‘Een blinde en een doove trokken samen de woestijn in’

De goede lezer, doceerde Vladimir Nabokov, is de herlezer. Die kijkt scherper. Aflevering 19: Cicero-recensent Aleid Truijens herleest Nienke van Hichtum....

Over het leven van Nienke van Hichtum (1860-1839), die eigenlijk Sjoukje Bokma de Boer heette, weten we sinds kort veel. Aukje Holtrop publiceerde vorig jaar een gedegen biografie over de Friese domineesdochter, echtgenote van de socialist Pieter Jelles Troelstra en schrijfster van het beroemde boek Afkes tiental. Vier jaar eerder leverde Pieter Verhoeff in zijn film Nynke al fraaie plaatjes bij dit leven. Een leven vol drama, ziekte, miskenning en verdriet. Maar wie heeft Afkes tiental (zestig drukken) dat misschien op een plank staat te vergelen, echt gelezen? En wat schreef ze nog meer?

Ze heeft een behoorlijk oeuvre op haar naam staan. Naast romans ook vele vertalingen, onder andere van Winnie the Pooh. In 1907 scheidde ze van Troelstra, die verder leefde met hun huishoudster, die de aandacht minder van hem afleidde en minder ‘hysterische’ trekjes had. Eenmaal van de grote politicus af, bleek Van Hichtum zo hysterisch niet. Zij was een vrouw die, heel modern, had geworsteld met de combinatie van eigen ambitie, moederschap en een man die almaar belangrijker werd. In haar eentje bloeide ze op. Ze schreef meer kinderboeken en talloze kinderboekrecensies.

Van Hichtum meende, ook hierin haar tijd ver vooruit, dat die boeken een andere aanpak vergden dan die voor volwassenen. ‘Wie een kinderboek wil schrijven’, meende ze, ‘vrage zich ernstig af: hoe zal ik mijn diepste en innigste gevoel, mijn ernstigste weten het best en 't eenvoudigst aan de jeugd meedelen?’

Kinderboeken, vond Van Hichtum, moesten het beste uit kinderen naar boven halen. Ze was geïnteresseerd in sprookjes uit allerlei culturen, die ze vertaalde en bewerkte. Want in sprookjes werd het goede, het ware en het mooie bij uitstek verwoord. Sprookjes uit verre landen (1926) werd onlangs in oorspronkelijke vorm herdrukt. Van Hichtum vond deze sprookjes in de hele wereld: Letland, Tibet, ‘Engelsch-Indië’,‘den Balkan’ en bij ‘de Papoea’s’.

Het zijn brave sprookjes, zeker. Eerlijkheid en rechtvaardigheid zegevieren, niet alleen bij de AJC waarmee Van Hichtum tot haar dood verbonden bleef, maar ook in de verhalen waarmee ‘vreemde volkeren’ hun kindertjes stichtten. Want overal ter wereld vind je vrouwen die hun man treiteren, mannen die verlokt worden door goud of macht en koningen die hun hand overspelen.

Van Hichtum vertelt de verhaaltjes in een gedragen, heldere stijl, die nergens zwaar of didactisch wordt. Haar beginzinnen mogen er zijn: ‘Er was eens een vrouw, die kreeg een kindje dat precies op een aap leek.’ ‘In oude tijden leefden de Zon, de Maan en de Haan samen in den hemel. Zij waren broers.’ ‘Een blinde en een doove trokken eens samen de woestijn in.’ Zo hoort een sprookje te beginnen. Het lijkt zichzelf te schrijven. Gelukkig lopen niet alle sprookjes goed af. Als een arme boswachter zijn belofte aan een ridder schendt, verandert de zak goud die hij kreeg in een zak met dorre bladeren. Net goed.

De tekeningen van Pol Dom treffen de sfeer van ieder land goed. Muf zijn ze niet geworden in de loop der tijd. Ook de sprookjes zelf kun je met gemak aan kinderen voorlezen, in 2006. Er komt bijna geen woord, geen begrip of verschijnsel in voor dat aan tijd gebonden is. Behalve de landsnamen dan.

Aleid Truijens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden