Reportage

Een best Oeroljaar met technisch perfect theater

Op het Terschellingse festival dit jaar veel strak geregisseerd theater. Op open plekken in de duinen, in het bos of in boerenschuren.

Kinderen spelen bij de voorstelling Lutine van Orkater. Beeld Io Cooman

Deze Oerolweek is Orkater ontegenzeggelijk de baas op het strand aan de noordkant van Terschelling. De groep staat er met twee muzikale voorstellingen, allebei gezegend met een duizelingwekkend uitzicht over het brede strand en de Noordzee.

Kernleden Leopold Witte en Geert Lageveen van Orkater spelen er Lutine, een feelgoodvertelling over het gezonken goudschip De Lutine. Enkele kilometers verderop staat de tribune van Via Berlin, de groep van Dagmar Slagmolen en Rosa Arnold, ooit begonnen bij Orkater, nu coproducerend. Zij maakten Dead End: een zuivere muziekvoorstelling over de verregaande ontberingen van een vluchteling op zoek naar een land.

Goed gemaakte voorstellingen

Er was een tijd dat Orkater wat gemakzuchtig hun Nieuwkomers (jonge talenten) naar Oerol afvaardigde. Nu staan er twee grote, goed gemaakte voorstellingen, die totaal verschillend zijn. Lutine is vrolijk verteltheater van Witte en Lageveen over de goudkoorts die tientallen mannen naar het Stortemelk tussen Vlieland en Terschelling heeft gelokt, tevergeefs op zoek naar het gezonken goud. Livemuziek is er van Erik van der Horst, met als hoogtepunt een cover van One Way Wind van The Cats. En het publiek deinde nog lang mee.

Nee, dan Dead End, dat opent met een 20 minuten durende donderouverture van componist Sytze Pruiksma. Terwijl Pruiksma, uitgedost als grensbewaker, op percussie slaat alsof het martelwerktuigen zijn, spoelt in de verte een vluchteling (Gerindo Kartadinata) aan. Deze moet regen, wind en hoge hekwerken trotseren, voordat hij het beloofde duinlandschap bereikt. Niks geen grapjes, maar wel beeldend en indringend theater dat nog lang in het hoofd blijft hangen.

Het is wat dat betreft een goed Oeroljaar. Er is veel strak geregisseerd theater op open plekken in de Terschellingse duinen, in het bos of in boerenschuren. Met name de avondvoorstellingen, die als vanouds op Oerol net wat groter en spectaculairder zijn, doen het goed.

Avondprogramma

Het valt op dat veel grote theatergroepen in de avonden staan geprogrammeerd. Het Nationale Toneel speelt in een vmbo-school het aanstekelijke nostalgiefeestje The Summer of '96 (regie Casper Vandeputte). Theater Utrecht speelt Stad der Blinden: existentiële horror in een verduisterde schuur (regie Thibaud Delpeut). Het Noord Nederlands Toneel is aanwezig met een opgepimpte buitenversie van hun Nora (regie Sarah Moeremans). En het Ro Theater staat met Theater Artemis garant voor het totaal weirde Reuzen.

Ook 's avonds te zien is Erf van Schweigman& (Boukje Schweigman). Hiermee opende het festival afgelopen vrijdag. Het publiek reageerde gemengd op deze zeer strak in de vorm zittende performance, waarin tientallen vrijwilligers in steeds wisselende kostuums als een soort zombies over een open veld richting publiek lopen. Telkens in dezelfde rechte lijnen, ruim anderhalf uur lang, begeleid door een hypnotiserende soundtrack. Indrukwekkend, lang en niet voor iedereen.

Dan is het overdag een beter moment om op Oerol het experiment op te zoeken. Goed voorbeeld is Project Solaris van Hanneke de Jong en Jonas de Witte, die het genre 'digitaal theater' vertegenwoordigen. Uitgerust met een iPod met een surrealistisch filmpje sturen ze je het bos in. Geleidelijk gaan realiteit en virtualiteit door elkaar lopen als acteurs uit de film ineens levend voor je staan. Technisch perfect uitgevoerd. Iets wat je ook van Oerol 2015 kan zeggen, tot dusver. In elk geval hoeft de theaterliefhebber zich met zo'n programmering geen moment te vervelen. Nu het weer nog.

Record

In de voorverkoop heeft Oerol dit jaar een recordaantal kaartjes verkocht. 67 duizend van de 100 duizend theaterkaarten waren voor aanvang van het tiendaagse festival al verkocht. Evenals 25 duizend entreebandjes. Zoals altijd geeft de organisatie een deel van de kaarten pas vrij tijdens het festival, zodat mensen ter plekke nog kunnen beslissen. De 34ste editie van Oerol op Terschelling duurt nog tot en met 21 juni.

Project Solaris, de nieuwe voorstelling van Hanneke de Jong & Jonas de Witte. Beeld Io Cooman

Reuzen

Van Theater Artemis en Ro Theater. Ook nog op Festival Boulevard.

Reuzen zijn groot en lomp, dat weet iedereen. Maar door die afwijkende verhoudingen zijn ze eigenlijk ook heel aandoenlijk. Stel je voor: een reus die een kinderwagen probeert open te klappen. Of een reuzin die de rits van haar handtasje wil opendoen. Jetse Batelaan van Theater Artemis maakte in samenwerking met het Ro Theater een tragikomische reuzenvoorstelling in een kolossaal duinlandschap. Met acteurs in 4 meter hoge reuzenpakken.

Het geraffineerde zit hem in de effectiviteit van de metafoor. Reuzen gaat over de angsten van jonge ouders, die zich vaak te groot en te lomp voelen om hun kleine kinderen te hanteren. Deze reuzenouders stuntelen zich in negen taferelen door het ouderschap. In het slottafereel zien we een vrouw, uitgegroeid tot reusachtige proporties, met een zware postnatale depressie kampen. Prachtig verbeeld. Groots theater.

Beeld .

De vlucht van een granaatappel

Van Theater Rast.

Na hun terechte festivalhit George en Eran lossen wereldvrede op zijn George Tobal en Eran Ben Michaël terug met een nieuwe. Dat maakt nieuwsgierig, want in die vorige brachten de Syriër en de Jood op tamelijk briljante wijze het Midden-Oostenconflict terug tot behapbare proporties. Persoonlijk en doortastend.

Onder de vlag van Theater Rast staan ze nu op Oerol met De vlucht van een granaatappel. Dit keer met twee extra spelers (Imke Smit en Celil Toksöz, tevens artistiek leider van Rast) en een onnavolgbaar verhaal over vluchtelingen en de noodzaak hun verhaal te vertellen.

Het is jammer dat de nog immer sprankelende chemie tussen George en Eran nu hinderlijk wordt onderbroken door de anderen, waardoor dit stand-uptheater aan vaart en helderheid verliest. Er moeten nu vier persoonlijke verhalen worden verteld en dat is te veel, waarbij Smit haar rol als stoorzender iets té letterlijk opvat.

Beeld .

Jeanne

Van Toneelschuur Producties. Ook nog op Over het IJ Festival.

Jeanne is in dit geval Jeanne d'Arc. Na afloop van de voorstelling, gespeeld op een zandafgraving nabij West-Terschelling, was dat niet voor iedereen duidelijk.

Gezeten in een arenaopstelling zien we een jonge vrouw (Janneke Remmers) in haar cel. Een uur lang wordt ze ondervraagd, beschimpt en bewonderd door haar twee bewakers (Justus van Dillen en Bram van der Kelen). Dat doen ze met volharding, manipulatief mededogen en soms een knipoog naar het publiek, om het medeplichtig te maken aan het geïmpliceerde geweld. Heel subtiel allemaal. Regisseur Joost van Hezik houdt de spanning over wat hier precies gaande is lang vast.

Te lang wellicht, zo langzaam krijgt het verhaal vorm. Hebben we hier te maken met een terrorist, een kunstenares of een gek? Deze Jeanne laat niets los. De tekst is van (maar weer eens) Gerardjan Rijnders. Gelukkig maken de door wind en regen doorspelende acteurs veel goed.

In de voorverkoop heeft Oerol dit jaar een recordaantal kaartjes verkocht. 67 duizend van de 100 duizend theaterkaarten waren voor aanvang van het tiendaagse festival al verkocht. Evenals 25 duizend entreebandjes. Zoals altijd geeft de organisatie een deel van de kaarten pas vrij tijdens het festival, zodat mensen ter plekke nog kunnen beslissen. De 34ste editie van Oerol op Terschelling duurt nog tot en met 21 juni.

Beeld .

Hartkuiltje

Van Wittenbols & Ligthert.

En toen gingen ze vadertje en moedertje spelen. En toen gingen ze seksen en de vader plaste in de moeder en toen hadden ze een kindje. Peer Wittenbols schreef speciaal voor Oerol een bijzondere toneeltekst, helemaal in kindertaal: Hartkuiltje. Over een mysterieuze kindersterfte die Terschelling in 1886 opschrikte. Rob Ligthert regisseerde het als warmbloedig en toegankelijk muziektheater in de bossen bij het dorpje Hoorn.

Het hartverscheurende verhaal over 'een vadertje en een moedertje' die binnen 21 dagen vier kinderen verliezen, wordt verteld door twee kinderen (gespeeld door John Buijsman en Heidi Arts). In hun kinderspel verliezen ze zich soms in buitensporige gruwelijkheden of kinderlijke ruzies, die tegelijk komisch werken en de realiteit van het verhaal des te harder aanzetten. Muziek is er van Arend Niks en Keimpe de Jong. Maar het zijn de spelers die de tekst echt naar hun hand zetten en ontroeren.

Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden