BoekrecensieWeersverwachting

Een dijk rond New York ★★★★☆

Jenny Offill is zo’n schrijver die het bijzondere in het schijnbaar onbeduidende ziet. Een plot heeft ze niet nodig, ze schrijft zoals het brein werkt.

Beeld De Geus

De Amerikaanse schrijfster Jenny Offill is vergeleken met zowel Lydia Davis – grootmeesteres van de ultrakorte baan – als Lucy Ellmann, wier ruim duizend pagina’s tellende roman Ducks, Newsburyport vorig jaar de shortlist van de Booker Prize haalde.

Tegenstrijdige vergelijkingen, zou je denken, maar ze snijden wel degelijk hout. Zowel Davis als Ellmann heeft het vermogen het bijzondere in het schijnbaar onbeduidende te zien, een eigenschap waarmee ook Offill rijk is gezegend.

Zes jaar geleden liet ze dit zien in haar roman Verbroken beloftes (Dept. of Speculation), waarin ze uiting gaf aan het knagende onbehagen waarmee haar naamloze hoofdpersoon zich door het leven worstelde. De roman was afwisselend scherp en laconiek van toon, grossierend in schijnbaar anekdotische feitjes en weetjes, die in hun samenhang een overtuigend portret schetsten van het leven van een jong-middelbare vrouw anno nu.

In opzet en aanpak zou je Offills nieuwe roman, Weersverwachting (Weather), een vervolg kunnen noemen. Haar hoofdpersoon heeft ditmaal een naam, Lizzie Bensen, en woont in New York, waar ze werkzaam is bij een bibliotheek. Ooit had ze academische ambities, maar ze brak de werkzaamheden aan haar proefschrift af om haar verslaafde jongere broer onder haar hoede te nemen. Thans lijdt ze een tamelijk ambitieloos bestaan. Ze is getrouwd met de goedaardige Ben, een classicus die de kost verdient met het ontwerpen van computerspellen, en is moeder van de slimme maar onzekere 10-jarige Eli.

Jenny Offil laat de lezer structuur aanbrengen in een schijnbaar willekeurige, chaotische aaneenschakeling van indrukken en informatie.Beeld Michael Lionstar

Lizzie is een zorgzame persoon. Hoewel haar broer inmiddels officieel is afgekickt, een vriendin heeft en zelfs vader wordt, heeft hij nog altijd haar begeleiding nodig. Ook haar religieuze, weinig bemiddelde maar met krachtige weldoenersbehoeften toegeruste moeder vergt veel van Lizzies aandacht. En dan is er meneer Jimmy, wiens taxibedrijf zo slecht loopt dat ze zich verplicht voelt bovenmatig veel gebruik te maken van zijn diensten.

Dan meldt Sylvia, haar voormalige promotor, zich. Zij heeft een zeer succesvolle futuristische podcast, ‘Een teken aan de wand’ (‘Hell and High water’), die zeer veel luisteraarsreacties oplevert. Of Lizzie deze, tegen een redelijke vergoeding, wil beantwoorden.

Dankzij de podcast komen we in aanraking met een kleurrijke sectie van de Amerikaanse samenleving. Enerzijds zijn er de rechts-conservatieven die in de door Sylvia voorziene toekomstige ontwikkelingen de ondergang van de westerse beschaving zien. Daar tegenover staan de linkse ‘preppers’, die zich voorbereiden op de desastreuze gevolgen van de aanstaande klimaatveranderingen. Uit de vragen en reacties naar aanleiding van de podcast komt het beeld naar voren van een gefragmenteerde, verscheurde samenleving en het is ongetwijfeld geen toeval dat de schrijfster met enige regelmaat glimpen van presidentsverkiezingen van 2016 in haar roman heeft verwerkt.

Offill lardeert de wirwar van Lizzie’s bespiegelingen gretig met de vragen en antwoorden naar aanleiding van de podcast, die afwisselend vaag-filosofisch, nuchter-praktisch en humoristisch zijn. ‘Vraag: Wat is de filosofie van het laat-kapitalisme? Antwoord: Twee wandelaars komen onderweg een hongerige beer tegen. Een van hen haalt zijn renschoenen tevoorschijn en trekt ze aan. ‘Beren rennen harder dan mensen’, fluistert de ander. ‘Ik hoef alleen maar harder te rennen dan jij’, zegt hij.’

Zowel herkenbaar als licht-absurdistisch is de scène waarin Lizzie voorziet hoe er, met het oog op de stijging van het zeewaterpeil, op korte termijn een dijk rond New York zal worden aangelegd. ‘De burgemeester is al advies aan het inwinnen bij de Nederlanders. Er zijn kustdorpen in Nederland waar je golven hoort beuken, meeuwen ziet cirkelen en zout water ruikt zonder ooit de zee te zien.’

Weersverwachting heeft geen plot in de conventionele zin van het woord. Het bestaat uit een schijnbaar chaotische opeenvolging van Lizzies waarnemingen, ontmoetingen, gesprekken, werkzaamheden en bespiegelingen. We lezen de grappen die Sylvia haar stuurt of die ze zelf aan anderen vertelt (‘Tijdreizigers worden hier niet bediend. Loopt een tijdreiziger een kroeg in.’), kijken met haar naar televisieprogramma’s als Extreme Shopper en My Strange Addiction, zien hoe ze haar gevoelige zoontje probeert te helpen zijn weg te vinden.

Net als in Verbroken beloftes doet Offill in haar manier van noteren recht aan de werking van het menselijk brein, dat de werkelijkheid nu eenmaal niet beleeft als een logisch, lineair verhaal, maar als een schijnbaar willekeurige, chaotische aaneenschakeling van indrukken en informatie, waarin het vervolgens structuur probeert aan te brengen.

Dat is precies de taak die Offill de lezer van Weersverwachting oplegt.

Jenny Offill: Weersverwachting. Uit het Engels vertaald door Roos van de Wardt. De Geus; 192 pagina’s; € 20.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden