Een dartele spirituele reis zonder wegwijzers

Meer dan vijftig jaar geleden deed ik tentamen boeddhisme. Van de literatuur die ik hiervoor moest lezen, waren precies drie pagina's aan het westerse boeddhisme gewijd. Dit stelde volgens mijn studieboeken weinig voor. Zeker, er bestond in de negentiende eeuw belangstelling voor de oude wijsheidsliteratuur uit India, onder andere in de filosofie van Arthur Schopenhauer en de theosofie van Helena Blavatsky, maar veel toekomst voor een westers boeddhisme zag men niet. Vooral de kloostercultuur en het monnikenleven, volgens mijn boeken essentieel voor het boeddhisme, zouden in het Westen geen wortel kunnen schieten.

Dat laatste is uitgekomen, het eerste niet. In De oude Boeddha in een nieuwe wereld laat de Nijmeegse hoogleraar Aziatische religies Paul van der Velde op aanstekelijke manier zien hoe het boeddhisme onze cultuur meer en meer doordrenkt. De populariteit van meditatiepraktijken en van mindfulness als therapie getuigen hiervan.

Buddhism light

Van der Velde gaat wel een eindje mee met mijn vroegere studieboeken. Het 'Buddhism light' van westerlingen verschilt volgens hem hemelsbreed van het boeddhisme zoals zich dat in het verleden in Azië heeft ontwikkeld. Maar hoe ironisch hij er ook af en toe over schrijft, Van der Velde heeft gelukkig niet de neiging om een of ander oorspronkelijk of echt boeddhisme te definiëren, dat we in het moderne Westen dan niet zouden aantreffen. Ook in Azië heeft het boeddhisme zich steeds aangepast aan de verschillende culturen en landen waarin het verbreid werd. Waarom zou dat bij ons niet mogen gebeuren?

Met deze opstelling neemt Van der Velde tegelijk afstand van allerlei pretenties van het westerse boeddhisme. Daarin claimt men nog steeds graag dat men de 'echte' leringen van de Boeddha, al dan niet diep in zichzelf, herontdekt heeft. Met voorliefde wordt dan gesteld dat het boeddhisme oorspronkelijk een atheïstische filosofie zou zijn geweest, die in het polytheïstische India al direct gedegenereerd zou zijn in een godsdienst met mythische godenverhalen en een veelheid van religieuze voorschriften en rituelen.

Dat laatste is volgens Van der Velde ongetwijfeld het geval, maar dat wij hier in het Westen een soort oorspronkelijke kern van het boeddhisme herontdekt zouden hebben, berust op een groot misverstand. Westerse boeddhisten doen doorgaans geen enkele moeite om kennis te nemen van de oudste boeddhistische overleveringen.

Macht en geweld

Met verve beschrijft de auteur vervolgens het westerse boeddhisme, dat hij steeds vergelijkt met de oude teksten en overgeleverde praktijken. Daarbij dartelt hij van de dalai lama en Het Tibetaans dodenboek naar een roman als Siddhartha van Herman Hesse en films als The Matrix en Little Buddha. Dat 'dartelen' moet hier letterlijk worden genomen. Van de lezer van De oude Boeddha in een nieuwe wereld wordt een soort literaire en spirituele tocht zonder wegwijzers gevraagd. Misschien ligt het aan mij als wetenschapper, maar ik miste een register van personen en zaken, dat het mij mogelijk had gemaakt gemakkelijker verbanden te leggen en hier en daar dingen op te zoeken. Maar ja, dat bood de oude Boeddha met al zijn trektochten ook niet aan de pelgrims die hem wilden navolgen.

Verrassend en confronterend bij deze reis is het hoofdstuk over macht en geweld in het boeddhisme. Veel moderne westerlingen kiezen nu juist voor het boeddhisme omdat het vergeleken met religies als het christendom en de islam vreedzaam zou zijn. Daar blijft weinig van over als je naar de geschiedenis kijkt. Boeddhistische vorsten hebben bijvoorbeeld felle oorlogen gevoerd, juist om relieken of lichaamsdelen van de Boeddha te bemachtigen, en kloosters leverden vaak uitstekend getrainde vechters af. Daarnaast vinden we in het boeddhisme dezelfde rechtvaardiging van geweld als in het christendom. In beide gevallen gaat het om universele religieuze systemen, die de aanhangers heil en redding, hoe verschillend die ook mogen worden geïnterpreteerd, beloven. Daarom is geweld voor iemands bestwil vaak geoorloofd. De kerkvader Augustinus vond dat men wel wat geweld mocht gebruiken om mensen te bekeren zodat zij gered werden voor een eeuwige hemelse toekomst, veel boeddhistische wijzen vonden geweld geoorloofd als je iemand daarmee een betere wedergeboorte kon verschaffen dan hij bijvoorbeeld als crimineel die verder ontsporen kon, mocht verwachten.

Een laatste aanbeveling: de lezer die op reis gaat in De oude Boeddha in een nieuwe wereld begeeft zich ook langs verhelderende illustraties die als rustpunten de tocht veraangenamen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.