Een bloedrode lijn, een glimmende fallus, puitogen

Overwegen Henk Spaan en Geerten Meijsing alsnog juridische stappen tegen Jeroen Brouwers en A.F.Th. van der Heijden nu het Ann Demeulemeester is gelukt om in Vlaanderen via de rechter de roman Uitgeverij Guggenheimer van Herman Brusselmans uit de handel te laten nemen?...

De vermoedelijke redenering van Demeulemeester: het is Guggenheimer die het zegt, maar Brusselmans die het schrijft. Van de schappen dus, dat boek. M. Februari meende afgelopen zaterdag in deze krant dat Demeulemeester met de juridische stappen een 'uiterst interessante discussie heeft aangezwengeld'. Mogelijke voorbeelden voor zo'n discussie noemt Februari helaas niet, maar misschien voldoen de passages over Henk Spaan en Geerten Meijsing. In 1980 publiceerde Jeroen Brouwers het schotschrift De Nieuwe Revisor. Over Henk Spaan schreef hij toen dat diens 'geschrijf ruikt naar de folterkamer, de gaskamer, het lijk. Van zulk geschrijf loopt een dikke kaarsrechte bloedrode lijn naar het fascisme.' Brouwers richtte zijn pijlen op wat hij het 'jongetjesproza' uit de jaren zeventig noemde, en zijn pamflet was overdonderend briljant van stijl - maar Spaan en fascisme? Hier liep via de pen van Brouwers veeleer een dikke kaarsrechte lijn naar de stijlfiguur van de hyperbool.

Van A.F.Th. van der Heijden stond in 1992 in Bzzletin een kort verhaal waarin collega-schrijver Geerten Meijsing bij naam en toenaam figureert als 'een glimmende fallus die, ofschoon goed gevuld, maar niet tot volle wasdom wil geraken'. Van der Heijden noemde Meijsing ook een 'blote kont met een pijp erin'. Het staat er minder bot en agressief dan bij Brusselmans, maar het principe is gelijk: zowel Demeulemeester als Meijsing wordt gereduceerd tot de kennelijke afstotelijkheid van hun geslacht.

Waarom Brouwers en Van der Heijden niet, en Brusselmans wél aangeklaagd? Er is maar één reden: Spaan en Meijsing zijn Ann Demeulemeester niet. Waarschijnlijk waren Spaan en Meijsing not amused toen zij de gewraakte passages over zichzelf lazen. Maar ik verwed er mijn exemplaar van Uitgeverij Guggenheimer onder dat zij niet piekeren over juridische stappen - toen niet en nu niet. En dat terwijl opzettelijk wanstaltig geëmmer over behaarde pruimen toch honderd keer onschuldiger is dan de beschuldiging fascistoïde proza te schrijven. Er ligt, kortom, een bizarre willekeur ten grondslag aan het verbod op Uitgeverij Guggenheimer, een willekeur die is gestoeld op de luimen en het incasseringsvermogen van degene tegen wie wordt gepolemiseerd of geageerd; die wordt beschimpt en beledigd.

Xandra Schutte besprak in Vrij Nederland van deze week de literaire merites van Uitgeverij Guggenheimer. Schutte vindt het een hemeltergend slecht boek en noemt het om die reden ironisch dat zoveel collega-schrijvers van Brusselmans een petitie hebben ondertekend uit protest tegen het verbod op Uitgeverij Guggenheimer. Brusselmans' 'zouteloze roman is de vaandeldrager van de literaire vrijheid' geworden, aldus Schutte. Doordat Uitgeverij Guggenheimer volgens haar gespeend is van literaire kwaliteiten, staan 'de schrijvers die Brusselmans steunen op de barricaden voor een grote leegte'.

Dit laatste ziet Schutte toch echt verkeerd. Onder de ondertekenaars van de petitie bevinden zich schrijvers die nu niet bepaald als Brusselmans-liefhebbers te boek staan. Protest tegen het boekverbod wil niet automatisch zeggen dat je hebt geschuddebuikt om de beledigingen in Uitgeverij Guggenheimer. Ik denk bijvoorbeeld niet dat Rudy Kousbroek dol is op Brusselmans' proza. Toch heeft ook Kousbroek de petitie ondertekend. Want principieel gezien is het helemaal niet aan de orde of het nu om een goed of slecht boek gaat. Zelfs de meest geharde Brusselmans-fanaat zal volgens mij niet durven beweren dat Uitgeverij Guggenheimer zijn meest geslaagde boek is. Maar moet je pas tegen een boekverbod protesteren nadat via een soort literair-kritische enquête is vastgesteld dat het om een belangwekkende roman gaat?

Jammer is wel dat bij alle tumult bijna zou worden vergeten dat Brusselmans óók de schrijver is van kleinoden als De man die werk vond en Het einde van mensen uit 1967. Uitgeverij Guggenheimer is overigens onderdeel van een drieluik. Over het eerste deel schreef Arnold Heumakers destijds in de Volkskrant: 'een amusante roman, met running gags die op den duur (...) de slappe lach onontkoombaar maken'. Vertaalster Barber van der Pol las in 1997 voor het eerst een boek van Brusselmans, en publiceerde in De Groene Amsterdammer een lyrische recensie in de vorm van een open brief aan de schrijver: 'Dubbel blij was ik met mijn late liefde (...); als schrijver druk ik u aan het hart.' Het zijn twee citaten om er dezer dagen aan te herinneren dat het werk van Brusselmans ook weleens iets ánders dan weerzin heeft opgewekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden