Een asgrauw rampjaar voor de pop

Overleden popsterren in 2016

Nooit eerder ontvielen ons in één jaar zo veel grote popsterren. Toeval of niet? En hoe zal het de grootheden in 2017 vergaan?

David Bowie Foto ap

Het was een popjaar om met angst en beven uit te zitten. Zó veel grote popdoden. Kon het nog erger? Ja, dat kon. Zondag overleed George Michael, op 53-jarige leeftijd. Een kerstschok.

En het jaar was al zo dramatisch begonnen. Vier dagen voor aanvang van het nieuwe kalenderjaar stierf Lemmy Kilmister, zanger van Motörhead en algemeen beschouwd als onsterfelijk rockbeest. Lemmy 'That's The Way I Like It, Baby' Kilmister. Dood.

Daarna ging het snel, en kwamen de stervensgevallen in de pop in een onstuitbare dodenmars voorbij. Eerst David Bowie, in de eerste week van januari - de wereld is er nog van aan het bijkomen. Dan Glenn Frey van The Eagles, gevolgd door Maurice White van Earth, Wind & Fire. Van een heel andere categorie, maar toch ook dramatisch: Denise Matthews, alias Vanity, van de Prince-band Vanity 6. Haar heengaan waarschuwde voor dat nog veel schokkender overlijdensgeval in april: Prince zelf, zomaar ontslapen in een lift in zijn studiocomplex Paisley Park.

Vlak voor Prince stierven nog de rocktoetsenist Keith Emerson, de countrygrootheid Merle Haggard en de rapper Phife Dawg van A Tribe Called Quest. Een ongekend tranendal, in de eerste vier maanden van het jaar. Gelukkig nam de man met de zeis daarna een flinke zomervakantie en kon de internationale popgemeenschap op adem komen. En vooral: rouwen om het grote muzikale verlies van iconen als Bowie en Prince. Helaas, de laatste maanden van het jaar gingen de hemelpoorten weer wijd open. Voor Leon Russell, Sharon Jones, Greg Lake en die andere heel grote popdode van 2016: Leonard Cohen.

Leonard Cohen. Foto ap

Steeds meer

Een asgrauw rampjaar voor de pop, was de breed gedeelde veronderstelling. Nooit eerder moest de dodenakker zó worden omgeploegd als dit jaar. Maar klopt dat eigenlijk wel?

Laten we er zomaar eens een ander jaar bij pakken. In 2012 bijvoorbeeld overleden Johnny Otis, Etta James, Whitney Houston, Levon Helm, Donna Summer en Robin Gibb. Een pittig rijtje, en van de dood van Whitney Houston schrok de wereld echt wel even. Maar toch: geen dodenrij als die van dit jaar.

Maar laat dan de blik ook eens over 2009 gaan, het overlijdensjaar van Michael Jackson. Diens overlijden gaf de zomer van 2009 het lugubere stempel 'summer of death', maar dat was vooral omdat er die maanden veel acteurs te betreuren vielen, van Farrah Fawcett tot Patrick Swayze. De echt grote pophelden zomerden in 2009 vrolijk verder. De vorige 'summer of death' was die van 2003 geweest, met doden van Johnny Cash en June Carter Cash tot Warren Zevon, Barry White en Bob Hope. Erg, maar anders erg. En vooral ook: mínder.

De BBC dook vorige week in de archieven van de gespecialiseerde necrologieredactie en constateerde dat er dit jaar inderdaad meer beroemdheden waren overleden dan voorheen, en dan vooral in de eerste vier maanden van 2016. Het idee dat er dit jaar meer bekende doden moesten worden betreurd, klopt dus aardig. Al blijft het een riskante bewering, want waar bijvoorbeeld trek je de lijn tussen de categorieën 'beroemd' en 'net-niet-beroemd'.

Sharon Jones. Foto getty

De verklaring is niet eens zo ingewikkeld. Er komen nu eenmaal steeds meer beroemdheden bij, en dus vallen er jaarlijks ook steeds meer om. In de jaren vijftig van de vorige eeuw kwam het televisietijdperk op gang, gevolgd door het poptijdperk. De eerste generatie tv- en popsterren is al aan de beurt geweest, al blijken de uitdragers van bijvoorbeeld de vroege rock-'n-roll bijzonder hardnekkig: Chuck Berry, Little Richard en Jerry Lee Lewis weigeren vooralsnog te overlijden.

Nu is toch echt de tweede popgeneratie aan de beurt, de mannen en vrouwen van de grote popgolf uit de jaren zestig, van Joni Mitchell en Joan Baez tot de laatste twee nog levende Beatles, álle Stones, Neil Young, Paul Simon en Bob Dylan - het is zomaar een greep. Er staat ons nog wat te wachten. Deze ellende kwam ons dit jaar ineens op wrede wijze voor ogen. Want kijk naar de leeftijd van de popsterren die ons dit jaar ontvielen. Prince en Phife Dawg waren uitzonderingen, met respectievelijk 57 en 45 jaar. De rest van de betreurden bevonden zich toch in de leeftijdscategorie achter in de 60 tot midden 70, met als uitschieter Cohen, die de respectabele leeftijd van 82 haalde.

Leon Russell. Foto getty

Eindig

Misschien leek het stervensjaar 2016 daarom zo dramatisch: het was een gevolg van de biologische wet die voorschrijft dat alle leven eindig is. Van popdoden als Kurt Cobain en Amy Winehouse, die beiden overleden op hun 27ste, schrokken we, maar van hen konden we nog zeggen dat zij bezweken aan de extreme en suïcidale levenswijze die nu eenmaal aan de pop lijkt verbonden. Maar bij de natuurlijke dood van pophelden met wie generaties opgroeiden, staren we ook de eigen vergankelijkheid in het gezicht.

De nieuwsmedia, en dus ook de Volkskrant, pakten bij de dood van Prince, George Michael en David Bowie uit met redactionele afscheidsstukken, nieuwsberichten, reacties en necrologieën. Overdreven, vonden sommige lezers, en dat lieten ze de redactie weten ook. Zijn de doden in de popmuziek nu zo belangrijk, vroegen zij zich terecht af. Belangrijker soms dan voorname sterfgevallen in bijvoorbeeld de politiek? Vanwaar die rouwcultuur rond het verscheiden van popmusici?

Prince. Foto getty

De Amerikaanse krant The New York Times gaf niet direct een antwoord op die vraag, maar publiceerde vorige week wel een verbluffend lijstje: de belangrijkste doden van het jaar 2016, op volgorde van online klik- en leescijfers. En welk sterfgeval stond helemaal boven aan die lijst? Juist: David Bowie. Zijn necrologie was veruit het meest gelezen. Op nummer twee: Prince. En ver daaronder bungelden dan de andere grote doden: Fidel Castro, Nancy Reagan, Gene Wilder en, op een tiende plaats, Muhammad Ali.

Je kunt er natuurlijk geen harde conclusies aan verbinden. Bowie en Prince overleden vroeger in het jaar dan Ali en Castro, en dus zijn hun necrologieën langer aanklikbaar geweest. Maar toch, de enorme lezersaantallen voor de doodsberichten van popsterren geven wel iets aan. In Nederland deed zich dit jaar namelijk hetzelfde verschijnsel voor. De online leescijfers van de Volkskrant laten zien dat de nieuwsberichten én de necrologieën over David Bowie, Leonard Cohen en Prince vele malen vaker werden gelezen dan - schrik niet - die over Johan Cruijff. Het nieuwsstuk over het overlijden van Prince heeft een lezersaantal van 266.842 genoteerd. Dat over Cruijff 69.990. De necrologie van Prince werd in totaal 25.513 keer aangeklikt, en die van Cruijff 6.146 keer. Dat is toch een significant verschil; Cruijff overleed in maart, een maand voor Prince.

Kennelijk genereert de dood van een popster dus meer aandacht dan die van een sporticoon. En ook daar is wel een verklaring voor te bedenken. Van die sporticonen namelijk, van Ali tot Cruijff, kun je zeggen dat hun heldendaden zijn bijgeschreven in de geschiedenisboeken, maar dat ze voor nieuwe generaties onherroepelijk minder zijn gaan betekenen. Hun sportwedstrijden worden niet meer uitgezonden. De liedjes van Bowie, Michael en Cohen worden nog altijd gedraaid en gestreamd, in een perpetuum mobile van onvergankelijke liedkunst. Ouders die opgroeiden met de muziek van Bowie, laten hun kinderen Bowie horen. En George Michael, zeker tijdens Kerst. Al zullen er ook ouders zijn die met hun kinderen naar oude wedstrijden van Muhammad Ali kijken, maar dat zijn er beslist minder.

Denise Matthews. Foto getty

Necrologieën in de Volkskrant

Lees hier het postuum van Prince, Leonard Cohen en Johan Cruijff terug.

Gelukkig 2017

Dus maken steeds nieuwe generaties muziekliefhebbers kennis met de hits van de grote pophelden, alsof ze net uit de studio kwamen gerold. Zie het succes van de Top 2000, waar jaarlijks meer dan zes miljoen Nederlanders op afstemmen. Dat zijn echt niet louter nostalgische veertigers en vijftigers. En kijk ook eens naar festival Pinkpop. Daar trekken Paul McCartney en The Rolling Stones duizenden jongeren, kinderen van 17 en 18 jaar die gewoon fan zijn. De echt goede popmuziek leidt nu eenmaal een lang leven, in onvergankelijke popliedjes. En daarbij: de artiesten die die liedjes vertolkten, staan meestal nog midden in het culturele leven. Bowie en Cohen brachten nog altijd relevante muziek uit, en dat doen ook de Stones, Paul Simon en zelfs Neil Young. Om het met een gevleugelde strofe uit het werk van die laatste te zeggen: 'Hey hey, my my, rock-'n-roll wil never die.' En dáárom doet het zo'n pijn als de vertolkers van al die magistrale pop ons toch ontvallen. En wensen wij Keith, Mick, Neil, Joni, Paul, Ozzy en Bob vanaf deze plek en zeer nadrukkelijk een heel gelukkig 2017 toe.

Who's next?

Voorspellen wie het komende popjaar niet gaat uitzingen, is een morbide maar populaire pophobby. Grootste kanshebber is al bijna vijftig jaar Keith Richards, van wie vanaf zijn 27ste al wordt voorspeld dat hij spoedig zal overlijden als hij zijn exorbitante en door drugs en drank benevelde levensstijl niet als de bliksem aanpast. In 2006 viel hij nog uit een palmboom. Maar Keith heeft lak aan gezondheidsadviezen, drinkt gewoon door en is vorige week 73 geworden. Van harte, Keith!

Meer over