EetbiografieLeontien van Moorsel

Een dag niet gesport, gelachen en lekker gegeten, is een dag niet geleefd volgens Leontien van Moorsel

Leontien van Moorsel in haar keuken thuis.Beeld Renate Beense

Vertel me wat je eet en ik vertel wie je bent. In een serie artikelen onderzoekt Nell Westerlaken in hoeverre de dagelijkse kost onderdeel is van onze identiteit. Neem Leontien van Moorsel. De meervoudig olympisch had een eetprobleem. Nu eet ze alles. 

Een dag niet gesport, gelachen en lekker gegeten, is een dag niet geleefd, zegt Leontien van Moorsel (50), Ties voor intimi, met die kanttekening dat ze persoonlijk niet zo is van de ingewikkelde keuken. ‘Als het maar gezellig is.’ Die keer dat ze met familie at in een sterrenrestaurant, zei ze: ‘Doe de deur maar dicht, anders waait het eten van je bord. Allemaal prutsdingetjes waarvan je niet weet wat het is. Mijn zus zegt dan: ‘Ties, doe effe normaal, je moet het laten smelten op je tong.’ We lachen ons dan kapot. Het is maar goed dat we niet allemaal hetzelfde zijn, denk ik dan. Maar ik eet wél alles mee, al maak je mij blijer met een bord gewoon eten. Ik kan ontzettend genieten van hard gebakken frietjes met mayo.’

Voor iemand die behalve met sporten al een leven lang bezig is met voedsel lijkt Van Moorsel, tweevoudig winnaar van de Tour Cycliste Féminin (de vrouweneditie van de Tour de France), veelvoudig Nederlands, olympisch en wereldkampioen op de fiets, een nonchalante eter. Het is een zwaar veroverde nonchalance. In het eerste deel van haar internationale wielercarrière ontwikkelde ze een ernstige eetstoornis. Wijlen wielrenner Gerrie Knetemann  mocht dan beweren dat je de Tour niet wint op een boterham pindakaas, Van Moorsel kwam aardig in de buurt. In 1992 won ze voor het eerst de Tour Féminin op een nogal zonderlinge brandstof: veertien blikken koude sperziebonen, appels en een potje kaneel. ‘Mijn avondeten was zo’n blik bonen met appel en kaneel erdoor. Niet te vreten. Heb je dan een eetstoornis of niet?!’

Beeld Renate Beense

Als ze terugkijkt op haar jeugd is het haar weleens een raadsel, zegt ze, die eetstoornis. Thuis aan tafel was het een vrolijke boel, vader had een bouwbedrijf te Boekel, Leontien was de jongste van vijf. ‘Alle gezelligheid ging bij ons gepaard met eten en drinken.’ Elke dag soep, grote pannen op tafel, en op zaterdag had moeder een torenhoge stapel pannekoeken gebakken als de hele reut terugkwam van zwemmen. ‘Mijn moeder is zo’n knuffelmama die met een grote lepel in de pannen staat te roeren.’ Ze moest er met zo’n hele zwik aan tafel rap bij zijn wilde ze nog een tweede bordje kunnen opscheppen, bijgevolg waarvan ze nog altijd een snelle eter is. ‘Als ik buitenshuis eet, moet ik erop letten dat ik mijn eettempo aanpas aan de anderen.’ Het competitieve zat er al in – op feestdagen werd de grootste tompouce niet zelden veroverd door de jongste.

Tijdens haar middelbareschooltijd begon ze met wielrennen, bij de plaatselijke wielerclub en gaandeweg op bondsniveau – ‘school vond ik niks, ik ben er hard van weggefietst’ – wat in geval van koerswinst werd beloond door ‘omaatje Kee’ met een grote Verkadereep en vijf gulden. ‘Carnaval, jeugdsozen, ik heb niks gemist indertijd. Drinken deed ik niet, maar ik vond het allemaal gezellig.’ Ze was het buitenbeentje. ‘Mijn familie, fietsen? Naar de kroeg ja, het zijn gezellige drinkers. Ik zeg weleens: die kroegen in Brabant gaan niet naar de kloten door de coronacrisis, maar omdat mijn familie er niet meker mag komen, haha. Biertje, bitterballetje erbij. Uit zo’n familie kom ik.’

Beeld Renate Beense

De omslag kwam toen ze eind jaren tachtig – nog geen 20 jaar – 31ste werd in haar eerste Tour. ‘Ik was een stevige Brabantse meid en dacht: die dertig vóór mij zijn ouder, sterker en lichter. Toen een bondscoach zei dat we er elk jaar een paar kilootjes konden aftrainen, dacht ik: dat ram ik er in één jaar wel af.’ Ze stopte met vet en koolhydraten eten. ‘Helemaal verkeerd natuurlijk.’ Ze ging met mannelijke beroepsrenners op trainingskamp. ‘Vijf weken honger geleden.’ Ze draaide na verloop op groenten, rijstwafels en yoghurt, won niettemin twee keer de Tour, werd een paar keer Nederlands en wereldkampioen. 

En was doodongelukkig. Na grote overwinningen sloeg de paniek toe. ‘Ik wist dat ik op het podium champagne zou moeten drinken. Voor de vorm nam ik dan drie slokjes. Daarna ging ik bijtrainen.’

Beeld Renate Beense

Haar extreme gedrag had wellicht te maken, zegt ze, met het feit dat ze haar ouders ‘een stukje levensgeluk wilde teruggeven. Toen ik 12 was, is het bedrijf failliet gegaan, we moesten opeens heel klein gaan wonen. Ik zag dat ze blij werden als ik presteerde op de fiets, dus deed ik nog meer mijn best, althans ik deed wat ik dacht dat mijn best was.’ Inmiddels had ze Michael Zijlaard leren kennen, met wie ze in 1995 trouwde. Ze trok in bij haar Rotterdamse schoonouders, uitbaters van sportcafé de Gouden Snor waar nog weleens een topsporter wilde sneuvelen aan de bar, en vanaf 2000 van visrestaurant Kaat Mossel.

Met hun hulp ging ze de jarenlange strijd aan tegen haar anorexia. ‘Ik wilde weer gezond worden, de vrolijke oude Leontien. Mijn schoonouders waren liefdevol, maar consequent. ’s Ochtends twee boterhammen: opeten!’ Haar lijf kwam in opstand tegen het nieuwe regime van koolhydraten. In een paar jaar tijd ging ze van 43 kilo schoon aan de haak naar 83. ‘Ik was zo uit balans dat ik op een ontplofte kip begon te lijken.’ Een wonder nog, zegt ze, dat haar man het volhield. ‘Sommige van zijn wielervrienden zeiden: gooi dat vette wijf er toch uit. Maar hij zei: ‘ik hou van haar om wie ze is’. Doordat hij zo positief bleef, kon ik het volhouden.’

Beeld Renate Beense

De recuperatie was loodzwaar. De beloning kwam toen ze rond de eeuwwisseling weer demarreerde naar de wereldtop. Alle kleuren medailles, waaronder vier keer goud op de Olympische Spelen, en ruim een dozijn wereld- en andere kampioenschappen. Evengoed als met een medaille werd haar wereldkampioenschap in 1998, in Valkenburg, bezegeld met een flink stuk vlaai. ‘Toen ik een slokje champagne nam, dacht ik: hé, dit is eigenlijk best lekker. Maar belangrijker was dat die vrolijke Leontien weer terug was.’

Dat is de Leontien die nu een tweede stuk monchoutaart neemt die een vriendin voor haar heeft gebakken, die ‘gezellig een glaasje meedrinkt’ met haar man en die qua eten als motto heeft: gewoon, normaal. De gulle vrolijkheid van vroeger thuis is terug als er veel bezoek is in huize Zijlaard-Van Moorsel en de tafel volstaat met ‘vleessalades, vissalades, sateetjes, stokbrood – nee, ik maak niks zelf, mijn zwager heeft een cateringbedrijf – nootjes, olijven, kippenpootjes: allemaal lekker. Als er geen lekkere hapjes en drankjes zijn, dan zeg je toch: wat is dit voor klotefeest?!’

Beeld Renate Beense

Ze ziet liever een gezellig iemand die een paar kilo te zwaar is, zegt ze, dan een gast aan tafel met een chagrijnige kop. En als ze het eerlijk zeggen mag: ze houdt wel van het type knuffelige teddybeer. Haar dochter Indy (12) mag na school iets zoets pakken. ‘Vriendinnetjes die thuis geen suiker mogen, vreten bij ons het liefst de hele snoepla leeg. Een kind dat uit school komt heeft wat lekkers verdiend, toch? Zelf neem ik rond die tijd ook iets zoets, word ik blij van. Als ouder probeer ik het goede voorbeeld te geven, gewoon, lekker in je lijf zitten, en blij in het leven staan.’ De weggetjes en paden van het Groene Hart, die beginnen bij haar voordeur aan de rand van Rotterdam, staan garant voor de fysieke balans. ‘Ik fiets of ren elke dag, word ik ook blij van.’

Koken zal haar hobby niet worden. Aan huis gebonden door de lockdown is haar man ‘culinair aan het koken geslagen, met kookboeken en alles erbij, broccolischotels, asperges, allemaal heerlijke dingen’. Als ze zelf kookt komt er vaak een makkelijk pastaatje op tafel, en wel in zo’n frequentie dat haar dochter geregeld roept: niet wéér pasta, mama. ‘Ze zeggen hier weleens: dat jij niet met een Italiaan bent getrouwd, met je pasta altijd.’ Vanavond staat er pasta met kip-curry op het menu. ‘Kippetje, potje curry, kokosmelk en veel verse groentjes. Ik kwak alles zo’n beetje in de pan, daarna even door elkaar hutseflutselen, en dan maar kijken hoe het smaakt. Ach, het is meestal gewoon lekker.’

Beeld Renate Beense

Inloophuis

Leontien van Moorsel begon in 2013 met haar man Michael Zijlaard in Zevenhuizen, vlakbij Rotterdam, het Leontienhuis, een inloophuis voor mensen met een eetstoornis en hun familie en/of vrienden. Leontienhuis.nl

Voorkeuren

Liever geen ‘Oesters. Die doen me denken aan een zoute snottebel tijdens een regenkoers.’

Altijd in huis ‘Chocola, koekjes, chippies. Yoghurt en kaas, allerlei soorten. Afbakbroodjes.’

Favoriet restaurant ‘Een restaurant met normaal eten. Ik ben geen avontuurlijke eter. Op vakantie in Spanje neem ik wel paella, tapaatjes, brood met olijfolie – ik probeer het wel allemaal uit.’

Ontbijt ‘Vanochtend voor het hardlopen een grote bak Griekse yoghurt van Activia, veel fruit en noten.’

Biologisch ‘Notenpasta van de biowinkel. Stervensduur, maar een echte traktatie.’

Penne met zalm en spinazie van Leontien van Moorsel

300 gram penne

1 ui

2 tenen knoflook

olijfolie

5 ons zalmsnippers of -filet

5 ons spinazie

1 kuipje kruidenkaas

eventueel kookroom

peterselie

peper en zout

Kook de penne beetgaar volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking. Laat intussen de fijngesneden ui en de geperste teentjes knoflook glazig worden in een scheutje olie in een koekenpan met een hoge rand. Als je zalmfilet (zonder vel) gebruikt, snijd die dan in stukjes. Voeg de vis toe aan de ui in de pan en laat hem even snel kleuren, maar nog niet helemaal gaar worden, dat komt vanzelf bij de volgende stappen. Roer er met een handvol tegelijk de spinazie door. Als alle spinazie is geslonken, roer je de kruidenkaas erdoor. Die laat je smelten. Laat de gare pasta goed uitlekken, en roer door de inhoud van de koekenpan. Is de pasta te droog dan kun je een scheutje kookroom toevoegen. Maak op smaak met peper en zout en bestrooi met gehakte peterselie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden