Een Blauwbaard die mededogen wekt

Hendrik is verkoper van damesschoenen. Een niet zo heel spannende man misschien, zo op het eerste oog...

De manier waarop hij het schoeisel aanmeet is echter onnavolgbaar; de vrouw aan wier voeten hij zich zet om haar in een muiltje te helpen, waant zich heel even een uitverkoren Assepoester. Maar Hendrik heet wel Blauwbaard van zijn achternaam.

De Duitse schrijfster Dea Loher (1964) – in eigen land al enige tijd een begrip, in Nederland nu voor het eerst gespeeld – nam het befaamde sprookje als uitgangspunt voor haar toneelstuk, maar gaf deze Blauwbaard wel een heel eigen – en, vreemd als dit mag lijken, poëtische – signatuur mee.

Hendrik is een dolende in de stad, een sukkel soms zelfs, zonder al te veel ambitie in het dagelijks leven; een killer contrecoeur, maar niettemin: een moordenaar van welwillende vrouwen.

In de bijzondere enscenering van de jonge regisseuse Annechien Koerselman nemen beweging en muziek een belangrijke plaats in.

Danseres Lonneke van Leth en saxofonist Heiko Geerts zijn alom aanwezig, terwijl Blauwbaard toeslaat; iedere keer weer op een andere manier in een andere situatie, zijn dat ritmisch bewegende lichaam en de snerpende muziek de duistere constanten.

Zo ontstaat een verrassend gelaagde voorstelling met een universele kern: de zoektocht naar (eeuwige) liefde en de onmacht van de mens om die naar behoren te koesteren.

Zeven vrouwen verschalkt de schoenverkoper, en de laatste volgt hem vanaf de eerste. Zij is als het ware de verteller, een rol die wordt vertolkt door Maureen Teeuwen, op een heel heldere en geestige en – net als de anderen – ook griezelige manier.

Marcel Faber is een fijne, enge Blauwbaard. Een type ook dat mededogen wekt als weer een vrouw zich aan hem opdringt en hij probeert haar af te weren omdat hij weet hoe het eindigt: zij sterft een akelige dood en hij zal nooit liefhebben. Maar dat hij zal toeslaan, staat vast. En dan de vrouw die al die vrouwen is (een mooie An Hackselmans), alle zes niet minder vreemd en zelfdestructief.

Gevoelens van vertwijfeling en verstikking strijden om voorrang in het stuk, maar af en toe is er evenzogoed plaats voor relativering van al dit (on)menselijk geworstel.

Een anti-sprookje noemen de makers het, en inderdaad: weinig happy end. Voor volwassenen wel zo leuk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden