Een demonstratie van ‘lamlendigheid’

Magere oogst voor diversiteitsprikkel van Fonds BKVB...

Wat de avond van de doorbraak had moeten worden, werd de avond van de gemiste kansen: het debat dat het Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst woensdag onder de titel De droomintendant had belegd over de zes ‘intendanten’ die het onderwerp van de culturele diversiteit definitief in de kunstwereld op de kaart moeten zetten.

Vorig jaar plaatste het Fonds BKVB per advertentie in de landelijke dagbladen een oproep aan iedereen die maar interesse had, zich aan te melden voor het intendantschap om multiculturele projecten te initiëren. Het fonds had er maar liefst 750 duizend euro voor gereserveerd. Slechts 47 inzenders reageerden op de beloftevolle oproep, waaruit een jury er zes selecteerde. Die presenteerden woensdagavond hun plannen.

Tweehonderdvijftig belangstellenden – cultureel divers en werkzaam in de kunstwereld – zaten vol spanning in de zaal van Podium Mozaïek in Amsterdam. Maar ondanks de hoge verwachtingen liep de avond uit op een teleurstelling. En dat lag niet aan de vier vermakelijke en soms melige gastheren, Gijs Groenteman & Teun van de Keuken en Gideon Levy & Bahram Sadeghi (beter bekend als De Jakhalzen), die met hun staccato wie-wat-waarvragen de zes intendanten probeerden door te zagen. Het lag aan de plannen en aan de intendanten.

De voorstellen van Jeanne van Heeswijk en Dennis Kaspori (culturele projecten in Rotterdam voor winkeliers, hennepkwekers en edelsmeden) en het trio Remy Jungerman, Michael Tedja en Gillion Grantsaan (tentoonsteling met Surinaamse kunstenaars in Paramaribo) zouden ook voor een normale subsidiëring in aanmerking zijn gekomen. De toelichting was in ieder geval voor iedereen te volgen.

Dat gold niet voor de overige vier intendanten. De uitleg van het architectenduo Memar Dutch, Binna Choi, Atousa Bandeh Ghiasabadi en Eline van der Vlist & Abdellah Karroum verzandde in een opeenstapeling van goede bedoelingen, verpakt in de inmiddels bekende retoriek van pluriculturaliteit, context en anderszijn waarop de kunstwereld patent heeft.

Het viel niet mee. Temeer omdat de uitverkoren voorstellen een indicatie bleken te zijn van álle plannen die waren ingediend. De magere inhoud en de gebrekkige financiële onderbouwing van de inzendingen typeerden, volgens jurylid John Pijnappel, ‘de lamlendigheid in de Nederlandse kunstwereld’. Juryvoorzitter en directeur van het Prins Claus Fonds Els van der Plas bekende dat de jury zelfs had overwogen in het geheel geen intendanten aan te wijzen.

Had de jury de daad maar bij het woord gevoegd, bleek ook uit de verontwaardiging tijdens het debat. Waarom had het fonds bij zo veel slecht gemotiveerde inzendingen niet meer initiatief getoond door zelf te zoeken naar goede kandidaten? Of door een denktank op te richten, behept met enige expertise? Het multiculturele drama in de kunst vraagt om een structurele aanpak, helder taalgebruik en een lange adem, niet om een eenmalige aflaat van driekwart miljoen euro voor zes opportunistische pseudo-oplossingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden