Een boos blad mag niet glimmen 124 Jaar zendingsdrang bij Toneel Theatraal

Het geletterd en beschaafd publiek heeft zich uit de schouwburg teruggetrokken, schrijft het verontruste Toneelverbond in 1872. Het verval van toneel diende te worden bestreden met een tijdschrift, de voorloper van het huidige Toneel Theatraal dat na 124 jaar stopt....

ALS STRAKS WORDT gezocht naar een naam voor het nieuwe tijdschrift voor de podiumkunst, als opvolger van Toneel Theatraal, is Penthesileia misschien een idee. Een naam die 'een brug slaat tussen actualiteit en eeuwigheid', 'tussen esthetiek en engagement', aldus Gerardjan Rijnders in 1974.

Rijnders reageerde op de prijsvraag die het toenmalige Toneel Theatraal had uitgeschreven om aan een nieuwe naam te komen. Beloning: twee kilo tomaten, vijfentwintig rozen én een gratis abonnement op 'dit Theater Maandschrift'.

De inzendingen stroomden binnen, zo beweerde de redactie. 'Toon Beeld' suggereerde Hans van den Bergh, de toneelcriticus van Het Parool. Een briljant idee vond hij zelf, vermeldt het juryrapport. De winnaar werd Eddy Geerlings, momenteel toneelcriticus van het Algemeen Dagblad. 'Dram.' luidde zijn winnende inzending, inclusief punt. 'Een uitstekende vondst', oordeelde de redactie, die de naam desondanks niet gebruikte, uit vrees voor eventuele woordspelingen ten koste van 'dit arme blad'.

Na stemming koos de redactie voor Toneel Teatraal (de h werd later toegevoegd). Dat was een beetje flauw, want zo heette het tijdschrift al vanaf 1965. Een reden om die naam te behouden was ongetwijfeld de link met de respectabele geschiedenis van het blad. Door de opheffing van 'TT' is nu met dat verleden gebroken.

Weliswaar is het bestuur van Toneel Theatraal voorlopig nog vertegenwoordigd in het bestuur van het nieuwe tijdschrift. En de nieuwe hoofdredacteur Erik Beenker heeft aangekondigd bij het samenstellen van zijn redactie rekening te houden met ex-medewerkers van TT. Maar hij kan voor zijn blad een naam verzinnen, die niet meer hoeft te verwijzen naar een 124-jarige geschiedenis. Zo oud is Toneel Theatraal namelijk geworden.

Toen het tijdschrift in 1872 voor het eerst verscheen, was gekozen voor de naam Het Neederlandsch Tooneel. In dat eerste nummer doen de oprichters uitgebreid hun motieven uit de doeken. Het blad, een uitgave van Het Toneelverbond, is in het leven geroepen wegens bezorgdheid over het verval van het toneel. Steeds minder is de schouwburg een kunstinstelling, schrijft de redactie. Het geletterd en beschaafd publiek heeft zich teruggetrokken en de leiding is in handen van mensen voor wie de toneelspelkunst slechts broodwinning is.

Om dit verval tegen te gaan, wilde het Toneelverbond een toneelschool oprichten. 'Er moet van onder op worden gearbeid en een nieuw geslacht deugdelijk ontwikkelde tooneelspelers worden gevormd.' Een tijdschrift moest intussen de belangstelling voor het toneel levendig houden.

De eerste nummers bevatten artikelen over de Nederlandse toneelgeschiedenis en over hedendaagse thema's, zoals 'Hoe men schouwburgen bouwt', en 'Het Ober-Ammergau's passiespel'. Toneelkronieken uit Amsterdam, Rotterdam en Gent volgden de actuele gebeurtenissen op de voet. Kunnen de blijspelen van Molière nog voor een Hollandsch publiek worden opgevoerd?, vraagt de Amsterdamse correspondent zich af. Hij denkt van niet. Molières karakters spreken te veel en handelen te weinig. 'Onze tijd is een tijd van aktie. Een dialoog alleen, hoe geestig hij zijn moog, boeit de kinderen der negentiende eeuw niet.'

Reeds in die eerste nummers zijn de ingrediënten zichtbaar die meer dan een eeuw lang de contouren van Toneel Theatraal zouden gaan bepalen. Een schoolmeesterachtige zendingsdrang - het toneel als middel om het volk te verheffen. En de behoefte om het theater te beoordelen op z'n actualiteitswaarde. Toneel moet vernieuwend zijn, en aangepast aan de eisen van de moderne tijd, roept het blad 124 jaar lang. Maar dat mag nooit leiden tot oppervlakkig vermaak.

Die tweeledige eis aan het theater werd weerspiegeld in het dubbele karakter van TT. 'Een serieus toneelblad kan niet al te glimmend en oogstrelend zijn, het moet boos, kritisch, irriterend zijn, aanstoot geven en volstrekt ongewenst zijn in de ogen van geldschieters en toneelbelanghebbers', schrijft Max Arian in het allerlaatste nummer.

Kritisch is Toneel Theatraal altijd geweest, en ook op allerlei manieren irritant. Maar aanstootgevend? Misschien een heel enkele keer. Het kindernummer dat onder eindredactie van Robert Steijn en Dirkje Houtman in 1988 verscheen, was volgetekend met konten en kutten. Dat vond de uitgever, het Nederlands Theater Instituut, inderdaad aanstootgevend.

Maar over het algemeen werden de woede en de passie van de schrijvers gekanaliseerd in degelijke beschouwingen. Het rebelse blaadje Teatraal, opgericht door Hans Croiset, Gerrit Altes en Wilbert Bank, verloor na de samenvoeging met Het Toneel in 1965 zijn opruiende karakter. In het eerste gezamenlijke nummer van Toneel en Teatraal kondigen de bladen aan dat ze 'de versuffing van het toneel in Nederland' tegen zullen gaan. Maar de vechtlust van Teatraal verdween in de betogen van Toneel-heren als Ben Albach, Ben Stroman en André Rutten.

Het theaterbestel werd bekritiseerd, maar ook met een zekere afstand bekeken. Alle facetten van het toneel werden van commentaar voorzien. De acteurs, de dramaschrijvers, de toneeldirecteuren, de artistiek leiders, de beleidsmakers en de critici. Alleen de dramaturgen bleven buiten schot, want die hadden meestal het blad volgeschreven.

Het programma van het Holland Festival werd streng beoordeeld - het Festival is niet eens in staat om de beste spelers van Nederland bijeen te brengen in één nationaal gezelschap, moppert Het Toneel in 1951. Om in het volgende nummer de gemeente Amsterdam neer te sabelen, die haar financiële ondersteuning van het Holland Festival 'zonder enige uitleg' had ingetrokken. (Het mooie van een honderdzoveeljarig toneelblad is dat het de vluchtige podiumkunsten een geschiedenis geeft, en dat je kunt constateren dat deze zich zo nu en dan herhaalt.)

Uiteindelijk was de kritiek van TT gericht op zoiets vaags als een mentaliteit, die op allerlei plekken in het toneelbestel kon opduiken. Ook bij de uitgever zelf. Het Theater Instituut werd regelmatig streng toegesproken, bijvoorbeeld vanwege de schaalvergroting van het Instituut, dat zes jaar geleden de afzonderlijke instellingen voor de dans en de mime opslokte. En dat terwijl de verhouding met de uitgever toch al gespannen was. Het Theater Instituut verdedigde de belangen van álle theatergroepen, en dat kon je van Toneel Theatraal niet bepaald zeggen.

In het groeiende Nederlandse toneelaanbod koos TT steeds nadrukkelijker voor een bepaald soort theater. In de jaren zeventig, toen Max Arian redacteur was, stond vernieuwing gelijk aan politiek engagement. TT schaarde zich achter de Aktie Tomaat, die in het verstarde theaterbestel een plek opeiste voor nieuwe, kleinschalige initiatieven. Het blad publiceerde een speciale Agenda Aktiverend Toneel, volgde Proloog, Centrum en het Werktheater op de voet, en zelfs de poppenkast werd - door gastschrijver Adriaan van Dis - op haar 'kritiese' gehalte beoordeeld.

De voorkeur van TT verbreedde zich in jaren die volgden, maar het blad bleef een zeer gerichte greep doen uit het aanbod. 'De ballotage is tot het laatste nummer ondoorzichtig gebleven', schrijft Hans Croiset in het allerlaatste nummer.

Na zijn onstuimige entree in de jaren zestig voelde hij zich de laatste decennia als 'andersdenkende' buitengesloten. Hij moet zich maar aanmelden bij Erik Beenker. Zijn nieuwe blad belooft immers om alle podiumkunsten te bedienen, inclusief dans, mime en poppenspel - krities of niet kritisch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden