Een als komedie vermomde tragedie

Martin Schouten wilde er eerder niet aan, maar ontdekt nu de charmes van Sinclair Lewis' nieuw vertaalde Babbitt. Snel en jazzy proza over een saaie burgerman.


null Beeld Getty
Beeld Getty

Zijn naam ken ik van school, Sinclair Lewis. De Engelse leraar vond hem veel beter dan James Joyce, wiens verwarde geschrijf alleen werd gewaardeerd door mensen die het hoog in de bol hadden en beweerden dat ze hem begrepen, wat natuurlijk gelogen was.

Ik had het toevallig ook hoog in de bol en Lewis was dus niets voor mij, dat was me duidelijk. Hip en square waren mij toen nog onbekende begrippen, maar ik had er al wel een antenne voor, die leraar was het summum van benepen kleinburgerlijkheid. Dus begon ik vorige week met tegenzin aan Babbitt, een roman van Sinclair Lewis, in de nieuwe Nederlandse vertaling.

Vet van ironie

George Babbitt is makelaar in onroerend goed ('Hij kon goed een huis verkopen aan mensen die dat eigenlijk niet konden betalen') in de fictieve stad Zenith, ergens in het Midden-Westen van de Verenigde Staten. Een kleine zakenman, huistiran, louche scharrelaar, kerkganger, lid van de sociëteit van zakenlui, niet vrij van vooroordelen jegens Joden en negers, de Republikeinse partij toegedaan, blij met zijn auto en andere moderne hebbedingetjes waaraan hij zijn welvaart afmeet. Babbitt is de totale burgerlijke conformist, net als mijn Engelse leraar van destijds, maar hij wordt belachelijk gemaakt. De roman is een satire.

Lewis legt dat er dik op. Zijn schampere toon deed me denken aan de voice-over bij het tv-programma Man bijt hond (de Nederlandse versie, niet de Vlaamse), zo vet van ironie dat het hele idee van ironie onderuit wordt gehaald: meent hij het nou of meent hij het niet? Jawel, ik heb het al begrepen, ik ben niet achterlijk - die ergernis.

Om me van die associatie te bevrijden, heb ik de Engelse tekst erbij gehaald en toen gebeurde het wonder: Babbitt werd Oliver Hardy, die dikke pompeuze dommerd met wie ik altijd mededogen voel. Aan de vertaling ligt dat niet. Die is heel adequaat, met veel aardige vondsten, Paul Bruijn heeft zijn werk goed gedaan.

Plot

Babbitt verscheen in 1922, het jaar waarin ook Ulysses van Joyce uitkwam. In de roman van Joyce volgen we een dag lang Leopold Bloom door Dublin, Lewis had ook zo iets voor ogen. Babbitt wordt wakker op een dag in april 1920, met een kater, en dan volgen we hem.

Na honderd bladzijden is die dag om, maar Lewis plakt er nog bijna tweehonderd bladzijden aan vast. Daarin worden Babbitt en zijn omgeving nader ingekleurd en ontrolt zich een plot. Hij komt in opstand, dreigt een sociale outcast te worden en schaart zich, eind goed al goed, weer bij de kudde. Ik heb het met plezier gelezen, maar dan toch vooral in het Engels. Een trein komt langs and twenty lines of polished steel leaped into the glare. Vertaal dat maar eens. Ik zou het ook niet beter kunnen dan Paul Bruijn: 'en twintig strepen staal lichtten glanzend op'.

Energiek proza

In die eerste honderd bladzijden heeft het proza een enorme energie. Snel en jazzy. Babbitt heeft een verzameling jazzplaten. In 1920? De eerste jazzplaten werden in 1917 gemaakt door The Original Dixieland Jass Band. De dubbele s veranderde al gauw in een dubbele z, toen die muziek populair werd, maar pas in 1922 verschenen platen van een andere jazzband, The New Orleans Rhythm Kings. Jazz begeleidt Babbitt in zijn opstandige, losbandige periode, maar zat dus al in de kast, mooi detail.

Het verhalende proza is vrij van clichés, maar de dialogen staan er vol mee. Hoe laat je anders horen hoe duf iedereen is? Lewis doet er mooie dingen mee. Neem een praatje over het weer met de buurman, hoe saai wil je het hebben?

'Mooie ochtend.'
'Ja, het is een prachtig mooie ochtend.'
'Het voorjaar komt er al snel aan.'
'Ja, het is al echt voorjaar.'
'Maar de nachten zijn nog koud.'
'Ja, het was frisjes vannacht.'
'Maar ik verwacht niet dat het nu nog echt koud wordt.'
'Nee, maar toch, het sneeuwde gisteren in Tiflis, Montana. Drie dagen geleden hadden ze daar in het westen een sneeuwstorm, weet je nog - een halve meter sneeuw in Greenley, Colorado - en twee jaar geleden viel er op vijfentwintig april nog een fiks pak sneeuw in Zenith.'
'Nee, maar. Zeg, kerel, hoe denk jij over de kandidaat voor de Republikeinen?'

En dan gaat het door over die kandidaat, maar het leuke is de uitweiding over de sneeuw in Tiflis. Gore Vidal wees erop in een essay en hij vergeleek het met de versieringen in de muziek van Bach, voorslagen, trillers en zo meer. In scènes aan de huiselijke tafel is Lewis daar ook goed in ('je mouw hangt in de boter').

Nobelprijs

Babbitt was zijn zevende boek. Het was vijf keer niks geweest, maar het zesde werd een bestseller, Main Street. Daarin verwerkte hij zijn jeugd in Sauk Centre, een plaatsje in Minnesota. Hij kwam er terug met zijn New Yorkse vrouw en zag het toen door haar ogen. Hij had al carrière gemaakt in de journalistiek en dat bleef hem eigen, op je onderwerp afgaan, kijken en luisteren, onderzoek doen. Babbitt kun je lezen als een reportage en daar houd ik van, het is het portret van een stad, met George Babbitt als een meer dan levensgroot personage. In 1930, na nog drie bestsellers (Elmer Gantry, Dodsworth, Arrowsmith), kreeg hij als eerste Amerikaan de Nobelprijs voor Literatuur. Daarna maakte hij weinig meer klaar.

Neerbuigend

In 1961, tien jaar na zijn dood, verscheen een biografie met de dodelijke zin: 'Het is zinloos een boek van Lewis te benaderen alsof het een kunstwerk is.'

Ik interpreteer dat in het geval van Babbitt zo: je leest een tragedie, vermomd als komedie, maar het tragische blijft op afstand. Dat komt door het neerbuigende van de manbijthondtoon: ik heb het hier wel over, maar persoonlijk sta ik er ver boven. Lewis zet zichzelf niet op het spel, wat een onartistieke houding is en het boek tenslotte toch square maakt. Maar de avond kom je er goed mee door. En ze zijn nog altijd onder ons, de Babbitts, soms rijden ze in een Maserati.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden