Een baken voor de stad

Anonieme dozen waren het, gehuurde kantoorpanden of grijze nieuwbouw. De stadskantoren en gemeentehuizen uit de jaren zeventig en tachtig moesten vooral functioneel zijn....

Maar sinds een paar jaar is een omslag gaande. De komende jaren verrijst in Nederland overal nieuwbouw, van Delft tot Coevorden en van Zaanstad tot Deventer. En in tegenstelling tot zo’n dertig jaar geleden krijgen deze gebouwen weer een extrovert uiterlijk en een monumentaal aanzien. Het stadskantoor mag weer stadhuis zijn.

Die nieuwbouw is hard nodig. Ambtenaren zijn in de loop der jaren steeds meer verspreid over de stad komen te zitten in verschillende deelkantoren – weinig efficiënt, niet klantvriendelijk en het staat ook de vurig gewenste dialoog tussen burger en politiek in de weg.

Daarnaast zijn de gebouwen voor het nog altijd groeiende ambtenarenapparaat te krap geworden en zijn de klimaatinstallaties verouderd. In sommige gevallen is de aanleiding voor de nieuwbouw het ontstaan van een nieuwe gemeente door herindeling. Dan is een nieuw gemeente- of stadhuis vooral hét middel om een nieuwe identiteit te verbeelden en te versterken.

Grote architectenbureaus als Mecanoo, Soeters Van Eldonk, Uytenhaak, De Architekten Cie, Neutelings Riedijk en Erick van Egeraat associated Architects hebben zich gestort op de vraagstukken die gepaard gaan met het ontwerpen van het nieuwe stadhuis. Want de eisen van de opdrachtgevers liegen er niet om. Het nieuwe stadhuis moet er stáán, maar tegelijkertijd zo huiselijk zijn dat de burger zich er welkom voelt. Het moet duurzaam zijn en onderhoudsarm. Het moet flexibel te gebruiken zijn met het oog op de toekomst. En als het even kan (Delft, Zaandam, Gouda) geeft het een impuls aan de hele omgeving.

‘Het idee dat het stadhuis het centrale punt is in de stad, is langzamerhand aan het terugkeren’, zegt Sjoerd Soeters, die door Zaanstad werd uitverkoren om hun nieuwe stadhuis te bouwen. ‘Het is een zetstuk in het schaakspel van de stedenbouw. Als je heel efficiënt wilt zijn, plaats je het aan de rand van de oude stad, goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Maar een stadhuis is er niet alleen om ambtenaren te huisvesten, het is er ook om publiek te ontvangen. Veel stadhuizen en stadkantoren van de afgelopen jaren zouden net zo goed een verzekeringskantoor kunnen zijn, of een bejaardentehuis. Om het publiek binnen te krijgen, moet je er een herkenningspunt van maken.’

De stadhuizen uit de Middeleeuwen, vaak bestuurscentrum, rechtbank, ontmoetingsplek en gevangenis ineen, waren zulke bakens. Het plein voor het gebouw was meestal letterlijk het centrum van de stad. Francine Houben van Mecanoo, winnaar van de felle strijd om de bouw van het nieuwe stadskantoor met stationshal in Delft, is blij dat die rol terugkeert. ‘Die al te nuchtere kantoren, het is zonde. Er worden al nauwelijks meer kerken gebouwd, er blijft bijna niets representatiefs over. Terwijl een stad symbolen nodig heeft naast de huizenmassa.’

Ook Rudy Uytenhaak, die in Den Haag Zuidwest een groot nieuw stadskantoor gaat bouwen, verwijst naar het belang van symbolische gebouwen. ‘Soms wordt een gebouw symbool voor een heel werelddeel, zoals de opera van Sydney. Architectuur kan die identiteit aan een stad geven.’ Een bijzonder stadhuis met een herkenbaar gezicht kan volgens hem ook de betrokkenheid van de burger bij de politiek stimuleren. ‘Het moet trots uitstralen, helder en sterk zijn, zonder dat het autoritair is. Als je het stadhuis er kloek en fier neerzet, wordt het zichtbaar, wordt erover gesproken en komen de mensen er naartoe.’

Politieke betrokkenheid speelt ook op een andere manier een rol in de nieuwe architectonische opgave. De nieuwbouwgolf gaat gepaard met de terugkeer van een fenomeen dat in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw grote hoogten bereikte: de inspraak. Toen ging het vooral om beslissingen rond stadsvernieuwing en woningbouw. Nu kunnen bewoners (in Delft, Coevorden, Westerveld, Den Haag Zuidwest) via internet meebeslissen over de keuze van de architect van het stadhuis. Gouwenaren kregen een stembiljet in de bus. In Zaanstad werd een referendum gehouden over de uitwerking van het gevelbeeld van het stadhuis.

Met het betrekken van burgers bij de keuze van het ontwerp hopen de gemeenten draagvlak te creëren voor de nieuwbouw, die door sommigen als geldverspilling zou kunnen worden beschouwd. Politici willen niet het verwijt krijgen dat ze met gemeenschapsgeld een paleisje bouwen voor zichzelf. Door middel van een wedstrijd waarbij de burger mag meestemmen, hopen de gemeenten hem erbij te betrekken waardoor hij zal inzien dat nieuwbouw positief is voor de hele stad.

In zijn nota met voornemens voor de komende vier jaar spreekt ook minister Plasterk van Cultuur zich uit voor meer invloed van de burger op de bebouwde omgeving. Maar niet altijd verloopt de inspraak vlekkeloos. In Delft liep de keuze voor het ontwerp zodanig uit de hand, dat drie van de vier betrokken architecten naar de rechter stapten.

In de stad moet in 2014 een nieuw stadhuis en een nieuw station zijn verrezen. Het spoorviaduct dat de stad nu nog doorsnijdt, zal verdwijnen omdat het spoor ondergronds komt te liggen. De opdracht aan de architecten was om een ontwerp te maken dat het oude centrum met de wijken ‘achter’ het spoor verbindt.

Het uit burgers bestaande internetpanel zette het bakstenen ontwerp van Soeters op 1 en Uytenhaak op 4. De selectiecommissie vond Uytenhaak het best. Omdat ze na afronding beiden op 7,1 uitkwamen, kregen beide architecten opdracht hun plan verder uit te werken alvorens de definitieve beslissing zou worden genomen. Oneerlijk volgens Soeters, die alles bij elkaar genomen 7,125 punten kreeg tegenover 7,075 voor Uytenhaak. Soeters: ‘Bij de 100 meter hardlopen is er ook maar een winnaar, al scheelt het een honderdste van een seconde.’ Bij de rechter werd besloten tot een tweede ronde, waarbij alle vier architecten een nieuwe kans kregen.

Francine Houben is blij dat de bevolking het niet alleen voor het zeggen heeft. ‘Dan zouden er alleen nog maar gebouwen van Sjoerd worden neergezet. Hij is een populistische architect. Je hebt gelukkig ook te maken met een gemeentebestuur met een bepaalde visie.’

Het houden van prijsvragen en het mee laten stemmen van de bevolking is omstreden onder architecten. ‘In Delft zeiden de bewoners: o, dat kost me een kwartiertje om te kiezen’, zegt Jeroen van Schooten, voorzitter van de Nederlandse Bond van Architecten. ‘Maar bij een gebouw gaat het om veel meer dan alleen de vraag of het mooi of lelijk is. Wat ook telt, is of de plattegronden slim in elkaar zitten, of het energetisch efficiënt is, hoeveel onderhoud het gaat vergen, of er budgettaire risico’s zijn bij de bouw. Dat zie je allemaal niet in een leuk 3D-filmpje.’

De bevolking kan juist donders goed kiezen, vindt Soeters. Als je maar een eerlijke keuze voorlegt. ‘Bij een referendum over de herinrichting van het stationsgebied in Utrecht ging de keuze tussen ‘groen’ en ‘gebouwen’. Dan kiest iedereen natuurlijk voor groen, want er zijn al zoveel gebouwen. Dat is een schijnkeuze.’ Volgens Soeters zijn burgers de afgelopen anderhalve eeuw van de architectuur vervreemd geraakt doordat specialisten het bouwen naar zich toe hebben getrokken. ‘Niemand wil nog van die achterhaalde avant-gardistische gebouwen, maar een kleine elite blijft ze maar neerzetten. Laat het volk kiezen, dat is éducation permanente voor de burger.’

Volgens Houben denken echter maar weinig mensen na over de gevolgen van hun keuze. ‘Toen ik studeerde, vroegen de NS aan reizigers hoe het interieur van de trein moest worden. Iedereen noemde oranje en bruin, dat was toen mode. Vijf jaar later, toen de treinen gingen rijden, was het interieur volkomen achterhaald. Als architect wil ik visionair zijn, daarom heb ik dit vak gekozen.’

Hoe maak je dat het publiek op meer dan alleen de buitenkant stemt, vraagt Uytenhaak zich af. Hoe voorkom je manipulatie? Is internet wel het beste middel? ‘Ruimtelijkheid, de beweging door en de functionaliteit van het gebouw, zijn volgens mij de essentie van architectuur. Die kwaliteit herken je niet op een beeldscherm, maar in doorsneden en details. Het vraagt oefening om zulke tekeningen te begrijpen. Het is als het lezen van een partituur.’

Volgens BNA-voorzitter Jeroen van Schooten zou het hautain zijn om helemaal geen rekening te houden met de wensen van de burger. ‘Maar die mogen niet allesbepalend zijn. Anders krijg je alleen maar architectuur om te behagen, cosmetische architectuur. De specialist moet de zeggenschap houden, anders wordt de waan van de dag winnaar. Terwijl we het over gebouwen hebben die veel langer mee moeten kunnen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden