Een boek verkopen is veel moeilijker dan een boek maken

Als je de oplage goed inschat, heb je het goed gedaan

Uitgevers blijven dapper nieuwe boeken op de markt brengen, terwijl de omzet bij de meeste van hen al jaren daalt. Wilma de Rek onderzoekt hoe het gaat in het vak. Marc Beerens, die non-fictie uitgeeft, acht de roman een sterk overschat genre.

Beeld Bianca Pilet

We zitten hier in het centrum van Nijmegen120 kilometer van Amsterdam. Volg je op de voet wat er in de uitgeverswereld gebeurt?

'Welnee, ik hou dat maar zeer beperkt bij. Het gros van wat in het wereldje besproken wordt, is niet zo heel relevant voor mij, het gaat doorgaans over transfers in de literaire wereld en die interesseren me niet: hier geven we uitsluitend non-fictie uit. Nijmegen is een fijne plek, mooi, oud, linkse roots, universiteitsstad, ver van Amsterdam en dus licht exotisch.'

Is een goede uitgever ook een idealist?

'Dat wordt wel vaak gedacht ja, dat uitgeven een idealistische bezigheid is. Ik ben zelf niet zo van het idealisme; daar komen veel te vaak brokken van. Uitgeven is het organiseren van andermans creativiteit, heb ik Maarten Asscher ooit horen zeggen, en zo is het maar net: de kern van de zaak is dat je ervoor zorgt dat iets wat iemand heeft geschreven of bedacht, een vorm krijgt en vervolgens in die vorm zo goed mogelijk over het voetlicht wordt gebracht.

Zou je een boek uitgeven dat je inhoudelijk heel belangrijk vindt, maar waarvan je vrijwel zeker weet dat je er nooit meer dan 700 exemplaren van verkoopt?

'700 is niet zo weinig hoor. Tussen de 500 en 2.000 is netjes, dan kom je in principe ook wel uit de kosten; alles wat daarboven komt, is mooi. Ik werk vrij projectmatig: ik kijk wat de omvang van een boek moet zijn, wat de oplage kan worden en hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen. Als je de oplage goed inschat, heb je het goed gedaan.'

'Lees je alles wat bij jou verschijnt?

'Lezen wil ik niet zeggen, maar ik weet van alle boeken precies waar ze over gaan.'

Wat is een typisch Vantiltboek?

'Het moet mij interesseren, ik moet iets met het onderwerp hebben, maar verder werk ik vrij intuïtief. Er komt hier van alles binnen en ik spreek veel mensen; vrijwel altijd kun je binnen twee minuten zien of iemand greep heeft op het onderwerp waarover hij geschreven heeft. Als dat allemaal een beetje matcht, en het boek speelt zich af op het gebied van de geschiedenis, de filosofie, de letterkunde of de boekgeschiedenis dat zijn onze vier poten is het een Vantiltboek.'

Welk boek dat onlangs bij een concurrent verscheen had je graag zelf willen uitgeven?

'Werkman, Leven en werk, eind vorig jaar uitgekomen bij WBooks, over schilder en dichter Hendrik Nicolaas Werkman. Het boek hoort bij een tentoonstelling, maar ik had het graag willen hebben, omdat Werkman een heel dankbaar onderwerp is: hij maakte prachtige en unieke kunst.'

Zijn er nog recensenten van zijn niveau?

'Voor fictie durf ik dat niet te zeggen. Ze zijn wel belangrijk hoor, recensenten; voor uitgevers en schrijvers is het relevant dat boeken in een krant of blad besproken worden. Ik kan me voorstellen dat in de fictiewereld, waarin de figuur en persoon van de auteur steeds prominenter geworden zijn, een optreden bij DWDD belangrijk is; maar bij non-fictie ligt dat anders. 'De Nederlandse boekenwereld is erg gefixeerd op de roman. Er is een overfixatie op de fictie, zal ik maar zeggen. De roman staat het hoogst in aanzien, de dichtbundel komt daar meteen achteraan; kennelijk vanuit de romantische overtuiging dat de romanschrijver het dichtst op de huid van de tijd zit. En dat hij ons daar in afgeleide vorm, namelijk in een fictief verhaal, iets heel belangrijks over te melden heeft. Ik deel die opvatting niet. 'Dat hele idee van de romantische auteur zie je ook terug bij zoiets als de Libris Geschiedenis Prijs. Boeken die door meerdere auteurs zijn geschreven, komen per definitie niet voor bekroning in aanmerking; het winnende boek is altijd door één auteur gemaakt. Dik van der Meulen over Willem III; De Boerenoorlog van Martin Bossenbroek. De cultuur van de fictiewereld wordt gekopieerd naar de non-fictiewereld. Kwalijke ontwikkeling.'

Vantilt

Marc Beerens (43) is uitgever bij Vantilt in Nijmegen, een zelfstandig bedrijf dat hij in 1996 oprichtte en dat inmiddels zes mensen in dienst heeft. Vantilt geeft ongeveer zestig titels per jaar uit: uitsluitend non-fictie, met geschiedenis als belangrijkste poot.

Waarom ben je uitgever geworden?

'Deze uitgeverij is opgericht om een proefschrift over literatuur van een vriend van mij geproduceerd te krijgen we wisten niet dat zoiets ook in eigen beheer kon. We moesten een naam hebben en die haalden we uit deVolkskrant: daar stond destijds de strip TacoZip in, van Luc Cromheecke, een Vlaming. Heel leuke strip, droge Vlaamse humor, en er kwam een varkentje in voor dat agent was en Vantilt heette.'

Wat lees je voor je lol?

'Poeh. Ik lees geloof ik niet voor de lol. Ik zou niet kunnen zeggen wat er nu naast mijn bed ligt... o ja: Michael Pye, Aan de rand van de wereld, over hoe de Noordzee ons vormde.'

Wat is de belangrijkste factor die bepaalt of je een boek verkocht krijgt?

'Zichtbaarheid bij de goede mensen. Een roman kan in beginsel bij iedereen aanslaan bij fictie weet je het nooit, het een wordt een succes en het andere niet; je hebt nauwelijks criteria. Bij non-fictie is het kaf gemakkelijker van het koren te scheiden, je kunt beter van tevoren zien of iets substantie heeft. Maar ook dan blijft het ingewikkeld. Een boek verkopen is veel moeilijker dan een boek maken.'

Op ons verzoek recenseert Marc Beerens zijn favoriete boek over het uitgeversvak.

The Truth About Publishing van Sir Stanley Unwin (1884-1968) is dé all time classic over de wondere wereld van het uitgeefbedrijf. Unwin laat in dit boek zijn licht schijnen over alle facetten van de boekenuitgeverij. Hij behandelt onder andere het binnenkomen van manuscripten, de calculatie, het vaststellen van de winkelprijs, contracten, vormgeving en druk, de verkoop (die hij, niet ten onrechte, het taaiste aspect in het gehele uitgeefproces acht), promotie en pr, de handel in rechten en uitgeven als beroep.

Unwin had wel enig recht van spreken. Zelf was hij de uitgever van onder anderen Bertrand Russell en Mahatma Gandhi. Maar bovenal is de naam van zijn uitgeverij, George Allen and Unwin, verbonden met die van J.R. Tolkien. In 1937 publiceerde Unwin diens The Hobbit, naar verluidt op advies van zijn toen 10-jarige zoon, die in zijn opdracht een leesrapport had vervaardigd. In 1954-1956 zoonlief was inmiddels mede-firmant volgde in drie delen The Lord of the Rings.

Anno 2015 valt op dat The Truth About Publishing nauwelijks gedateerd is. Zeker, we produceren boeken nu digitaal in plaats van met loodzetsel. Maar de kern van het uitgeven is onveranderd gebleven: een uitgever is een projectontwikkelaar die de voor zijn fonds relevante auteurs en titels moet zien te acquireren, hieraan een zo adequaat mogelijke vorm moet geven en ze zo goed mogelijk in de markt moet proberen te zetten.

Een inderdaad 'unusuallly difficult occupation', zoals Unwin schrijft in de 'Preface to authors' waarmee hij zijn boek opent. In dit 'Woord vooraf aan schrijvers' excelleert Unwin in het met onderkoelde humor reveleren van nuttige wenken aan schrijvers in de dop. 'Your manuscript may be a masterpiece, but do not suggest that to the publisher, because many of the most hopeless manuscripts that have come his way have probably been so described by their authors. The works of the genius are apt to arrive unheralded, and it is for those that the publisher is looking.' The Thruth About Publishing grossiert in dit soort briljante oneliners. Weldadige lectuur op dagen dat de boekhandel weerbarstig inkoopt of een recensent het beter weet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.