Een botsing tussen teksttoneel en performancetheater

TGA gooit het met de bewerking van Couperus' De Stille Kracht en overdonderende visuele effecten over een heel andere boeg dan de destijds legendarische tv-serie.

Gijs Scholten van Aschat, Halina Reijn, Mingus Dagelet en Maria Kraakman in De Stille Kracht.Beeld Jan Versweyveld

De douchescène. En de onderwerpingsscène. Dat zijn de twee grote dramatische momenten in de roman De Stille Kracht (1900) van Louis Couperus. In de douche wordt de vrouw des huizes, Leonie, bespogen met sirih, een roodachtig sap waaraan ze duivelse kenmerken toedicht. In de onderwerpingsscène wordt de vermeende oosterse gehoorzaamheid aan de westerse overheerser pijnlijk geïllustreerd. De moeder van de Indische regent werpt zich letterlijk aan de voeten van de Hollandse resident om vergeving te vragen voor haar losbandige, goklustige zoon.

Voor vijftigplussers zijn dat legendarische scènes uit de tv-serie (1974): in de ene toonde Pleuni Touw zich naakt aan het kijkende volk, in de andere maakte Caro van Eyck diepe indruk met haar wanhopige explosie van onderdanigheid. De Indische sfeer in die tv-serie werd bepaald door wat oosterse kamerschermen en twee palmboompjes, heel tuttig eigenlijk.

In De Stille Kracht van Toneelgroep Amsterdam - dat afgelopen weekend in première ging in de Ruhrtriennale in Essen - gooien regisseur Ivo van Hove en zijn scenograaf Jan Versweyveld het over een totaal andere boeg. Zij kozen voor een enorme open ruimte, met een houten vloer en houten wanden - iets tussen een mega-sauna en een kijkdoos in. Daarin ontrolt zich de hele voorstelling door een choreografie van personages en culturen. Allerlei karakters scharrelen erin rond, als schimmen in een mystieke wereld. Aan de ene kant de Hollandse resident (Gijs Scholten van Aschat) en zijn familie, aan de andere kant de Indiërs en hun bedienden. Doordat er geen enkele scheiding tussen deze twee werelden is, toont Van Hove dat beide culturen tegen wil en dank aan elkaar zijn overgeleverd. De botsing tussen beide geeft deze opvoering iets actueels, maar dan moet je wel goed zoeken.

Teksttoneel vs. performancetheater

Het probleem met deze De Stille Kracht is vooral de botsing tussen teksttoneel (waarin een verhaal moet worden verteld) en performancetheater (waarin spectaculaire beelden domineren). De visuele effecten zijn overdonderend: uit een reusachtige sprinkler-installatie stroomt voortdurend een stortvloed van regen en mist. Knalharde geluidseffecten en dreigende muziek houden ons bij de les. Componist Harry de Wit zit bijna twee uur lang achter zijn piano.

De Indische sfeer zien we terug in videoprojecties van idyllische landschappen, moessonregen en gevaarlijke opstandelingen. Het is niet pluis in ons Indië, dat willen die beelden zeggen, maar in het verhaal zelf blijft dat onderbelicht. Op een voice-over (door Hans Kesting) horen we af en toe flarden uit Couperus' roman, die ons het verloop van het verhaal vertellen, en dat is nogal een zwaktebod.

De première van De Stille Kracht in de grote hal van industrieel erfgoed Zollverein had duidelijk de kenmerken van een try-out. Acteurs en techniek waren nog niet optimaal op elkaar ingespeeld. Gijs Scholten van Aschat heeft zeker de allure van de steile resident Otto van Oudijck, maar was nog wat plechtstatig in zijn tekstbehandeling. Van Oudijck gelooft in het bouwen van bruggen en wegen en het brengen van welvaart, maar kan zich niet inleven in de mystieke ondoorgrondelijkheid van het volk dat hij moet besturen. In die zin is de rol van Eva Eldersma (Maria Kraakman) het interessantst: ondanks de weldadige soirees die ze organiseert, weet ze: wij horen hier niet thuis.

De douchescène is voor Halina Reijn. Zij speelt Leonie van Oudijck, die haar verveling verdrijft door overspelige affaires met jongemannen. Marieke Heebink is bijna onherkenbaar als de oude Indische moeder. Hun beider dramatische scènes zijn hoogtepunten van performancetheater (ijzingwekkende kreten en gefluister, theatrale effecten, donder en bliksem, een waterval aan suspense). Maar ze staan op zichzelf, zoals veel in deze gek genoeg nogal plichtmatige en vooralsnog wat slordige voorstelling.

Couperus in het theater

Couperus wilde liever niet dat regisseurs met zijn personages aan de haal zouden gaan, toch worden zijn boeken geregeld naar theater en film vertaald.

Bij zijn leven werd Louis Couperus (1863-1923) door een theaterdirecteur al eens gevraagd of hij een toneelstuk kon schrijven in plaats van weer een roman. De Haagse schrijver moest er niet aan denken: het idee dat een regisseur met zijn personages aan de haal zou gaan, stond hem in alles tegen. Hij voelde zich als schrijver de schepper en hoeder van zijn karakters.

Toch wordt het werk van Couperus regelmatig in dramatische vorm gespeeld. Voor tv waren er series van De stille kracht, Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan en De kleine zielen.

De Stille Kracht werd ook al twee keer eerder voor theater bewerkt: door Ton Vorstenbosch en door Ger Thijs. Thijs is sowieso een fervent Couperus-bewerker: komend weekend is in Den Haag de première van zijn versie en regie van Eline Vere, een productie van Hummelinck Stuurman Theaterbureau. Ook dit fascinerende Haagse romanpersonage stond al eerder op toneel: Maria Kraakman speelde haar in 2007 bij het Nationale Toneel. In 1991 werd het boek door regisseur Harry Kümel verfilmd, met Marianne Basler in de titelrol.

De Stille Kracht. Theater. Naar Louis Couperus, door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Ivo van Hove. Bewerking: Peter van Kraaij.
Première: 18/9, Zollverein Essen (Ruhrtriennale).
Vanaf 1/10 in Stadsschouwburg Amsterdam
.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden