AnalyseStephen King

Een duik in de kosmos van horrorkoning Stephen King

De horror van Stephen King blijft iets bijzonders. En omdat Stanley Kubricks The Shining – toch de beste verfilming van Kings werk – 40 is geworden, zoekt V naar het geheim van de woordsmid.

Sissy Spacek in Carrie.

Stanley Kubricks psychologische horrorfilm The Shining is 40 geworden. Reden voor een digitale restauratie van de extended edition van 144 minuten. De bewerking van de roman The Shining uit 1977 van Stephen King (73) staat ook op Netflix, maar het grote doek is leuker. Dus gingen we afgelopen zaterdag nog snel, als klapstuk van een Stephen King-marathon.

Al Kings werk lezen of zien is amper te doen; hij schreef – tot nu toe – 61 romans, 200 korte verhalen, 19 scenario’s en 5 non-fictieboeken, en schreef mee aan of diende als inspiratie voor meer dan 48 speelfilms, 30 telefilms en miniseries, en hier en daar nog een bewerking tot strip. 

De insteek van de marathon: er zijn boekenplanken volgeschreven over King, valt daar nog iets aan toe te voegen? Wat typeert een échte Stephen King? En waarom zijn Kings verhalen zo vaak verfilmd?

Stephen King in 2004.Beeld Getty

Kwantiteit

Zes pagina’s per dag, dat is de truc. Dat schrijft King in zijn handboek annex autobiografie Over leven en schrijven (On Writing – A Memoir of the Craft, 2000). Hij verplicht zichzelf iedere ochtend tweeduizend woorden te tikken. Bij de eerste versie van een nieuw boek blijft de deur van zijn thuiskantoor in het bordeauxrode victoriaanse landhuis aan West Broadway in Bangor, Maine dicht. Bij de tweede versie mag die deur op een kier voor zijn eerste meelezer. Dat is doorgaans zijn vrouw, schrijver en dichter Tabitha King-Spruce (71). 

Noem het zelfkennis, want inderdaad, King tikt tweeduizend woorden – er wordt niets ‘geconcipieerd’ of iets anders deftigs. King ziet zichzelf als het literaire equivalent van een Big Mac, een guilty pleasure. 

De veelschrijver werd in 1947 in nette armoede geboren in Portland, Maine, en is samen met zijn oudere broer David opgevoed door moeder Nellie – vader Donald was al snel met de koopvaardij vertrokken. Stephen begon zijn werkende leven als leraar Engels. Tabitha gaf de stoot tot het schrijverschap. Zij viste het verfrommelde manuscript van zijn debuutroman Carrie (1974) ’s avonds uit de prullenbak, nadat het eerder die dag woedend erin was gemikt; King had last van een schrijversblok. Haar reddingsactie is een mijlpaal in de geschiedenis van het schokproza. Inmiddels heeft King 350 miljoen boeken verkocht.

De bron

Stephen King kiest voor zijn verhalen uit een breed palet: horror, het bovennatuurlijke, suspense, misdaad, sciencefiction, fantasy en een liefde voor de overweldigende Amerikaanse natuur. Die zijn allemaal te herleiden tot een en dezelfde bron: Bambi, de eerste film die hij als jongetje in de bioscoop zag. ‘De scène waarin het hertje in een bosbrand belandt; ik was zowel doodsbang als euforisch.’ 

Van Edgar Allan Poe (1809-1849) tot slasherfilm The Texas Chainsaw Massacre (1974) – al Kings kennis over horror heeft hij gedocumenteerd in het non-fictieboek Danse macabre (1981). Het spreekt vanzelf dat King zelf inmiddels ook deel uitmaakt van die canon.

Sleutelwoorden

Als je de plotelementen erop naslaat, kun je – met wat fantasie – een paar lessen leren van King. Je leert bepaalde plaatsen te mijden, zoals beschimmelde kelders, leegstaande hotels, vervallen huizen en kronkelige bospaadjes. Voeg daar nog heilige grond van indianen aan toe, en een uitstapje naar gene zijde. De grote stad verruilen voor het platteland? Beter van niet, want alle gelukkige gezinnetjes vallen daar uiteen. 

Wees lief voor elkaar, maar met mate natuurlijk. Kies met zorg de middelbare school voor je kind, anders wordt je dochter gepest, zoals Carrie White overkwam. Laat nooit je vriendjes vallen uit de Losers Club. Maar zijn het godsdienstfanatici? Doe dan snel een stapje opzij. O, en pas op voor dansende clowns met de rode ballonnen.

It.

Dan nog het belangrijkste advies: ga nooit langs een doorgaande weg wonen. Binnen Kings universum razen daar levensgevaarlijke tankwagens voorbij. Een les die hijzelf even was vergeten toen hij in 1999 tijdens een wandeling door een Dodge werd geschept. Hij moest maanden revalideren. ‘Later realiseerde ik mij dat ik bijna was gedood door een personage uit mijn eigen romans – het was bijna grappig.’

Multi-interpretabel

Behalve dat hij veel trouwe fans heeft – succes aan de kassa gegarandeerd – is er een andere reden voor de vele verfilmingen van zijn verhalen: ze zijn multi-interpretabel. King levert het basismateriaal, vervolgens kan de regisseur ermee aan de haal gaan. 

Paul Verhoeven vergelijkt zo’n verhaal met een rorschachtest: begin je vrij te associëren als je het boek leest? Kun je als filmmaker er een extra laag in brengen, iets toevoegen wat juist niet in het boek staat? 

Zo gaat het doorgaans, maar niet altijd tot Kings genoegen. Hij vond Kubricks versie van The Shining ‘te kil en te klinisch’ en hoofdrolspeler Jack Nicholson ‘veel te vroeg op de rand van waanzin verkeren’. En waarom moest de Volkswagen in de film geel zijn, er stond toch duidelijk rood in het boek? 

The Shining.

Om zijn gelijk te halen, schreef King in 1997 het scenario voor een miniserie van The Shining. En ja, de kever die in de openingsscène door de Rockies trekt is in regie van Mick Garris rood. Als je de miniserie terugkijkt, kom je al snel tot de conclusie dat je voor de meest memorabele scènes in de bioscoop moet zijn. Het was namelijk Kubrick die bedacht dat de getourmenteerde schrijver Jack Torrance met zijn schrijversblok de godganse dag dezelfde zin zat te typen, de opmaat naar zijn moordzuchtige psychose: all work and no play makes Jack a dull boy. Onvergeeflijk, nogmaals excuses, Stephen.  

De keuze van King

Dit zijn de King-verfilmingen die de schrijver zelf wél goed vindt, zo verklapte hij in 2014 aan cultuurblad Rolling Stone.

Cujo (Lewis Teague, 1983)

Stand By Me (Rob Reiner, 1986)

Misery (Rob Reiner, 1990)

The Shawshank Redemption (Frank Darabont, 1994)

Delores Claiborne (Taylor Hackford, 1995)

The Green Mile (Frank Darabont, 1999)

Cujo.

Verhulde autobiografische elementen 

En over multi-interpretabel gesproken, kijk of lees eens Misery (1987, verfilmd in 1990). De synopsis: nadat succesauteur Paul Sheldon tijdens een sneeuwstorm in Colorado van de weg is geraakt, komt  hij bij kennis in een afgelegen chalet. Hij blijkt gered door oud-verpleegkundige Annie Wilkes die zich bekendmaakt als zijn grootste fan. Het blijkt dat ze al zijn victoriaanse liefdesromans heeft gelezen. Maar als Annie het nieuwste boek stiekem doorbladert, ziet ze dat de auteur haar lievelingspersonage laat overlijden. Daarom gijzelt ze de schrijver, en dwingt ze hem tot een extra hoofdstuk. Uiteindelijk weet Sheldon op het nippertje te ontsnappen. 

Zo op het oog een aardig verhaal, maar Misery is meer dan dat. In Over leven en schrijven bekent King dat Annie niets minder is dan een metafoor voor de diepe crisis waarin hij in 1986 zat. ‘Annie stond voor coke en drank. Ik had besloten niet langer Annie’s speeltje te zijn. Al was ik bang niet meer te kunnen schrijven als ik het zuipen en snuiven zou opgeven.’ 

Zo sluit het boek naadloos aan op The Shining, dat in feite ook over Kings verslaving ging – inclusief ontkenningsfase. Inmiddels is hij al decennia nuchter. De Nederlandse thrillerauteur Thomas Olde Heuvelt herlas Misery in 2017 voor de Volkskrant. Zijn conclusie: ‘Een van de beste thrillers ooit geschreven. En de verfilming is briljant.’ 

Misery met Kathy Bates.

Lijkstapels

Wat opvalt als je de verfilmingen naast elkaar zet: de regisseurs mogen er graag een schepje bovenop doen. Plottwists, nog een explosie, een uit het zand stekende zombiehand: het maakt niet iedere King-film een onvergetelijke ervaring. Ze zijn over de top. 

Er is ook een uitzondering. In Carrie van Brian De Palma vallen zo’n 51 slachtoffers door het kinetisch geweld van het geplaagde schoolmeisje. In de roman stopt de teller pas bij 409 doden en worden tot op de dag van vandaag 49 slachtoffers vermist. Daar wint King, zogezegd.

Top-5

Als je raak schiet met een King-verfilming, schiet je ook goed raak. Zakenblad Forbes maakte een top-5 van films naar kaartverkoop, gecorrigeerd door inflatie:

1. It (2017) – 281 miljoen euro

2. The Green Mile (1999) – 201 miljoen euro

3. The Shining (1980) – 126 miljoen euro

4. Carrie (1976) – 122 miljoen euro

5. Misery (1990) – 112 miljoen euro

Maar niet alles wat Stephen King aanraakt, verandert in goud. Soms komt het omdat een kort King-verhaal de basis vormt. Met een kort verhaal vul je doorgaans geen speelfilm van 90 minuten. Philip K. Dick, ook een groot auteur van scifithrillers, had hetzelfde euvel. Voor een hitfilm als Paul Verhoevens Total Recall (1990) waren vijftig scenarioversies nodig, omdat de schrijvers de derde akte maar niet goed kregen, met slechts 25 pagina’s Philip K. Dick tot hun beschikking. 

Idris Elba in The Dark Tower.

Het omgekeerde gebeurt ook. Zo werd in 2017 reikhalzend uitgekeken naar de verfilming van The Dark Tower. Het bronmateriaal bestond uit acht romans en twee korte verhalen. De Deense regisseur Nikolaj Arcel werd door filmstudio Sony naar Hollywood gehaald om die in een speelfilm van 95 minuten te gieten. Het budget hiervoor was 66 miljoen dollar (56 miljoen euro), en hij had de beschikking over Idris Elba, Matthew McConaughey  en de muziek van Junkie XL. De film staat op recensiesite Rotten Tomatoes te boek als de op een na slechtste King-verfilming ooit, de slechtste is Cell (2016).  

Cameo’s

Als filmfreak mag Stephen King graag in een gastrolletje opduiken – vooral als het films naar eigen werk betreft. Zo zien we hem in Pet Sematary (1989) als dominee een toespraak houden op een begrafenis, en is hij in It Chapter Two (2019) een winkelier. Buschauffeur, pizzabezorger, dirigent van een showorkest, apotheker, vrachtwagenchauffeur, voorbijganger bij een geldautomaat, iemand in het publiek, grafdelver, motorduivel, restauranthouder of dronkenman – Stephen Kings cameo’s zijn talrijk.

Stephen King als dominee in Pet Sematary (1989).

In aantocht

Sciencefiction lijkt wel vaker een voorspellende gave te hebben, zo ook het werk van Stephen King. De coronapandemie lijkt soms net een King-verhaal, meer specifiek The Stand (1978). Het moest oorspronkelijk een amerikanisering van The Lord of the Rings  worden, maar het duurde en duurde, tien jaar later dan gepland verscheen dan toch The Stand, een stoeptegel van 1.200 pagina’s. 

De synopsis: uit een militair laboratorium in de woestijn van Californië ontsnapt een virus dat als chemisch wapen was bedoeld. Door de pandemie die daarop volgt, legt 99,4 procent van de wereldbevolking het loodje. De weinige overlevenden verzamelen zich in twee kampen. In de blauwe hoek: de volgers van Abagail Freemantle, een hoogbejaarde zwarte vrouw, religieus geïnspireerd. Zij wil vanuit Boulder, Colorado de democratie herstellen. In de rode hoek: de diabolische Randall Flagg, Kings eigen tovenaar Sauron, die in Las Vegas zijn totalitaire regime heeft gevestigd. Een confrontatie is onvermijdelijk. 

The Stand.

Het is een optelsom van klassieke Stephen King met The Lord of the Rings, Mad Max en Trumps Amerika. Vanaf 17 december 2020 verschijnt de tiendelige tv-serie naar The Stand op de Amerikaanse zender CBS .

Zo bezien, valt op hoe salonfähig Stephen King is geworden. Toen Kubrick in 1980 The Shining wilde verfilmen, werden er wenkbrauwen gefronst. Moest een regisseur met zo’n statuur zich wel buigen over een pulproman? Nu wil iedere regisseur King verfilmen, omdat ze denken: wat heeft King een veelzijdig oeuvre. En zo heeft hij met die stapel boeken en films ons zo veel bijzonders laten beleven. 

Hoorhorror

Paul Verhoeven besprak The Shining in de Volkskrant-reeks Volgens Verhoeven. Verhoeven struikelt weliswaar over de esoterie in The Shining, maar zoals Kubrick de kleine Danny op zijn driewieler door de lege hotelgangen laat racen, maakt bijna alles goed. ‘Het rollen van die wielen over het linoleum, dan over het zachte tapijt, en weer verder over het linoleum – dat idiote geluidscontrast, daarvan gaat iets onbenoembaar dreigends uit. Die shots roepen een complete occulte wereld op zonder dat er ook maar één special effect tegenaan wordt gegooid.’ 

Dollar Baby

Om iets terug te doen voor de filmwereld begon Stephen King met het Dollar Baby-project. Aspirant-filmmakers kunnen daarmee voor 1 dollar eenmalig de rechten kopen van een kort verhaal van King, of van een paar pagina’s uit een roman. Zonder winstoogmerk mogen zij ermee werken. Inmiddels zijn er zo’n honderd voor studiedoeleinden gedraaid. Eens in de twee jaar organiseert ook de Nederlandse Stephen King Fanclub het Dollar Baby Film Festival.

The King versus The Donald

Stephen Kings scifithriller The Dead Zone (1979) werd onlangs uit de mottenballen gehaald. In het boek begint politicus Greg Stillson als bijbelverkoper, gaat daarna in het vastgoed en stelt zich vervolgens kandidaat voor het presidentschap. Hij stuntelt bij zijn eerste optredens, blaft de pers af, huurt een motorgang in als ordedienst voor zijn bijeenkomsten, wint met list en bedrog de verkiezingen en eindigt als de demagogische president die een wereldwijde kernoorlog in gang wil zetten. 

King, onlangs: ‘Toen ik dit personage aan de schrijftafel verzon, was hij voor mij een schrikbeeld: zover zou het in Amerika toch niet komen? Maar het heeft er alle schijn van dat Greg Stillson inmiddels echt in het Witte Huis zit, of nee: Trump is veel enger.’ 

David Cronenberg maakte een haast vergeten cultklassieker van The Dead Zone, met Martin Sheen (de geliefde president Josiah Bartlet uit The West Wing) als Stillson en Christopher Walken als hoofdpersoon Johnny Smith. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden