklaart waarom Speer zijn hele leven 'de lieveling' isgeweest, eerst van de architect bij wie hij in dienst trad, toenvan Hitler, vervolgens als 'schuldige nazi' tijdens hetNeurenberg-tribunaal. Hij wilde 'iets groots doen' en het kon hembitter weinig schelen wat - dat tekende volgens Fest zijn'hopeloze inferioriteit'. In wezen veranderde die karaktertrekzijn leven niet.

Aantekening van Fest in zijn Onbeantwoordbare vragen: 'OverHitler. Komt niet van hem af. Nog steeds een soort centraalgesternte in zijn leven. Er gloeit nog altijd iets onder diegrote hoop as.' Op de vraag waarom hij Hitler ondanks alles trouwbleef: 'Dat gênante ingewijden-glimlachje en geantwoord: datkunt u niet begrijpen. Daarin had hij ongetwijfeld gelijk.'

Geen greintje sympathie dus bij Fest. Maar ook deze koeleanalyticus ontkomt niet aan de ambivalentie die nu eenmaal hoortbij de biograaf en zijn onderwerp. Ze moesten wel met hunrotpoten van zíjn rot-Speer afblijven. De biografie wilde hijaanvankelijk helemaal niet schrijven. Na tweemaal redacteurschapvan Speer-boeken had Fest er genoeg van, en hij weigerde hetderde boek (Der Sklavenstaat) te redigeren, tot ontsteltenis vanSpeer.

Tot in 1995 - Speer was al veertien jaar dood - het boekAlbert Speer verstrikt in de waarheid verscheen, van dejournaliste Gitta Sereny. Zij schreef onomwonden dat Speer op dehoogte was van de jodenmoord, en haalde een paar getuigen vanstal die bevestigden dat hij aanwezig was geweest toen Himmlergedetailleerd vertelde over het vernietigingsprogramma.

Fest schrijft er droogjes over, en schudt vervolgens losjeseen paar getuigen uit zijn mouw die het tegendeel beweren, nietals een directe verdediging van Speer, maar toch. 'Toen haar boekverscheen, heb ik mijn aantekeningen nog een keer gelezen en kortdaarna mijn besluit herzien het leven van Speer niet tebeschrijven.' Dezelfde Gitta Sereny, schrijft Fest in deinleiding, had hem ertoe gebracht Onbeantwoorde vragen tepubliceren.

Toch ontkwam ook de ongenaakbare Fest niet aan zijnbescheiden drama. Albert Speer overleed op 1 september 1981. Eenmaand later verscheen het boek van 'ene' dr. Matthias Schmidt,'die beweert het masker van Speers gezicht te trekken', aldus eenaantekening van Fest. Hij moet even verderop zijn schampere tooninslikken. Schmidt toonde aan dat uit Speers gevangeniskroniekenzorgvuldig was weggelakt dat hij heel goed had geweten dattienduizenden mensen, merendeels joden, gedwongen warengeëvacueerd voor de sloop ten behoeve van Speers ontwerp van eennieuwe Rijkskanselarij in Berlijn.

Speer, met zijn onafzienbare stroom mea culpa's en zijnslechte geheugen, had dus toch gelogen. Dan volgt Festsaantekening. 'Het boek van M. Schmidt gelezen. Zeerbevooroordeeld, maar de bewijzen liegen er niet om. Al met alstaat er precies in wat ik had gevreesd. Er waren dus, integenstelling tot wat Speer heeft beweerd, geheimen'. Teleurgesteld en geïrriteerd. Ik zei vandaag dat Speer onsallemaal een oor heeft aangenaaid met zijn trouwhartige gezicht.Ik was in ieder geval niet bereid hem dat te vergeven.'

Er is geen ontkomen aan. De tragiek van de hoofdpersoonkleeft onvermijdelijk aan de biograaf. Veertig jaar ongestraftin de Duitse afgrond kijken, dat was ook de koele analyticusJoachim Fest niet gegeven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden