Een bijna kale, uitgeklede werkelijkheid

HET MEEST opvallende aan de boeken van Marlene Streeruwitz is de taal. Streeruwitz schrijft proza dat je in een literair werk niet meteen verwacht....

Maar waarom zou Marlene Streeruwitz, een Weense regisseuse, die aanvankelijk vooral voor radio en theater schreef, en daarbij liet blijken het Duits schriftelijk alleszins machtig te zijn, gaan stotteren als ze een roman schrijft?

Wie haar eerste roman, Verführungen uit 1996, heeft gelezen, zal geen moeite hebben met een antwoord op die vraag.

Streeruwitz doet het expres, laat ze weten. Ze weigert een traditionele, 'gladde', literaire taal te schrijven, omdat die haar te weinig expressief is en bovendien niet haar pakkie-an.

Anders gezegd: het is een taal van mannen - degenen die het domein van de literatuur altijd hebben beheerst, misschien niet eens zozeer doordat ze zelf alle boeken schreven die de moeite waard waren (want schrijvende vrouwen waren er altijd al), maar doordat ze erover spraken, er les in gaven en de kritieken schreven.

Zij zijn de schoolmeesters van de literatuur, de betweters, die met de grillige muze niets beters wisten aan te vangen dan haar van keurslijf en kuisheidsgordel te voorzien. Ja, Verführungen was voor (literaire) mannen geen zachtzinnig boek.

Maar Streeruwitz stotterde niet van woede (hooguit een beetje), want terwijl ze doorging, bleek hoezeer die stijl haar paste (een manier van praten, die ze bij wijze van spreken ook in haar essays en beschouwingen liet horen). Tegelijkertijd werd duidelijk dat ze zeker geen drammerige zeloot van het feminisme was.

Ze herhaalt niet tot vervelens toe dezelfde boodschap. Ze toont integendeel haar geheel eigen, onvervreemdbare, maar uiteraard ook veranderende kijk op de wereld, die daardoor niet zozeer inboet aan mannelijke allure, als wel wordt verrijkt met vrouwelijke. . . ja wat? Gratie? Zachtheid? Liefde? Woorden, die des te beschamender clichés worden als ze met dat adjectief worden verbonden.

Streeruwitz hakt de taal en de begrippen die ermee kunnen worden uitgedrukt niet in mootjes om mannen en vrouwen van elkaar te scheiden, maar om wat ze te vertellen heeft nieuw te maken (waardoor ze aansluit bij de twintigste-eeuwse avant-garde en haar bewuste experimenten).

Wie daar meer van wil weten, kan de proef op de som nemen door haar nieuwste roman te lezen. Die heet Nachwelt, en blijkt volgens de ondertitel 'Ein Reisebericht', een reisverslag, te zijn, en dat is het - op een bepaalde manier - ook. In het boek doet Streeruwitz verslag van de tien dagen die een Weense vrouw, Margarethe Doblinger (werkzaam in het theater), maart 1990 in Los Angeles doorbrengt, omdat zij daar wil praten met mensen die Anna Mahler, de dochter van Alma en Gustav Mahler, hebben gekend. Ze wil een boek schrijven over die vrouw.

Eenvoudiger kan het niet. En zo léés je Nachwelt ook, moeiteloos, alsof een goede vriendin je persoonlijk op de hoogte stelt van haar wedervaren in de Nieuwe Wereld.

Maar die taal dan, dat gestotter, zal men opwerpen. Dat moet toch een crime zijn om te lezen. Vierhonderd bladzijden elliptische zinnen, flarden, enkele woorden, niet afgemaakte beschrijvingen. . . Hou je dat vol?

Ja, dat hou je vol, en wat meer zegt: die wijze van schrijven sleept je mee, boeit, alsof je je er gaandeweg van bewust wordt dat juist door deze vorm, door Streeruwitz' stijl (die een geheel eigen ritme en muzikaliteit heeft), het ogenschijnlijk zo voorspelbare reisverslag een gelaagdheid krijgt, waardoor - als in de poëzie - nogal ongelijksoortige dingen met elkaar versmelten (maar nooit een metafoor, nooit een bewust 'literair' beeld).

Los Angeles is het decor. Die stad houdt de Weense schrijfster in haar greep. Steeds weer cirkelt ze, al of niet volledig in de war, rond in het onoverzichtelijke vlechtwerk van autowegen, dwaalt ze door shopping malls, komt ze op party's, en ontmoet ze van die kleurrijk uitgedoste dikkerds of afgetrainde joggers, die zelden de indruk wekken volwassen te zijn (vandaar de angst die vooral de ouderen tot gevangenen maakt van hun geavanceerde bewakingsssystemen of snuivende bloedhonden).

In die stad ervaart Margarethe Doblinger ('Margaux' voor de Amerikanen) het verschil in cultuur tussen de Oude en de Nieuwe Wereld, niet in oordelende zin, maar constaterend: ze ziet hoe het in dit altijd zonnige deel van de Verenigde Staten toegaat, en geeft haar indrukken, ze registreert als een verslaggeefster.

De emoties krijgen elders een plaats, als ze aan haar geliefde in Wenen denkt (die haar in de steek heeft gelaten), aan haar ouders, die nazi's waren (en de haat ten opzichte van de vader de kop opsteekt), en (ten dele) als Anna Mahler in de gesprekken met degenen die haar hebben gekend, haar rol in het verhaal opeist.

Dat verband, het verband tussen een vrouw, een moeder, ver van huis, ontworteld, verdrietig, soms wanhopig, opgesloten in een lichaam dat dikwijls tegenwerkt (of uitdrukkelijk dwarsligt) én die grote afwezige, de dochter van Alma en Gustav Mahler, gaat geleidelijk aan het verhaal beheersen en maakt zichtbaar wat Streeruwitz ermee aan de orde wil stellen: de vraag of er ook voor vrouwen een metafysisch 'hiernamaals' kan zijn (u weet wel: mannen leven voort in hun kunst; vrouwen in hun kinderen).

Die vraag wordt niet beantwoord. Of toch wel?

Zo'n soort boek is Nachwelt en wat de lezer eraan overhoudt, is in de eerste plaats een indruk van het treurige leven dat Anna Mahler - met die o zo beroemde vader! - in Amerika heeft geleid. Als kunstenares. Want subtiel geeft Streeruwitz aan dat ze hunkerde naar erkenning, die ze niet kreeg. Ze was - in Amerika - zo vanzelfsprekend kunstenaar dat ze geen enkele poging deed om wie dan ook van het belang van haar werk te overtuigen. Ze deed ook geen enkele concessie en werkte op een merkwaardig, ambachtelijke manier aan haar beelden (waarover haar ex-echtgenoot mooie details verschaft). Pijnlijk is de opmerking dat haar werk in zeker opzicht aan dat van Arno Breker deed denken, de nazi-kunstenaar.

Met zulke gedachtensprongen (vaak één woord, één naam) verdiept Streeruwitz haar thema, waarmee ze tot uitdrukking wil brengen dat de kunst zich niet onttrekt aan zijn tijd, maar deel uitmaakt van het leven, er de kleur van aanneemt, en (misschien wel) gewantrouwd moet worden zoals alles wat mensen maken. In de Amerikaanse context van dit boek - daarom is de reis van Margarethe zo doelmatig - ontleent deze opvatting haar kracht aan het feit dat degenen die over Anna Mahler vertellen, behoorden tot het enorme contingent Duitsers en Oostenrijkers dat voor de nazi's op de vlucht ging.

Met die nazi's heeft ook Streeruwitz' taalgebruik te maken. Want hoe onuitgesproken ook, ze verheelt niet dat de taal waarin zij schrijft (moet schrijven) de taal is die ook door hen werd gebruikt. Dat besef is een last voor deze schrijfster. Net als iets wat ermee te maken heeft: hoogdravendheid, grote woorden en een ideologie uit naam waarvan miljoenen mensen werden afgemaakt.

Streeruwitz blijft zo dicht bij de werkelijkheid dat het wel eens benauwend wordt, zozeer wordt elke vorm van reflectie uitgebannen, gecontroleerd of getoetst op voor haar kennelijk griezelige of gevaarlijke hoogdravendheid. De lezer krijgt een haast kale, uitgeklede werkelijkheid te zien.

Maar het werkt, enigszins zoals de notuleerkunst van J.J. Voskuil je 'het bureau' levensecht voor ogen weet te toveren. Streeruwitz' afkeer van alle getheoretiseer, haar aandacht voor het 'aardse' van het bestaan, doet denken aan de dochter in Coetzee's schitterende roman Disgrace.

Geen grote woorden, geen bevlogen ideeën. Streeruwitz wil het leven laten zien zonder 'literaire' middelen. Dat is een paradox, want ook haar middelen zijn uiteraard 'literair', maar ze worden door ons eventjes nog niet als zodanig ervaren.

Is het grote kunst, die ze maakt? Misschien, misschien niet. Ze weet in elk geval heel goed wat het is. Intimiteit. Liefde. Dat beseft haar hoofdpersoon - zonder het te zeggen - als ze met veel moeite ergens op een heuvel in Los Angeles het theatertje heeft gevonden waar Wachten op Godot wordt gespeeld. In de pauze kijkt ze uit over die uit zijn krachten gegroeide stad. Een handvol mensen voor Beckett, miljoenen die daar rondrijden of naar de televisie kijken. Valt er dan nog iets te zeggen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden