Een eerbetoon aan de veelzijdigheid

In de luwte van de Biënnale en de Documenta organiseert Kasper König voor de vierde keer zijn Skulptur Projekte Münster....

Grand Tour 2007
Deze zomer vallen veel jaarlijkse, tweejaarlijkse of vijfjaarlijkse festivals samen: De Documenta in Kassel, de Venetië Biënnale, de Skulptur Projekte Münster en de kunstbeurs Art Basel. De artikelen uit de Volkskrant over deze festivals zijn hier bijeengebracht.

Hij is, volgens de televisiemakers van de Duitse WDR, knorrig en cameraschuw. Tegelijk neemt hij waar het de publieke opinie betreft geen blad voor de mond. Zo liet hij zich desgevraagd onverbloemd uit over de vergane glorie van Nederland Museumland. Dat ligt, volgens König, ‘te pruttelen in zijn eigen jus’. Eerder haalde hij genadeloos uit naar toenmalig collega Rudi Fuchs, die zich als directeur van het Stedelijk Museum teveel zou wentelen in oude getrouwen. Zelf toog König om zich op de hoogte te stellen liever naar een instituut als Witte de With in Rotterdam, want ‘niemand wil de krant van gisteren.’

Kunstbezeten, onuitputtelijk, ongelooflijk goed geïnformeerd, een absoluut gevoel voor kwaliteit en een cv waar menig curator van zal kwijlen. Kasper König (1943) is behalve directeur van Museum Ludwig in Keulen en bedenker/organisator van de eens in de tien jaar gehouden beeldententoonstelling Skulptur Projekte in Münster ook veelgevraagd juryvoorzitter en gerespecteerd debater.

Hij maakt tentoonstellingen van Japan tot Jeruzalem en is, in Duitsland, een van de grote mannen. Niet dé machtigste in de Duitse museumwereld, zegt Gijs van Tuyl, directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, die lange tijd directeur was van het Kunstmuseum Wolfsburg. ‘Dat is de directeur-generaal van de Staatliche Museen zu Berlin. Maar hij is wel een heel grote meneer. Eigenlijk ken ik naast de inmiddels overleden Harald Szeemann niemand die zich met hem kan meten.’ König, beaamt Karel Schampers, directeur van het Frans Hals Museum in Haarlem, hoort tot het uitstervend ras van tentoonstellingsmakers die het kunstwerk en de kunstenaar als uitgangspunt nemen.

König vestigde zijn naam in de vroege jaren tachtig met monumenten van tentoonstellingen. Noem ze, en Van Tuyl en Schampers waren erbij: Westkunst, Von Hier Aus, Portikus, tentoonstellingen die steevast rumoer veroorzaakten al was het maar omdat ze buiten de veilige museummuren plaatsvonden in destijds volstrekt ongebruikelijke beurshallen en bouwketen.

Met Von Hier Aus (1984, Düsseldorf) zette König de toenmalige, Duitse wilden – Immendorff, Kiefer, Baselitz, Dokoupil – op de internationale kaart, zoals Charles Saatchi een decennium later de wereld middels Sensation attendeerde op Brit Art. Zijn eerdere Westkunst (1981, Keulen), gemaakt met kunstcriticus Laszlo Glozer, geldt als een van de spraakmakendste tentoonstellingen van de vorige eeuw. ‘Westkunst is van enorme betekenis voor de perceptie van de naoorlogse kunst’, zegt Gijs van Tuyl. ‘Daar stelde König bestaande clichés bij en wierp hij een ander daglicht op kunstenaars als Magritte en Francis Bacon.’

Schampers: ‘Alles aan die tentoonstelling was bijzonder. De manier waarop hij het bracht, de thema’s, de onverwachte en spannende keuze van kunstenaars en hun werk, de gewaagde combinaties en de tot dan toe weinig gangbare combinatie van oud en jong. Van Magritte liet hij een keuze zien uit zijn zogenaamde ‘periode Vache’, baldadige schilderijen uit ’47/’48 die Magritte als een intermezzo had gemaakt en waarvan het bestaan tot dan toe werd ontkend.’

Met Westkunst slechtte König meerdere taboes tegelijk. Hij had het lef de kunst niet volgens de chronologie en de iconografische plaatjes van de kunstgeschiedenisboeken te presenteren. Daarbij verankerde hij de kunst nadrukkelijk in de samenleving, door twee maatschappelijke gebeurtenissen als ijkpunt te nemen: 1939, het jaar waarin de grote kunstenaarsuittocht van Europa plaatsvond en de Amerikaanse bloeiperiode begon, en 1968, het jaar van de studentenopstanden en de democratische omwenteling. Zijn opvattingen werden vooral door bezoekers vanuit Nederland en België gewaardeerd. In Keulen zelf waren de reacties ronduit agressief.

Ook met de eerste editie van de Skulptur Projekte in Münster, in 1977, liet König een frisse wind waaien. ‘Het was absoluut revolutionair om in zo’n op zich best aardig provinciestadje, waar iedereen fietst, een sculpturmanifestatie te organiseren, die totaal nieuw was’, aldus Van Tuyl.

In het kader van een serie exposities van de lokale museumdirecteur Klaus Bussman over de moderne beeldhouwkunst nodigde König niet alleen notoire beeldenmakers, maar kunstenaars van diverse snit uit om autonome projecten te ontwikkelen voor plekken naar keuze. Zo behoudend was de kunstwereld destijds, dat zelfs Beuys dat niet zag zitten: ‘Een beeld in de openbare ruimte is esthetische milieuvervuiling’, riep hij, om vervolgens bakzeil te halen en, aldus Van Tuyl, een meesterwerk te creëren in een restruimte boven een tunnel.

Net als bij de beroemde tentoonstelling Sonsbeek buiten de perken, van Wim Beeren in 1971, die zich niet alleen in het park afspeelde maar landartprojecten in het hele land liet zien, daagde König het publiek uit om op ontdekkingstocht te gaan. Schampers: ‘Daarbij ging König nog een stap verder. In Münster moesten de beelden zich niet verhouden tot een fraai park of landschap, maar tot een lelijke stad, een niet al te fraai plein, een stug pakhuis, een onappetijtelijk winkelcentrum. Zo rekte hij de grenzen van de kunst op, en verruimde het begrip Skulptur.’

Geen wonder dat de verwachtingen hooggespannen waren toen König in 2000 directeur werd van Museum Ludwig in Keulen. Hij zou het museum uit zijn provinciale slaap wekken, het internationale publiek naar Keulen halen. In Keulen is de missie helaas niet volbracht. Toen König Nederland hekelde, sloeg Schampers terug: het kunstklimaat in Keulen is nog steeds bevestigend en niet meer vernieuwend. ‘De tentoonstellingen die ik daar heb gezien vielen inderdaad niet mee’, zegt Van Tuyl. Waarom het in Keulen niet lukt? Van Tuyl en Schampers hebben er geen verklaring voor. Van Tuyl: ‘Een museum is natuurlijk iets anders dan een eenmalige tentoonstelling. Daar zitten regels en wetten in de weg, voeg daarbij de enorme zorg voor de collectie.’ Schampers: ‘Veel galeries en kunstenaars zijn naar Berlijn getrokken, belangrijke verzamelaars zijn uitgeweken naar elders. Ook van de Keulse Kunstbeurs is weinig over. Er gaan geen prikkels meer uit van die stad en ik denk dat hij dat mist.’

Wat in Keulen niet lukt, lukt in Münster wel. Daar teert König niet alleen op oude roem, maar is hij nog altijd de tentoonstellingsmaker om rekening mee te houden. Zelfs nu hij voor de vierde keer Münster organiseert met hetzelfde concept als de eerste editie, zelfs nu de speurtochten naar kunst in het stedelijk decor tot in alle uithoeken zijn gekopieerd en niemand er meer van opkijkt dat ook film en performance het domein van kunst in de openbare ruimte worden binnengehaald. Want de man mag dan al enige tijd mee gaan, hij is zijn gevoel voor kwaliteit, en zijn nieuwsgierigheid naar kunst, die nieuwe ideeën en veranderingen signaleert, niet kwijt geraakt.

Wat König onderscheidt van het leger van curatoren dat momenteel aan de weg timmert, is zijn afkeer van allesoverheersende, dogmatische thema’s en van een theoretisch keurslijf. Weer brengt hij onder het open motto Programm een ode aan de veelzijdigheid van de kunst, waarin zowel ruimte is voor ontwikkelingen in de kunst zelf als voor maatschappelijke tendensen. Die sluipen door breed uitwaaierende thema’s vanzelf binnen, zoals de beleveniskunst in de vorige editie, en in deze editie de performancekunst maar ook de inmiddels internationaal in de aandacht staande naoorlogse architectuur en de verhouding.van stad en openbare ruimte tot marketing, reclame en consumptiestrategieën.

König heeft de maatschappelijke kant van tentoonstellingen hoog in het vaandel staan. Zijn meest ideale tentoonstelling, vertelde hij in het verleden, is de Werkbund Ausstellung Weissenhof-Siedlung, een modernistische woonwijk uit de jaren twintig in Stuttgart, waarbij het erom ging antwoorden te formuleren op sociale problemen.

Zoveel invloed is wishful thinking, maar König is niet voor niets van de generatie van ’68, beaamt Van Tuyl. ‘Voor Kasper geldt de ooit door een kunstenaar gelanceerde uitspraak: ‘van politiek kunnen wij geen kunst maken, maar kunst kan wel politiek worden’. Net als Sandberg en Wim Beeren gelooft Kasper in de politieke kracht van kunst, niet door uitspraken te doen, maar door met eigen wapens stelling te nemen, waardoor het commentaar ook werkt.’ Als voorbeeld noemt hij de Poolse kunstenaar Pawel Althamer, die in Münster een pad gaat aanleggen met plaatselijke gevangenen. ‘Een enorme ingreep in de bestaande maatschappelijke verhoudingen en typisch Kasper. Daarbij laat hij soms kunstenaars boven zichzelf uitstijgen.’

Schampers ervaart het maatschappelijk vermogen van Königs tentoonstellingen minder. ‘Maar hij kiest wel vaak een aantal kunstenaars dat zich bezighoudt met ontregeling, zoals Michael Asher, die nu voor de vierde keer meedoet en laat zien hoezeer een provinciestad als Münster is veranderd.’ Asher herhaalt sinds 1977 zijn project Caravan, waar hij in een woonwagen telkens foto’s van hetzelfde uitzicht in Munster toont, steeds uit een ander decennium.

Wat Schampers bovenal aanspreekt, is de vriendschappelijke band tussen de tentoonstellingsmaker en de kunstenaars. ‘Terwijl op zo’n megatentoonstelling als de Documenta niet alle kunstenaars goed tot hun recht komen, merk je in Münster dat de kunstenaar vaak iets bijzonders wil maken, mede ter ere van Kasper.’

Om elk speciaal ontwikkeld project en elke kunstenaar voldoende aandacht te geven, heeft König het aantal deelnemers zelfs gehalveerd: van 74 projecten in 1997 naar 33 nu. Ook zet hij zijn met Westkunst ingezette beleid voort om zowel jonge en nu spraakmakende kunstenaars uit te nodigen – de Iraanse kunstenaar Nairy Baghramian (1971) is van de partij, en ook Mark Wallinger, die nu met zijn reconstructie van de anti-oorlogscampagne van vredesactivist Brian Haw is genomineerd voor de Turner Prijs – als oude getrouwen.

Schampers: ‘Ik vind het prettig om niet alleen het jongste of meest moderne of meest actuele na te lopen. Het heeft iets onverwachts om ook oudere kunstenaars terug te zien. Zo vind ik het bijvoorbeeld verrekte spannend om straks het werk te zien van Bruce Nauman, dat hij al voor de eerste editie heeft ontworpen, maar dat toen vanwege technische omstandigheden niet uitgevoerd kon worden.’

Skulptur Projekte Münster , 17 juni t/m 30 sept. www.skulptur-projekte.de

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden