Beschouwing

Een discutabele Oscar is nog altijd een Oscar

Oscarwinnaars worden gekozen door oudere, blanke mannen. Nu de Gouden Kalveren straks ook bij stemming door vakgenoten worden verdeeld, rijst de vraag wat er in de Academy allemaal mis kan gaan. En gaat.

Beeld Ivo van der Bent

'Welke film won de Oscar voor beste speelfilm in 1989? Driving Miss Mother Fucking Daisy! En Do the Right Thing werd dat jaar niet eens genomineerd. Twintig jaar later kijkt niemand nog naar Driving Miss Daisy. Dát is waarom Oscars er niet toe doen.'

Regisseur Spike Lee maakte zich boos toen een verslaggever van The Hollywood Reporter hem onlangs om commentaar vroeg bij het geringe aantal Oscarnominaties voor Selma. Of Ava DuVernays historisch drama over de burgerrechtenstrijd nu echt uitzonderlijk benadeeld was met enkel nominaties voor beste film en liedje valt te betwisten, maar Lee bestreed de gedachte dat die zesduizend stemmers van de Academy - zijn collega's uit het vak - überhaupt enige notie hebben van kwaliteit. De kwestie is interessant, nu ook de winnaars van de Gouden Kalveren op het Nederlands Film Festival vanaf dit jaar met een 'academy-systeem' worden aangewezen.

Dwaling in de geschiedenis

Spike Lee had een punt: het behoudende melodrama met Morgan Freeman als berustende zwarte chauffeur tot beste film kiezen en Lee's bevlogen sociale commentaar over de opstandige zwarte pizzabezorger Mookie in Do the Right Thing niet eens genoeg achten voor een nominatie in diezelfde categorie, wekt verbazing. Zeker omdat Lee's portret van een New Yorkse stadswijk waarin de zwarte bevolking in opstand komt als een van hen stikt bij een politieaanhouding, geldt als een van de invloedrijkste contemporaine en onverminderd actuele Amerikaanse films.

Het was niet de enige dwaling in de geschiedenis van de beeldjes, die sinds 1929 verdeeld worden. Zo achtte men bij de uitreiking in 1942 John Fords sentimentele mijnwerkersfamiliedrama How Green Was My Valley in vrijwel elke categorie superieur aan Orson Welles' Citizen Kane. En versloeg Rocky in 1977 zomaar Taxi Driver, de fraaiste verbeelding van een lone wolf in de historie van de cinema. De gepasseerde regisseur van die laatste film, Martin Scorsese, moest in 1991 ook zijn meerdere erkennen in Kevin Costner en diens Dances with Wolves: volgens zijn vakbroeders beter dan het maffiaportret Goodfellas. Ook 1995 betrof een uitzonderlijk zwart jaar voor wie nog enig vertrouwen had in de Academy. Dat het gevangenisdrama The Shawshank Redemption verloor van beste film Forrest Gump, à la. Maar Pulp Fiction?

Klacht

Het is de meest gehoorde klacht: de stemmers van de Academy herkennen (en erkennen) kwaliteit met name als die zich manifesteert in vertrouwde vorm. De over zeventien takken (van acteurs tot kappers) verdeelde leden zijn merendeels ervaren vaklui en vertegenwoordigen zo de status quo. In 2012 onthulde The LA Times: de gemiddelde Oscarstemmer is blank (94 procent), man (77) en 50+ (86). Hoewel de Academy haar best zegt te doen om vers, vrouwelijk en kleurrijk bloed toe te laten, is de Hollywoodelite nog altijd een homogeen bastion.

Vorig jaar interviewde filmjournalist Scott Feinberg voor The Hollywood Reporter anonieme stemmers over hun keuzen, met opmerkelijk resultaat. De Oscarstemmers blijken net mensen: afwisselend kleinzielig, verstandig, jaloers, grillig, vals en oprecht. Soms stemmend met hart en hoofd, even vaak met de onderbuik. Dat een acteur of regisseur wel of niet 'aardig' is, kan zomaar de doorslag geven. Gewichtige films doen het goed, maar de regisseurs zelf mogen dan weer niet te gewichtig overkomen - iets wat Steve McQueen (12 Years a Slave) vorig jaar mogelijk zijn regie-Oscar kostte. Álles weegt mee. 'Ik zette meteen een streep door Omar. Ik zag de film, het zijn fucking antisemitische zwijnen', aldus de motivatie van een anoniem Academy-lid, regisseur, over het in 2014 genomineerde drama van zijn Palestijns-Nederlandse collega Hany Abu-Assad. En over de categorie animatie: 'Interesseert me niet. Hield op toen ik 6 werd.'

Historische werkelijkheid

De statistiek leert dat periodedrama's en biografische films een bovengemiddelde kans maken op een nominatie, oftewel alles waarbij de historische werkelijkheid meeweegt. Films die de stemmers uit Hollywood zich goed over zichzelf doen voelen. Films ook waarbij acteurs in de huid kruipen van bekende mensen, van Thatcher (Meryl Streep, Oscar voor The Iron Lady) tot Ray Charles (Jamie Foxx, Oscar voor Ray). En rollen waarbij acteurs zich een geheel ander uiterlijk aanmeten, bij voorkeur als iemand met uitzonderlijke geestelijke vermogens en/of een motorische handicap.

Zoals de dit jaar genomineerde Eddy Redmayne als Stephen Hawking in The Theory of Everyting, of Benedict Cumberbatch als Alan Turing in The Imitation Game. Films die al belangrijk werden genoemd voor iemand ze zag en waarin duidelijk zichtbaar is hoe briljant de acteurs zijn, omdat wat we op doek zagen zo verschilt van de knappe man of vrouw die straks dat dankwoord uitspreekt.

Status

Als veelkoppig beest realiseert de Academy zich soms dat het iets of iemand over het hoofd zag. Al Pacino had in 1974 al moeten winnen voor zijn rol in Godfather 2, dus dan maar voor Scent of a Woman in 1992. Terwijl dat jaar juist Denzel Washington had moeten winnen, voor Malcolm X. Een omissie die vervolgens weer werd rechtgezet in 2002 bij Washingtons rol als corrupte agent in Training Day. Zo smeert de Academy fouten uit. En won Scorsese pas in 2007 met The Departed zijn eerste en enige Oscar, voor een remake.

Toch doen alle klachten en erkende gebreken weinig af aan de status van 's werelds bekendste filmprijs; iedere acteur en regisseur zou direct drie Golden Globes ruilen voor één Oscar.

Het ene beeldje maakt onsterfelijk, het andere niet. Wat de Academy altijd behoedt, is die anciënniteit. Winnaars - zowel terechte en onterechte - scharen zich bij de filmiconen van weleer. En er is geen beter stemsysteem voorhanden; met een jaarlijks wisselende jury zou de lijst met blunders vermoedelijk niet krimpen.

De Academy mag discutabel zijn. Maar een discutabele Oscar is nog altijd een Oscar.

Foreign Language Film

De omgang van de Academy met niet-Engelstalige films is precair. Ze hebben een eigen perkje en Oscar, met aparte regels. Maar af en toe sijpelen wat van die buitenlandse en ondertitelde films door in de overige categorieën. Zo dingt het Poolse zwart-witoorlogsdrama Ida zondag ook mee in de categorie beste camera. En zo werd Michael Haneke's euthanasiedrama Amour in 2013 maar liefst vijf nominaties gegund; Ang Lee's vechtkunstsprookje Crouching Tiger, Hidden Dragon in 2001 zelfs zes. Maar nooit in de 85-jarige Oscargeschiedenis won zo'n productie ook de hoogste categorie: beste film. Impliciete boodschap van de Academy: héél soms is zo'n film in een andere taal bijna net zo goed als die van ons.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden