Een discutabele eregalerij van voorvaderen

Het is maar goed dat er in de hemel geen boekwinkel is. Dat moet eminente geleerden als Thomas Edison, Nicola Tesla en Lord Kelvin een boel ergernis hebben bepaard....

De Amerikaanse auteur John Simmons passeerde deze geleerden voor bijvoorbeeld de - omstreden - Amerikaanse genetica-onderzoeker Lynn Margulis (op plaats 80) en de Canadees/Oostenrijkse stressonderzoeker Hans Selye, die plaats 86 in de toplijst kreeg toebedeeld.

Het is intrigerend om te zien hoe iemand zich heeft gekweten van een taak die wel erg veel arrogantie vergt: het aanbrengen van een rangorde in de lijst van beste wetenschappers aller tijden. Dat aller tijden beperkt zich overigens voornamelijk tot de afgelopen vierhonderd jaar. In die periode zijn volgens de beleving van de auteur de belangrijke basiswetenschappen zoals fysica, biologie en chemie tot ontwikkeling gekomen.

Slechts twee verdwaalde oude Grieken, Eclidus (op 59) en Archimedes (op plaats 100) passeerden de zeef van Simmons. Archimedes legde meer dan tweehonderd jaar voor Christus de basis voor de wiskunde. In de ogen van auteur Simmons is hij echter te veel uitvinder geweest en te weinig een wetenschapper, vandaar die laatste plaats. Helemaal onder de man uit kon Simmons blijkbaar niet.

De toplijst wordt aangevoerd door Isaac Newton. Hij legde de basis voor de fysica. Newton wordt gevolgd door Albert Einstein. Die leverde een cruciale bijdrage aan de moderne fysica, net als Niels Bohr - theorievormer van het atoommodel - die op 3 staat. Ook Bohr is een representant van die twintigste-eeuwse natuurkunde, op wiens theorieën menig fysicus doorborduurt.

Er zullen maar weinigen zijn die moeite hebben met deze indrukwekkende Top-3. Slechts één kanttekening. Je kunt je afvragen of een Top-3 van onderzoekers die de fundamenten van de fysica hebben blootgelegd, niet iets te veel eer is voor de natuurkunde.

Maar waarom staat die badkuiponderzoeker Archimedes op plaats 100? Hij leverde per slot van rekening al honderden jaren jaar voor Christus belangrijke bijdragen aan de voortgang van de wetenschap.

Het antwoord op die vraag blijft Simmons schuldig, ook in het naschrift dat volledig is gewijd aan dit soort vragen. Hij (h)erkent de problemen, maar daar blijft het bij. Verklaringen voor een bepaalde plaats van een bepaalde geleerde heeft hij niet. Simmons komt niet verder dan 'zo is beslist'.

Simmons, auteur van het standaardwerk Current Biography, heeft zich bij de jurering laten bijstaan door een keur van onderzoekers, onder meer van de Academy of Sciences in New York. Zij gaven aanwijzingen, zij keken naar het manuscript, maar Simmons wikte en beschikte.

Om op de lijst van Simmons te komen, moet iemand een fundamentele bijdrage hebben geleverd aan de vooruitgang van de wetenschap, zo luidt zijn definitie; zijn toppers vonden nieuwe dingen in de natuur, zetten die om in een basale theorie waarna een ondersteunend experiment volgde, is de lijn.

Beroemde uitvinders die een wetenschappelijk gegeven wisten om te zetten in een toepassing, of in een techniek, komen niet in aanmerking voor opname in die Top-100, oordeelt Simmons.

En zo verdwenen beroemde uitvinders zoals Edison, een hardwerkende onderzoeker die veel slim werk verzette, onder meer met het in elkaar sleutelen van de eerste elektrische lamp en Nicola Tesla, de uitvinder van de inductiemotor, uit het blikveld van de auteur. Ze zijn best goed geweest, die twee, erkent Simmons, maar ze horen in een ander boek thuis. Ze droegen niet bij aan de fundamentele wetenschap, aldus de auteur.

Ook de Franse filosoof Descartes, toch ook niet de eerste de beste, voldoet niet aan de criteria van Simmons voor een mooi plaatsje in de erelijst: leuke, interessante filosofietjes, maar ze zijn wetenschappelijk niet basaal genoeg.

De keuze voor wie uiteindelijk een plaatsje krijgt in de lijst van honderd is arbitrair en subjectief. Desondanks is er een groot aantal onomkoombaren, zoals de achttiende-eeuwse wiskundige Leonhard Euler (plaats 35) en de astronoom Edwin Hubble (van het uitdijende heelal, plaats 30). Ze moeten een plaats krijgen in zo'n Top-100 maar welke, ook daar valt over te twisten.

Die 'honderd van Simmons' is een illuster gezelschap van geleerden geworden; 31 ervan kregen éénmaal de Nobelprijs, drie zelfs tweemaal: de Amerikaanse chemicus Linus Pauling (1954: chemie, 1962: vrede), de Franse natuurkundige Marie Curie (1903: natuurkunde, 1911: chemie) en de Amerikaanse biochemicus Frederick Sanger (1958: chemie, 1980: chemie). Het aantal winaars in zijn toplijst zou aanzienlijk groter zijn geweest wanneer er ook voor de biologie Nobelprijzen zouden zijn, meent de auteur.

Verrassend - en daarmee discutabel - is de zesde plaats voor de psychoanalyticus Sigmund Freud, weliswaar nog na evolutionist Charles Darwin en Louis Pasteur, maar vóór fenomenen uit de harde wetenschap zoals Maxwell, Heisenberg en Christiaan Huygens.

De verdienste van Simmons is dat hij bij het samenstellen van zijn hitlijst ook heeft gegrasduind in andere onderzoeksdiscplines dan de natuurwetenschappen. Onderzoekers uit de alfa- en gammawetenschappen staan ook in ruimte mate in zijn Top-100, zoals de antropoloog Frans Boas (14) en de linguist Noam Chomsky (71).

Aan elke gehonoreerde is vier à vijf pagina's tekst gewijd, compact geschreven, boordevol encyclopedische informatie, veelal gelardeerd met enkele schetsmatige zinnen over de plaats van een bepaald onderzoeker binnen een wetenschap en vaak met verwijzingen naar Top-100-collega's.

Drie Nederlanders onderzoekers hebben de Simmons Top-100 gehaald: Christiaan Huygens (40) voor de ontwikkeling van een uniforme golftheorie voor licht, Antoni van Leeuwenhoek (55) voor zijn microscoopwerk en de fysicus Heike Kamerlingh Onnes (61) voor zijn ontdekking van het fenomeen supergeleiding.

Het niet opnemen van de negentiende-eeuwse plantkundige Hugo de Vries noemt Simmons zelf al een mogelijke ommissie. Een verklaring blijft uit, zij het dat natuurlijk ook Simmons moest roeien met het gegeven dat er maar honderd in een Top-100 gaan.

Verder ontbreekt de biologisch gedragsonderzoeker Niko Tinbergen terwijl Konrad Lorenz (82) wel is opgenomen. In Lorenz' pagina's wordt vele malen verwezen naar Tinbergen als zijnde zijn belangrijkste inspiratiebron.

Ook de natuurkundige Hendrik Lorentz - net als Tesla gehonoreerd met een eigen kracht - en de chemicus Jacobus van 't Hoff konden blijkbaar niet voldoen aan de criteria van auteur Simmons. Verder ontbreekt de astronoom Jan Hendrik Oort.

Het boek levert zo aardig wat voer op voor verongelijkte collega-onderzoekers wier 'voorvaderen' niet worden genoemd, of met een te lage plaats worden beoordeeld. Het kiezen van een Top-100 is zo een uit publicitair oogpunt interessante, geslaagde vorm om korte en helder geschreven biografiën aan de man te brengen.

Broer Scholtens

John Simmons: The Scientific 100, A ranking of the Most Influential Scientists, Past, and Present

Citadel Press, Carol Publishing Group; ¿ 67,-

ISBN 0 8065 1749 2

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden