Een beetje eenzaam

Johan Heesters zit ondanks zijn 103 jaar vol plannen. Zo wil de operettezanger en acteur in Duitsland én in Nederland nog een keer op de planken staan....

Het duurt even, het is alsof hij opkomt in een theaterstuk. Dan staat daar de Nederlander Johan Heesters, 103 jaar oud, in de deuropening van zijn landhuis in Starnberg bij München.

Zijn ogen zijn niet goed meer. Het uitzicht is prachtig, een rijke bloementuin met grasvelden op een steile helling. In de verte rommelt het onweer als zijn kraakheldere stem in goed Nederlands zegt: ‘Wilt u mij een arm geven? Dan kan ik gaan zitten.’

Witte joggingschoenen onder zijn crèmekleurige linnen pak, het knoopje van zijn overhemd los. Hij oogt krachtig en kwetsbaar.

Het Guinness Book of Records memoreert hem als de langst optredende artiest, 86 jaar staat hij op de planken. De tijdas in zijn hoofd is ongekend. Hij debuteerde kort na de Eerste Wereldoorlog op het witte doek van de stomme film, hij speelde bal met prinses Juliana, politieke kopstukken uit het Derde Rijk kwamen naar zijn optredens, Don Johnson uit Miami Vice en de zanger Placido Domingo hebben hem recent gelukkig gemaakt met complimenten over wat hij op het toneel doet met zijn stem. Twee weken geleden zei hij het gesprek plotseling af: er stonden optredens gepland. En in september speelt hij in een theater bij Berlijn.

Zijn rechterarm wordt vastgehouden door zijn 46 jaar jongere vrouw, Simone Rethel, (58) actrice. Klein van stuk, vrolijke, onderzoekende ogen en een beweeglijk spreekster. Ze is zijn steun en toeverlaat, ze zijn twintig jaar samen. Ze regelt interviews, optredens en verzorgt haar man. Tijdens het gesprek belt Bildzeitung. Of ze vanavond terug kunnen bellen? Ze zijn op hun hoede, want Heesters en Rethel kennen de keerzijde van de media. Ze kunnen zich koesteren in de warme belangstelling, maar de hitte van de publiciteit kan ook schroeien op de ziel. Enkele dagen later verschijnt het betere komkommernieuws in Bild am Sonntag: ‘Jopie Heesters: ik wil nog tien jaar optreden!’

Driehonderd meter van hun huis staat het atelier, waar Johan Heesters repeteert en Simone schildert. Tussen de toneelattributen, kostuums en affiches hangen haar schilderijen. Ze schildert expressief, met een duidelijke waterscheiding in haar werk. Doeken van voor en na 11 september 2001. ‘Nichts wird mehr sein wie es war’ is de titel van een werk.

Heesters is somber over de toestand van de wereld, maar hij is er de man niet naar om in zijn zetel weg te zakken. Hij heeft nog steeds een grote levensdrift en ambieert doelen.

Op 5 december wil hij 104 worden. Maar minstens zo belangrijk – hij zal er in het gesprek meermalen op terugkomen – zijn hartenwens om voor zijn dood nog één keer op te treden in Nederland.

Vorig jaar oktober was hij weer even in zijn vaderland: hij logeerde met zijn familie in het Amsterdams Pullitzer-hotel. Simone: ‘We waren op een rondvaartboot en riepen: kijk eens hoe mooi! Maar voor Jopie werd dat steeds traumatischer, omdat hij niet meer goed ziet.’

Werd u nog herkend in Nederland?

Johan: ‘Dat weet ik niet.’

Simone: ‘Je bent regelmatig aangesproken.’

Johan: ‘Ik krijg regelmatig aardige brieven uit Nederland, van mensen die het jammer vinden dat ik niet in Holland optreed. Eerlijk gezegd, ik zou heel graag nog een keer in Nederland willen zingen. Als een schouwburgdirecteur mij uitnodigt, zou ik komen. Ik heb heimwee, ik ben daar mijn carrière begonnen in de theaters, maar ik ga er niet om bedelen. Ik heb hier genoeg optredens. Hoe praten ze over mij in Nederland?’

Simone: ‘De artikelen in de Nederlandse pers worden steeds positiever, er is een omslag. Vorig jaar bracht het NOS-Journaal op een dag drie gunstige berichten over zijn optreden.’

De aarzeling heeft er mee te maken dat u in de jaren zeventig door een Nederlandse journalist is verweten in 1941 tijdens een rondleiding van de SS voor de joden in het concentratiekamp Dachau te hebben gezongen.

Johan: ‘Het is niet waar, het is gelogen en heel gemeen gelogen. Ik heb er spijt van dat ik mij heb mee laten lokken door de SS. Tientallen jaren later heeft iemand gezegd: Heesters heeft daar gezongen, maar ik heb daar nooit één toon gezongen. Ik ben in de namiddag weer naar München gegaan.’

Simone: ‘Voor het boek dat ik heb gemaakt, Johan Heesters, Ein Mensch und ein Jahrhundert vond ik dat het hoofdstuk van zijn bezoek aan Dachau niet mocht ontbreken. Ik heb na tegenwerking van instanties en een Nederlandse journalist Jules Huf, die Jopie van het zingen in Dachau had beschuldigd, toch de hand weten te leggen op een album waarin die foto’s staan. Die heb ik gepubliceerd, ik wilde alles neutraal beschrijven. Jopie was daar in trenchcoat, het koor dat die avond zong was in kostuum. Maar ik heb ook het toneelprogramma van Jopie: hij speelde in april en mei avond aan avond in München. De onderzoeksjournalist Jules Trimborn, die een boek over Jopie heeft gemaakt, heeft gezegd: als ik bewijs had gevonden dat hij daar had gezongen, zou ik erover hebben geschreven.’

U bent twintig jaar samen. Wat is het geheim van uw huwelijk?

Johan: ‘Mijn God, ik verliefd op die vrouw, wat zal ik zeggen? We zijn gelukkig en tevreden, hebben een huis waarin we ons ook echt thuis voelen. Simone is groot in de kunst, maar ook in staat om eigenhandig een badkamer in te richten en een kast te bouwen. Ze heeft een vrolijk karakter. Ik heb haar nog nooit bedrogen, ik heb geen ander meisje aangekeken en heb dat ook niet nodig. Omdat ik veel thuis ben, treedt ze niet op. Dat is heel mooi. Maar als ze een goed stuk vindt, moet ze wel optreden. Dan zal ik niet zeggen: je moet bij mij zijn.’

Simone: ‘Zo is hij niet, maar ik zal het niet doen, omdat hij zo slecht ziet en ik hem niet alleen kan laten. Jopie heeft een ongelooflijke humor, we hebben veel plezier samen. Wat ik waardevol vind, is dat hij zijn naïviteit heeft behouden. Hij kan een kinderlijke vreugde beleven aan eenvoudige dingen. Hij is niet veeleisend, geen luxemens. Als we in de tuin zitten, zijn we tevreden. In het voorjaar horen we de vogels zingen en Jopie antwoordt ze dan.

‘Ik vind het ongelooflijk fascinerend en bewonderenswaardig dat iemand die vrijwel niets meer ziet, 103 is, zich verheugt op iedere nieuwe dag en de discipline opbrengt naar de sportschool te gaan.’

U dweepte met Jopie Heesters, terwijl uw generatiegenoten zwijmelden bij de Beatles en de Rolling Stones.

Simone: ‘Het was zijn jongensachtige charme. Toen ik 11 jaar was, zag ik hem voor het eerst op de televisie. Als 16-jarige heb ik hem zien optreden in het Beierse Staatstheater. Na de voorstelling ben ik via de artiesteningang in zijn nabijheid gekomen. Hij zei: ‘Je bent een meisje, maar een heel knap meisje.’ Die zin heb ik jarenlang herhaald!’

Wat adviseert u mensen die samen verder willen, maar tientallen jaren in leeftijd verschillen?

Johan: ‘Als je elkaar aanstaat, waarom zou je dan niet trouwen?’

Simone: ‘We krijgen brieven van mensen die tegen problemen van hun naaste omgeving aanlopen. Ze vragen om raad. Wat ben ik destijds gewaarschuwd: mijn God, hij is zoveel ouder. Van degenen die me hebben gewaarschuwd zijn de meesten gescheiden of vreemdgegaan. Ik zeg: we hebben twintig jaar niet over dit thema gesproken. We leven nu en vandaag.’

Johan: ‘Nu zal ik eens wat zeggen. Ik ga een sigaret roken. Boven de honderd mag je roken! Vroeger heb ik gerookt. Maar als ik nu ’s morgens opsta, kan ik meteen zingen. Anderen niet, die zeggen dan: (krakend) ‘Die Stimme ist noch nicht da!’ Meteen daarop, hoog en vlijmscherp: ‘Ich bin gleich da!’

Als u het eeuwige leven zou hebben, ziet u daar dan tegenop?

Johan: ‘Nee, maar ik moet wel gezond zijn. Twee keer per week ga ik naar de sportschool, ik doe aan gewichtheffen en ik fiets. Dat is ook goed voor de stem. Wie zingt er nog als hij 103 is? Het is soms een beetje eenzaam, omdat ik geen tijdgenoten meer ken. Veel collega’s met wie ik grote optredens had, zijn al gestorven.’

Wat vindt u van het hedendaagse entertainment?

Johan: ‘De concurrentie is groot. Ieder mens kan zingen, het gaat er om hoe. Veel collega’s staan op het toneel in een operette. Dan moeten ze spreken en dat hebben ze niet geleerd. Ze zingen en je verstaat er geen woord van. Ze articuleren überhaupt niet. Het publiek roept nu bravo als ze een zanger kunnen verstaan.’

U hebt ooit geweigerd Duitser te worden.

Johan: ‘Na een succesvol optreden in Nederland in de Haagse Schouwburg moest ik bij doktor Göbbels komen. Hij kwam binnengehinkt en zei: ‘Herr Heesters, u hebt veel aanhang. U hebt in Nederland met joden gewerkt.’ Maar ik heb altijd met joden gewerkt, het zijn grote kunstenaars, herr Doktor. Daarop zei hij: ‘Moet het zo zijn dat u geen Duitser bent?’ Dat kan ik mijn koningin niet aandoen*wat zou Hitler zeggen als u hem meedeelde dat u Nederlander werd? Toen mocht ik niet meer in optreden in speelfilms.’

Zou het voor de betrekkingen met uw vaderland helpen als u koninklijk werd onderscheiden vanwege uw verdiensten als Nederlander in het buitenland?

Johan: ‘Natuurlijk zou ik een lintje dankbaar aannemen. Maar het eerste lintje moet ik nog zien, dat verwacht ik ook niet. Ik geef wel toe dat ik graag naar Nederland ga om bij de dames en heren op te treden.’

Simone: ‘Dan moet je weer een beetje Nederlands leren!’

Johan: ‘Dan zing ik Duitse en Nederlandse volksliedjes, van De Jantjes. (In onvervalst Amsterdams schalt het: )

‘Vooruit nou jongens, het is zo ver

ik doe het niet voor mijn plezier

omdat ik mijn poot op papier heb gezet

ben ik eenmaal Jan Fusilier

Ik vaar naar de Oost voor een jaar of zes

En ik weet niet waarom ik het deed

Dag meiden, dag jongens, hou je maar haaks

In mijn hart neem ik Mokum mee*.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden