Een dood zonder opsmuk

HET IS de ergste nachtmerrie. Je geliefde klaagt over hoofdpijn, wordt in het ziekenhuis opgenomen en sterft twee weken later aan een hersentumor....

Moll, redacteur van NRC Handelsblad, wil in zijn boek een sober verslag geven van de weken voor Chantals dood. Zijn doel is 'koel te registreren en op neutrale toon vast te leggen' wat er gebeurde, en hij maakte aantekeningen en foto's in alle stadia van Chantals ziekte.

Door die nauwkeurige verslaggeving krijgt de lezer details voorgeschoteld die absurd zijn in hun exactheid. De planten die Moll kocht om Chantals graf te bedekken kostten fl 35,-. De bamboe kreeg hij gratis. Op de avond van haar dood had Chantal een temperatuur van 38.4. Na haar dood woog Moll zelf 58,7 kilo. Op weg naar het kerkhof om een graf uit te zoeken kwam Moll een vriendin tegen met wie hij in 1967 eindexamen had gedaan. Chantal kreeg op het laatst 1,5 mg Oradexon voorgeschreven en 300 mg Trimethoprin Dumex.

Niet dat Moll denkt dat dit zijn lezers interesseert. Hij weet zelfs dat het ze niet interesseert, gezien zijn opmerking ergens: 'het zal voor niemand een belangwekkende observatie zijn, maar ik ben blij dat ik dat beeld heb vastgelegd'. Hij heeft dit boek niet geschreven voor zijn lezers, hij heeft het zelfs niet geschreven voor Chantal. Het gaat hem in de eerste plaats om het verwerken van zijn eigen verlies, blijkens het motto uit een roman uit Sri Lanka, over het verdriet dat 'hangt aan de mantel van de ziel': 'Misschien kun je het vangen,/ als je er woorden aan geeft'. Bovendien leest Moll ook nog in de krant 'dat mensen die schrijven over een trauma beter af zijn dan degenen die dat niet doen'.

Niet het levend houden van de herinnering aan Chantal is dus het doel, maar juist het omgekeerde: het waar maken van haar dood. Door zakelijk en met de meest ontluisterende details haar sterven te beschrijven, wordt Chantals afwezigheid pas een feit. Daarom zijn ze nodig, de uitweidingen over de groene incontinentieluiers, over de slangen en de buisjes aan haar lijf, over de begrafenis (fl 9995,64) en over het Chinese eten met vrienden na afloop.

Het opnieuw doornemen van de feiten is ook nodig omdat Hans Moll nog kwaad is, in de eerste plaats op de dokters. Op de slordige huisarts die Chantal maar niet doorverwees naar de neuroloog, op de assistent die Chantal het slechte nieuws vertelde terwijl Moll dat zelf had willen doen, op de arts die geen eerlijke informatie gaf over de gevolgen van een bestraling. Sterke ziekenhuisverhalen ontbreken natuurlijk niet. Zoals dat over de onbeschofte specialist die aan het bed van Chantal komt, zich niet voorstelt, en vraagt hoe zij zich voelt: ''Ik ga dood', zei Chantal. 'Ach, mevrouw, iedereen gaat dood', sprak de arts op montere toon. 'U moet nu de positieve dingen in uw leven benadrukken. U moet niet bij de pakken neerzitten.''

Behalve met woede kampt Moll ook met onbeantwoordbare vragen: had hij wel toestemming moeten geven voor een operatie? Of: 'Zou zij mijn dood zwaarder hebben gevonden dan ik de hare?'

Over Chantal zelf komen we ondertussen bitter weinig aan de weet. Hans Moll verschaft vooral oppervlakkige informatie over haar: 'Chantal was tweeënveertig jaar. Ze werkte als sociaal-psychiatrisch verpleegkundige bij een RIAGG. Ze studeerde geestelijke gezondheidszorg aan de Universiteit van Maastricht en haalde in de weekeindes voor de ANWB regelmatig landgenoten op die in het buitenland in geestelijke nood waren geraakt'.

Ze was, blijkens de rouwadvertentie (fl 1600,-), 'zo wijs, zo lief, zo mooi'. Verder horen we dat ze daadkrachtig was, reislustig, zelfstandig en dat ze goed met mensen omging: eigenschappen die niet bijster veel zeggen, aangezien ze opgaan voor veel vrouwen.

Veel uitgebreider vertelt Hans Moll over zichzelf. Hij geeft zich schaamteloos bloot op deze pagina's. Niet alleen zijn experimenten met drugs komen aan de orde, ook bijvoorbeeld zijn promiscuïteit, en de neurotische gedachten die hij koestert over eten en lichaamsgewicht. Zo is hij opgelucht als hij een keer voedselvergiftiging krijgt en daardoor weer een paar kilo afvalt.

Intiemer kan het bijna niet, en tegelijk is het sober en kaal als een krantenartikel (gedeelten van Molls verhaal verschenen eerder in het magazine van NRC Handelsblad). Er is geen opsmuk, alleen heel veel feiten. Dat registrerende karakter heeft Molls boek gemeen met de twee romans die hij eerder schreef: ook daarin ging het grotendeels om uiterlijke observaties. In Chantal betekent dat bijvoorbeeld dat Moll wel vertelt dat hij veel huilt, maar niet zegt hoe hij zich nu eigenlijk voelt. Hij verbergt zich grotendeels achter de afstandelijkheid van de verslaggever en stoere opmerkingen in de trant van: 'Nooit geweten dat doodgaan zo'n prijzige actie was.'

Ontroerend zijn de momenten waarop Moll door zijn eigen nuchterheid heen breekt en zijn zelfbeheersing verliest: wanneer hij van het balkon wil springen, Chantal achterna, of wanneer hij door het huis dwaalt en haar kleren en sieraden aantrekt, of wanneer hij uitroept: 'Ik mis dat klerewijf zo ontzettend'. Maar ook dan maakt Moll maar één ding echt duidelijk over het sterven van een geliefde: het is en blijft onbevattelijk behalve voor degene die het zelf is overkomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden