Een beslissing is een gemeenschappelijk gevoel

Al eeuwenlang zoeken kunstenaars elkaars gezelschap. Ze zonderen zich en groupe af om gestalte te geven aan een alternatief voor de burgermaatschappij....

De aanplakbiljetten langs de weg - 'Théâtre à Hérisson' - wijzen vooruit, maar vertellen in feite weinig nieuws. Natuurlijk is er theater in Hérisson. In dit dorp in de Auvergne, praktisch in het midden van Frankrijk, woont en werkt immers al jaren het voormalig Engelse Footsbarn Theatre.

In het middeleeuwse dorp waarin de decoratieve kasteelruïne niet ontbreekt - ooit een fort van de graven van Bourbon - blijkt de affiche een aankondiging van het gezelschap van Olivier Perrier uit Montluçon. Al jaren geeft Perrier elke zomer voorstellingen in Hérisson, waarin hij zijn troeteldier, een elegant varken, steeds een belangrijke rol geeft.

Via het varken tot de egel - wat het woord hérisson letterlijk betekent. Een affiche van het rondreizende Footsbarn Theatre met een vliegend varken trok Perriers aandacht.

Hij haalde het gezelschap over naar het dorp te komen om in zijn 'theater', een soort loods, te repeteren en te spelen. Een jaar later had Footsbarn een boerderij even buiten het dorp gekocht, waarmee de groep voor het eerst in zijn bestaan eigenaar werd van onroerend goed.

La Chaussée is een boerenplaats met een aantal bijgebouwen - deels met steun van de Franse overheid gerestaureerd -, omringd door een tiental caravans en oude, beschilderde autobussen. De medewerkers van Footsbarn mogen dan wel een vast adres hebben, nomaden blijven ze, die het liefst in een woning op wielen wonen.

Of zo'n wagen daadwerkelijk kan rijden - het zijn soms ware (wrakkige) museumstukken - lijkt van minder belang.

Naast de gebouwen, die worden gebruikt als studio, werkplaats, kantoor, gastruimte, keuken en eetzaal - een kok is er overigens alleen als er aan een nieuwe productie wordt gewerkt - ligt een verstevigd terrein waar de nieuwe tent kan staan.

In 1996 vierde het Footsbarn Theatre zijn 25-jarig bestaan in die tent, hun grote trots: hij biedt plaats aan 650 personen en kan worden verwarmd. Voor een groep die het hele jaar door voorstellingen geeft geen overbodige luxe.

In de maanden juli en augstus is het rustig op La Chaussée. Eind juni zijn de acteurs, technisch medewerkers - zo'n twintig personen - en een vijftal kinderen mèt hun onderwijzer vertrokken voor een tournee door Frankrijk en aansluitend in Ierland, waar ze al jaren vaste gasten zijn op het festival in Galway.

Gespeeld worden Shakespeares Wintertale, Molières Don Juan en L'Arbre à Palabres, een mix van Indiase en westerse verhalen.

Twee honden slaan aan als ze bezoek horen komen. Het zijn de honden van Steve Shaw, een van de monteurs, die in zijn werkplaats bezig is. (Later zal hij vertellen hoe zijn honden tot opluchting van iedereen alle verwilderde katten van het terrein verdreven) Natasha Hopkins, die op het kantoor werkt, geeft een rondleiding.

We komen de tuinman tegen, Thierry Meslin, die het gras aan het maaien is. In een van de caravans is Dennis Charrett-Dykes, die de affiches maakt, bezig het interieur te verfraaien, wat hij af wil hebben als zijn vriendin bij hem komt wonen.

La Chaussée verkeert in grote rust, in afwachting van de terugkeer van de artiesten, die tot in de verste uithoeken van de wereld in hun tent de boel op z'n kop zetten. Sinds enkele jaren treedt Footsbarn ook veel buiten Europa op: in Mexico, India, Colombia en Syrië.

Afgelopen winter reisden ze drie maanden door Afrika. Met hun zwaarbeladen vrachtwagen legden ze zevenduizend kilometer af door Benin, Nigeria, Togo, Ghana, Ivoorkust, Niger en Burkina Fasso.

Ze speelden nota bene drie stukken van Molière, als hekelaar van de 17de-eeuwse (Franse) bourgeoisie toch niet de eerste auteur die geschikt lijkt voor een Afrikaans publiek.

Maar met hun maskers, bonte kostuums en heel fysieke, aanstekelijke manier van spelen blijkt Footsbarn elke cultuurbarrière waar ook ter wereld te kunnen slechten.

'Theater brengen waar het niet is.' Dat is het credo van de groep acteurs, die in 1971 in Oliver Foots' schuur of barn in het Engelse Cornwall bij elkaar kwam. Ze speelden Beckett, Ionesco en hun eigen verhalen op pleinen, in pubs en schuren in Zuid-Engeland. Na enkele jaren hadden ze hun eigen tent en in '81 volgde de eerste buitenlandse tournee.

Het bracht de groep ook naar Amsterdam, waar ze op het Festival of Fools met Hamlet bij menigeen een onuitwisbare indruk maakten.

Ze zouden vaker naar Amsterdam komen, met onder meer Tall Stories (verhalen van Marquez en Borges) en Shakespeare's King Lear. Na jaren van afwezigheid lijkt het er op dat Footsbarn in 1999 weer naar Nederland komt.

Aan hun idealen uit de jaren zeventig lijkt Footsbarn nog weinig te hebben ingeboet. Het gezelschap, dat bij het uitblijven van overheidssteun in '81 de boot nam naar het continent om niet meer terug te keren, kent geen leider. Er is geen vaste overlegstructuur - als er iets moet worden beslist, wordt er vergaderd, en dat gebeurt veelvuldig.

Vervolgens praat men net zo lang tot een besluit valt. 'Dat hoeft soms niet eens worden genoemd', zegt Natasha, 'ik herinner me een vergadering die opeens was afgelopen. De beslissing was een gemeenschappelijk gevoel, dat niet werd genoemd maar dat iedereen begreep'.

Iedereen heeft niet alleen een gelijke stem, iedereen wordt ook gelijk gewaardeerd: nieuwkomer en oudgediende, topacteur en rekwisiteur, ze verdienen allemaal hetzelfde salaris. En dat gaat al meer dan 25 jaar zonder mopperen.

Gemopperd werd er zelfs niet als er een week niet uitbetaald kon worden, wat ook meer dan eens is gebeurd. En toen tijdens een tournee door Spanje een medewerkster in het ziekenhuis belandde met een blindedarmontsteking, was het voor iedereen vanzelfsprekend dat met de recette van die avond de rekening betaald zou worden.

De vaste kern van Footsbarn bestaat uit een kleine dertig medewerkers, die voornamelijk uit Groot-Brittannië en Frankrijk komen, en uit Amerika, Polen, Duitsland en India. Een cosmopolitisch gezelschap, dat zich thuisvoelt in het hart van Frankrijk, waar ze tien jaar geleden zonder veel problemen werd geaccepteerd. Al jaren ontvangt de groep lokale en provinciale subsidie en sinds vorig jaar ook geld van de landelijke overheid (op voorwaarde dat ze inkomstenbelastingen gingen betalen, wat ze net kunnen betalen van die subsidie).

Wanneer de groep niet op tournee is - zeven tot negen maanden van het jaar zijn ze weg - zijn er workshops op La Chaussée, van spelontwikkeling tot maskers maken en Balinees dansen. Dan worden ook nieuwe plannen ontwikkeld, die volgens Natasha steeds wilder worden: een jaarlang met de trein van Mongolië naar Sevilla reizen en onderweg voorstellingen geven. Een project voor het jaar 2000, dat al is doorgeschoven naar 2001 (of 2002), omdat er zoveel voor geregeld moet worden. 'Het leuke is dat ik hier leer, dat alles mogelijk is', zegt Natasha, 'zodra iedereen er in gelooft, gaan we aan het werk en dan lukt het ook'.

Wat ook moet lukken is het internationaal informatie- en documentatiecentrum voor reizende theatergroepen, dat administrateur John Kilby, Footsbarner van het eerste uur, wil opzetten. In samenwerking met theaterwetenschappers van de Franse universiteiten moet dit centrum in 1999 van de grond komen. Internet wordt daarbij een belangrijk medium. Hoezo, jaren zeventig-mentaliteit?

Truus Ruiter

Dit is de achtste aflevering in een serie die deze zomer op dinsdagen en zaterdagen wordt gepubliceerd. Eerdere afleveringen verschenen vanaf 11 juli.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden