Een belofte die nooit werd ingelost

willy deville..

Amsterdam De in de nacht van donderdag op vrijdag aan alvleesklierkanker overleden zanger Willy DeVille (58) was in Nederland en Duitsland al jaren aanmerkelijk populairder dan in eigen land. Toch is DeVille (geboren in 1950 als William Borsay), altijd in Amerika blijven wonen, de laatste jaren in New York waar hij met zijn derde vrouw aan zijn ziekbed overleed.

New York was ook de stad waar hij met zijn band Mink DeVille naam maakte. Samen met Television, Patti Smith, Ramones en Talking Heads behoorde hij tot de huisbands van de roemruchte punkclub CBGB’s. Mink DeVille werd vanaf 1977 ingelijfd bij de new wave- en punkstroming. Achteraf vreemd, want zijn muziek had met punk niks van doen, en bleek volledig geworteld in traditionele Amerikaanse rhythm & blues, soul en rock ’n roll. Ook zijn keurig gelakte puntschoenen, maatpakken en goed gesteven overhemden toonden weinig overeenkomsten met het gemiddelde punkkloffie.

Mink DeVille maakte direct naam met het door Jack Nitzsche geproduceerde album Cabretta (1977), dat de band in Europa een grote hit opleverde met Spanish Stroll. Op deze en op latere platen bewees DeVille een uitmuntend zanger te zijn van zowel stevige rock ’n roll stampers als smekende soulslijpers.

Ook op de concertpodia overtuigde Mink DeVille (die de laatste decennia zijn artiestennaam Willy DeVille aannam) door de natuurlijke manier waarop hij dertig jaar Amerikaanse popgeschiedenis naar zijn hand zette. Zijn voorkeuren onttrokken zich aan de heersende trends. Liever dan met jonge tijdgenoten samen te werken zocht DeVille contact met klassieke songschrijvers, zoals Doc Pomus die meewerkte aan DeVilles altijd wat miskende album Le Chat Bleu (1980). Zijn beste plaat maakte hij een jaar later met Coup De Grace, met Arthur Alexanders soulballade You Better Move On als hoogtepunt. De plaat deed in eigen land weinig en daarna werd zijn productie wisselvalliger, wat ongetwijfeld te maken had met zijn heroïneverslaving, waar hij pas in 2000 van afkwam.

Toch had hij in Nederland nog wel eens hitjes, zoals met Demasiado Corazon (1984) en zijn latin bewerking van Hey Joe (1992). Een artistieke opleving kreeg DeVille toen hij in 1990 naar New Orleans verhuisde en daar met grootheden als Allen Toussaint en Eddie Bo het zo goed als in een keer opgenomen Victory Mixture maakte.

De plaat verscheen in eerste instantie in eigen beheer, en werd later alleen in Europa uitgebracht.

Hier bleef hij een graag geziene gast op de podia en werden zijn platen, waaronder het mooie Loup Garou (1996), nog aardig ontvangen. Maar als songschrijver imponeerde hij steeds minder, en ook zijn stem nam met de jaren af in kracht. De loopbaan van DeVille leek op het breukvlak van de jaren zeventig en tachtig voorbestemd eenzelfde vlucht te nemen als die van Bruce Springsteen. De stem had DeVille er voor. Aan de vereiste andere kwaliteiten ontbrak het hem wellicht. De belofte werd in elk geval nooit ingelost.

Gijsbert Kamer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden